
Lotsbestemming boek 1: De weg naar het lot
Auteur
Kara Verbeek
Lezers
2,1M
Hoofdstukken
45
Proloog
KASSI (3 JAAR OUD)
Ik schrok wakker van harde, angstaanjagende geluiden die van buiten kwamen, recht onder mijn raam. Ik riep om mijn moeder. Zij kon alles beter maken.
Maar mijn moeder kwam niet.
Ik stapte uit bed en sloop zachtjes naar de deur. Voorzichtig deed ik hem op een kiertje open en gluurde de gang in. Ik trilde als een rietje.
Toen ik naar de kamer van mijn moeder ging, waren mijn ouders in geen velden of wegen te bekennen. Ik besloot te kijken of mijn broer wist waar ze waren. Hij was zes, dus hij was superslim. Ik ging naar zijn kamer, maar ook hij was met de noorderzon vertrokken.
Waar was iedereen?
Ik begon te huilen. Ik vond het doodeng om alleen te zijn en de geluiden werden steeds luider.
Zo stil als ik kon, sloop ik naar beneden. Misschien verstopten mijn broer of moeder zich ergens? Toen ik in de woonkamer kwam, vergat ik stil te zijn en begon ik als een speenvarken te gillen.
Overal waar ik keek was bloed!
Ik rende door het huis, op zoek naar iemand, maar er was geen levende ziel te bekennen. Doodsbang begon ik te huilen terwijl ik naar buiten rende.
Buiten lagen overal dode lichamen. Sommige waren weerwolven en andere waren in hun menselijke gedaante. Ik begon nog harder te gillen.
'Mama! Papa! Broer! Waar zijn jullie?'
De gele gloed van ons huis was het enige licht in het donker. Ik hoorde de schommel kraken in de koele nachtwind.
Net voorbij de schommel was het grote open veld voor training, waar mijn vader mijn broer leerde vechten. Ik tuurde in het donker en probeerde de lichamen op de grond te zien. Ik kon nauwelijks ademhalen.
Toen zag ik mijn broer. Hij lag aan de overkant van het veld op de grond.
'Broer! Broer!' gilde ik, terwijl ik naar hem toe rende.
Ik viel huilend boven op hem en schudde aan zijn lichaam om hem wakker te maken. Waarom werd hij niet wakker?
Ik haalde mijn hand van hem af. Het zag er niet goed uit. Het was donker van iets. Zijn hele shirt en de grond eromheen waren donkerrood.
Ik keek om me heen, wanhopig op zoek naar iemand, toen zag ik mijn moeder vlakbij op de grond liggen. Ook zij bewoog niet.
Ik rende naar mijn moeder toe, maar voor ik bij haar kon komen, greep iemand me van achteren vast en trok me weg.
'Mama! Broer! Laat me los!' schreeuwde ik.
Ik voelde iets hards tegen mijn hoofd slaan en alles werd zwart.
***
Ik werd badend in het zweet en koud wakker in mijn bed. Ik sloot mijn ogen - het bloed was overal.
Ik opende mijn ogen weer. Nee. Ik was hier, in mijn kamer. Bij mijn nieuwe familie. Veilig.
Ik ging rechtop zitten en keek naar het ochtendlicht. Ik herinnerde mezelf eraan dat ik in mijn bed lag, bij Rebecca en Tom, de beste ouders die een meisje zich kon wensen, ook al waren ze niet mijn echte ouders.
Ik herinnerde me niet veel van voordat ik bij hen kwam wonen, maar sinds ik klein was had ik steeds dezelfde nachtmerrie.
Het voelde altijd zo echt. Te echt.
Ik hoorde de slaapkamerdeur naast de mijne opengaan. Connor. Hij was mijn oudste nieuwe broer. Tom, zijn vader, was onze alfa, wat betekende dat Connor de volgende alfa zou worden.
Toen hoorde ik een andere stem en mijn hart maakte een sprongetje -
'Hé Con, heb jij mijn nette schoenen gezien?'
Ty. Connors jongere broer. Al vier jaar mijn vriendje.
Ty zou om middernacht achttien worden - vanavond - en de roedel gaf een groot feest voor hem. Achttien was de leeftijd waarop we onze wolven kregen en ook de leeftijd waarop we onze partners konden vinden.
Als de partner ook achttien was, kon je wolf je partner vinden door geur, zicht of aanraking.
Als de partner nog geen achttien was en nog geen wolf had, kon je ze alleen vinden door aanraking, maar degene onder de achttien zou de connectie pas voelen als ze hun wolf kregen.
Aangezien ik pas zeventien was, had ik mijn wolf nog niet. Ik kroop terug onder de dekens. Ik was zo zenuwachtig voor het feest. We zouden eindelijk zeker weten of Ty en ik partners waren of niet.
Als we partners waren, konden we bij elkaar blijven. Als we dat niet waren, zouden we uit elkaar moeten gaan zodat hij zijn partner kon vinden.
Het was heel belangrijk voor Ty om zijn partner te vinden, aangezien hij ooit onze bèta zou worden. Hij zou de tweede in rang zijn van onze roedel, Moonlight Rising.
'Kas, ben je al klaar?' hoorde ik Connor roepen.
'Ja, ik kom eraan,' riep ik terug.
Ik stapte uit bed en rekte me uit. Connor had zijn partner nog steeds niet ontmoet, ook al was hij vier jaar ouder dan Ty.
Ik trok een lichtroze jurk aan met bijpassende platte schoenen, deed mijn haar in een paardenstaart. Ik deed wat mascara en lipgloss op en verliet mijn kamer om naar beneden te gaan waar mijn familie was.
Rebecca was erg goed in het inrichten van kamers en de woonkamer was geen uitzondering.
De licht beige muren lieten het zonlicht dat door de grote ramen naar binnen viel mooi uitkomen. In het midden van de muur was een grote open haard, met daarboven een vrolijke familiefoto.
Connor en Ty zaten op de donkerblauwe bank voor het vuur. Ik bracht mijn avonden graag daar door met Ty, dicht tegen elkaar aan, pratend over onze toekomst.
'Wow, je ziet er geweldig uit!' zei Connor, terwijl hij naar me keek.
Hij begon naar me toe te bewegen, alsof hij in trance was, maar stopte toen Ty een lage, boze grom liet horen.
'Je zou moeten weten dat je uit de buurt van mijn meisje moet blijven,' zei Ty boos, terwijl hij naar me toe kwam en me omhelsde.
Ty was altijd al erg beschermend geweest. Hij vond het niet leuk als andere jongens in mijn buurt kwamen laat staan me aanraakten, maar hij was vooral geïrriteerd als Connor dat deed.
'Sorry, broer,' zei Connor, terwijl hij met zijn handen omhoog achteruit stapte.
Ty omhelsde me snel en deed toen een stap achteruit om me aan te kijken.
'Je ziet er prachtig uit, Kassi,' zei Ty.
Ty droeg een donkerblauw shirt dat zijn lichtbruin haar en blauwe ogen mooi deed uitkomen. Zijn shirt spande strak om zijn borst en armen en showde zijn spieren.
Hij zag er prachtig uit.
'Jij ziet er ook geweldig uit,' zei ik blozend. 'Ben je opgewonden dat je misschien je partner zal vinden?'
'Ik heb haar twaalf jaar geleden al gevonden,' zei hij lief, terwijl hij me een kus op mijn voorhoofd gaf.
We werden onderbroken door Rebecca, die haar keel schraapte.
'We moeten echt naar het feest gaan. Er is genoeg tijd voor dat en meer na het feest, als jullie partners zijn,' zei ze, waardoor ik weer rood werd.
Rebecca opende de voordeur en leidde ons de trap af. Ty en ik liepen hand in hand over het rotsachtige pad dat naar de centrale ontmoetingsplaats van de roedel leidde, waar het feest gehouden werd.
Vooraan stond een DJ opgesteld die al muziek speelde, terwijl er langs de muren verschillende ronde tafels stonden met zwarte tafelkleden en kleine kaarsen. Achterin stond het eten en aan de geur kon je ruiken dat er veel vlees was.
Sommige gasten stonden te praten en whisky te drinken, en iedereen leek opgewonden.
Ik deed mijn jas uit en gaf hem aan de omega bij de garderobe.
Rebecca was erg goed in het plannen van feesten. Ik hoopte dat ik het net zo goed zou worden als zij wanneer - ik bedoel als ik ooit de bèta-vrouw zou worden. Ik haalde diep adem en wierp een snelle blik op Ty, die met Tom aan het praten was.
Ik kon het zo duidelijk voor me zien dat het pijn deed. Ty en ik, gelukkig samen, met onze luna om roedelfeesten te plannen, terwijl ik ook hielp in de crèche van de roedel. Onze toekomst, als we partners waren.
Hoewel ik zenuwachtig was, vloog de avond voorbij. Ty bleef de hele avond bij me, zelfs terwijl hij zijn sociale plichten als toekomstige bèta vervulde.
Hij was beleefd terwijl hij de bezoekende alfa's en hun dochters begroette, maar zorgde er wel voor dat zijn hand de hele tijd om mijn middel lag.
Net voor middernacht trok ik hem mee naar een lege gang en ging dicht tegen hem aan staan. Ik keek naar hem op.
Alles aan mijn vriend was aantrekkelijk, maar het mooiste waren zeker zijn ogen.
'Ty, ik hou meer van jou dan van wat dan ook ter wereld,' begon ik.
'Ik hou ook van jou, schatje,' antwoordde hij nonchalant.
'Als we uiteindelijk geen partners blijken te zijn-'
'We zijn partners. Ik voel het. Jij bent de ware voor mij, schat,' onderbrak hij me.
'Oké, maar als we dat niet zijn-' Ik legde snel mijn vinger op zijn lippen voordat hij me weer kon onderbreken. 'Als we dat niet zijn, wil ik dat je weet dat je het meest geweldige vriendje en de beste vriend bent die ik me ooit had kunnen wensen. Als je een andere partner hebt, blijf dan alsjeblieft mijn vriend. Ik wil dat nooit verliezen.'
Mijn stem trilde.
'Ik hou van je, Ty.'
Ik trok hem naar me toe voor een kus en drukte mijn borst tegen zijn lichaam. Ik gebruikte onze kus om al mijn gevoelens aan hem te tonen - hoezeer ik partners wilde zijn, hoe bang ik was om gescheiden te worden, hoeveel ik van hem hield.
Als dit de laatste kus was die we ooit zouden hebben, wilde ik er zeker van zijn dat al mijn gevoelens hem bereikten.
Na een moment stopte hij met zoenen, hij streek een plukje haar dat uit mijn paardenstaart was gekomen achter mijn oor.
'Kassi, ik zal altijd van je houden. Jij bent mijn hele wereld,' fluisterde hij.
Hij boog zich voorover om me weer te kussen en trok me nog dichter tegen zich aan toen we werden onderbroken door iemand die zijn keel schraapte. Ik sprong met rode wangen geschrokken bij Ty vandaan.
'Het is zover,' zei Rebecca.
We draaiden ons om en volgden Rebecca naar buiten. Hoewel het middernacht was, scheen de maan helder en verlichtte de open ruimte net buiten de ontmoetingsplaats.
Zoals de traditie voorschreef, stond er een verhoogd podium waar Ty voor het eerst van gedaante zou verwisselen. Ty zou precies om middernacht zijn wolf krijgen terwijl wij allemaal toekeken.
Langzaam voegden de rest van de roedel en de gasten zich bij ons, ze vormden een grote halve cirkel. Mijn handen begonnen te zweten, mijn hoofd zat vol met verwarde gevoelens.
Zodra de klok omsloeg, viel Ty op de grond en kreunde van de pijn. Binnen enkele seconden zou Ty officieel zijn partner kunnen vinden.
O Maangodin, wat als ik het niet was?














































