
Mijn Voor Altijd
Auteur
Sanobar Nadir
Lezers
159K
Hoofdstukken
9
Hoofdstuk 1
IRENE
Tien maanden... Het kostte me tien maanden om de moed te vinden om de plek te bezoeken die alles voor me betekende — de plek die al mijn mooie herinneringen bevatte. De plek die me bij hem bracht.
Toen ik daar voor het eerst naartoe verhuisde met mam en pap, wist ik niet dat de jongen met donkerblond haar en groene ogen die per ongeluk tegen me aan botste, op een dag mijn alles zou worden.
Om me daarna met niets achter te laten.
Als ik de bus wil instappen, glijdt mijn tas van mijn schouder en valt op de grindweg. Met een zucht buk ik om hem op te pakken, maar een andere hand is me voor.
Ik til mijn hoofd op en kijk recht in een paar bekende groene ogen.
We kijken allebei duidelijk geschrokken. Ik had geen moment gedacht dat vandaag de dag zou zijn dat ik hem na bijna een jaar weer zou zien... de dag dat ik op mijn zwakst ben.
De laatste herinnering die ik aan hem heb is van vorig jaar, toen hij de scheidingspapieren tekende en een einde maakte aan ons gelukkige leven samen.
Hij schraapt zijn keel en spreekt. „Hoi.“
Zijn zware stem brengt alle herinneringen terug die ik het afgelopen jaar diep in mijn hart verborgen heb gehouden.
„Hé,“ antwoord ik, terwijl ik mijn blik van hem afwend.
„Hoe gaat het met je?“ vraagt hij.
„Goed.“ Ik knik.
„Ga je naar huis voor Thanksgiving?“ Hij lacht even kort en ongemakkelijk, en probeert een praatje te maken.
Naar huis? Waar is mijn thuis? De kleine studio waar ik het afgelopen jaar alleen heb gewoond, of het lege huis dat op me wacht in het kleine stadje dat vroeger mijn thuis was?
Misschien ben ik daar zelf ook nog niet uit.
„Nee, ik ga erheen om wat onafgehandelde zaken te regelen,“ zeg ik wezenloos, terwijl ik mijn emoties wegstop, die altijd weer tot leven komen als ik bedenk hoe mijn leven binnen een paar maanden volledig op zijn kop werd gezet.
Omdat ik niet meer wil vertellen dan ik al heb gedaan, stap ik de bus in zonder nog naar hem om te kijken.
Hij volgt me naar binnen en gaat aan de andere kant van het gangpad zitten, een paar stoelen bij mij vandaan.
Ik merk dat hij stiekem naar me kijkt, maar ik kijk geen enkele keer naar hem.
Ik kan hem niet de schuld geven van de scheiding; we zaten allebei fout. Maar toch doet het pijn om te weten dat hij ons nooit de kans gaf om aan onze verschillen te werken.
Onze relatie kwam op de tweede plaats toen zijn werk zijn prioriteit werd, maar ik wilde nooit dat hij moest kiezen tussen zijn werk en mij. Ik weet hoeveel moeite hij heeft gedaan om de positie te bereiken waar hij nu in zit, maar ik heb ook een grens.
Toen mijn liefde hem begon te verstikken, besefte ik dat ik nergens meer voor kon vechten. Langzamerhand werd de relatie die we ooit koesterden een zware last voor ons allebei.
DANIEL
Hoeveel kan iemand veranderen in één jaar? Ze lijkt helemaal niet op zichzelf, alsof ik een compleet ander persoon zie in plaats van degene die ik al bijna mijn hele leven ken.
Haar ogen, die vroeger altijd een glinstering hadden alsof ze iets van plan was, kijken nu zo leeg. Ik kan me bijna geen moment herinneren dat er geen glimlach op haar lippen lag, maar nu lijken deze lippen niet eens meer te weten wat een glimlach is.
Ze was mijn alles, maar onze relatie kon de tand des tijds niet doorstaan en we groeiden uit elkaar. Eerlijk gezegd wilde ik nooit dat dit zou gebeuren, maar het lijkt erop dat ze mij heeft opgegeven. Dat ze ons heeft opgegeven.
Ze heeft geen enkele keer geprobeerd om contact met me op te nemen, en ik werd te veel verblind door mijn ego om haar de hand te reiken.
Toen ik besloot deze reis naar huis te maken, had ik nooit gedacht dat we elkaar zo onder ogen zouden komen na zo lang te zijn weggeweest. Maar ik ga niet liegen door te zeggen dat ik het afgelopen jaar helemaal niet aan haar heb gedacht.
Er waren talloze keren dat ik haar in een lege kamer riep, gewoon om me de klank van haar naam te herinneren, gewoon om de rust te voelen die haar naam in mijn hart bracht... Maar het maakte me alleen maar onrustiger.
Ik kan het niet laten om naar haar te kijken. Eén jaar... een heel jaar heb ik haar gezicht niet gezien, en nu ze voor me staat, lijkt al het andere onbelangrijk.
Ze is dicht bij me, maar toch zo ver weg.
Haar zien heeft alles echt gemaakt — de pijn, het verdriet, het verlangen — en de situatie raakt me met volle kracht: wat we ooit hadden is er niet meer.
We zijn niets meer dan twee vreemden die ooit hun leven aan elkaar beloofden, die beloofden elkaars hand vast te houden wanneer de tijden erom vroegen. Maar door omstandigheden zijn we helaas uit elkaar gegroeid.
Als een relatie stukloopt, is dat niet de schuld van één persoon. Beide mensen zijn verantwoordelijk voor het mislukken ervan.
Als zij liefdesverdriet had, kon ik niet gelukkig zijn. Als zij pijn had, dan huilde mijn hart ook.
Ik wilde nooit dat dit zou gebeuren, maar zij vocht ook niet om te redden wat we hadden. Het was alsof er niets meer voor haar over was in ons huwelijk.
Ik zweer dat als ze me ook maar één keer had verteld dat ze nog steeds van me hield, ik er alles aan gedaan zou hebben om bij haar te zijn.
Helaas was de liefde waarvan we dachten dat die onze kracht was, niet sterk genoeg om ons samen te houden.













































