
Onbekend Terrein
Auteur
Lezers
909K
Hoofdstukken
28
1: Verdwaald
DEMIRA
„Dit moet het zijn,“ zeg ik terwijl ik een kleine open plek met vier hutten op rijd. Mevrouw Brown woont in de grootste hut. Ze verhuurt de andere drie aan mensen zoals wij.
Ik kijk opzij naar mijn beste vriendin, Laura. Ze heeft het niet makkelijk gehad. Vorig jaar is haar zus Christina overleden. Ze waren heel hecht.
En een maand geleden heeft haar vriend het uitgemaakt. Ze waren zes jaar samen. Hij verliet haar voor een oudere vrouw op zijn werk. Ik had haar nog nooit zo gebroken gezien. Ze was ervan overtuigd dat hij de ware was.
Zelf was ik amateurfotograaf. Maar ik was het zat om in een dierenwinkel te werken en fotografie er maar bij te doen. We waren allebei toe aan iets nieuws in ons leven. Daarom besloten we mijn droom waar te maken. We gingen wilde dieren fotograferen in Alaska.
Laura heeft een kleine glimlach op haar gezicht. „Je ziet er ontspannen uit,“ zeg ik. Ze knikt en neuriet instemmend.
„Laten we gaan,“ stelt ze voor. We pakken onze koffers en lopen naar het huisje. Daar wacht mevrouw Brown op ons met de sleutels.
Het is november en de temperatuur is net onder het vriespunt. Er begint wat lichte sneeuw te vallen en ik voel me opeens erg gelukkig.
De winter is altijd al mijn favoriete seizoen geweest. De koude dagen gecombineerd met de zon vind ik het allerfijnst.
Nadat mevrouw Brown ons heeft binnengelaten en teruggaat naar haar eigen hut, steken wij de open haard aan. Dit maakt het huisje meteen lekker knus.
We maken een fles wijn open en proosten op ons nieuwe leven. Daarna brengen we de avond door met uitpakken en grapjes maken.
Uiteindelijk trekken we een comfortabele pyjama aan en schenken we onze wijn nog eens in. Dan gaan we lekker zitten voor een aflevering van Vikings.
Na onze serie besluiten we ons klaar te maken voor bed. We willen vroeg opstaan. We hebben namelijk een lange wandeling op de planning staan.
We schrikken van een harde knal.
Terwijl we elkaar met grote ogen aankijken, begint er buiten iets te grommen.
We sluipen naar het raam en zien een grote bruine beer. Hij zoekt door de vuilnisbakken. Mevrouw Brown had ons aangeraden om 's nachts niet naar buiten te gaan. Nu snappen we waarom. Alaska is 's nachts een gevaarlijke plek.
***
De volgende dag zijn we al heel vroeg op pad.
We hebben allebei een zware rugzak met alles wat we nodig hebben voor een lange wandeling. We hebben voor de zekerheid zelfs een kleine tent bij ons. En mevrouw Brown heeft ons een spray meegegeven. Die moet wilde dieren op afstand houden.
We spotten veel mooie vogels, een aantal rendieren en zelfs een lynx. De SD-kaart van mijn camera is binnen de kortste keren vol. Gelukkig heb ik er meerdere meegenomen.
We komen uit in een prachtig bos, waar we een eland zien. Het is koud. De bevroren takken en het mos vormen samen met de dieren een mooi plaatje.
Ineens merk ik dat het steeds donkerder wordt. Het is veel later dan ik dacht. We zitten waarschijnlijk al in de problemen door het donker.
Laura pakt haar telefoon om de snelste weg terug naar de hut te vinden. Maar ze heeft geen bereik. Zenuwachtig check ik mijn eigen telefoon. Niets.
Shit. We hadden een offline kaart moeten downloaden.
We besluiten een pad te nemen waarvan we denken dat het de juiste is. Maar ik merk dat we allebei een beetje gespannen raken.
„En ik dacht nog wel dat we ons goed hadden voorbereid,“ mompel ik terwijl we onszelf door het bos slepen.
„Ik dacht niet dat we die tent echt nodig zouden hebben, maar nu denk ik daar anders over. En ik wed dat het vannacht ijskoud gaat worden,“ zegt Laura.
„Stop,“ zeg ik, en ik houd mijn vinger voor mijn lippen om haar stil te laten zijn. Laura beweegt haar mond in een „wat?“-gebaar en kijkt om zich heen.
En dan horen we het gegrom.
Laura kijkt langs me heen en haar ogen worden groot. Ze wijst met haar vinger achter me en fluistert: „Wolf.“
Ik draai me om en zie een enorme grijze wolf. Hij staat op een paar honderd meter afstand.
Shit, dit is niet goed.
We staan allebei doodstil. We hopen dat de wolf zich omdraait en weggaat. Maar dan horen we nog een grom rechts van ons. We zien daar nog een wolf staan.
Het lijkt alsof ze ons omsingelen.
Als ik beter kijk, zie ik iets vreemds. Ze zien er niet uit als normale grijze wolven.
Ze zijn groter. Veel groter.
Ze zien er bijna hondsdol uit. Hun ogen lijken rood en het kwijl drupt uit hun bekken. Ze klappen allebei met hun kaken en beginnen op ons af te draven.
Laura pakt mijn hand vast en we rennen weg. Ik haal de dierenspray uit mijn jaszak en houd hem klaar. Als ik achter me kijk, zie ik dat ze snel dichterbij komen.
„SNELLER! SNELLER!“ roep ik naar Laura terwijl we door het bos sprinten.
Ineens staan er nog meer wolven voor ons. We stoppen zo plotseling dat we allebei over elkaar heen op de grond vallen.
Twee van de nieuwe wolven springen over ons heen. Ze beginnen te vechten met de twee wolven die ons achtervolgden. De hondsdolle wolven zijn niet opgewassen tegen de nieuwe. Al snel liggen ze dood in een bloederige hoop op de grond.
„Ren, Laura! Ren!“ zeg ik terwijl we overeind krabbelen.
Achter me probeert een wolf mijn enkel te grijpen. Ik spuit wat dierenspray in zijn gezicht en blijf rennen. Ik hoor gejank achter me, maar ik probeer me te focussen op Laura.
Dan voel ik iets in mijn nek prikken. Ik breng mijn hand omhoog en trek een klein pijltje uit mijn huid.
„Shit,“ zeg ik, en ik kijk even naar Laura. Ze kijkt me aan met grote ogen en heeft haar hand in haar nek.
Het verdovingsmiddel werkt snel en ik zak door mijn knieën. Ik probeer naar Laura toe te kruipen, maar mijn lichaam werkt niet meer mee. Een grote hand grijpt mijn nek beet. Ik kijk in de ogen van... een naakte man? Wat?
„Wie ben jij?“ snauwt hij. Dan snuffelt hij aan me en zegt: „Je bent een mens.“
Hij kijkt over zijn schouder naar achteren. Dat is het laatste wat ik zie voordat het helemaal zwart voor mijn ogen wordt.









































