
Ontsnappen aan het lot Boek 3
Auteur
Lezers
76,7K
Hoofdstukken
30
Een Nieuwe Start
ADIRA
TIEN JAAR LATER
Er zijn tien jaar verstreken sinds Roman ons verliet, en het is elf jaar geleden dat ik de leiding kreeg over de Lunar Sun Pack en Coven.
Nadat we afscheid namen, zocht ik troost bij Dominic terwijl Romans kamer werd leeggehaald, waarbij we alleen zijn favoriete speeltje en een paar shirts achterlieten, die netjes in een doos in mijn kledingkast werden gestopt.
Sinds mijn terugkeer is het alleen maar werken geblazen en heb ik geen plezier meer gemaakt. Ik heb niet naar een geliefde gezocht—ik had alleen af en toe losse scharrels—en ben ook niet echt op zoek naar een partner.
Travis vond zijn mate een paar jaar geleden, maar wees haar af omdat ze de ex van Adrian was. Hij is nu vader van een jongen, die net zo lief als grappig is.
Mijn broer zoekt de laatste tijd zijn grenzen op, maar Dominic pakt dat aan.
Aiden vond een paar maanden geleden zijn tweede mate—Mandy, een lieve en warme vrouw die vroeger een slaaf was en die ik heb mogen redden. Ik heb geregeld dat ze in een huis net buiten het roedelhuis konden gaan wonen.
Alyana en Carson houden op dit moment afstand van mij. Ons laatste gesprek eindigde in een zware ruzie nadat Alyana werd betrapt op het stiekem mee naar binnen nemen van jongens en zij mij de schuld gaf van de dood van mijn zoon.
Ondanks dit alles zijn Travis en ik nog steeds heel hecht, ook al zijn we niet meer intiem. Hij is een van de weinige mensen die ik vertrouw, maar ik weet helaas maar al te goed dat hun tijd beperkt is.
Ik ben onsterfelijk, wat betekent dat iedereen om wie ik geef, uiteindelijk zal sterven.
Ik kom uit bed en kijk naar mezelf in de spiegel terwijl ik diep ademhaal. Ik bind mijn donkerblauwe haar in een hoge paardenstaart waarbij ik twee plukjes langs mijn gezicht laat hangen, en doe daarna een dun lijntje eyeliner en wat matte rode lippenstift op.
Ik loop naar mijn kledingkast en kies een geplooide leren rok versierd met kruisjes, een zilveren kettingriem met een zwarte maanbedel en een strakke, zwarte coltrui met lange mouwen.
Na het aankleden doe ik een zilveren choker en een heleboel ringen om, en trek ik een netpanty en zwarte laarzen met hakken aan.
Ik loop naar mijn kantoor en begin een stapel papieren door te nemen. Wanneer één daarvan mijn aandacht trekt, pak ik hem eruit en ga ik rustig zitten om hem te lezen.
Aan de Lunar Sun Coven/Pack,
Ik ben Second Eric Manuels van Midnight Sun. We hebben onlangs een oud verdrag met jullie coven gevonden. Dit verdrag is van vóór de toevoeging van de roedel.
We willen dit verdrag graag opnieuw bekijken. We hopen zo een alliantie te sluiten. Daarom nodig ik u en uw second uit om ons land te bezoeken.
Ik hoop dat u het begrijpt, maar we laten geen wolven toe op ons land. Dit komt door recente aanvallen. Laat ons alstublieft weten of u wilt langskomen. Dan regelen wij dat met plezier. Ik kijk uit naar uw reactie.
Met vriendelijke groet, Eric Manuels
Ik ben in diepe gedachten verzonken en lees de brief nog een keer door wanneer Travis binnenkomt met een kop koffie en aan zijn bureau gaat zitten. Hij begint zijn eigen papierwerk door te nemen.
„Wanneer is dit binnengekomen?“ Ik geef hem de brief en hij leest hem snel door.
„Ik denk dat het een paar dagen geleden is bezorgd,“ antwoordt hij, terwijl hij achterover in zijn stoel leunt. „Denk je erover om te gaan?“
„Wat weten we over de Midnight Sun Coven?“
Hij tikt met zijn vingers op de armleuning. „Niet veel. Het is een grote, overwegend neutrale coven. Hun koning is een mysterie, alleen zijn second is bekend. Ze kijken neer op wolven en beschouwen ons als minderwaardig. Dat is het wel zo'n beetje.“
„Wanneer hebben we wat vrije tijd?“ vraag ik met over elkaar geslagen armen.
Hij grijnst naar me, duidelijk geamuseerd, en bladert dan door zijn agenda. „Je hebt over een paar weken een gat van ongeveer drie weken. Wie wil je meenemen?“
„Wie is volgens jou op dit moment de beste vechter in de coven?“ Ik lach terug.
„Hmm. Dat is waarschijnlijk Mason Draco. Sinds we hem hebben opgenomen, heeft hij laten zien dat hij erg sterk is. Hij heeft alleen wel een beetje een kort lontje.“
„Mason Draco, kun je alsjeblieft naar mijn kantoor komen?“ Ik stuur het bericht via de mentale link van de roedel en coven.
Travis gaat rechtop zitten en neemt een slok van zijn koffie, terwijl ik opsta en mijn kleding rechttrek voordat ik naar de voorkant van mijn bureau loop. Ik spring erop, ga op de rand zitten en sla mijn benen over elkaar.
Na ongeveer twintig minuten wordt er op de deur geklopt.
„Binnen,“ roept Travis, terwijl hij een stapel papieren pakt.
Een man stapt binnen, en zodra hij me ziet, knielt hij uit respect.
„Mason, hoe lang ben je nu bij ons?“ vraag ik, waarbij ik mijn stem vriendelijk houd.
Hij staat op. Hij is zo groot dat ik er klein bij lijk.
Hij is met zijn twee meter enorm lang, en heeft steil, schouderlang haar in de kleur van donkere chocolade, dat hij vooral naar één kant draagt. Zijn scherpe jukbeenderen en dunne lippen omlijsten gouden ogen met een rode kern, een duidelijk teken dat hij een hybride is.
Aan het ene oor hangt een zilveren oorbel met een kruisje dat tot zijn nek komt. In het andere oor zit een zwart knopje.
„Ik ben hier nu ongeveer een jaar,“ antwoordt hij.
Zijn stem is zo zacht als fluweel, en hij lijkt niet bang voor me te zijn, wat een glimlach op mijn gezicht tovert.
„En hoe bevalt het hier?“ vraag ik, terwijl ik met gestrekte armen achterover leun op mijn handen.
Ik neem zijn verschijning in me op terwijl hij zijn aandacht richt op Travis, die stiekem een mentale link met hem probeert te leggen. Masons lichaam is slank, maar zijn spieren zijn duidelijk zichtbaar. Hij is gekleed in een zwarte tanktop—met zulke wijde armgaten dat je zijn ribbenkast kunt zien—en een bladgroene skinny jeans met zwarte laarzen. Zijn handen en een deel van zijn ribben zijn versierd met tatoeages.
Als hij merkt dat ik naar hem kijk, lacht hij zelfverzekerd.
„Het is heel anders dan mijn oude coven,“ geeft hij toe. „Niet beledigend bedoeld, maar de mannen hier bestaan alleen maar uit spieren, en de vrouwen roddelen maar wat graag.“
„Ik voel me niet beledigd. Ik heb door de jaren heen meerdere keren geprobeerd om het drama met de vrouwen aan te pakken,“ antwoord ik met een blik op Travis. „Geloof het of niet, maar het was nog erger toen ik hier net woonde met mijn eerste mate.“
„Is dat waarom je me nodig hebt?“ vraagt Mason met een verwarde blik.
Ik giechel en Travis grinnikt.
„Eigenlijk heb ik een taak voor je,“ zeg ik op strenge toon. Mason gaat direct rechtop staan door mijn veranderde houding. „Ik heb geen second, alleen een bèta, aangezien niemand hier door bloed gelijk aan mij is.
„Travis vertelt me dat jij onze beste vechter bent. Is dat waar?“
Hij lacht zachtjes. „Dat denk ik wel. Niemand in de coven kan me verslaan, en het ontbreekt de wolven aan strategie tijdens gevechten. Allemaal spierballen, geen hersens.“
Travis rolt met zijn ogen door Masons opschepperij.
„Mason, hoe zou je het vinden om met mij mee te gaan naar een andere coven? Voor een paar dagen, misschien langer. Ik heb een vampier aan mijn zijde nodig, omdat wolven niet zijn toegestaan.
„En eerlijk gezegd weet ik niet precies wat me daar te wachten staat. Maar ik ben wel nieuwsgierig naar de kans op een nieuwe alliantie.“
Terwijl hij over mijn voorstel nadenkt, knik ik naar Travis. Travis staat lachend op en loopt naar de deur. We weten allebei dat Mason ja zal zeggen.
„Alleen wij tweeën?“ vraagt Mason wanneer Travis de kamer verlaat om mijn vertrek voor te bereiden.
„Precies. Jij bent daar mijn enige bondgenoot en ik heb iemand nodig die eerlijk tegen me durft te zijn. Te veel mensen hier praten me alleen maar naar de mond, uit angst om het oneens te zijn of me boos te maken.
„Travis zei dat je een kort lontje hebt, en ik moet toegeven dat ik je juist daarom erbij wil hebben,“ zeg ik, terwijl ik van het bureau spring en op Mason afloop.
Hij grijnst. „Denk je dat je zo lang van me af kunt blijven?“ plaagt hij, terwijl hij op zijn lip bijt.
Ik grijns naar hem op. Mijn hoofd komt nauwelijks tot zijn schouders. Ik ben maar één meter vijfenzestig, dus hij torent ver boven me uit.
„Zou je dat willen dan?“ kaats ik terug op een flirterige toon.
„Wat?“ stottert hij, duidelijk verrast door mijn brutaliteit, en hij haalt een hand door zijn haar.
Ik merk dat zijn blik me volgt als ik lachend terug naar het bureau slenter, om er vervolgens op te springen, mijn benen een beetje te spreiden en mijn handen ertussen te leggen.
„Je hebt vast de geruchten over mijn minnaars gehoord,“ zeg ik onverschillig, terwijl ik mijn schouders ophaal.
„Ik bedoel, ja,“ geeft hij wrijvend in zijn nek toe. „Maar ik dacht dat het alleen maar geruchten waren. De meeste gingen over jou en de bèta, of de hoofdjager, dus ik dacht dat mensen maar wat aannames deden.“
Ik wenk hem om bij me te komen staan.
„Nou, dat is oud nieuws,“ beken ik. „Ik ben al jaren niet meer met hen naar bed geweest. Toen ik net luna werd, heb ik het een paar maanden met allebei gedaan. Ze wisten het van elkaar en we zijn hecht gebleven.
„Maar toen mijn zoon werd vermoord door de voormalige mate van de Blood Moon Alpha—uit jaloezie, omdat haar mate haar voor mij wilde afwijzen, hoewel ik hem helemaal niet wilde—heb ik er een punt achter gezet.
„Sindsdien wil ik niet meer aangeraakt worden, behalve als ik loops ben,“ leg ik uit.
Hij kijkt me aan en neemt mijn woorden in zich op. Ik leun weer naar achteren om mijn rug te ontspannen.
„Dus je hebt officieel met niemand een relatie?“ doorbreekt hij eindelijk de stilte.
„Nee, en ik ben ook niet op jacht. Ik ben alleen zo eerlijk omdat je me, om eerlijk te zijn, wel intrigeert,“ antwoord ik op een luchtige en bescheiden toon.
„Vind je het erg dat ik ooit een mate heb gehad?“
„Eerlijk gezegd? Je eerdere relaties boeien me echt helemaal niets, ik heb zelf ook een mate gehad.“ Ik pak de brief van mijn bureau en reik hem aan, in de hoop dat hij begrijpt wat onze volgende stap is.
Hij leest hem snel door en geeft hem dan terug.
„Oké… Maar maak je je geen zorgen over wat ik ben?“ Zijn stem is zwaar maar rustgevend, en ik lach naar hem voordat ik mijn ogen van hun normale paarse kleur naar een mix van kleuren verander, en ten slotte naar rood. Hij grinnikt, nu hij herinnerd wordt aan mijn hybride aard.
„Ik oordeel niet over mensen op basis van wat ze zijn. Ik ben opgegroeid met een hybride moeder en een koninklijke vader. Koning Dominic is de vader van mijn broers en zus en wil mijn minnaar zijn, en mijn eerste mate was net als mijn zoon een hybride.“
Ik sla mijn benen over elkaar en leg mijn handen in mijn schoot. Hij observeert me terwijl ik beweeg, waarbij zijn blik op mijn dijen blijft hangen als mijn rok iets omhoog kruipt. Hij bijt op zijn lip terwijl hij me in zich opneemt.
„Hebben we vandaag nog iets op de planning staan?“ vraag ik mentaal aan Travis.
„Nee… Ik wist wel dat je een oogje op hem had!“ plaagt hij via onze mentale connectie. „Ik had hem al gewaarschuwd voor jouw onvoorspelbare gedrag toen ik zag dat hij hetzelfde deed.“
Ik spring van mijn plek en stop een losse pluk van Masons haar achter zijn oor. Hij observeert me behoedzaam, alsof hij bang is dat ik zal uithalen als hij een verkeerde beweging maakt.
Ik glimlach naar hem en streel met mijn vinger langs zijn wang, waarbij onze gezichten dicht genoeg bij elkaar zijn om elkaars adem te voelen, maar we raken elkaar niet aan. Onze blikken kruisen elkaar, en hij slaat zijn armen om mijn middel.
Ik knabbel zachtjes op zijn lip en laat mijn voorhoofd tegen het zijne rusten. „Is dit wat je wil?“ vraag ik, om er zeker van te zijn dat ik hem niet onder druk zet.
„Ja,“ antwoordt hij, en trekt me in een kus die wanhopig en dringend voelt. Zijn kussen zijn intens en overheersend. Hij drukt zijn nagels in mijn dij terwijl zijn andere hand mijn nek vasthoudt.
„Volg mij,“ zeg ik terwijl ik opsta, zijn hand pak en hem de kamer uit leid.
Hij zegt geen woord en laat zich simpelweg door het huis leiden. Verschillende covenleden zien ons en kijken verrast op. Normaal gesproken ga ik niet met hun mannen om, maar deze was te verleidelijk om te weerstaan.











































