
Returning to the Bad Boys (Nederlands)
Auteur
Lisa Rhead
Lezers
942K
Hoofdstukken
35
Hoofdstuk 1.
HAYDEN
Boek 3:Terug naar de Bad Boys
Ik pakte nog een toffee en stopte hem in mijn mond. Ik kauwde er snel op. Het hielp niet echt tegen de pijn in mijn arm. Ik probeerde de pijn te negeren zonder meer pillen te slikken.
Ik wachtte tot Tayla zou komen. Aan haar denken was het enige wat me op de been hield.
Een verpleegster kwam binnen met een vriendelijke glimlach. Voor ik Tayla leerde kennen, had ik misschien geprobeerd haar te versieren, hier in het ziekenhuisbed.
'Mag ik even kijken hoe het gaat?' vroeg ze zachtjes.
'Ga je me prikken?' grapte ik half.
Ze lachte en schudde haar hoofd. Ik keek toe terwijl ze dichterbij kwam. Ze bewoog alsof ze precies wist wat ze deed.
Ze bekeek mijn verband. Daarna nam ze mijn bloeddruk op aan mijn goede arm. Ik rook haar parfum en zag haar glanzende lippen, maar het deed me niets.
Ik wilde alleen Tayla.
Ze stak een thermometer in mijn oor. Toen glimlachte ze weer. 'Heb je nog iets nodig?' vroeg ze.
Ik schudde mijn hoofd.
'Je kunt waarschijnlijk morgenochtend naar huis,' vertelde ze me.
'Mooi,' zei ik, me wat opgelucht voelend.
'Hoe ben je in je arm geschoten?' vroeg ze nieuwsgierig.
'In een bordeel,' zei ik droogjes.
Ze werd vuurrood en maakte dat ze wegkwam. Ik at nog een toffee. De zoete smaak verdoofde even de pijn in mijn arm.
Ik bewoog mijn vingers en voelde een steek door mijn hand. Ik liet me achterover zakken op het kussen en staarde naar het plafond.
Waarom duurde het zo lang?
Misschien waren ze aan het vrijen. Ik kon het ze niet kwalijk nemen.
Als ik thuis kwam, zou ik hetzelfde doen met Tayla. Mijn kaak verstijfde door de pijn in mijn arm. Ik merkte dat mijn toffees op waren.
Misschien kon de verpleegster me er meer brengen?
Ik hoorde zware voetstappen en wist dat het Walker was.
Eindelijk.
Ze hadden er lang over gedaan.
Ik fatsoeneerde mijn haar en ging rechtop zitten toen Walker binnenkwam.
Er klopte iets niet.
Dat voelde ik meteen.
Hij keek me niet aan. Ik keek om hem heen, maar Tayla was er niet.
Ik hoorde mensen weglopen. Hun voetstappen klonken gehaast en verontrustend.
'Waar is ze?' vroeg ik dwingend.
Walkers mond bewoog, maar er kwamen geen woorden uit.
Had hij gehuild?
Walker huilde nooit.
'Weg,' zei hij uiteindelijk schor.
'Is ze weer weggelopen?' vroeg ik verbaasd.
Hij schudde zijn hoofd. 'Ze is dood.'
Ik hapte naar adem en keek hem woedend aan. 'Dat is niet grappig,' zei ik.
'Er was een grote explosie onder het huis. Tayla was binnen,' zei hij, diep bedroefd.
Walker begon te huilen, en ik hoorde mijn hart tekeer gaan.
Hij maakte geen grap.
Ik schudde mijn hoofd. 'Nee!' schreeuwde ik.
'Ze vonden haar lichaam in het huis. In stukken,' huilde hij.
'Je liegt!'
Zonder me iets van de pijn in mijn arm aan te trekken, stapte ik uit bed en liep naar hem toe. Ik greep zijn armen en schudde hem hard door elkaar.
'Waar is ze?' zei ik woedend.
Walker voelde zwaar aan terwijl ik hem vasthield, wanhopig op zoek naar antwoorden.
'Weg... ze... is weg,' huilde hij.
Mijn ogen vulden zich met tranen en ik klemde me nog steviger aan hem vast. 'Nee! Walker, maak dit in orde. Maak dit nu in orde!' schreeuwde ik.
Eindelijk keek hij me aan, zijn gezicht nat van de tranen. 'Dat kan ik niet,' huilde hij.
'Nee!'
Ik was zo woedend dat ik een ziekenhuistafeltje omver gooide en het gordijn bij mijn bed naar beneden trok. 'Haal me hier weg!' snauwde ik tegen hem.
Hij knikte en pakte mijn goede arm. Hij loodste me door het ziekenhuis. Een verpleegster gaf Walker een tas toen we langsliepen, en we gingen naar buiten.
Hij bracht me naar zijn jeep en we stapten in. We waren doodstil.
We zaten even. Walker veegde zijn gezicht af. 'Wie heeft dit gedaan?' vroeg ik woedend.
'We weten het niet. De politie onderzoekt het,' zei hij, diep bedroefd.
'Waar is Dominic?'
'Ik weet het niet.'
'Verdomme! Weet je dan helemaal niks?'
Walker bewoog razendsnel en duwde me tegen het raam. 'Het enige wat ik weet is dat ik net de vrouw van wie ik hou kwijt ben en als je me blijft pushen, zweer ik dat ik je vermoord!' zei hij woedend.
Hij duwde me hard tegen het raam voor hij terugweek en de jeep startte. Hoewel ik woedend was, wist ik dat ik Walker beter niet nog bozer kon maken als hij zo was.
Dit soort woede was als een slapende vulkaan.
Eén klein ding en hij zou uitbarsten.
Ik zat stil en boos terwijl Walker ons naar een goedkoop motel buiten de stad reed. Hij parkeerde en nam een kamer. Ik volgde hem naar een groene deur op de begane grond.
Hij ontgrendelde de deur en duwde me bijna naar binnen voor hij zelf binnenkwam. De kamer was klein, met twee grote bedden en een piepkleine badkamer.
'Ik ga erop uit om spullen te halen die we nodig hebben,' zei Walker zachtjes.
'Ik ga mee?' zei ik.
'Nee!'
Hij keek me aan. 'Blijf hier en rust uit. Ik moet Dominic vinden en terugbrengen.'
Ik knikte, hoewel ik het er niet mee eens was.
Walker vertrok zonder nog iets te zeggen, en ik liep naar een van de grote bedden en ging zitten.
Het kon niet waar zijn.
Tayla kon niet dood zijn.
Ik keek naar de tas die Walker uit het ziekenhuis had meegenomen en liep ernaartoe. Ik vond de pijnstillers erin. Ik haalde twee pillen uit de strip en ging naar de kleine badkamer.
Ik vulde een glas met water en slikte de pillen door.
Ik ging terug naar het bed en ging zitten.
Tayla?
Ik sloot mijn ogen en zag haar gezicht voor me.
Ze kon niet weg zijn.
Niet mijn meisje.
Ik zat daar, starend in het niets, tot ik tranen op mijn gezicht voelde.
Verdomme.
Ik huilde nooit.
Ik ging op mijn goede arm liggen en krulde me op op het bed. Mijn borst deed pijn.
Was dit hoe het voelde als je hart brak?
Ik zat daar tot ik me misselijk voelde. Toen rende ik naar de badkamer en kotste in de wc.
Tranen stroomden over mijn gezicht en ik schreeuwde het uit van woede. Mijn schreeuw echode door de badkamer.
Ik stond op en liep naar de spiegel aan de muur. Ik schreeuwde en sloeg de spiegel aan diggelen.
Ik deinsde achteruit toen ik iets scherps in mijn huid voelde. Ik keek omlaag en zag een stuk glas in mijn hand. Ik trok het er langzaam uit. De pijn voelde op een vreemde manier goed.
Bloed stroomde uit de snee en druppelde in de witte wasbak.
Het kijken naar de druppels had een vreemd kalmerend effect.
Bloed moest eruit.
De enige rust die ik kende was pijn voelen of anderen pijn doen.
Ik keek naar mijn bleke gezicht in de spiegel. Ik staarde in mijn eigen blauwe ogen en zag daar duisternis.
Ik zou pijn lijden.
Ik leed pijn.
Iemand anders zou pijn lijden.
Ik moest uitvinden wie dit had gedaan.
Mijn arm deed verschrikkelijk pijn en ik klemde mijn kaken op elkaar van woede.
Ik ging terug de kamer in en liet me achterover op het bed vallen.
Ik was vastbesloten - ik zou alle overgebleven Black Skulls-leden opsporen en martelen tot ik erachter kwam wie dit had gedaan.
Het moesten zij wel zijn. Wie anders zou ons huis aanvallen?
Ik zou degene vinden die dit had gedaan en ervan genieten om hem vreselijk te laten lijden.
Ze zouden boeten voor het wegnemen van het enige dat ooit zin had in mijn leven.
Het enige goede in deze slechte wereld.
Tayla.
Toen ik aan haar mooie groene ogen en brede glimlach dacht, voelde ik de tranen weer opkomen.
Het idee dat ik haar nooit meer zou vasthouden maakte me misselijk.
Ik keek naar mijn bloedende hand en zag dat hij nog steeds bloedde. Ik trok snel mijn shirt uit.
Ik wikkelde het om mijn hand en leunde achterover op het bed. Mijn gedachten raasden.
Ik zou iedereen die had geholpen Tayla van me af te pakken laten boeten.
Ik zou ervoor zorgen dat ze leden.
Ik zou ze laten bloeden.
Ik zou genieten van elke schreeuw en kreet van pijn.
Mijn ogen voelden zwaar en ik vroeg me af of de pijnstillers begonnen te werken.
Als mensen dachten dat ik nu gek was, zouden ze nog versteld staan.
Ik zou me niet inhouden.
Ik zou het monster loslaten dat Walkers vader van me had gemaakt.
Want dat was wat ik echt was - een monster.
En Tayla was de enige die het ooit in bedwang kon houden.
Maar nu was ze weg.
Ik zou wraak nemen en niets, helemaal niets zou me tegenhouden.
En als ik klaar was met mensen pijn doen, zou ik naar het bos rijden, mijn pistool gebruiken, en eindelijk bij haar zijn.
















































