
De voorspelling: Pinespoint
Auteur
H. Knight
Lezers
600K
Hoofdstukken
39
Hoofdstuk 1.
IVY
Pinespoint, Texas. Een plek zo klein dat je 'm met een vergrootglas op de kaart moet zoeken.
Waarom ik juist hier was neergestreken? Geen idee. Na een week twijfelde ik nog steeds of het een goede keuze was geweest. Maar het lag in het zuiden en ver van Californië, en dat beviel me wel. Ik was blij dat ik voor het platteland had gekozen, na jaren in de stad en twee jaar op een Hawaiiaans eiland. Die plekken waren niks voor mij, dus misschien was ik wel voorbestemd voor het boerenland.
En dit was een prima plek om dat idee eens uit te proberen.
Het dorp lag op zo'n kwartier rijden. Ik was er na mijn verhuizing heen gereden voor wat boodschappen. Dat was drie dagen geleden.
Nu had ik weer eten en andere spullen nodig. Maar bovenal zocht ik iemand om mijn huis op te knappen. De dorpswinkel leek me de aangewezen plek om hulp te vinden.
Ik parkeerde mijn auto langs de weg en stapte de winkel binnen. Het was begin november en de herfst had zijn intrede gedaan. De winter stond voor de deur, en mijn hut moest klaar zijn voordat de sneeuw zou vallen.
De lucht was kil. Bladeren bedekten de onverharde straten van het centrum, dat uit niet meer dan één huizenblok bestond. Aan de overkant lag een park, met daarachter het bos.
Overal zag ik bomen, gevallen bladeren, wat groen gras, grind en aarde. Ik verlangde nu al naar de lente, als ik hier tenminste zo lang zou blijven.
Het dorp was uitgestorven, net als bij mijn eerste bezoek. Toen was ik er vlak voor sluitingstijd en was ik de laatste klant, op de winkelbediende na. Ik vroeg me af of het altijd zo rustig was of dat het aan het seizoen lag. Het was jachttijd, maar ik zag geen jagers of wild in de buurt van mijn hut.
De kou deed me huiveren en ik trok mijn spijkerjack strakker om me heen. Ik had het altijd koud, zelfs op Hawaii. Misschien lag het aan mijn bloedsomloop, of aan wat me was overkomen. Ik wist het niet zeker, maar vroeger had ik het niet zo koud. Voor mijn huwelijk had ik het altijd warm, maar mijn man had daar verandering in gebracht.
De bel rinkelde toen ik de winkel binnenstapte, die een beetje muf maar schoon rook.
'Goedendag, juffrouw,' zei een oudere man achter de enige toonbank voorin de winkel.
'Hallo,' zei ik terwijl ik naar hem toe liep.
Hij droeg een versleten spijkerbroek, laarzen en een geruit overhemd met lange mouwen. Hij was al wat ouder - eind dertig, schat ik. Hij had een blauw gevlekt schort aan met 'dorpswinkel' in rode letters erop en een brede glimlach op zijn gezicht.
'Waarmee kan ik u van dienst zijn?' vroeg hij. Zijn zuidelijke accent klonk aangenaam en toverde een glimlach op mijn gezicht.
'Eh, ik vroeg me af of u misschien klusjesmannen kent? Ik heb de hut aan de Stuart Drive gekocht en er moet nog wat aan gebeuren voor de winter invalt,' zei ik.
'Juffrouw, dan hebt u een wonder nodig!' Hij lachte, en ik lachte mee. 'Die krot staat al drie jaar leeg; ze zouden 'm moeten slopen,' zei hij.
'Ja, maar ik heb geen tijd om een nieuwe hut te bouwen voor de winter. Ik dacht dat ik met wat kleine reparaties de winter wel door zou komen, en dan later de grote klussen aan te pakken,' zei ik.
Hij had gelijk, de oude vervallen hut stond op instorten en maakte vreemde geluiden, overdag én 's nachts. Ik had gepoetst en geschrobd, maar het zag er nog steeds smerig uit en stonk.
'Tja, u zou een plan B achter de hand moeten houden. Maar ik raad u Ellison Montgomery aan. Hij heeft de meeste huizen hier in Pinespoint gebouwd en opgeknapt,' zei de man.
'Oké.' Ik knikte. Hij pakte een stuk papier van de toonbank en krabbelde er een nummer op voordat hij het aan mij gaf. 'U ziet hem misschien zo. Ik heb hem vanochtend gebeld over een bestelling uit Dallas,' zei hij.
'Ik moet nog wat boodschappen doen, dus wie weet kom ik hem tegen,' zei ik tegen de man voordat ik een winkelwagentje pakte en door de winkel liep.
Ik vulde het wagentje met houdbaar voedsel, omdat ik niet zeker wist of de elektriciteit goed werkte. 's Nachts viel die steeds uit. Ik wilde geen risico nemen of geld verspillen.
Geld was niet echt een probleem. Mijn vader had ervoor gezorgd dat ik na mijn scheiding genoeg had, maar ik hield er niet van om zijn geld te gebruiken. Ik moest er eens over nadenken om binnenkort een baan te zoeken. Ik haatte het om zijn slechte geld te gebruiken.
Ik liep naar de voorkant van de winkel en zag een lange, gespierde man praten met de kassier. Hij droeg een zwart t-shirt dat zijn spieren accentueerde, een oude zwarte spijkerbroek en grote laarzen. Zijn haar was kortgeknipt, militair style. Hij zag er knap uit.
'Juffrouw, dit is Ellison Montgomery,' zei de kassier, wijzend naar de gespierde man.
Ellison draaide zich naar me toe met een vriendelijke glimlach. Zijn blauwe ogen keken me aan voordat hij zijn hand uitstak. Ik schudde zijn hand, en zijn grote hand omsloot de mijne moeiteloos.
'Aangenaam kennis te maken, juffrouw,' zei hij, met een zwaar accent.
Ik was nog steeds aan het wennen aan de manier van praten hier, maar ik vond het nu al leuk. Vooral als knappe mannen zoals hij zo praatten.
'Insgelijks, meneer,' zei ik, terwijl ik mijn hand terugtrok uit zijn stevige greep.
'Noem me alsjeblieft Eli.' Hij glimlachte.
'Eli,' zei ik, knikkend.
'En u bent?' vroeg hij.
'Ivy,' zei ik, glimlachend.
'Ivy,' zei hij, en gaf me nog een brede glimlach. Jeetje, wat was hij aantrekkelijk.
Maar ik had het gevoel dat hij niet in mij geïnteresseerd was. Ik kon het hem niet kwalijk nemen. Het voelde alsof ik hem kende, of dat hij familie was, maar ik wist dat dat niet waar was.
'Ik hoor dat u die oude hut aan de Stuart Drive hebt gekocht,' zei hij, met zijn lippen op elkaar geperst. 'Die bouwval staat op instorten. Ik snap niet dat u hem hebt gekocht.'
'Ja...' zei ik, mijn hoofd schuddend. 'Ik zag de foto's en de makelaar vertelde me dat er veel werk aan was, maar ik kocht hem toch,' zei ik glimlachend.
'Een opknappertje?' vroeg hij.
'Ja,' zei ik met een knik.
'Nou, ik kan vandaag wel even langs het huis komen en kijken wat er gedaan moet worden voor de winter invalt,' zei hij glimlachend.
'Dat zou fijn zijn,' zei ik.
'Oké, we kunnen morgen afspreken om de details te bespreken. Ik kan rond tien uur 's ochtends langskomen, als dat u schikt?' zei hij.
'Ja, dank u!' zei ik, opgewonden voor onze afspraak morgen.
Nadat hij zijn bestelling had opgehaald, vertrok hij en ik rekende mijn boodschappen af bij de kassier, die Buddy bleek te heten.
Ik vertrok snel, in een poging een nieuw gesprek te vermijden over de hut die hij vond dat ik moest slopen. Ik laadde mijn spullen in de truck en besloot naar de bibliotheek te gaan, die naast de dorpswinkel lag.












































