
Snowed In (Nederlands)
Auteur
Remmy Saga
Lezers
5,2M
Hoofdstukken
52
Zware Sneeuw
MAY
De sneeuw bleef maar neerdwarrelen, waardoor het zicht op de weg steeds slechter werd. Ik zette de ruitenwissers op de hoogste stand, maar het hielp niet veel. Het was een ware sneeuwstorm.
Ik reed op een verlaten landweggetje dat niemand meer gebruikte. Ik dacht dat ik zo de files zou ontlopen, maar achteraf gezien was het misschien beter geweest om op de hoofdweg te blijven.
Nu reed ik op ononderhouden wegen, zonder andere auto's in de buurt om te helpen als er iets mis zou gaan.
Ik was op weg naar huis na bijna vier jaar van mijn familie weg te zijn geweest. Mijn jongere zus, Emma, ging trouwen in een winterse bruiloft met haar vriend van vijf jaar, Thomas.
Ik was dolblij voor Emma en haar grote dag, dus was ik twee weken in Nevada.
Het was de eerste bruiloft in onze familie in meer dan tien jaar, en het zou zeker groots worden, want Emma hield van uitbundigheid.
Plotseling gleed de auto van de weg af, richting de bomen. Ik trapte snel op de rem en rukte aan het stuur in een poging de auto onder controle te krijgen, maar tevergeefs. De auto deed wat hij wilde.
Ik probeerde vervolgens de handrem, maar dat zorgde er alleen voor dat de auto de helling af gleed. Ik zag een groep bomen voor me en kneep mijn ogen dicht, me schrap zettend voor de botsing.
De auto ramde hard tegen de bomen, en mijn hoofd knalde tegen het stuur, maar de airbags vingen de klap enigszins op.
Mijn zicht werd wazig en mijn hoofd bonsde van de pijn. Ik hoopte dat iemand langs zou rijden en me zou helpen, maar ik betwijfelde of dat zou gebeuren. Ik had de laatste twintig minuten geen kip gezien.
Ik raakte mijn pijnlijke hoofd aan en voelde iets nats... bloed. Ik keek naar mijn handen en ze zaten onder het rode bloed. De angst sloeg me om het hart.
Ik verloor snel mijn bewustzijn en had een plan nodig als ik wilde overleven. Ik toeterde aan één stuk door, in de hoop dat iemand me zou horen voordat ik het bewustzijn zou verliezen.
Mijn zicht werd steeds waziger. Ik moest mijn ogen even sluiten, al was het maar om de pijn in mijn hoofd te stoppen.
Slechts voor een paar seconden, May. Alles komt goed.
***
ENKELE UREN EERDER
Mijn vliegtuig was twintig minuten geleden geland, en ik zat ongeduldig op mijn stoel te wachten tot de deuren open zouden gaan zodat ik kon uitstappen.
Ik had te lang in dit vliegtuig gezeten en wilde gewoon naar huis om mijn familie te zien. Het was vier lange jaren geleden dat ik terug was geweest, en ik voelde me gelukkig toen ik uitstapte en de frisse winterlucht opsnoof.
Het sneeuwde lichtjes, en ik stak mijn hand uit om een sneeuwvlokje te vangen, kijkend hoe het meteen smolt.
Ik pakte mijn handbagage en liep naar de autoverhuur. Ik had mijn familie verteld dat ik zelf naar huis zou rijden vanaf het vliegveld zodat zij me niet hoefden op te halen.
Mijn vader had een paar maanden geleden een beroerte gehad, en ik kon hem niet bezoeken, maar ik videobelde hem elke dag om te kijken hoe het met hem ging. Ik was opgelucht te horen dat hij langzaam maar zeker opknapte.
Ik was altijd close met mijn moeder. Ze was mijn beste vriendin, maar mijn vader was ook heel bijzonder voor me, en ik kon me niet voorstellen hem te verliezen.
Ik tekende de papieren voor de huurauto en legde mijn bagage op de voorstoel voordat ik aan de lange rit naar huis begon. Ik popelde om mijn familie te zien, vooral mijn neefje, Mikah.
AIDEN
Aiden landde net op tijd, voordat de storm in alle hevigheid losbarstte. Gelukkig maar.
Hij baalde als een stekker dat hij geld zou mislopen door de hut die hij had verhuurd. Hij had ermee ingestemd het geld terug te geven, ook al was het niet de schuld van de huurder.
Voor zijn werk was hij vaak op pad. Samen met zijn broer Alex runde hij verschillende bedrijven.
Florida was zijn thuis, daar woonde zijn hele familie. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om ver bij hen vandaan te wonen. Hij zou ze te veel missen.
In zijn werk was Aiden een strenge baas, maar voor zijn familie was hij een softie. Daar wisten ze handig gebruik van te maken.
Op andere vlakken hield Aiden graag de touwtjes in handen. Hij zorgde ervoor dat hij kreeg wat hij nodig had om zijn hoofd koel te houden.
Toen hij uit het vliegtuig stapte, rook hij lavendel en spitste zijn oren. Hij keek om zich heen, maar kon niet ontdekken waar de geur vandaan kwam.
Om de een of andere reden maakte de geur hem nieuwsgierig. Hij wilde weten bij wie die hoorde.
Teleurgesteld dat de persoon in kwestie in geen velden of wegen te bekennen was, stapte hij in zijn auto en reed naar zijn hut. Hij hoopte er te zijn voordat de storm in alle hevigheid zou losbarsten.
Zijn hond en beste vriend, Bo, zat kwispelend op de achterbank te genieten van de wind in zijn vacht.
Aiden liet Bo zelden alleen als hij op reis ging, tenzij het een kort tripje betrof. Hij wist niet hoe lang hij in de stad zou blijven, dus nam hij Bo mee. Daar was Bo maar wat blij mee.
Gelukkig bereikte Aiden de hut net toen de storm aan kracht won. Hij deed de deur open voor Bo en pakte zijn spullen. Toen hij naar binnen ging, vloekte hij omdat de stroom was uitgevallen en het ijskoud was.
Hij controleerde snel de zekeringkast buiten en zette de stroom weer aan. Hij was opgelucht toen het werkte. Bo was een winterhond, dus die vond het koude weer heerlijk.
Aiden liet de deur op een kier voor Bo om terug te komen als hij moe en hongerig was. Hij maakte wat eten voor zichzelf en inspecteerde de rest van het huis toen hij klaar was.
Zijn klanten die niet konden komen voor de week hadden om wat speciale dingen gevraagd toen ze de hut huurden. Het waren mensen die hij kende van zijn tijd in de club, dus hij had de paar speeltjes en attributen geregeld die ze wilden.
Hij maakte de slaapkamer schoon en belde zijn familie om te zeggen dat hij veilig en wel was aangekomen, zodat ze zich geen zorgen zouden maken als hij niet kwam opdagen.
Hij was doodmoe van zijn lange dag en wilde alleen maar slapen, maar Bo was nog niet teruggekomen van zijn kleine avontuur.
Hoewel hij er geen zin in had, trok hij zijn jas aan en ging zijn maatje zoeken. Na een paar minuten zoeken vond Aiden Bo rollend in de sneeuw.
'Bo! Tijd om naar huis te gaan, makker,' riep hij naar zijn vriend. Bo kwispelde toen hij Aiden zag en rende op hem af. Aiden lachte terwijl hij Bo achter zijn oor krabde.
Ze begonnen terug te lopen naar de hut toen hij in de verte een claxon hoorde. Hij stopte met lopen, en Bo ook.
Het geluid stopte maar begon een paar seconden later opnieuw. Hij knikte naar Bo, die naar het geluid toe rende. Aiden volgde Bo tot ze bij de weg kwamen.
Bo rende naar een auto die hard tegen een boom was gebotst. Aiden rende naar de bestuurderskant en opende de deur. Hij duwde de airbags weg en tilde voorzichtig het hoofd van de vrouw op.
Bloed kwam op zijn handen toen hij haar haar wegveegde om te controleren of ze nog leefde. Toen hij voelde dat ze een hartslag had, maakte hij snel haar gordel los en tilde haar voorzichtig uit de auto. Toen kreeg hij een goed zicht op het gezicht van de vrouw.
Verdomme.

















































