
Undercover bij de MC boek 2: Navy & West
Auteur
Lezers
142K
Hoofdstukken
16
Thuiskomen
Boek 2: Navy & West
NAVY
TWEE JAAR GELEDEN
Ik overhandig de taxichauffeur het bedrag dat op de meter staat en neem even de tijd om rond te kijken. Het voelt onwerkelijk om terug te zijn in Ranchdale. Het is een stad waarvan ik niet kan zeggen dat ik hem echt heb gemist. Het enige waar ik echt naar verlangde, waren mijn familie en vrienden. Maar de meesten van hen zijn inmiddels getrouwd en hebben kinderen, en we hebben het contact verloren.
De afgelopen acht jaar draaide mijn leven om missies voor de marine en reparaties van vliegtuigen op de basis. Veel van deze missies worden uitgevoerd op enorme vliegdekschepen midden op de oceaan. Daar ben ik, samen met een aantal andere mannen, verantwoordelijk voor alles wat kan vliegen.
Het kost wat tijd om te wennen aan het leven op een schip, en ik ben de tel kwijtgeraakt hoe vaak ik heb overgegeven. De zee kan meedogenloos zijn. Zelfs al zijn de schepen gestabiliseerd, ze zijn niet opgewassen tegen een flinke storm.
Ik heb een hele verzameling video's van mij en mijn broers waarop we door onze hut glijden terwijl het schip schommelt. Er is er ook een waarin ik de wc mis en in plaats daarvan de muur raak tijdens een aanval van zeeziekte. Dat zijn niet bepaald de verhalen die je op film wilt hebben. Maar het zijn wel herinneringen die ik altijd zal koesteren... ook al waren ze niet altijd „leuk“.
Mijn ouders reizen momenteel in het buitenland, dus ik heb mijn broer gevraagd of ik bij hem kon slapen. Hij vertelde me dat hij een kamer heeft bij de motorclub waar hij lid van is. Hij zei ook dat ik altijd welkom ben in zijn appartement waar hij soms verblijft.
Ik kijk op mijn horloge—het is half zeven. Jackson zei dat hij rond deze tijd hier zou zijn, aangezien de motorgarage waar hij werkt om vijf uur sluit. Al snel hoor ik het vertrouwde geronk van een motor en weet ik dat hij is gearriveerd.
Jackson heeft altijd al een zwak gehad voor Harleys, dus het was geen verrassing toen hij er een kocht nadat hij wegging bij de SEALs. Mijn broer parkeert zijn motor en stapt af. Hij is altijd al een grote kerel geweest, ook al ben ik met mijn één meter achtentachtig zelf niet bepaald klein. Maar Jacksons postuur is altijd een beetje intimiderend geweest, ook al is hij eigenlijk een grote zachtaardige beer.
„Klein broertje!“ lacht hij, en hij trekt me in een knuffel. Weinig mensen krijgen deze kant van Jackson te zien, en ik prijs mezelf gelukkig dat ik een van de weinigen ben.
„Hé grote reus! Ik heb je gemist!“ mompel ik. Terwijl we bijpraten, lopen we zijn huis binnen.
„Ik heb nog geen eten besteld omdat ik wilde wachten tot ik wist waar je zin in had, dus... zeg het maar,“ zegt hij, terwijl hij zijn telefoon pakt om een berichtje te beantwoorden.
„Gast... Ik heb al een eeuwigheid zin in kebab en friet,“ beken ik. Hij lacht om mijn dromerige gezichtsuitdrukking.
„Gaven ze je daar niet goed te eten?“ plaagt hij grijnzend.
Ik rol met mijn ogen. „Ik leef de afgelopen maanden op rijst en pasta, klootzak. Juist jij zou mijn lekkere trek moeten begrijpen,“ kaats ik terug, terwijl ik hem speels in zijn ribben stomp.
Hij krimpt niet eens ineen. Hij grinnikt alleen maar en geeft onze bestelling door. Ik heb ons broederlijke geklier gemist en ik kijk ernaar uit om meer tijd met hem door te brengen.
„Ik heb een vraag, man...,“ begint Jackson, terwijl hij met een biertje aan het kookeiland gaat zitten.
Ik knik en schuif bij hem aan.
„Ik heb de leiding gekregen over de garage, maar ik zoek nog steeds een monteur... en ik moest aan jou denken,“ zegt hij. Ik voel ineens een vlaag van enthousiasme.
„Gast... Dat klinkt geweldig! Maar de laatste keer dat we elkaar spraken, zei je dat je genoeg personeel had,“ herinner ik hem, en hij knikt.
„Dat klopt... In het begin waren het alleen West en ik. Maar het wordt nu drukker, dus ik kan echt wel een extra paar handen gebruiken,“ geeft hij toe, terwijl hij een slok van zijn bier neemt. Zijn hand laat het flesje bijna verdwijnen—het is bijna komisch.
„West? Dat is een aparte naam,“ mompel ik.
Jackson neuriet instemmend. „Ja... er is nog iets dat ik je moet vertellen,“ grinnikt hij.
Ik trek nieuwsgierig mijn wenkbrauwen op. „Wat? Is West je vriendje?“ grap ik.
Hij duwt me met een grom nog net niet van mijn stoel. „Nee, ik val niet op gasten, mafkees,“ moppert hij.
Ik grinnik ongemakkelijk. Hoewel hij niet vol afschuw klinkt, blijft het voor mij toch altijd een beetje pijnlijk als iemand zo stellig verklaart niet op mannen te vallen.
Ik worstel al jaren met mijn eigen seksualiteit. Ik weet al een tijdje dat ik me meer aangetrokken voel tot mannen dan tot vrouwen. Het is een lastig onderwerp om op de werkvloer te bespreken, en daarom heb ik het voor me gehouden. Ik doe zelfs al een tijdje alsof ik een vriendin heb. Zo houd ik zelfs Jackson voor de gek en laat ik hem denken dat ik een relatie heb.
„Ik trek al een tijdje op met een motorclub, de Red Devils... Ik ben goed bevriend geraakt met de president van de club, Reid, die daar Hammer wordt genoemd. Ik, eh... Mijn naam is daar trouwens ook niet Jackson. Alleen Reid weet dat dat mijn echte naam is. Ze noemen me daar Steel...,“ mompelt hij. Ik staar hem geschokt aan.
Holy shit... Dat zag ik niet aankomen.
De Red Devils zijn berucht in de stad, en de geruchten zijn verre van lovend. Er wordt veel gepraat over illegale activiteiten, vooral drugshandel. Ik kan niet geloven dat hij bij die club hoort.
„Hoeveel illegale dingen heb je gedaan, Jackson?“ vraag ik, met een vleugje teleurstelling in mijn stem.
„Nee, man... Ze zijn al heel lang niet meer betrokken bij illegale zaken! Reid en ik hebben de hele club omgegooid, en alles gaat nu eerlijk, maak je daar maar geen zorgen over,“ zegt hij verdedigend.
Ik trek een wenkbrauw op. „Echt waar? Dus jullie handelen niet in drugs enzo?“ vraag ik, terwijl ik mijn biertje leegdrink en hij zijn hoofd schudt.
„Nee, dan was ik ook niet gebleven. Ik ben trouwens kortgeleden vicepresident geworden, dus ik ben best wel een belangrijk mannetje,“ zegt hij. Ik merk dat ik stiekem best onder de indruk ben van mijn grote broer.
„We hebben morgenavond het patch-feestje van West. Hij wordt officieel lid en is dan geen prospect meer. Ga mee. We gaan eerst wat eten, en daarna is het vooral drank en vrouwen.“ Hij slaat een hand op mijn schouder terwijl ik glimlachend knik.
De deurbel gaat, en hij loopt weg om waarschijnlijk het eten aan te pakken.
***
De volgende dag moet Jackson ongeveer drie uur naar de garage, ook al is het zaterdag. Ik besluit met hem mee te gaan om te zien waar ik misschien kom te werken. Onderweg vertelt Jackson me meer over het leven als Red Devil, en ik raak steeds meer geïntrigeerd.
Er staan vier verschillende Harleys in de garage waar aan gewerkt wordt. Mijn hart gaat sneller kloppen als ik ernaar kijk. Ik weet dat ik binnenkort op jacht ga naar mijn eigen motor.
„Ash... Kijk eens naar die achterste. Kijk of je kunt vinden waar die lekkage aan de achterkant vandaan komt. Daar heb ik nog geen tijd voor gehad. Als je een overall wilt, die hangen in de personeelskamer door die deur.“ Ik zie zijn lange arm van achter een motor naar de zijkant wijzen, en mijn oog valt op een deur met de tekst Alleen Personeel.
Ik pak een overall en besluit mijn trui uit te trekken om hem schoon te houden. Net op het moment dat ik de rits van mijn overall omhoog wil trekken, zwaait de deur open. Een gast van mijn leeftijd met blond haar blijft als aan de grond genageld staan. Zijn blauwe ogen glijden over mijn blote bovenlijf.
„Oh hé, gozer! Jij moet Navy zijn. Ik ben West! Steel zei dat je hier misschien kwam werken?“ Hij is enthousiast en steekt zijn hand uit.
Ik schud hem de hand, maar kijk hem verrast aan.
„Navy?“ is het enige wat ik weet uit te brengen. Hij haalt zijn schouders op en wijst achter zich.
„Zo noemde Steel je.“ Hij loopt verder de kamer in en pakt een overall uit de kast. Hij trekt zijn shirt uit, en ik voel het warm worden als ik zijn lichaam in me opneem.
Hij heeft een wat zachtere buik, maar wel een overduidelijk gespierde borstkas. Hij ziet er goed uit. Hij ziet er zo zacht uit... Maar tegelijkertijd zo sterk...
Ik schud mijn hoofd en werp een blik in de richting van Steel. Waarom noemde hij me Navy? Dat is toch raar?
„Ik ben zijn broer, en ik wilde even kijken of het me hier bevalt,“ zeg ik. Ik vermijd oogcontact, in de hoop hem niet ongemakkelijk te maken. Dat doe ik ook deels vanwege mijn eigen lichamelijke reactie op de man.
„Welkom, man!“ zegt hij, terwijl hij me op de schouder slaat als hij langsloopt. Hij heeft geen sterke geur van aftershave om zich heen, waar ik erg dankbaar voor ben.
Ik moet stoppen met kwijlen...
„Gast... Waarom noemt West mij Navy?“ fluister ik tegen hem, terwijl ik naast hem ga zitten bij de motor waar hij aan sleutelt.
„Ik moest ter plekke een straatnaam voor je verzinnen, en dit was het eerste wat in me opkwam... Vanwege je werk,“ mompelt hij. Hij houdt zijn blik op zijn werk gericht en kijkt me niet aan.
„Hé, Steel! Volgens mij heb ik je nog nooit zoveel woorden achter elkaar horen uitspreken!“ plaagt West vanuit zijn hoek van de garage. Het levert hem een vernietigende blik van Steel op.
„Houd je bek, eikel,“ kaatst Jackson terug. Ik kan een lach niet onderdrukken bij de speelse knipoog en ondeugende grijns die West me toewerpt.
Misschien is dit wel precies het keerpunt dat ik nodig heb in mijn leven.

















































