
Gestolen door de alfa Boek 3
Auteur
Lezers
105K
Hoofdstukken
30
Geen ontsnapping
Mara
Ik ben zijn gevangene.
Er is geen ontsnapping mogelijk.
Alles wat ik heb gedaan, is voor niets geweest.
Was het allemaal zinloos?
Waar was het allemaal goed voor?
Ik heb mijn familie teleurgesteld.
Ik heb mijn roedel teleurgesteld.
Ik heb jou teleurgesteld.
Ik ben terug waar het allemaal begon… Vengeance Castle.
Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Kace heeft me vastgeketend aan een muur in zijn persoonlijke vertrekken, samen met Lexia. Ik kijk naar haar, zoekend naar troost, maar zij is net zo bang als ik.
Dit kan niet waar zijn.
Dit kan niet waar zijn.
Dit kan niet waar zijn… maar het is zo. Het is gebeurd.
We zitten in de val.
Kace's mannen stonden ons op te wachten zodra we uit de mijnen ontsnapten.
Ze hebben de andere roedelleden bijeengedreven, maar ik weet niet waar ze naartoe zijn gebracht.
De enige troost is dat we de mijnen hebben vernietigd.
We hebben bereikt wat we wilden bereiken. Wat Kace ook van plan was, het is gedwarsboomd — in elk geval voorlopig.
En nu zitten we hier.
Ik ben zijn gevangene, net als Kaden.
Ik voel hem dichtbij… zijn pijn, zijn lijden…
Ik probeer hem te bereiken met mijn gedachten, maar ik krijg geen antwoord.
Waar ben je, mijn liefste?
Alsjeblieft… zeg iets — wat dan ook!
Niets.
We waren zo dichtbij…
Ik schrik op van het geluid van de deur die opengaat. Er is maar één persoon die het kan zijn… Ik kan hem ruiken.
„Mara,“ zegt de valse Alpha terwijl hij de kamer binnenkomt. „Je hebt geen idee hoeveel het voor me betekent om je weer te zien.“ Meerdere bewakers lopen achter hem aan naar binnen.
Hij komt dichterbij.
„Mijn verstand zegt me dat ik je zou moeten afranselen voor wat jij en je vrienden hebben gedaan,“ gaat Kace verder, „maar ik kan niet anders dan nog meer respect voor je hebben. Je lef en moed bevestigen alleen maar wat ik al wist… dat jij Luna zou moeten zijn — míjn Luna. Zoals het vanaf het begin bedoeld was.“
Ik krimp ineen bij het idee alleen al.
„Ik verlang ernaar je in mijn armen te nemen en je lichaam tegen het mijne te voelen… en je te kussen.“ Hij zet nog een stap naar voren en buigt zich naar me toe. Ik voel zijn adem op mijn lippen. Ik sla mijn hoofd naar voren om zijn schedel in te beuken, maar hij stapt moeiteloos opzij.
Hij lacht.
„Maar ik ken je maar al te goed. Je bent er nog niet klaar voor — nog niet althans — maar dat komt nog wel.“
„Je bent niet goed bij je hoofd als je denkt dat ik ooit vrijwillig bij jou zou zijn,“ antwoord ik.
Het kan me niet schelen hoeveel macht hij heeft. Ik weiger me neer te leggen bij zijn gezwets.
Hij ijsbeert arrogant heen en weer.
„Ik denk dat je vergeet hoe het was toen we de laatste keer samen waren. Als ik me goed herinner, kon je je handen niet van me afhouden.“
„Is dat de enige manier waarop je klaar kunt komen? Door jezelf aan anderen op te dringen?“ zegt Lexia met een scherpe toon.
„Hou je bek, teef!“ brult Kace, en hij slaat haar met de rug van zijn hand in het gezicht.
Een straaltje bloed drupt uit haar mond, maar ze deinst niet terug.
Ze grijnst.
„Echt waar? Is dat alles wat je kunt, kleintje?“ zegt ze, terwijl ze haar pink omhoog steekt.
Kace slaat haar nog twee keer, maar Lexia geeft geen krimp.
Waarom daagt ze hem uit?
Hou je mond, idioot! Je maakt het alleen maar erger!
Dat is tenminste wat ik haar wil zeggen, maar ik weet dat ze niet zal luisteren. Ze is te koppig, net als ik.
Lexia begint onbedwingbaar te lachen.
„Geniet je ervan om vrouwen te slaan?“ zegt ze tussen het lachen door. „Word je er opgewonden van? Word je er hard van? Ik wed dat je hem niet eens omhoog krijgt in je eentje! Je hebt een van deze aftrekkers nodig om het voor je te doen!“ zegt ze, wijzend naar de bewakers.
Hij balt zijn vuist en haalt uit voor nog een klap.
„Kace, stop!“ schreeuw ik.
Maar hij doet het toch. Deze keer stompt hij haar. Hij blijft haar slaan tot ze bloed ophoest en op de grond valt — niet meer lachend.
„Zie je? Niet zo grappig meer, hè… 'Alpha'? Je bent een schande. Dát is de grap!“
„Ze is meer Alpha dan jij ooit zult zijn!“ roep ik. „Een straathond zou nog geschikter zijn dan jij!“
Hij stapt naar voren en kijkt me strak in de ogen, maar ik geef geen duimbreed toe.
„Je bent nog niet de helft van de Alpha die Kaden is, en dat zul je ook nooit worden,“ zeg ik koud.
Zijn ogen worden groot en zijn neusvleugels staan wijd open. Zijn wolf probeert naar buiten te komen. Hij probeert wanhopig de controle te bewaren.
„Je bedoelt het beest dat je ooit ontvoerde uit je huis, je in een cel opsloot, je chanteerde om een ongeboren baby te doden…“ zegt hij, terwijl hij nog dichterbij komt. „Herinner me er even aan… hoe vaak heeft zijn wolf geprobeerd je te doden?“
„Dat was niet zijn schuld en dat weet je! Hij werd gedwongen die dingen te doen!“
„O ja? Weet je dat zeker?“
Ik spring naar voren, maar mijn kettingen houden me tegen.
„Ik zou je hiermee wurgen als ik de kans kreeg!“ zeg ik, terwijl ik mijn kettingen ophoud.
„Dat geloof ik graag,“ zegt hij, terwijl hij me wellustig van top tot teen bekijkt.
Hij begint feromonen af te scheiden. Ze verspreiden zich door de hele kamer.
„Oh, Mara, hoe meer je je verzet, hoe meer ik je wil. Ik denk dat het tijd is dat je gemerkt wordt.“
Ik druk mijn rug tegen de muur.
„Wees niet bang voor me,“ zegt hij, zijn blik niet van Kadens merkteken kunnend losmaken.
Het drijft hem tot waanzin.
Zijn drang om te paren is sterker dan ik ooit heb gezien. Ik kan het zielige hoopje tussen zijn benen zien groeien.
Ik hap naar adem als zijn ogen veranderen van menselijk naar wolf — geel en doordringend.
Hij zet een stap in mijn richting.
„Kom niet dichterbij!“
Hij stopt.
„Misschien heb je gelijk… Kom jij maar naar mij,“ zegt hij, terwijl hij me met zijn ogen beveelt.
Mijn lichaam voelt de aantrekkingskracht. Ik begin naar voren te bewegen.
Dit is het.
Het is voorbij.
Ik sluit mijn ogen en denk aan Kaden.
Vergeef me alsjeblieft, mijn liefste.
Maar dan gebeurt er iets wat ik niet had verwacht. De aantrekkingskracht naar hem toe stopt, en mijn voeten ook. Ik voel helemaal niets meer. Het is alsof de controle die hij over me had opeens verdwijnt.
Ik open mijn ogen en zie dat Kace's littekengezicht net zo verward is als het mijne. De aderen in zijn nek beginnen op te zwellen terwijl hij worstelt om me onder zijn wil te houden, maar het heeft geen effect.
Ik verzet me!
Hij heeft zijn dominantie over mij verloren.
Ik kijk naar Lexia, en zij kijkt net zo geschokt als ik.
Heeft Kaden gelijk? Ben ik krachtiger dan we allebei beseften?
Hoe doe ik dit?
„Dit is onmogelijk,“ schreeuwt hij, zwaar hijgend van de inspanning.
Mijn zelfvertrouwen groeit. Ik voel mijn kracht van binnenuit toenemen.
Hij wil dat ik tegen mijn wil naar hem toe kom. Dus in plaats daarvan doe ik zelf een stap naar voren — mijn eigen keuze.
Hij is overdonderd.
„Ik ben Mara, de rechtmatige Luna van de Vengeance Pack,“ zeg ik, hem recht in de ogen kijkend. „En jij hebt geen macht meer over mij… niet meer!“
Kace kijkt verwilderd om zich heen als een krankzinnig dier, niet wetend wat hij moet doen.
Dan grijpt hij me bij de keel en smakt me tegen de muur. Hij trekt de halslijn van mijn lijfje naar beneden en staart hongerig naar mijn bijtmerken.
„Laat haar los!“ schreeuwt Lexia, maar hij negeert haar.
Ik duw tegen hem, maar hij is te sterk.
Ik probeer te shiften, maar het lukt nog steeds niet.
Hij opent zijn mond terwijl zijn hoektanden beginnen te groeien. Ik voel zijn kloppende erectie tegen mijn been. Zijn wolf neemt de controle over.
Hij grijpt me bij mijn blonde lokken en trekt mijn hoofd naar achteren, waardoor mijn merktekens nog meer zichtbaar worden.
„Ik ga hiervan genieten,“ fluistert hij in mijn oor. „En jij ook.“
Zijn lippen strijken zachtjes langs mijn wang en hals tot hij precies boven mijn merktekens is. Maar ik weiger me zonder slag of stoot over te geven.
Ik draai en kronkel, maar ik kan me niet losrukken uit zijn greep. Ik spuug in zijn gezicht, maar dat windt hem alleen maar meer op. Hij jankt van pijn als ik hem in zijn kruis schop, dus draait hij me om en duwt me met mijn gezicht tegen de muur. Ik roep de Godin aan wanneer ik zijn hoektanden in mijn huid voel drukken. Ik kan me niet bewegen.
Dit is het!
Maar dan stopt hij plotseling en trekt zich terug. Iets buiten het raam trekt zijn aandacht. Ik spits mijn oren, en dan hoor ik het ook… een laag gerommel, gevolgd door vele schreeuwende stemmen.
„Nee…“ zegt Kace binnensmonds.
Ik doe een stap naar voren om beter te kunnen kijken, en tot mijn verbazing zie ik honderden wolven op ons af stormen, met een bekende zandkleurige wolf voorop.
„Evan!“ roep ik.
„Het zijn de Freedom en Power Packs!“ roept Lexia uit, haar ogen ook op het glas gericht. „Ze hebben hun steun weten te verzamelen!“
Kace schudt ongelovig zijn hoofd terwijl hij de gecombineerde troepen van beide roedels op het kasteel af ziet stormen.
„Dit kan niet waar zijn. Dit is onmogelijk,“ zegt Kace, terwijl hij achteruit van het raam stapt en het leger moeiteloos de muren beklimt en zijn gemaskerde krijgers aanvalt. Hij kijkt naar zijn bewakers. „Verdeel de wapens! Nu!“
Maar voordat de bewakers bij de deur zijn, blaast een windvlaag de kamer in als de deur openbarst. In de deuropening staat een wolf.
Zijn pikzwarte vacht past bij zijn ogen.
Zijn geur — bedwelmend.
Hij laat een doordringende huil horen die iedereen rillingen bezorgt. Hij is magnifiek.
„Kaden!“ roep ik naar hem.
Hij ziet mij ook.
Hij spant zijn gespierde lichaam en klauwachtige nagels terwijl hij Kace aanstaart, hem in gedachten aan stukken scheurt — hem tartend.
„Ik had je moeten doden toen ik de kans had!“ roept Kace. „Ik zal diezelfde fout niet nog eens maken!“
Kace's lichaam begint te trillen en te schokken terwijl zijn botten beginnen te breken. Plukken vacht scheuren door zijn huid terwijl zijn neus uitsteekt en zijn slagtanden zich uitstrekken.
Kaden laat een laatste brul horen voordat hij zich in Kace's richting lanceert.
Een van deze broers loopt hier niet levend meer uit.















































