
Then You Look At Me (Nederlands)
Auteur
Tiffanyluvss
Lezers
2,0M
Hoofdstukken
78
De Jongen Bij De Kluisjes
RAINEY
„Je gaat het hier op Crosshill High geweldig vinden, Rainey. Zie het als een nieuw begin,“ zegt directeur Cameron tegen me. Haar glimlach verlicht de kamer vanachter haar glanzende houten bureau.
Ik dwing mezelf tot een klein glimlachje terug. Daarna laat ik mijn blik zakken naar het patroon op mijn geruite rok.
„Dit is precies wat ze nodig heeft om Freetown High achter zich te laten. Ze zal hier perfect passen.“
Ze geeft mijn moeder een troostende glimlach. Terwijl ze verder praten, zwaait de deur van het kantoor open.
Ik kijk opzij en een jongen komt ontspannen binnenlopen. Hij grijnst om iets op zijn telefoon. Zijn tanden glinsteren in het licht van het scherm.
„Ah, goedemorgen, Jace. Dit is Rainey. Kun jij haar rondleiden? Ze is hier nieuw.“
Mevrouw Cameron glimlacht naar de jongen. Hij kijkt eindelijk op. Zijn ogen gaan heen en weer tussen de directeur en mij. Hij geeft een flauwe glimlach, maar zijn lichtbruine ogen laten zien dat hij er geen zin in heeft.
„Ga maar, Rainey. Ik kom je na vijven ophalen,“ zegt mijn moeder. Ik sta op uit mijn stoel en loop naar de jongen. Hij is alweer verzonken in zijn telefoon.
Hij grinnikt met een zware stem terwijl hij voor me uit de deur uit loopt. Ik trek mijn rok iets verder omlaag over mijn dijen.
Het uniform zit niet lekker. Een witte blouse en een groene met donkerblauwe geruite rok. Het voelt te stijfjes aan.
We lopen in stilte door de gang. Hij heeft niet veel gezegd. Hij lacht alleen maar om iets op zijn telefoon.
Ik probeer me er niet aan te ergeren. In plaats daarvan probeer ik de omgeving in me op te nemen. Ik wil hem niet om hulp vragen, vooral omdat hij helemaal geen zin lijkt te hebben om me te helpen.
Terwijl we lopen, rits ik mijn tas open. Ik pak mijn rooster van tussen de bladzijden van een boek. Nadat ik mijn tas weer dichtrits, lees ik het papier om mijn eerste les te vinden.
Wiskunde, lokaal T81.
Ik frons, want ik heb geen idee waar dat is. Ik kijk naar mijn „gids“, die nog steeds met al zijn aandacht bij zijn telefoon is.
„Ehm, waar is T81?“
„Oh shit, stuurt ze naaktfoto's?!“ lacht hij naar zijn scherm. Hij heeft mijn vraag overduidelijk niet gehoord.
Ik zucht en mijn geduld raakt op. „Als je niet wilde helpen, had je dat ook gewoon kunnen zeggen.“
Hij kijkt me eindelijk aan. Zijn glimlach verdwijnt en hij fronst. „Sorry. Wat zei je?“
Ik onderdruk de neiging om met mijn ogen te rollen. Ik heb nu al een hekel aan deze school. Op Freetown High had ik tenminste nog een paar vrienden. Maar de tieners hier lijken me veel te verwaand.
„Waar is T81?“
„Tweede lokaal, derde verdieping,“ zegt hij. „Ik moet gaan, ik moet iets regelen. Je kunt het wel vinden, toch?“
Meen je dit?
Ik knik alleen maar. Hij haast zich weg en ziet er opgelucht uit dat hij van me af is.
Ik heb het nummer van mijn kluisje op de achterkant van mijn rooster geschreven toen ik in het kantoor van mevrouw Cameron was. Dus ik prevel de code terwijl ik zoek naar het juiste nummer op de kluisjes.
Ik vind het eindelijk. Er verschijnt een lachje op mijn gezicht als ik mijn tas op de marmeren vloer zet en de code intyp.
„Oké.“ Ik haal diep adem.
De deur van het kluisje kraakt open, alsof het al eeuwen niet is gebruikt. Ik trek mijn neus op en wuif hoestend het stof weg. Deze school wordt met de minuut erger.
„Oké, raak niet in paniek, Rain. Begin met goede moed.“
Ik steek mijn hand in mijn tas en pak de versieringen die ik van thuis heb meegenomen voor mijn kluisje.
Eerst maak ik het kluisje schoon met een doekje. Dat doekje moet ik later zeker weggooien. Daarna hang ik een foto van mijn vader en mij bovenin op. Vervolgens versier ik de metalen ruimte met kleine bloemetjes.
Als laatste voeg ik een spiegel toe aan de achterkant van het kluisje. Zo kan ik altijd zien wat er achter me gebeurt.
Daar begon ik vorig jaar mee op Freetown. Toen had iemand van achteren kauwgom in mijn haar geplakt terwijl ik bij mijn kluisje stond.
Ik haal mijn vingers door mijn bronskleurige haar in een poging het in model te brengen.
Mijn haar is altijd een warboel. Dat komt niet omdat ik het niet kam, maar omdat het zich gewoon niet gedraagt zoals het haar van andere mensen.
Ik zie een gedaante achter me in mijn spiegel. Een jongen staat bij zijn kluisje en propt boeken in zijn tas.
Zijn zwarte haar zit warrig. Zelfs van achteren kan ik zien dat hij een bril draagt.
Maar hij ziet er niet uit als een typische brillendrager. Dat leid ik af aan zijn brede schouders en gespierde bouw.
Hij sluit zijn kluisje en draait zich om om weg te gaan. Onze blikken kruisen elkaar. Ik merk meteen zijn ijsblauwe ogen op achter zijn halfronde bril. Snel kijk ik weg.
Niet naar vreemden staren, Rainey.
Hij loopt weg zonder enige uitdrukking op zijn gezicht. En dat terwijl hij zojuist een onbekend meisje betrapte dat via haar spiegel naar hem staarde.
Waarom deed ik dat?
De bel haalt me abrupt terug naar de werkelijkheid. Ik moet naar de les. De lange trap naar de derde verdieping kost me waarschijnlijk minstens tien minuten.
Ik sluit mijn kluisje en pak mijn tas op. Daarna haast ik me naar de les.
***
De jongen die me vanochtend zou rondleiden, gaf me de verkeerde route naar mijn wiskundeles.
Eerlijk gezegd verbaast het me niets. Hij was veel te druk bezig met het kijken naar zijn naaktfoto's.
Om kwart over acht vind ik het lokaal. De lerares staat bij het bord en schrijft de doelen van vandaag op. Ondertussen sta ik ongemakkelijk in de deuropening.
Ik schraap mijn keel en ze kijkt naar me.
„Je bent laat, juffrouw…“
„Slate,“ zeg ik terwijl ik het lokaal binnenloop. Een paar hoofden draaien zich om om naar me te kijken. „Het spijt me. Ik kon de klas niet vinden.“
„Halverwege het semester en je kunt je klas nog steeds niet vinden?“
Een brunette grinnikt samen met haar vrienden.
„Ik ben nieuw hier,“ vertel ik mevrouw Forbes. Ze kijkt op haar horloge met een diepe frons op haar verweerde gezicht.
„Goed dan, stel jezelf maar voor,“ zegt ze eindelijk. Ze draait zich weer naar het schoolbord.
Ik slaak een zucht. Dit is het deel van het nieuwe meisje zijn waar ik de grootste hekel aan heb.
…Staan voor een groep tieners die het niets kan schelen wie je bent. Want na de middelbare school ben je toch maar gewoon dat meisje naast wie ze in de klas zaten. Of met wie ze toevallig op een groepsfoto stonden.
De middelbare school duurt niet voor eeuwig. En deze mensen ook niet.
„Ik ben Rainey,“ mompel ik. Ik staar naar mijn leren laarzen terwijl er een pijnlijke stilte in het lokaal valt.
Ze wachten waarschijnlijk tot ik meer zeg. Ik kijk op en zie nieuwsgierige gezichten. Mevrouw Forbes staart me geschokt aan.
„Was dat alles?“
„Ja, vertel ons nog iets!“ roept een jongen op de achterste rij. Zijn vriend, een jongen met warrig zwart haar, grijnst. Er twinkelt interesse in zijn ogen. „Ja, zoals of je een vriendje hebt?!“
De brunette die eerder de gemene opmerking maakte, rolt met haar ogen. „Houd je mond, Tate! Ze is niet eens zo…“
Mevrouw Forbes zwaait afwijzend met haar hand naar de klas. „Oké, genoeg, Olivia!“ Ze wijst naar een stoel achterin. „Ga zitten, Rainey.“
Ik loop door het smalle gangpad en klem de banden van mijn tas stevig vast. Ik houd mijn blik omlaag voor het geval een van deze meiden besluit me te laten struikelen.
Dat gebeurde vorig jaar op Freetown. En dat liep niet goed af.
„Mooie laarzen,“ grinnikt Olivia gemeen. Haar vrienden doen vrolijk met haar mee.
Ik rol met mijn honingkleurige ogen. Vlak daarna valt mijn blik op een bekend paar blauwe ogen bij het raam.
De jongen van het kluisje.
Hij zit in de verste hoek. De mouwen van zijn witte overhemd zijn opgerold tot zijn ellebogen. Hij is volledig verdiept in zijn boek voor de literatuurles van dit semester, To Kill a Mockingbird.
Hij lijkt in zijn eigen wereld te leven. Hij heeft niets gemerkt van de onrust die daarnet in de klas heerste. Ik kijk weg om te voorkomen dat ik voor de tweede keer in nog geen uur oogcontact maak.
Ik ga zitten op de lege stoel voor hem. Vervolgens pak ik mijn boeken uit mijn tas. Ik haat wiskunde. Ik ben meer een talenmens. Geloof me als ik zeg dat ik het hele boek dat hij nu leest in nog geen week heb uitgelezen.
„Ansel? Zou jij deze kunnen oplossen, jongen?“ roept mevrouw Forbes voor in het lokaal.
Ik zie dat een paar meiden mijn kant op kijken. Ze hebben een dromerige, verliefde blik op hun gezicht.
Ik frons mijn wenkbrauwen. Mijn nieuwsgierigheid is echter snel bevredigd als de stoel achter me over de tegels schraapt.
Kluisjesjongen wandelt ontspannen naar de voorkant van het lokaal. Een zoete geur van aardbeien en snoep vult mijn neus als hij voorbijloopt. Alle meiden staren hem nu aan met hartjes in hun ogen.
Mevrouw Forbes ook, als ik me niet vergis.
Hij reikt omhoog en zijn overhemd spant strak over zijn brede rug. Hij lost de som razendsnel op en geeft de stift terug aan mevrouw Forbes.
Ze bekijkt zijn werk. Daarna glimlacht ze stralend. „Dank je wel, Ansel.“
Hoe deed hij dat in minder dan een minuut?
„Geef hem een applaus,“ zegt ze. De klas klapt. Olivia klapt harder dan de rest en haar ogen volgen hem door het gangpad.
Zijn fascinerende ogen ontmoeten de mijne. Ik kijk snel weg, pak mijn pen stevig vast en neem zijn werk over van het bord.
Hij gaat achter me zitten en zijn knie stoot tegen mijn rug. Daarom schuif ik wat verder naar voren op mijn stoel. Ik houd mijn ogen strak op mijn schrift gericht.
„Ehm, Slate?“
Ik kijk op als ik mijn naam hoor. Ik zie mevrouw Forbes naar het bord wijzen. „Nummer twee?“
Geweldig.
Ik kreun zachtjes en leg mijn pen neer. Er draaien weer hoofden mijn kant op. Ze kijken hoe ik met flinke tegenzin opsta uit mijn stoel.
„Schiet op, Zonnetje. We hebben niet de hele dag de tijd!“ zegt een meisje. De klas lacht kinderachtig om de flauwe grap over mijn naam.
„Haar naam is Riney, Lisa. Laat haar met rust,“ bemoeit Tate zich ermee. Zijn vriend werpt hem een veelzeggende blik toe.
„Het is Rainey, gast. Als je het meisje wilt claimen, moet je op z'n minst haar naam weten.“ De klas grinnikt hier opnieuw om.
Wat hebben deze tieners toch met al dat gelach?
Ik loop naar voren in het lokaal. Mevrouw Forbes overhandigt me de stift. Ze kruist haar armen en kijkt naar me. Ik schraap mijn keel en begin de som op te lossen.
Ik haat wiskunde, maar ik ben er niet superslecht in. Ik los de som snel op, al is het niet zo snel als Ansel deed.
Ik geef haar de stift terug en haast me naar mijn plek. Mevrouw Forbes tuurt met samengeknepen ogen naar het bord. Daarna schudt ze haar hoofd.
„Het is onjuist.“
Ik zak onderuit in mijn stoel. Het is onjuist? Wat heb ik fout gedaan? Het ziet er voor mij goed uit.
„Waarom is het fout?“ vraag ik. Iedereen lijkt gechoqueerd dat ik haar tegenspreek.
„Omdat je het minteken niet voor de vier hebt gezet, Slate,“ zegt ze terwijl ze me boos aankijkt.
„Ha. Jammer dan,“ mompelt Olivia. Ze tikt zelfvoldaan met haar pen op haar bureau.
„Eigenlijk is het niet onjuist,“ klinkt een kalme maar stellige stem achter me.
„Wat zei je daar, Ansel?“ De toon van mevrouw Forbes wordt zachter en haar gezicht ontspant.
„Positief is correct,“ stelt hij. „Volgens de regels die u ons heeft geleerd, is min keer min gelijk aan plus.
„En omdat ze daar twee minnen heeft, moet het antwoord positief vier zijn. Dus ze heeft het goed.“
Mevrouw Forbes bekijkt de uitwerking nog eens. Haar gezichtsuitdrukking verandert in eentje van pure schaamte.
„O jee, je hebt gelijk. Haha. Ik had niet gezien dat er twee minnen stonden. Dank je wel, Ansel. En goed gedaan, Rainey.“
Olivia kijkt nors terwijl ze haar ogen naar me dichtknijpt. Ik geef een flauw glimlachje, pak mijn pen en schrijf de oplossing op.
***
De curry in de kantine ziet eruit als een regelrechte ramp. Daarom kies ik maar voor een appel en een cola. Ik laat mijn blik over de drukke ruimte glijden. Ik ben op zoek naar een plek om te zitten.
Ik zie een paar lege tafels helemaal achterin en loop er naartoe. Ik plof neer, zet mijn dienblad op tafel en pak mijn appel.
„Ansel! Hierheen!“
Ik kijk even op en zie een gemengde groep jongens en meiden twee tafels verderop. Een van hen is Olivia. Ze zwaait naar Ansel. Hij kijkt bedenkelijk.
„Misschien een andere keer,“ antwoordt hij. Ik zie hun gezichten betrekken terwijl hij precies de andere kant op loopt.
Hij loopt richting mijn hoekje. Ik houd mijn ogen strak op mijn appel gericht wanneer hij zijn tas op de tafel laat vallen en gaat zitten.
Vanachter mijn haar gluur ik stiekem naar hem. Ik zie dat hij een banaan en een flesje water heeft. Ik gok dat hij ook geen fan is van de curry.
Hij eet in stilte, met zijn ogen strak op zijn boek gericht.
Hij lijkt nergens warm of koud van te worden. De kantine zou in de brand kunnen vliegen, en dan zat hij waarschijnlijk nog steeds rustig te lezen. Het zou hem niets uitmaken of de persoon naast hem levend verbrandde.
To Kill a Mockingbird is mijn lievelingsboek. Ik zie veel van mezelf terug in Scout. Ze is opstandig en houdt er niet van om de regels te volgen.
Ze houdt ook heel veel van haar vader. Op jonge leeftijd leert ze al dat de wereld niet altijd eerlijk in elkaar zit.
Ik heb nog nooit een ander personage gevonden waarin ik me zo goed herken. Daarom heb ik het boek wel tien keer gelezen.
„Scout.“
Waarom zei ik dat zojuist hardop?
Ik heb het probleem dat ik vaak hardop denk als ik in gedachten verzonken ben. Dat heeft voor veel drama gezorgd met de meiden op Freetown High.
…Want, zoals mijn moeder altijd zegt, ik moet leren om sommige gedachten voor mezelf te houden.
Ansel kijkt me aan en ik krimp ineen. Ik voel mijn wangen warm worden. Onze blikken ontmoeten elkaar voor de derde keer vandaag. We staren elkaar een paar seconden gewoon aan.
„Ik bedoelde het boek,“ zeg ik er snel achteraan, „…dat je aan het lezen bent.“
Lekker subtiel, Rainey.
Hij glimlacht, waarbij er diepe kuiltjes in zijn wangen verschijnen. Zijn blauwe ogen fonkelen. Van dichtbij is hij nóg knapper.
Hij heeft hoge jukbeenderen en een sterke kaaklijn. Hij ziet er fit uit, afgaande op hoe zijn spieren strak tegen zijn witte overhemd drukken. Zijn mouwen zijn opgerold, waardoor je zijn gespierde armen goed kunt zien.
Zijn bril doet niets af aan zijn knappe uiterlijk. Integendeel, de bril maakt hem eigenlijk nog knapper.
„Dat zie ik,“ zegt hij uiteindelijk. Ik glimlach een beetje en kijk weer naar mijn dienblad.
„Heb je hem al uit?“ Hij draait zich naar me toe.
„Ja, dat heb ik. Zeker wel tien keer.“
Hij lacht en het geluid is prachtig. Is hij een soort Griekse god ofzo?
„Nou, ik ben pas bij hoofdstuk twintig.“
„Oh, dan ben je er bijna.“ Ik steek mijn duim naar hem op. Hij glimlacht en schudt zijn hoofd.
Ik kijk weer weg en pak mijn appel.
„Dus, vind je het een mooi boek?“ vraagt hij.
Ik knik. „Ja, eigenlijk wel. Heel erg. Het doet me aan mezelf denken.“
Hij houdt zijn hoofd schuin. „Hoezo dan?“
„Nou… Ik denk dat ik me goed kan inleven in de hoofdpersoon.“ Ik haal mijn schouders op.
Hij kijkt nieuwsgierig, maar glimlacht alleen. „Oh, dat is diepzinnig.“
Ik lach naar hem terug, waarna hij weer verder leest. Dan zie ik iets wat op een tatoeage lijkt. Het piept onder zijn opgerolde mouw vandaan en ik frons.
Het komt niet vaak voor dat een slimme jongen met een bril een tatoeage heeft. Wacht, draagt hij oorbellen?
Onze blikken kruisen elkaar opnieuw, en ik kijk snel weg. Ja hoor, hij heeft knopjes in allebei zijn oren.
„Vind je het leuk hier?“ vraagt hij.
Ik haal mijn schouders op. „Ik weet het niet. Ik denk het niet.“
„Ligt het aan de andere leerlingen of aan die vreselijke curry?“
Ik lach. „Aan allebei, denk ik.“
Zijn telefoon gaat over. Hij steekt een vinger in de lucht voordat hij zijn telefoon uit zijn zak haalt. Hij neemt op, maar ik kan niet horen wat de persoon aan de andere kant zegt.
Hij fronst en spant zijn kaakspieren aan. Zijn vriendelijke uitdrukking wordt ineens keihard. Ik vraag me af wat er aan de hand is. Gaat het wel goed met hem?
Hij hangt op. Ik doe alsof ik me met mijn eigen zaken bemoei, terwijl hij razendsnel zijn telefoon opbergt.
„Ehm, ik moet gaan…,“ mompelt hij. Hij zegt het meer tegen zichzelf dan tegen mij. Ondertussen propt hij zijn boek in zijn tas en staat op. „Ik zie je nog wel.“
„Ehm, ja, oké.“ Ik kijk hem na terwijl hij zich uit de kantine haast. Waar ging dat in hemelsnaam over?
„Blijf met je ogen van hem af.“
Ik draai me om en zie Olivia tegenover me zitten. Haar armen zijn over elkaar geslagen. De blouse van haar uniform zit veel te strak. Haar rokje is veel te kort. Ze kauwt luidruchtig op een kauwgom terwijl ze me boos aanstaart.
„Pardon?“
„Blijf met je ogen van Ansel af. Ik vraag het geen tweede keer.“
Ik onderdruk de neiging om in de lach te schieten. Dit voelt als een scène uit een tienerfilm. De scène waarin de aanvoerster van de cheerleaders je waarschuwt om uit de buurt van de populaire sporter te blijven. Dit kan nog best leuk worden. Ik moet het spelletje maar meespelen.
Ik sla mijn armen over elkaar en staar boos terug. „Wat als ik dat niet wil?“
Ze hapt naar adem. Ze kijkt me aan alsof ik haar zojuist in haar gezicht heb geslagen. Haar mond gaat open en dicht als een vis op het droge. Ik kan een grinnik niet onderdrukken.
Dit gaat nog leuk worden. Ik pak mijn tas en wandel de kantine uit. Ik laat haar ziedend van woede achter.









































