
De Willowbrookserie boek 1: Helende harten
Auteur
Kerry Kennedy
Lezers
355K
Hoofdstukken
54
Hoofdstuk 1
SAGE
'Het is voorbij,' zegt Miles terwijl ik hem verward aanstaar.
Waar heeft hij het over – voorbij? Heeft hij het over zijn baan, of over iets anders?
Ik kijk toe hoe hij met zijn lange vingers door zijn haar strijkt, en plotseling begint mijn hart als een gek te bonzen. Is er iets mis met mijn hart? Ik ben arts – ik zou dit toch moeten weten?
Ik probeer iets te zeggen, maar mijn mond gaat alleen maar open en dicht. Mijn keel voelt kurkdroog aan en er komen geen woorden uit.
'Sage, heb je me gehoord?' zegt hij, en er verschijnen rimpels op zijn voorhoofd.
Ik kijk naar hem – ik kijk echt naar hem. We zijn zo'n tien jaar samen. Zijn lichtbruine haar moet nodig geknipt worden.
De rimpels rond zijn ogen en de donkere kringen eronder laten zien dat hij twaalf uur durende diensten op de spoedeisende hulp draait bij hetzelfde stadsziekenhuis als waar ik werk.
'Voorbij?' herhaal ik, alsof ik moeite heb met horen. Misschien wil ik gewoon niet begrijpen wat duidelijk is.
'Ja, het spijt me. We waren goed zolang het duurde, maar ik wil ermee stoppen,' zegt hij tegen me. Hij ziet er niet eens berouwvol uit.
Na – bijna – tien jaar van samenwonen, samenwerken, naar de film gaan, picknicken. We zijn altijd samen geweest.
We hebben twee nachten geleden nog seks gehad. Hoe kan dit voorbij zijn?
'Ik begrijp het niet, Miles. Waar heb je het over? Onze relatie is prima,' zeg ik, terwijl ik probeer het misselijke gevoel in mijn keel tegen te houden.
Ik grijp het kookeiland in onze mooie keuken vast. Ik ben bang dat als ik me nergens aan vasthoud, ik zal vallen. Mijn benen voelen verdoofd en trillerig aan. Ik vertrouw ze nu niet.
Hij laat een lange zucht ontsnappen en maakt de bovenste twee knoopjes van zijn marineblauwe overhemd los.
Het is een zware dienst van twaalf uur geweest – het ene auto-ongeluk na het andere, verschillende traumapatiënten, en een jong meisje dat een zelfmoordpoging had gedaan.
'Ik begrijp het niet,' zeg ik opnieuw, terwijl ik de tranen in mijn ogen tegen probeer te houden. Ik hou van deze man. Begrijp je dat? Ik hou verdomme van deze man.
We zouden binnenkort gaan trouwen – de hele witte bruiloft, familie, vrienden, het feest erna, en een huwelijksreis naar de Seychellen. Alles, inclusief de uitnodigingen, is gepland.
Ik heb het gevoel dat alles me plotseling wordt afgenomen.
'Sage, doe niet zo. Ik wil stoppen met de relatie. Het is afgelopen.'
Wat zegt hij?
We hadden elkaar ontmoet toen ik hierheen verhuisde vanuit Willowbrook, het kleine stadje waar ik ben opgegroeid. Miles en ik hadden elkaar als studenten op de medische faculteit ontmoet en het had meteen geklikt.
Ik had toen ik me op een middag naar de les had gehaast mijn boeken laten vallen, omdat ik te druk bezig was met het lezen van een romantisch boek in de bibliotheek. Hij was de man tegen wie ik op was gebotst.
Toen hij bukte om ze op te rapen, hadden onze voorhoofden tegen elkaar aangestoten. We hadden allebei gelachen. Ik had in zijn ogen gekeken en had me verloren gevoeld.
Het was directe aantrekkingskracht. Hij had me nadat hij zijn naam had gezegd zijn nummer gegeven en hij had gezegd dat ik hem moest bellen als ik met hem uit wilde gaan.
Hij ging snel. Maar dat vond ik juist leuk aan Miles. Hij ging recht op zijn doel af, en de manier waarop hij zijn carrière najoeg verbaasde me.
'Is er iemand anders?'
God, ik haat het dat ik dit überhaupt vraag, maar het branden in mijn borst laat me me niet inhouden. Er woedt een vuur in mijn maag, en het scheurt mijn binnenste uit elkaar.
Mijn borst voelt strak aan – ik heb het gevoel dat ik niet kan ademen. Mijn hele leven valt voor mijn ogen uit elkaar, en ik kan niets doen. Ik grijp het kookeiland steviger vast.
Hij kijkt naar beneden. Dat is het enige antwoord dat ik nodig heb. Ik wil niet meer weten.
Ik ren de keuken uit, door de gang, en onze slaapkamer in – dezelfde kamer waar we de afgelopen vijf jaar seks hebben gehad sinds we samen zijn gaan wonen en er een thuis van hebben gemaakt.
Alle foto's van ons die ons leven delen, staan door de kamer. Die van ons op de zeilboot van zijn vader staat naast mijn bed. Het is mijn favoriete foto – we zijn ontspannen, jong en verliefd.
Gelukkige tijden. Maar nu wil ik me alleen maar oprollen en hard huilen.
Hij klopt op de deur.
'Ga weg,' zeg ik zachtjes. Ik wil geen ruzie – mijn hart kan het niet aan. Ik wil niet eens weten met wie hij me bedriegt.
De gedachte alleen al zorgt ervoor dat ik me misselijk voel. Sterker nog, ik word het ook.
Ik ren naar de privébadkamer, til het toiletdeksel op en kniel net op tijd neer voordat het braaksel uit mijn maag naar buiten komt.
'Sage,' zegt hij, terwijl hij naast me komt staan en mijn haar vasthoudt. 'Het spijt me, echt waar. Het gebeurde gewoon.'
Ik duw hem van me af.
'Stop. Stop gewoon. Ik wil het niet horen. Ik zal inpakken en vertrekken. Ik zal een paar dagen tijd nodig hebben.'
'Heb je iets nodig?' vraagt hij.
'Van jou? Vergeet het maar. Ga weg, ga weg. Laat me met rust.'
'Prima, maar je weet dat dit mijn appartement is. Ik heb het met mijn erfenis van mijn opa voor ons gekocht.'
Serieus? Hij is de grootste klootzak die ik ooit heb ontmoet. Hoe kan hij dat überhaupt tegen me zeggen? Dit is ons thuis.
'Ik kan niet sneller inpakken,' zeg ik tegen hem, en dan braak ik weer boven de wc. Mijn maag zit helemaal in de knoop.
Zal ik ooit over deze pijn heen komen die voelt alsof iemand me keer op keer in mijn buik steekt en het mes omdraait?
'Je hebt tot het einde van de week,' zegt hij met een koude stem.
'Prima.' Het is het enige wat ik nu kan zeggen, terwijl woede over me heen spoelt. Ik denk dat dit allemaal deel uitmaakt van de schok.
Hij laat me in de badkamer achter terwijl ik eindelijk doortrek en achterover tegen de pepermuntkleurige tegelmuur aan ga zitten, mijn knieën naar mijn borst brengend en mezelf omhelzend.
Ik weet niet hoe lang ik daar zit, maar het is donker geworden. Ik moet me bewegen, maar ik heb het gevoel dat ik niets kan doen.
Ik sta langzaam op en draai de kraan open om mijn gezicht te wassen, en poets dan mijn tanden.
Als ik in de spiegel naar mezelf kijk, zie ik de tranen over mijn gezicht lopen en de donkere kringen onder mijn ogen. Ik heb in ieder geval nog mijn baan, maar in het ziekenhuis onder Miles werken gaat niet makkelijk worden.
Wat moet ik doen? Ik heb heel hard gewerkt om op dit niveau op de spoedeisende hulp te komen.
Ik kan het niet weggooien en alleen om hem te vermijden iets nieuws zoeken.
Het is een probleem voor een andere dag. Voor nu heb ik belangrijkere dingen te doen, zoals beginnen met inpakken en ergens anders onderdak vinden.
Het gaat moeilijk worden. Ik kan me niet veroorloven om hier in de stad iets te kopen. Ik heb misschien een goede positie in het ziekenhuis, maar ik heb ook veel van mijn geld aan alle verbeteringen in dit appartement uitgegeven.
Domme ik! Ik heb het meeste van het dure meubilair gekocht, en we hebben van dure vakanties genoten. Dus ja, ik heb spaargeld, maar niet genoeg voor een aanbetaling op een plek in de stad.
Ik ben uitgeput terwijl ik mezelf op het bed laat vallen. De pijn in mijn borst gaat niet weg, en mijn maag zit in de knoop.
Hoe hard ik ook probeer om niet aan alle mooie momenten te denken die we hebben gedeeld, kan ik de herinneringen niet stoppen. Er vallen tranen uit mijn ogen, en ik laat ze.
Het voelt alsof een deel van me is afgesneden, zoals een afgehakte arm.
Als ik 's ochtends wakker word, is het appartement stil. Miles moet al naar het ziekenhuis zijn vertrokken.
Ik check de tijd – het is acht uur 's ochtends. Mijn dienst begint zo. Ik kan het niet aan om naar het werk te gaan; ik moet me ziek melden.
Het is niets voor mij om mensen teleur te stellen.
Mijn telefoon pingt met een WhatsApp-notificatie – het is van Miles.
Misschien heeft hij zich bedacht? Wacht, hij had een affaire, denk dat niet eens!
Ik lees het bericht en heb het gevoel dat mijn hele wereld net van zijn as is gesprongen.
Miles
We zullen de juiste kanalen doorlopen, maar ik wilde je alleen waarschuwen, Sage, dat we je vanwege bezuinigingen op de spoedeisende hulp zullen laten gaan.











































