
Een luna met littekens
Auteur
Ahanaa Rose
Lezers
4,0M
Hoofdstukken
45
Proloog
UNKNOWN
BOEK 1:Scarred Luna
Terwijl ik op de koude marmeren vloer van mijn huis lig, hoor ik overal om me heen de geluiden van vernietiging.
Mijn ooit zo prachtige stad staat nu in lichterlaaie en valt voor mijn ogen als een kaartenhuis in elkaar. Het doet me pijn in mijn hart om dit te zien. De pijn en het verdriet overspoelen me als ik kijk naar de nasleep van de strijd.
Mijn zwaard ligt naast me. Het was mijn trouwe metgezel tijdens het gevecht en getuigt van mijn moed en kracht.
Maar ondanks dat ik vele lycans heb verslagen, is het te laat. De schade is aangericht en mijn stad, mijn thuis, ligt nu in puin.
'Lytus,' fluister ik, mijn stem nauwelijks hoorbaar boven het tumult om me heen.
Mijn leermeester en vriend komt naar me toe. Hij aanschouwt het verschrikkelijke tafereel.
Na de omvang van de verwoesting in zich op te hebben genomen, loopt hij naar me toe. Hij beweegt langzaam en behoedzaam. Hij knielt naast me neer en kijkt me in de ogen.
Ik zeg één woord, dat al mijn uitputting, verdriet en eenzaamheid uitdrukt: 'Selene.'
Ik blijf naar Lytus kijken. Hij is er altijd voor me geweest, door dik en dun, altijd loyaal en behulpzaam.
Maar nu, terwijl onze stad in vlammen opgaat, schudt hij zijn hoofd. Zijn ogen staan bedroefd maar vastberaden.
Iets voelt anders, besef ik. Ik begin aan hem te twijfelen en vraag me af wat er aan de hand is. 'Je wist het.'
Hij zegt niets, maar zijn stilte spreekt boekdelen.
Ik lach bitter en wend mijn blik af. 'Zij wist het.'
Mijn vriend fluistert: 'Tegen de tijd dat ik erachter kwam, was het kalf al verdronken. Het was al gebeurd.'
Ik sluit mijn ogen zachtjes terwijl ik een diepe, schrijnende pijn voel.
In het donker, achter mijn gesloten ogen, zie ik herinneringen aan mijn prachtige geliefde en onze dierbare dochters.
Hun stralende glimlachen, vol liefde en geluk, zouden me altijd zo blij maken als ik thuiskwam.
Ik kan me nog steeds de smaak herinneren van de heerlijke maaltijden die mijn geliefde met zoveel zorg bereidde, al haar liefde in elk gerecht stoppend.
Na honderden jaren alleen te zijn geweest, kreeg ik zo'n wonderbaarlijk geschenk. Maar het werd me zo wreed ontnomen.
En door wie? Mijn eigen zoon, mijn eigen vlees en bloed, veranderd in een monster dat me voor altijd zal achtervolgen.
De gruwelijke waarheid van hun dood blijft bij me als een open wond die maar niet wil helen.
Elk detail van die verschrikkelijke nacht speelt zich steeds opnieuw af in mijn hoofd: de luide kreten, de geur van bloed vermengd met de stank van verraad.
Het voelt alsof mijn hele wereld is ingestort en om me heen in puin valt.
Het verdriet drukt als een loden last op mijn borst terwijl ik probeer deze verschrikkelijke gebeurtenis te bevatten die mijn leven voorgoed heeft veranderd.
Door de pijn en het verdriet heen probeer ik me gelukkigere tijden te herinneren: de momenten die we deelden, de liefde die we voor elkaar koesterden.
Ze mogen dan weg zijn, maar hun geesten leven voort in mij. Ik weet dat ze me door de donkere tijden die voor me liggen zullen helpen.
De pijn is intens, maar ik vind troost in de gedachte dat hun licht altijd zal blijven schijnen, hoe donker de wereld ook wordt.
'Wat moet ik doen, Lytus? Mijn thuis is verwoest, mijn familie is weg en mijn zoon is vertrokken met meer dan de helft van ons volk om mensen kwaad te doen.'
Lytus staat op en kijkt me vastberaden aan. 'De verwoesting van je stad is niet het einde van het verhaal; je volk leeft nog.
'Je familie mag dan in dit leven weg zijn, maar ze kunnen in andere levens bij je terugkomen.'
Lytus steekt zijn hand uit. 'Maar als je nu de handdoek in de ring gooit, zul je je volk of je familie nooit meer zien.'
Ik kijk verward en nieuwsgierig als ik Lytus' blik ontmoet. 'Wat bedoel je?'
'Het lot houdt ervan spelletjes te spelen, vooral met mensen die het denkt te hebben beledigd.
'Je hebt vandaag misschien alles verloren, maar je zult alles wat je is afgenomen terugkrijgen. Dat beloof ik.' Hij doet een stap naar me toe. 'Sta nu op en vecht.'
Ik kijk naar zijn uitgestoken hand, overspoeld door verschillende emoties.
Moet ik hem aannemen en hem me door deze pijn laten helpen, of moet ik me laten overweldigen door het verdriet?
Diep in mijn hart weet ik al wat ik moet doen. Ondanks de slechte vooruitzichten moet ik sterk zijn en blijven vechten, zelfs als de overwinning onmogelijk lijkt.
Ik grijp de hand van mijn vriend stevig vast en voel me sterker worden als hij me moeiteloos overeind trekt. Terwijl ik opsta, pak ik mijn zwaard en gebruik het om me te ondersteunen.
Lytus legt zijn hand op mijn schouder en een helder licht straalt uit bij zijn aanraking. Het licht omhult mijn lichaam, geeft me een warm gevoel en geneest me volledig.
Onmiddellijk verdwijnen de vreselijke pijn en ernstige verwondingen. Ik voel me weer sterk en gezond.
Ik pauzeer even en kijk om me heen. De kamer die ooit zo vrolijk en vol leven was, is nu een trieste herinnering aan de verschrikkingen die hebben plaatsgevonden.
Ik herinner me momenten van gelach en uitbundige maaltijden, wat in schril contrast staat met de levenloze lichamen die ik nu zie.
Maar dan zie ik iets bewegen. Zonder na te denken grijp ik een man bij zijn keel en til hem de lucht in.
Ik voel woede en pijn opkomen en knijp harder. Ik word overspoeld door emoties die ik nauwelijks kan benoemen. 'Ik heb er een gemist.'
De man begint aan mijn hand te trekken. 'Nyctimus! Alsjeblieft.'
Ik sluit mijn ogen en dring door in de geest van deze verrader.
Ik voel de zwaarte van die herinneringen, de pijn en de woede. Het is moeilijk te beschrijven hoe het voelde toen die verraders mijn huis binnendrongen en mijn geliefde en dochters overvielen.
We vochten zo hard als we konden en doodden vele vijanden, maar er waren er te veel. We konden niet winnen tegen zo'n overmacht.
Ik herinner me hoe ik toekeek terwijl mijn geliefde trots en moedig stond, bereid te sterven om ons te beschermen, maar ze verwondden haar zwaar en verkrachtten haar voor de ogen van onze dochters.
Ze deden dezelfde gruwelijke dingen met elk van hen, de een na de ander.
Ik open mijn ogen en kijk naar de man voor me. Ik zie de doodsangst in zijn ogen.
Ik voel een intense woede opkomen en knijp zijn keel harder dicht, mijn kracht voelend toenemen.
Dan laat ik zijn keel los en zwaai snel met mijn zwaard, de man in tweeën splijtend. De twee helften van zijn lichaam vallen op de grond, bloed gutst uit beide delen.
Ik hef mijn zwaard op en veeg het bloed af aan mijn mouw. 'Wat nu?'
'Selene en Axiom hebben de mensen die jou trouw zijn gebleven naar een veilige plek kunnen brengen,' zegt Lytus achter me. 'Alleen ik weet waar ze zijn, en ze kregen de opdracht om te blijven verplaatsen tot we ze zeggen te stoppen.'
'Axiom?'
'Dood.' Hij zegt het op een toon die geen ruimte voor twijfel laat.
Hij geeft me even de tijd voor mezelf en komt dan naast me staan.
'Periphetes denkt dat je dood bent. Gebruik dat. Wacht tot je weer op krachten bent. Tot je volk weer sterk is.'
Ik draai me naar mijn leermeester, mijn vriend, en laat hem mijn verdriet en pijn zien. 'En dan? Ik ben alles kwijt. Mijn geliefde, mijn dochters, mijn thuis. Ik zal nooit meer terugkrijgen wat ik had.'
Lytus legt zijn handen op mijn schouders en spreekt met wijsheid en mededogen.
'We zijn kleine onderdelen van een groter levenspatroon, en als sterke mensen is het onze taak om de zwakken te beschermen, zelfs als dat betekent dat we degenen verliezen van wie we houden.
'Maar wees niet bang, want het lot is rechtvaardig. Wat van je is afgenomen, zal je op de een of andere manier worden teruggegeven.'
Deze woorden blijven in mijn gedachten hangen en worden met elke herhaling sterker.
'Wat is afgenomen, zal worden teruggegeven,' zeg ik zachtjes, alsof ik probeer deze woorden deel van mezelf te maken. 'Ik zal wraak nemen voor dit verlies, al duurt het duizend levens.'
















































