
Tot de Dageraad
Auteur
Lezers
1,1M
Hoofdstukken
31
Hoofdstuk 1
LILAC
Impulsiviteit kon gevaarlijk zijn. Het zorgde ervoor dat je niet helder nadacht en misleid werd. Ik was gemanipuleerd door mijn identieke tweelingzus. Ik had ermee ingestemd om haar plaats in te nemen bij haar verloofde.
Een onmogelijke missie.
En nu zat ik in een zwarte SUV met donkere ruiten, op weg naar het landgoed van de Blackwoods.
Het enorme huis kwam in zicht toen we de hoek van de straat omsloegen. Het landgoed besloeg het hele huizenblok. De betonnen muren waren wel vier meter hoog, wat zorgde voor privacy en bescherming.
Terwijl we de hoofdpoort naderden, klemde ik het boek dat ik aan het lezen was stevig vast.
De lucht om me heen voelde plotseling zwaar aan. Zelfs in mijn comfortabele, witte mini-jurk met bloemetjes kreeg ik het warm en voelde ik me opgesloten.
Het gevoel dat ik ging hyperventileren kroop langzaam omhoog in mijn lichaam. Ik begon zwaar te ademen.
Adem in.
Adem uit.
Adem in.
Adem uit.
Ik herhaalde de woorden in mijn hoofd totdat ik mijn ademhaling weer onder controle had.
Ik kon dit.
Het was nergens voor nodig om me overweldigd te voelen. Dit was niet echt.
Dominic Blackwood was niet mijn mate.
Ik was hier alleen om Violet tijdelijk te vervangen.
Ze zou over een paar maanden terugkomen om me te redden.
Niemand zou het weten.
Het landhuis kwam goed in zicht toen we de grote, halfronde oprit opreden.
Bij de ingang stonden verschillende bedienden op me te wachten. Eén van hen rende naar voren om mijn portier te openen.
Hij boog en begroette me. „Goedemiddag, Luna.“
Eerst besefte ik niet dat hij het tegen mij had. Toen ik me dat herinnerde, draaide ik me weer naar hem toe en klemde mijn boek tegen mijn borst.
„Goedemiddag.“ Mijn stem klonk als een zacht gefluister, maar de wolvenoren van de bediende hoorden het luid en duidelijk.
Ik liep om hem heen en zag hoe een andere man met een dankbare glimlach de trap afliep.
Hij was lang. Hij had donkerbruine krullen die over zijn voorhoofd en in zijn nek vielen, net als een surfer. Er verschenen kuiltjes in zijn wangen toen hij lachte.
„Luna, het is goed om te zien dat je er eindelijk bent.“ Hij klonk opgelucht. „Ik weet dat dit vast te vroeg voor je is. Ik besef dat je nog een paar jaar hebt voor de paringsceremonie—“
„Het geeft niet.“ Mijn stem was schor. Ik schraapte mijn keel voordat ik mezelf herhaalde.
Er verscheen een warme glimlach op zijn gezicht voordat hij boog.
„Mijn naam is Peyton, de bèta van de Blackwood roedel. Namens de Blackwood roedel wil ik je bedanken dat je onze speciale verzoeken en omstandigheden hebt geaccepteerd.“
Alsof ik een keuze had...
Hij ging weer rechtop staan om me met een glimlach aan te kijken. Daarna gebaarde hij dat ik voor hem uit mocht lopen. Ik deed een stap naar voren en hij volgde me op de voet.
Binnen in het landhuis keek ik vol ontzag om me heen naar hoe mooi het was.
De hal had hoge plafonds met schitterende glazen kroonluchters. Er hingen prachtige schilderijen aan de muren en er stonden overal bloemen. Twee wenteltrappen leidden naar de bovenverdieping.
„In dit huis werken twintig bedienden om de alfa en de luna van de roedel te helpen. De rest van de roedel woont rondom dit landgoed. Mijn huis staat hier vlak naast,“ legde bèta Peyton uit.
Hij bracht me naar een zitkamer, waar ik op een dure bank ging zitten. Hij zwaaide naar een bediende in de buurt om thee te serveren en nam toen tegenover mij plaats.
„De bewakers van de roedel werken in ploegendiensten voor het huis van de alfa. Je zult altijd vierentwintig uur per dag bescherming hebben.“
Hij draaide zich om in zijn stoel en wees uit het raam. Daar liepen de bewakers van de roedel langs de muren van het landgoed.
Hij draaide zich weer naar mij toe. Zijn glimlach was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een droevige blik.
„Ik heb het aantal bewakers verdubbeld sinds de aanval op ons grondgebied. Zeker na de trieste situatie met onze alfa. Ik wilde er zeker van zijn dat hij veilig zou zijn.“
De bèta zweeg even en keek bedachtzaam. „De alfa is een behoorlijk lastige patiënt geweest,“ ging hij uiteindelijk verder.
„Daarom hebben we jou nodig. Hij heeft elke verpleegster weggestuurd die we voor hem hebben ingehuurd. Zijn slechte humeur en boosheid zijn van een kilometer afstand te voelen en te horen.“
Ik knikte begrijpend. Ik had er helemaal geen zin in om Dominic te ontmoeten. Toch probeerde ik de zorgen van bèta Peyton te sussen. „Ik zal mijn uiterste best doen,“ beloofde ik.
Zijn glimlach verscheen weer. „Dat wordt enorm gewaardeerd, Luna. Ik weet dat hij streng voor je zal zijn. Trek je zijn woorden alsjeblieft niet te veel aan. Hij is nog steeds boos over het verlies van zijn gezichtsvermogen.“
„Heb je hem verteld dat ik eraan kwam?“ vroeg ik.
Peyton knikte.
Ik keek zenuwachtig naar de overloop bovenaan de trap. Ik wist niet of dit ging werken. Maar ik was vastberaden en zou de alfa op alle mogelijke manieren proberen te helpen. Zelfs als hij me er niet bij wilde hebben.
Ik was tenslotte de zus van zijn verloofde.
Ik kreunde vanbinnen. Ik had het gevoel dat dit vreselijk uit de hand zou lopen. Ik had Violet me nooit zover mogen laten krijgen om hierheen te gaan.
Er klonk een harde klap en een brul uit een van de slaapkamers boven. Bèta Peyton verschoof ongemakkelijk in zijn stoel. Daarna galmde er een luide, bazige stem door het huis.
„Peyton!“
Peyton zuchtte en wreef over zijn slaap. De bèta straalde pure vermoeidheid uit. Hij had donkere kringen onder zijn ogen en zijn schouders hingen slap van uitputting.
„Ik zal wel even bij hem gaan kijken,“ stelde ik voor. De ogen van de bèta schoten direct omhoog.
„Ik weet niet zeker of dit wel een goed moment is.“
„Je zei net dat ik me zijn woorden niet te veel moest aantrekken. Als dit elke dag zijn humeur is, dan zal het morgen echt niet anders zijn,“ wees ik hem erop.
Bèta Peyton leek te twijfelen, maar knikte uiteindelijk toch.
Ik liep de trap op. Ik volgde de harde klappen en het dichtslaan van deuren, die met elke stap luider leken te worden.
Ik ging op het lawaai af totdat ik bij de deur stond waar al het geschreeuw vandaan kwam.
„Peyton!“ brulde de stem van Dominic opnieuw. „Kom nu direct met je luie reet hierheen!“
Ik twijfelde of ik zou kloppen of gewoon de deur zou opendoen. Ik besloot om maar niet te kloppen. Voor hetzelfde geld zou hij anders iets naar mijn hoofd gooien. Maar voordat ik de klink kon vastpakken, vloog de deur plotseling open.
Vlak voor me stond de woedende Alfa Blackwood.
Hij snoof de lucht op.
„Wie ben jij?“ snauwde hij. „Je ruikt niet als een lid van de roedel.“
„V-violet,“ stotterde ik.
Hij was een prachtige man. De woede brandde fel in zijn oceaanblauwe ogen. Het leek op een koude, stormachtige zee waar ik rillingen van kreeg. Zijn pikzwarte krullen vielen wild over zijn voorhoofd.
Ik kon zijn verslavende, mannelijke geur bijna proeven. Het was niets overdreven. Hij rook heel natuurlijk, als een lange wandeling in het bos of frisse ochtendregen.
De lichte knobbel op zijn neus verraadde dat hij die in het verleden minstens één keer had gebroken. Door een litteken boven zijn onderlip wist ik dat die lip vaker was opengesprongen dan goed voor hem was.
Toen gebeurde er iets waarvan ik niet dacht dat het mogelijk was...
Mijn hart maakte een sprongetje.
Mijn maag trok samen van de opwinding.
„Violet?“ Zijn gezicht vertrok toen hij probeerde zich die naam te herinneren.
Zodra het tot hem doordrong, veranderde zijn mooie gezicht. Er stroomde pure woede uit hem. Het litteken op zijn lip werd wit toen hij zijn lippen stijf op elkaar perste.
„Eruit!“ brulde hij.
Hij deed een bazige stap naar voren. Ik struikelde achteruit en kromp ineen onder zijn boze blik. Zijn uitstraling dwong me bijna om aan zijn alfa-commando te gehoorzamen.
Wees dapper, Lilac. Het is de bedoeling dat je dapper bent.
Ik ademde diep in en daarna weer langzaam uit. Het lukte me om er een klein woordje uit te piepen. „Nee.“
Zijn ogen stonden op onweer na mijn antwoord. „Dan laat ik je er wel uit gooien! Iedereen die niet luistert, zal door mijn handen sterven.“
„Ik ga niet weg. Als je iemand wilt vermoorden, dan vermoord je mij maar.“
Zei ik dat nou echt?
Zijn irissen veranderden heel even van kleur. In die fractie van een seconde zag ik de emoties die hij probeerde te verbergen. Ik zag de pijn en de schaamte in zijn woedende ogen.
Ik trok mijn schouders naar achteren. Ik verzamelde het kleine beetje moed dat ik nog over had voordat ik weer begon te praten.
„Ik ga helemaal nergens heen, Dominic. Ik ben je mate en ik zal er voor je zijn.“














































