
De palindromen boek 1: Palindroom
Auteur
Morgana Ville
Lezers
206K
Hoofdstukken
59
Prooi
HANNAH
1 MEI
Dit is het dan.
Het mes gleed weg en sneed in mijn vinger. Mijn hart bonkte snel terwijl het bloed zich met het citroensap vermengde en een patroon vormde waar ik mijn ogen niet van af kon houden. Ze had nog nooit eerder gesproken, nooit op deze manier.
Mijn moeder zei dat ze haar hoorde als er gevaar dreigde, maar wat kon hier het gevaar zijn? Ik trok mijn blik los van het rode bloed en keek rond in het restaurant. Er leek niks aan de hand.
Evans dronk zijn limonade, zijn bord was leeg. Oscar, sinds vier jaar mijn collega, neuriede zachtjes terwijl hij een tafel schoonmaakte. Een ploeg wegwerkers wachtte op ontbijt.
Maar in plaats van dat ik kalmeerde, ging mijn hart nog sneller tekeer. Wat gebeurde er?
Een klein belletje rinkelde en liet me weten dat er iemand binnenkwam. Voordat ik kon zien wie het was, kwam Oscar vanachter de toonbank. Hij maakte snakte naar adem toen hij al het bloed zag.
'Hannah! Gaat het?'
Ik was de snee vergeten. Pas nu hij er iets van zei, voelde ik de pijn in mijn vinger. Ik schudde mijn hoofd om hem te laten zien dat hij zich geen zorgen hoefde te maken.
'Niets aan de hand. Ik lette even niet op en het mes gleed weg.'
Hij trok me naar de gootsteen en hield mijn hand onder koud water. Zijn duim wreef over mijn arm. Hij probeerde me gerust te stellen, maar het irriteerde me alleen maar.
Ik hield van Oscar. Hij was mijn beste vriend, maar ik wilde niet méér. Hij hintte er vaak op, maar zei nooit rechtstreeks iets tegen me. Voorzichtig trok ik mijn hand uit de zijne en deed alsof ik de gekwetste blik in zijn ogen niet zag.
'Het is oké, het bloedt niet meer. Zie je?' Ik stak mijn hand uit om het hem te laten zien.
Hij knikte één keer en draaide zich om zodat hij de EHBO-kit kon pakken.
Het was stil geworden in het restaurant. Het geluid van zacht gelach deed me opkijken, en daar was hij.
Ik zag niets behalve zijn ogen. Ze trokken me diep naar binnen. Hoe konden die zoveel diepte hebben?
In de lichtblauwe kleur zag ik wijsheid, woede, liefde, humor, angst, verlangen, haat en nieuwsgierigheid. Ik was me ervan bewust dat ik niet knipperde, maar plotseling was hij weg, en het voelde alsof er heel veel tijd was verstreken.
Oscar reikte opnieuw naar mijn hand, en ik liet hem toe. Ik voelde me verward en duizelig.
Het gepraat in het restaurant was weer normaal, of misschien was het nooit stil geweest? Het leek alsof er niks aan de hand was. Alleen een tintelend gevoel op mijn rug vertelde me dat er wel iets was gebeurd.
Wie was hij?
Terwijl Oscar het verband aanlegde, leunde ik opzij. Er was een tafel achterin die eerder leeg was geweest. Nu zag ik twee mensen daar zitten.
Hoe waren ze daar zo snel gekomen? Wie was degene met de ogen?
'Hannah?!'
Uit de toon van Oscar zijn stem bleek dat hij mijn naam meerdere keren had gezegd. Ik schudde mijn hoofd en glimlachte.
'Sorry.'
Hij staarde me aan. 'Weet je zeker dat je niet even moet gaan zitten? Ik red het wel.'
Ik klopte op zijn hand en zei dat hij zich geen zorgen moest maken. 'We hebben klanten.'
Mijn hand trilde toen ik mijn notitieboekje uit het kleine zakje van mijn schort trok. Ik haalde drie keer diep adem en voelde me beter.
De wandeling naar de tafel leek veel langer te duren dan normaal. De zon liet kleine lichtstralen op de muur dansen, en een ervan viel op zijn haar waardoor het oplichtte. Mahonie, goud en amber, verschillende tinten waren verborgen in het donkerbruin.
Ik hoorde mijn ruwe ademhaling toen ik stopte, me omdraaide en hen aankeek.
Het waren broers, dat was duidelijk. Maar heel verschillend. Degene links was groot.
Zijn trui spande zo strak om zijn spieren dat de naden op springen stonden. Hij had een brede grijns terwijl hij me van top tot teen opnam. De andere was kleiner.
Ook gespierd, maar compacter. Hij leek meer controle over zijn lichaam te hebben. Hij hield zijn hoofd naar beneden.
Waarom miste ik zijn blauwe ogen nu al?
'Wat kan ik jullie op deze mooie ochtend serveren, heren?'
Twee paar ogen keken me tegelijk aan, ik voelde me als een prooi door de intensiteit in hun blik Ik herkende de blauwe ogen, maar het was de ander die sprak.
'We nemen twee broodjes biefstuk, rood gebakken, en twee limonades graag. Met vers gesneden citroenen.' Hij glimlachte bij het laatste deel.
Ik schreef het op, zonder ze in de ogen te kijken.
'Verder nog iets?'
Degene die bestelde—ik ging ervanuit dat hij de oudste was—keek Blauwe Ogen vragend aan, maar ze schudden allebei hun hoofd.
Terwijl ik wegliep, kon ik het niet laten om achterom te kijken. Blauwe Ogen zat met zijn rug naar me toe, maar de ander keek me na.
Blauwe Ogen haalde zijn hand door zijn donkere haar en zei iets waardoor Grote Broer naar hem keek.
Ik sloot mijn ogen en bad. Ik wist dat er iets ergs ging gebeuren. Als ik in de Duivel had geloofd, zou ik mijn zilveren kruis hebben gezocht.
Ik gaf hun bestelling door aan Mary, de kok en verontschuldigde me. In het toilet probeerde ik iemand te roepen om me antwoorden te geven, maar het was stil—ik stond er blijkbaar alleen voor.
Nou, ik was niet machteloos. Ik zou het wel redden. Mezelf redden, waarmee? schreeuwde mijn brein tegen me. Ik kon in de boeken kijken zodra ik thuiskwam, maar ik wist niet waar ik naar moest zoeken. Ik moest meer weten.
Ik was weer tot rust gekomen door dit moment alleen, en ik rechtte mijn rug toen ik weer naar buiten liep.
Ik maakte de limonades klaar, controleerde de citroenpartjes op bloed, en liep deze keer met meer zelfvertrouwen naar hen toe. Ik opende mijn geest voor de energie die van de twee mannen kwam en bestudeerde hen terwijl ik dichterbij kwam.
De oudste was knap, ongeveer vijfentwintig jaar oud, en had witblond haar. Hij had bruine ogen, maar hij keek me niet aan.
Ik kon de aderen zien die uit zijn arm sprongen, en het T-shirt spande strak om zijn biceps. De dames in de stad zouden compleet uit hun dak gaan bij het aanzicht van deze man.
Wat de ander betreft... Ik wachtte voordat ik zijn kant op keek, maar hij keek niet naar me. Hij bestudeerde het glas voor hem alsof het heel waardevol was.
Hij zegt iets hardop. Ik fronste. Zouden het heksen kunnen zijn? Nee, dat zou ik hebben gemerkt.
Bovendien zouden ze uit respect eerst naar mij zijn gekomen.
Zijn haar was een soort moderne versie van een jaren vijftigkapsel en zijn wenkbrauwen waren perfect gevormd. Omdat hij zijn ogen naar beneden gericht hield, kon ik zijn lange wimpers zien.
Rechte neus, zachte stoppels. In een flits zag ik zijn lippen tegen mijn hals. Het beeld verdween zo snel als het kwam, godzijdank.
Hij kon rond de tweeëntwintig of drieëntwintig jaar oud zijn. Hij pakte het glas vast, en ik zag dat hij tatoeages op zijn vingers had.
Ze straalden allebei een bad boy-energie uit. Er was niets meer te zien. Ze hadden zichzelf afgesloten, waardoor ze nog gevaarlijker aanvoelden.
Ik glimlachte naar hen en deed een stap achteruit.
'Ik kom zo bij jullie met het eten.'
Ze lachten terug en het leek alsof roofdieren hun tanden lieten zien.
Ik voelde de behoefte aan meer bescherming, dus sprak ik een kleine spreuk uit terwijl ik op het eten wachtte, nadat ik om me heen had gekeken. Ik nam wat zout in mijn hand en mompelde zachtjes een paar woorden zodat niemand me zou horen.
Elementen van de maan, elementen van de Nacht
Kom alsjeblieft in zicht
Krachten van de Nacht, krachten van de Dag
Ik roep jullie op
Ik doe een beroep op jullie
Om mij te beschermen
Zo zij het.
Ik herhaalde de bezwering drie keer en was net klaar toen Mary de borden voor me neerzette. Ze keek vervreemd naar me, maar zei niets.
Toen ik dichter bij de tafel kwam, zag ik dat Blauwe Ogen met opgetrokken wenkbrauwen naar me keek. Zijn lippen krulden in een glimlach. Ik kantelde mijn hoofd. Zou het kunnen dat hij voelde dat ik een beschermingsspreuk had uitgesproken?
Dan had ik er goed aan gedaan. Ik zette de borden voor hen neer, bloed druppelde van het vlees. Ik glimlachte en wenste ze smakelijk eten.
De oudste begon meteen te eten, maar Blauwe Ogen keek me eindelijk aan. Zijn ogen waren gevuld met een lach en bewondering.
***
Ik ruimde tafels af en praatte met Evans, een van onze vaste klanten, terwijl ik de broers in de gaten hield terwijl ze aten. Ze spraken soms maar concentreerden zich vooral op hun maaltijd.
Evans leidde me af door mijn hand te pakken. 'Je ziet er moe uit, kind. Is alles in orde? Je zegt het maar als je hulp nodig hebt bij het huis, hoor je me?'
Evans had mijn ouders gekend, en hij vond dat hij af en toe bij me moest checken.
Ik kneep in zijn hand. 'Ik heb vannacht niet goed geslapen, dat is alles. Maar ik kan wel wat hulp gebruiken met het snoeien van de heg. Ik weet niet of ik sterk genoeg ben om de snoeischaar zo lang omhoog te houden.'
Evans leek blij dat ik om zijn hulp had gevraagd, en hij beloofde later in de week langs te komen.
Mama had me dit geleerd toen ik klein was: iedereen wil zich nuttig voelen. Als iemand hulp aanbiedt, neem het dan aan.
Je hebt geen spreuken nodig om iemand zich goed te laten voelen over zichzelf.
Ik schonk zijn koffie bij en verstijfde. Langzaam draaide ik me om—beide mannen stonden daar, afwachtend. Ik kon zien dat de spreuk had gewerkt want ze hielden een bepaalde afstand.
De broers waren casual gekleed, maar hun kleding was duidelijk van zeer goede kwaliteit—ze droegen designerjeans en sneakers waar Kanye West jaloers op zou zijn. Blauwe Ogen droeg een leren jack dat er vintage uitzag. Hij stond zo dichtbij dat ik de Rolex aan zijn pols kon zien.
Ik sloeg mijn handen in elkaar en veinsde nonchalance. 'Gaan jullie nu al weg? Bezoeken jullie iemand in de stad?' Ik probeerde onschuldig te klinken, maar ze trapten er niet in.
'Eigenlijk zijn we hier naartoe verhuisd,' zei hij.
Dit was de eerste keer dat Blauwe Ogen tegen me sprak. Ik slikte moeizaam. Zijn stem voelde als een verboden vrucht.
'Echt? Waar?' Het kon me niet schelen of ik onbeleefd of buiten adem klonk.
De glimlach verscheen weer. 'We verhuizen naar het oude Pevensy-huis.'
Mijn ogen werden groot van verbazing. Pevensy was de rijkste man in de stad—tenminste, dat was hij geweest. Hij was een maand geleden gestorven.
De erfgenamen hadden gevochten over de nalatenschap, maar nu hadden ze een overeenkomst bereikt. Het huis was te groot voor deze stad. Het zou beter in Beverly Hills hebben gepast, maar meneer Pevensy hield van luxe.
'Nou, veel succes daarmee.'
Hij glimlachte en gaf me zijn kaart zodat ik kon afrekenen. Ik ging achter de balie staan en wierp een snelle blik op de kaart om de naam te bekijken voordat ik hem door de lezer haalde.
William Adamson. Hij reikte ernaar voordat ik het geboortejaar kon zien. Ik gaf de kaart terug. Zijn wijsvinger raakte de mijne kort onder de kaart, waardoor mijn snee weer ging branden.
Voordat ze vertrokken, keek William naar mijn naamplaatje, waarop HANNA stond. Paul, mijn baas, had het me gegeven, en ik had niet de moeite genomen het te corrigeren.
'Het spijt me als ik onbeleefd lijk, Hanna. Maar wordt je naam niet met twee H's geschreven?' Hij keek me weer aan. Zijn glimlach was verdwenen. Nu bevatten zijn alleen duisternis.
Game on, fluisterde de stem in me. In plaats van mijn angst te tonen, liet ik mijn gemeenste glimlach zien.
'Nou, ja. Ja, dat klopt. William.'
Ik keek toe terwijl ze in een glanzende zwarte Shelby Mustang stapten, een van de nieuwste modellen. Tot mijn verbazing was het William die achter het stuur ging zitten.
Ik had verwacht dat de oudere broer zou rijden. Zijn ogen waren verborgen achter een donkere zonnebril, maar hij knikte naar me toen hij zag dat ik keek.
Gelukkig was mijn dienst bijna voorbij, en dit hele gedoe had me van mijn stuk gebracht, ook al was er eigenlijk niets gebeurd.
Evans stond op om te vertrekken en klopte me op de schouder. 'Wie was dat?'
Ik bleef naar de auto kijken tot hij uit het zicht was. 'Ze zijn net verhuisd naar het Pevensy-huis.'
Evans maakte een laag geluid in zijn keel. 'Echt? Hmm, dat moet dan wel een rijke familie zijn.'
Ik ging er niet op in, en hij pakte zijn hoed en zei gedag, beloofde binnenkort langs te komen om naar de heg te kijken.
Terwijl ik een laatste blik uit het raam wierp, was ik van één ding zeker. Ze waren niet volledig menselijk.

















































