
Honden uitlaten op hakken
Auteur
H. R. Harney
Lezers
438K
Hoofdstukken
35
Hoofdstuk 1
MISSY
“Hoi, mijn naam is Missy Tempton. Ik ben drieëntwintig jaar oud en ik hou van mijn baan.” Ik oefende een brede glimlach in de spiegel. Toen zag ik pas dat er een bosbes tussen mijn tanden zat.
Ik kreunde van schaamte. Al was de bosbessenmuffin die ik als ontbijt op had het absoluut waard geweest.
Nadat ik de verdwaalde bosbes had weggehaald, oefende ik mijn glimlach opnieuw. Ik vond dat ik een charmante lach had. Er verschenen kuiltjes in mijn ronde wangen. Die wangen werden wel vaker schattig genoemd.
Zonder bosbessen waren mijn tanden stralend wit en stonden ze mooi recht.
Maar vandaag bereikte mijn glimlach om de een of andere reden mijn grijsblauwe ogen niet. Mijn ogen verraadden de stress die ik vanbinnen voelde.
Ik wist oprecht niet waarom ik zo zenuwachtig was. Ik had een heleboel chique klanten. Deze man was eigenlijk niet anders.
Behalve dan dat hij waanzinnig knap was.
Ik beet onbewust op mijn lip toen ik aan Logan Rourke dacht. God, die man was prachtig.
Ik schudde mijn hoofd en voelde me een beetje gegeneerd. Ik moest mezelf herpakken. Anders kon ik hem beter niet als klant aannemen.
Als hondenuitlater kon ik niet bepaald kieskeurig zijn wat betreft mijn klanten. De concurrentie in Miami was namelijk moordend. Het maakte daarbij niet uit wie je was of wat je deed.
Kleding uitkiezen voor mijn sollicitatie was veel moeilijker dan normaal. En dat terwijl ik zo hard mijn best deed om te doen alsof het me niets kon schelen.
Het beloofde een hete dag te worden. Ik keek er dan ook vreselijk tegenop om mijn koele appartement te verlaten en de meedogenloze luchtvochtigheid te trotseren.
Ik besloot de natuurlijke slag in mijn blonde haar maar zo te laten. Het had toch geen zin om tegen het onvermijdelijke te vechten. Wel stak ik het op in een speelse halve paardenstaart.
Omdat ik honden uitliet, wist ik dat mensen een bepaald beeld van me hadden. Vooral mijn rijkere klanten. Ik deed dan ook mijn uiterste best om aan dat plaatje te voldoen.
Ik koos voor een lichtblauwe blouse met blote schouders en een zwierige witte rok. Daaronder droeg ik mijn favoriete espadrilles met sleehak. Deze waren maar liefst tien centimeter hoog en lieten mijn benen prachtig uitkomen.
Ik was namelijk nog geen meter zestig. Ik moest er dus alles aan doen om langer te lijken. Alleen dan werd ik serieuzer genomen.
Ik maakte mijn outfit af met een zonnebril, een beetje lippenbalsem en mijn kleine blauwe handtas.
Terwijl ik voor mijn grote spiegel stond, slaakte ik een zucht. Waarom deed ik mezelf dit aan? Waarom maakte ik me er zo druk om?
Hoofdschuddend draaide ik me weg van de spiegel. Ik glimlachte naar mijn enorme, oranje huiskat. Hij lag languit op zijn favoriete plekje op de vloer, recht voor de ventilator.
Het was een langharige kat. Hij nam het me nog steeds kwalijk dat we van het koele Maine naar Miami waren verhuisd, waar hij het altijd veel te warm had.
Hij keek me nu boos aan met zijn felgroene ogen.
“Ik hou ook van jou, Watson,” zei ik sarcastisch, terwijl ik hem over zijn oranje kopje kriebelde.
Hij bleef me strak aankijken, totaal niet onder de indruk van mijn liefdesverklaring.
“Ik ben zo weer terug, vriend. Dan geef ik je misschien wel een lekker koel bad, oké? Zou je dat fijn vinden, grote jongen?”
Ik zocht er waarschijnlijk te veel achter. Toch kon ik zweren dat hij me vol afschuw aankeek toen hij dat hoorde.
Ik moest lachen om zijn blik. Ik gaf hem een kusje op zijn snorharen en draaide me om naar de deur.
“Blijf precies daar!” plaagde ik hem.
Ik kan het niet bewijzen, maar ik weet honderd procent zeker dat hij met zijn ogen rolde toen ik de deur dichttrok.
***
Normaal gesproken pakte ik de bus of de fiets. Maar de bus reed niet door zulke chique buurten als die van meneer Rourke. Ik was dus wel genoodzaakt om een taxi te nemen.
Mijn maag was de hele dag al een beetje van streek. Hoe dichter we bij het adres kwamen, hoe meer mijn maag ineenkromp.
We lieten de flatgebouwen achter ons. De taxi reed nu door een oudere wijk. Langs de straten stonden eeuwenoude bomen die volhingen met plukken Spaans mos.
De huizen werden steeds groter en fabelachtiger. Op een gegeven moment kon je ze eigenlijk geen huizen meer noemen.
Het leken wel mediterrane villa's. Daarna veranderden ze in uitgestrekte, moderne landgoederen, zo spierwit als wolken. Ik voelde mijn hart sneller kloppen.
Het was niet de enorme rijkdom en luxe die me zenuwachtig maakte. Ik had namelijk al een paar klanten in deze buurt. Nee, het herinnerde me vooral aan de man zelf. De man die ik nu ging ontmoeten.
Logan Rourke leek in niets op de mannen die ik tot nu toe in mijn leven had gehad. Ik viel normaal gesproken op het type ruwe bolster, blanke pit. Ik hield van mannen in spijkerbroeken die gewoon lokaal bier dronken.
Ik had sterk de indruk dat die omschrijving niet bij meneer Rourke paste. Toch had hij iets wat meteen mijn aandacht had getrokken. En dan bedoel ik niet alleen zijn overduidelijke, oppervlakkige schoonheid.
We hadden elkaar nog maar één keer eerder ontmoet. Ik betwijfelde of hij me überhaupt nog zou herinneren. Ik was bij hem aanbevolen door een andere klant van mij. Zij woonde toevallig ook in deze wijk.
Vivian McAllister had me vorige zomer uitgenodigd voor een brunch in haar landhuis. Daar was Logan Rourke ook bij geweest.
Het eerste wat me aan hem was opgevallen, waren zijn felgroene ogen. Ik weet nog dat ik stilletjes moest glimlachen. Ze deden me namelijk direct denken aan de kattenogen van Watson.
Blijkbaar had ik toen nogal luid en onbeleefd lopen proesten. Ik zweer dat het niet mijn bedoeling was geweest. Ik had het op dat moment niet eens door.
Vivian had me achteraf flink op mijn kop gegeven. Ze zei dat ik meneer Rourke had beledigd door “onbeschoft naar hem te proesten” tijdens onze ontmoeting.
Vivian was, om het netjes uit te drukken, nogal een controlfreak. En dat was echt niet het enige wat ik die dag deed dat in het verkeerde keelgat schoot.
Ik werd daarna dan ook niet meer uitgenodigd voor feestjes bij haar thuis.
Het verbaasde me dus behoorlijk toen de secretaresse van meneer Rourke me mailde. Ze liet me weten dat mevrouw McAllister me had aanbevolen als persoonlijke dierenoppas.
Ik was misschien niet chic genoeg voor Vivians sociale kringen. Maar ik was blijkbaar wel capabel genoeg als het op honden uitlaten aankwam.
Ik slaakte een zucht toen de taxi stopte voor een gigantisch smeedijzeren hekwerk.
De taxichauffeur keek me een beetje meewarig aan via zijn spiegel. Hij bekeek mijn kleding. Het leek alsof zelfs hij dacht dat ik mezelf voor de gek hield door hier te zijn. “Wat moet ik tegen de intercom zeggen, schatje?” vroeg hij.
“Zeg maar dat mevrouw Tempton hier is voor haar afspraak van vier uur, schatje,” antwoordde ik met een zoete glimlach.
De chauffeur rolde enkel met zijn ogen. Hij liet zijn kauwgom knappen om duidelijk te maken wat hij van mijn grote mond vond. Daarna stak hij zijn hand uit en drukte op de knop van de intercom.
Hij mompelde min of meer wat ik zojuist had gezegd. Tot mijn verbazing gleden de deuren van het hek direct open.
We reden langzaam over een lange oprit die uitkwam bij een elegante rotonde met een fontein. Ik bewonderde de weelderige tuinen. Al vond ik het geheel net iets te perfect bijgeknipt.
Het was een klassiek ontwerp in de stijl van Miami. Er stonden palmbomen langs de oprit. Het grasveld was net zo kort gemaaid als een golfbaan. De blauweregen die voor schaduw zorgde, hing vol met zware, paarse bloesems.
Ik betaalde de norse chauffeur en schonk hem een brede glimlach, puur om hem te irriteren.
Daarna zat er niets anders op dan de intimiderende trap te beklimmen en aan te bellen.









































