
De Helft Van Mijn Hart
Auteur
Lezers
2,9M
Hoofdstukken
43
Hoofdstuk 1
ANYA
Ik zie alles door de slaapkamerdeur.
Blake, mijn vriendje, zit op het bed met een naakt meisje dat op hem rijdt. Zijn spijkerbroek zit nog aan, maar aan haar gekreun te horen weet ik dat hij niet helemaal dicht zit.
Het meisje kijkt niet mijn kant op, maar ik hoef haar gezicht niet te zien om te weten wie het is — Amelia Miller, de hoofdcheerleader van onze middelbare school. We waren ooit vriendinnen, maar ze probeerde me uit het team te werken toen ik iets kreeg met de ster-quarterback.
Ik trap de deur open.
Blake kijkt over Amelia's schouder en zijn gezicht wordt lijkbleek. Hij duwt Amelia van zich af en gooit haar met een gil op de grond.
„FUCK YOU!“ schreeuw ik, terwijl ik ze allebei de middelvinger geef. Zonder Blakes uitleg af te wachten, draai ik me om en storm de kamer uit.
„Anya, wacht!“ Gehaaste voetstappen volgen me terwijl ik de trap af ren.
Ik slik een snik in als ik beneden aankom, en vingers sluiten zich om mijn pols. Ze draaien me om naar een blote borst die nog bezaaid is met lippenstiftvegen.
„Anya, laat me uitl—“
„Nee! Er valt niks uit te leggen!“ Ik ruk mijn pols uit zijn greep. „Vuile leugenaar! Je hebt me de hele tijd voorgelogen. Waarom blijf je valse beloftes doen als je totaal geen interesse hebt in deze relatie?“
„Anya,“ zucht hij, terwijl hij met zijn hand door zijn dikke, donkere haar strijkt. „Ik zweer het, dit keer was het niet de bedoeling. Ik… ik wil jou.“
„Mijn reet wil je mij!“ Ik duw tegen zijn borst, waardoor hij achteruitwankelt en tegen de gangtafel achter hem botst. „Ik ben klaar met je, Blake. Wij zijn klaar!“ Ik klem mijn kaken op elkaar en beloof mezelf niet te huilen terwijl ik me omdraai.
Ik open de voordeur en bots tegen een keihard lichaam aan.
Een hand glijdt om mijn blote middel, en de zachte druk ervan herinnert me aan gevoelens die niets met woede te maken hebben.
Mijn ogen glijden omhoog langs het brede bovenlichaam van een man die bijna een meter vijfennegentig is. Ze blijven hangen bij de kraag van zijn katoenen shirt, waar de randen van een tatoeage over zijn gebruinde huid kronkelen.
Het voelt alsof zijn amberkleurige ogen me naar zich toe trekken.
Ik neem de andere knappe trekken in van het gezicht van deze niet-zo-onbekende man. Zijn donkere, golvende lokken, doorspikkeld met witte strepen. Zijn sterke, hoekige kaak, bedekt met een lichte stoppelbaard. Die perfect gevormde lippen.
De man voor me is Dimitri Rossi, de vader van mijn nu ex-vriendje, en ook mijn professor. Mensen zeggen dat hij een van de meest briljante literatuurprofessoren ter wereld is. Zijn colleges zijn zo populair dat ik er vrij zeker van ben dat de enige reden dat ik erin kwam, was omdat ik de vriendin was van zijn zoon.
Mr. Rossi bestudeert me, met een blik vol oprechte bezorgdheid waardoor zijn kaak zich spant. Hij leest mijn gezichtsuitdrukking meteen.
Ik had kunnen weten dat hij ook thuiskwam. De meeste colleges zaten er voor vandaag op.
„Anya.“ Mr. Rossi spreekt mijn naam zo voorzichtig uit, met die Italiaanse tongval van hem, dat ik even vergeet dat mijn hart zojuist is gebroken. „Wat is er aan de hand?“
Deze man is altijd aardig voor me geweest. Hij heeft me talloze keren gevraagd of zijn zoon het verpestte, en ik heb Blake altijd verdedigd.
Of het nu was tijdens onze late avonden met ijs nadat Blake me aan het huilen had gemaakt, of tijdens het kijken van actiefilms vanaf weerszijden van de bank terwijl ik wachtte tot Blake thuiskwam — ik nam het altijd voor hem op.
De vele avonden hier met de mannen Rossi hebben me alle mogelijke emoties bezorgd. Maar nu ik hier sta met Mr. Rossi's hand op mijn middel, overvalt me het vertrouwde schuldgevoel. Schuld omdat ik verliefd ben op de vader van mijn vriendje.
Zijn aanraking brandt op mijn blote huid, en ik wriemel onrustig onder zijn greep. Als hij het merkt, laat hij me los — één getatoeëerde vinger tegelijk — en laat alleen warmte achter.
Ik trek me van hem los en loop het appartement uit, zonder zijn vraag te beantwoorden. Hij komt er snel genoeg achter.
***
„Die klootzak deed wát?!“ Vanessa, mijn beste vriendin, brult het door het beeldscherm. Liggend op haar zachte bed stopt ze met het peuteren aan haar gelakte nagels.
Terwijl ik verdwaasd over het geplaveide pad voor Blakes flatgebouw in New York loop, vervloek ik mijn neiging om mensen blindelings te vertrouwen. Mijn moeder zegt altijd dat ik te snel vertrouw, en ik begin haar eindelijk te geloven.
Ik vertel Vanessa hoe alles is gegaan. Hoe ik met Blake had afgesproken voor een project, maar hij zei dat hij ziek was, dus ik besloot hem thuis te verrassen. Hoe stil het was toen ik binnenkwam. Toen het geluid uit Blakes kamer. Het misselijke gevoel in mijn maag toen ik besefte wat ik hoorde.
Het enige wat ik niet noemde was dat ik Dimitri tegen het lijf was gelopen. Vanessa plaagde me altijd met hem. Ze zei dat hij op mij viel, dat ik bij hém hoorde in plaats van bij Blake — het maakte me altijd verlegen.
Er is geen schijn van kans dat Mr. Rossi geïnteresseerd in mij zou zijn. Toch heeft Vanessa niet altijd ongelijk. Ze had me honderden keren gewaarschuwd voor Blake.
Vanessa kantelt haar hoofd naar één kant.
Haar gladde, glanzende bruine huid contrasteert met de ivoorwitte lakens van haar bed, en benadrukt de elegantie van haar verschijning. Ze heeft zoveel gratie in hoe ze zich beweegt. Ik zou zo verloren zijn zonder haar.
„Kun je het geloven? Ik geef mezelf de schuld dat ik hem vertrouwde in plaats van jou!“
Vanessa knikt en kantelt haar hoofd. „Ik heb je toch gezegd dat hij een reputatie heeft.“
Ik zucht. „Je kent me,“ zeg ik schouderophalend, niet in staat mijn gedrag echt te verdedigen. „Ik ben hopeloos.“
„Hij is zo'n eikel,“ kreunt ze. „Als je teruggaat naar hem, zweer ik je…“
„Nooit,“ verklaar ik vastberaden met een handgebaar. „Ik ben zo klaar met jongens, Ness. Vanaf nu date ik alleen nog met mannen. Echte mannen.“
Of met één man in het bijzonder.
Nu ik erover nadenk, weet ik eigenlijk niet of ik teleurgesteld of opgelucht ben dat mijn vriendje me heeft bedrogen.
Aan de ene kant ben ik boos dat Blake niet bereid was om te veranderen voor mij. Dat twee jaar proberen om het te laten werken voor niks is geweest. Mijn feministische brein zegt me dat ik woedend moet zijn en hem moet vervloeken.
Maar er is ook een klein deel van me dat blij is bij de gedachte dat ik nu zo veel op zijn vader kan vallen als ik wil, zonder schuldgevoel. Hij is nog steeds mijn professor, en alles tussen ons zou zijn baan in gevaar kunnen brengen.
„Kom snel naar huis, bitch.“ Vanessa's stem breekt door mijn gedachten. „Ik neem de Bordeaux mee.“
Ik grinnik. „En ik maar denken dat je die liet staan in je kast tot hij over de datum was.“
„Eén glas per persoon, hè.“ Ze zwaait waarschuwend met haar vinger naar me en knipoogt.
„Oké, ik kom eraan. Ik hou van je.“ Ik blaas haar een kusje toe via de telefoon. „Bedankt dat je er altijd voor me bent.“
Ze blaast een kusje terug. „Ik hou ook van jou!“
Ik lach voordat ik ophang. Alleen Vanessa kan me met een paar woorden al mijn zorgen laten vergeten.
Mensen lopen voorbij terwijl ik op een taxi wacht, onder een donkere lucht die op barsten staat. Regen zou welkom zijn; dan voel ik tenminste iets anders dan zelfhaat. Een windvlaag bezorgt me kippenvel op mijn blote buik, en ik sla mijn armen om mijn middel terwijl ik denk aan Mr. Rossi's aanraking.
Ik had al langer het vermoeden dat de enige reden waarom ik Blakes gedrag accepteerde, was om dicht bij zijn vader te zijn. De steek in mijn hart, nu ik besef dat ik geen late avonden met ijs meer met hem zal hebben, bevestigt dat.
Maar hij is nog steeds mijn professor, dus ik zal hem nog steeds zien.
Niet alle professoren hebben zo'n mysterieuze persoonlijkheid met een lichaam dat bedekt is met tatoeages. Zelfs zijn vingers zijn getatoeëerd.
En het ergste? Hij heeft een tongpiercing. Ernaar kijken geeft me alleen maar visioenen van zijn hoofd tussen mijn dijen. Terwijl zijn handen over mijn buik omhoog glijden naar mijn borsten, en zijn vingers mijn tep—
Wacht! Wil ik dat echt? Hem voelen tussen mijn benen en op mijn lichaam? Vind ik hem echt meer dan zomaar leuk?
Nee, het is zó verkeerd om zulke dingen te voelen voor de vader van mijn ex — en mijn professor. Ik schud de gedachten van me af en pak mijn telefoon om een taxi-app te openen.
Maar voordat ik mijn ritgegevens kan invoeren, stopt er een zwarte SUV, en het raampje gaat naar beneden. In de bestuurdersstoel zit Dimitri Rossi.
Mijn hart slaat over en vlinders dansen in mijn buik.
De portieren ontgrendelen met een klik, en hij buigt zich naar me toe. Met die diepe stem en dat accent van hem vraagt hij: „Rij je met mij mee?“















































