
De Koningin der Lycantropen Boek 3
Auteur
L. S. Patel
Lezers
153K
Hoofdstukken
34
De plicht van een broer
Boek Drie: Banden Boven Bloed
Damien Grey is heel anders dan zijn broer Adonis. Hij wil niets te maken hebben met zijn koninklijke afkomst. Maar wanneer koningin Aarya hem roept, heeft hij geen keuze.
***
Hij wist niet dat hij Elodie zou ontmoeten. Zij is zijn ware mate en de liefde van zijn leven. Maar ze is misleid en denkt dat ze al een mate heeft... kunnen ze het bedrog overwinnen, of worden ze gedwongen tot een leven zonder liefde?
DAMIEN
„Damien?“ riep een bekende stem, die me uit mijn gedachten haalde.
„Hmm,“ antwoordde ik, terwijl ik opkeek.
„Gaat het goed met je?“ vroeg ze.
Ik glimlachte. „Natuurlijk. Waarom?“
„Omdat je zo kijkt. Het is dezelfde blik als die van je broer,“ merkte Aarya op.
Aarya Grey, zoals ze nu heette, oftewel de koningin. De geliefde mate van mijn broer, mijn nieuwe schoonzus. Maar dat klonk zo suf—ze was gewoon mijn zus.
„Waarom ben je zo opmerkzaam?“ zuchtte ik.
Aarya haalde alleen maar haar schouders op en ging naast me zitten. „Dat krijg je als je met je broer samenleeft. Hij hield vroeger veel dingen voor zichzelf.“
„Ja, ik geef hem geen ongelijk,“ mompelde ik.
Aarya lachte. „Ga je me vertellen wat je zo dwarszit?“
„Ik wil hier niet zijn. Ik mis mijn oude leven in Engeland,“ gaf ik toe.
Iets aan Aarya zorgde ervoor dat ik het haar wilde vertellen.
„Dus, wat houdt je tegen? Je weet dat Adonis je nooit zal tegenhouden als je echt weg wilt gaan,“ vertelde Aarya me.
„Ik weet dat hij dat niet zal doen, maar... er is iets dat me tegenhoudt. Ik weet niet of het mijn plicht aan mijn broer is of iets anders.“ Ik kreunde van frustratie.
„Misschien heb je de liefde van je familie gemist? Zelfs als je het niet aan jezelf wilt toegeven. Of misschien komt het omdat je mate in de buurt is...“ Aarya knipoogde aan het einde.
Ik snoof. „Heel grappig.“
Aarya schudde haar hoofd en stond op. „Goed, de plicht roept. Damien, ik wil dat je onthoudt dat je niet alleen bent.“
Ik glimlachte. „Ik weet het, bedankt Aarya.“
Ik keek hoe ze me alleen liet met mijn gedachten. Aarya besefte het misschien niet, maar ze had een bepaalde uitstraling over zich. Een erg krachtige.
Ze stond absoluut haar mannetje en ik vond het geweldig hoe ze mijn broer op zijn plek zette.
Het was geweldig om Adonis na al die tijd zo gelukkig te zien.
Ik ben enorm blij voor hem, maar een deel van mij is jaloers.
Nu waren allebei mijn broer en zus gelukkig met hun mates, maar ik niet. Opnieuw voelde ik me het buitenbeentje van de familie.
Het was pas vier maanden geleden dat ik hier terugkwam. En oh, wat was mijn leven veranderd.
Ik herinner me nog steeds dat ene telefoontje dat alles veranderde...
4 MAANDEN GELEDEN
Het was gewoon een normale dag voor mij op kantoor.
Rechercheur zijn had zo zijn voordelen. Eén daarvan was dat ik mijn lycan-zintuigen kon gebruiken, wat een enorme hulp bleek te zijn. Een ander voordeel was dat ik veel meer vrijheid had.
Voor het eerst voelde ik me gewenst en gewaardeerd.
Ik zat aan mijn bureau en werkte aan de minder leuke kant van mijn baan.
Papierwerk.
Het was saai, maar het moest gebeuren.
Precies toen ik bijna klaar was, kwam een van de mannen binnen en riep mijn naam.
„Telefoon voor u, rechercheur.“
„Voor mij? Wie is het?“ vroeg ik in de war. Alle belangrijke mensen hadden mijn mobiele nummer.
„Ze zei dat ze je broer kent?“ Hij keek me aan.
Iemand die Adonis kent...
Is het Riley?
Maar zij zou gewoon zeggen dat ze mijn zus is. Ik had geen idee wie het anders kon zijn. Toch knikte ik naar de man.
Hij stak drie vingers op om aan te geven dat het lijn 3 was.
Ik haalde diep adem, drukte op de 3 en hield de telefoon tegen mijn oor.
„Met rechercheur Grey, met wie spreek ik?“ vroeg ik.
„Ehm... spreek ik met Damien Grey?“ vroeg een vrouwenstem.
„Ja, mag ik vragen wie er belt?“ Mijn verwarring werd groter.
Ik hoorde haar een zucht van verlichting slaken.
„Oh, godzijdank. Ik dacht dat ik het verkeerde nummer had gedraaid, wat gênant! Oh, wacht, sorry. Mijn naam is Aarya, en ik ben de mate van je broer,“ antwoordde ze.
Holy fuck, heeft mijn broer een mate?
Dat werd verdomme tijd ook. Ik hield me niet bezig met de zaken van de koninklijke familie, maar ik hield mijn broer wel in de gaten. Een gewoonte die ik nooit kon afleren.
„De mate van mijn broer?“ Ik was nog steeds een beetje in de war.
Aarya lachte zenuwachtig. „Ja. Dat ben ik. Luister, hij weet niet dat ik bel, maar Adonis kan jouw steun nu echt goed gebruiken.
„Ik weet dat het veel gevraagd is via de telefoon, maar kom alsjeblieft terug. Al is het maar voor een paar weken?“
Nou, dat was een schok. Het horen van de zorgen in Aarya's stem raakte me. Ze gaf duidelijk heel veel om Adonis.
Ik zuchtte. „Ik weet het niet...“
„Alsjeblieft! Hij heeft je echt nodig. Er zijn een paar nare mensen die je broer het liefst dood zouden zien.“ Aarya klonk vanstreek.
Ik gromde. Fucking raadsleden—ze waren altijd al gluiperig.
„Oké, goed. Ik kom eraan.“ Ik gaf toe.
Aarya zuchtte. „Dank je wel! Ik kan niet wachten om je te ontmoeten!“
Een kleine glimlach verscheen op mijn gezicht. „Ik denk dat een bezoek wel op zijn plaats is nu Adonis zijn mate heeft gevonden.“
We namen afscheid en hingen op. Ik masseerde mijn pijnlijke hoofd.
Pas elf uur 's ochtends en ik heb nu al hoofdpijn.
Ik liep naar het kantoor van mijn baas, die ook bezig was met papierwerk.
In al de jaren dat ik hier werkte, had ik nog nooit een vrije dag genomen. Werk hield me bezig. De laatste tijd had ik die afleiding hard nodig, omdat de leegte in mijn hart steeds groter werd.
Mijn baas was dan ook verrast toen ik om vrij vroeg. Hij was nog meer geschokt toen ik vertelde dat ik niet zeker wist wanneer ik zou terugkeren.
Ik legde uit dat het een noodgeval in de familie was. Hij gaf me zoveel vrije tijd als ik nodig had.
Ik nam de rest van de dag vrij en reed terug naar huis. Londen was nu al zoveel jaren mijn thuis. Ik was mijn geboortestad bijna vergeten.
Maar het paleis is een plek die je niet zomaar kunt vergeten, hoe hard je ook probeert. Ik verspilde geen tijd, boekte meteen een ticket en begon mijn tas in te pakken.
Het voelde zo raar om na zo'n lange tijd weer terug te gaan.
Adonis, mijn grote broer, mijn rolmodel, had me nodig. Dat was alles wat ik hoefde te horen.
Aarya klonk zo overstuur dat het me pijn deed.
Ik denk dat zij nu ook familie is. En ik geloof er heilig in dat familie alles is.
Slechts vijf uur na het telefoontje was ik op het vliegveld. Ik wachtte tot ik aan boord kon gaan. Toen ik om me heen keek, viel het me op dat niemand echt op me lette.
Precies zoals ik het graag heb.
Maar zodra ik weer in mijn geboortestad zou landen, zou iedereen weten wie ik was. Iedereen zou willen weten waar ik was, en dat haatte ik.
Ik haatte het dat koninklijk zijn betekende dat je totaal geen privacy had. Het was een van de dingen waar Riley en ik het eigenlijk over eens waren.
Toen ze met haar mate vertrok, maakte ze Adonis en mij duidelijk dat dit was wat ze wilde.
Riley verlangde naar een normaal leven en Adonis wist dit. Hij heeft haar nooit tegengehouden, ook al deed het hem pijn. Hij hield mij ook nooit tegen toen ik besloot te vertrekken.
Adonis wist dat we niet gelukkig waren, dus hij liet ons gaan om ons eigen leven te leiden. Maar nu was het tijd om terug te gaan.
Voor Adonis, mijn broer.
De vlucht van zeven uur ging veel te snel voorbij. Toen ik uit het vliegtuig stapte, slaakte ik een zucht en liep ik door om mijn koffers te halen.
Zoals ik al dacht, duurde het niet lang voordat alle ogen op mij gericht waren. Mensen staarden naar elke beweging die ik maakte.
Het nieuws dat ik terug was, zou zich snel verspreiden. Dat vond ik vreselijk.
Ik had Aarya niets verteld over wanneer ik van plan was te komen. Dat was precies de bedoeling.
Het laatste wat ik wilde, was dat er een bewaker klaarstond om me te begroeten. In plaats daarvan nam ik een taxi.
De taxichauffeur bleef in zijn spiegel kijken en ik zuchtte.
„Is er iets aan de hand?“ vroeg ik.
„Sorry meneer, het is gewoon dat u me ontzettend bekend voorkomt,“ verontschuldigde hij zich.
„Rij nou maar gewoon door,“ zuchtte ik.
Gelukkig deed hij wat ik vroeg. Ik liet hem me niet recht voor het paleis afzetten, maar een stukje verderop.
Eerlijk gezegd was ik een beetje in shock dat ik de weg nog steeds wist. Ook al wilde ik het vergeten, het leek erop dat ik dat niet kon.
Thuis blijft tenslotte thuis.
Zodra we stopten, betaalde ik de chauffeur en liep richting het paleis. Toen het in zicht kwam, blies ik langzaam mijn adem uit. Ik had niet eens doorgehad dat ik die inhield.
Een bewaker zag me en zijn mond viel open.
„Uwe Majesteit, welkom terug.“ Hij opende snel de hekken en liet me naar binnen.
Het duurde niet lang voordat andere bewakers en bedienden kwamen aanrennen. Ze begroetten me allemaal en vroegen of ik iets wilde.
„Uwe Majesteit, u bent eindelijk terug.“ Een van de oudere bedienden glimlachte.
Ik beet op mijn tong en knikte alleen maar.
Fucking koninklijke titel.
Ik vond het vreselijk.
„Damien?“ riep de bekende stem van mijn zus.
„Riley?“ Ik liep naar haar toe.
„Wat doe jij hier?“ vroeg ze.
„Hetzelfde als jij, denk ik.“ Ik keek naar het kleine jongetje in haar armen.
„Damien, ontmoet William. Je neefje.“ Riley overhandigde me het jongetje, dat kraaide van plezier.
„Heb je een kind gekregen? En je hebt het aan niemand verteld?“ vroeg ik vol ongeloof.
Riley haalde haar schouders op. „Ik leidde gewoon mijn eigen leven. Bovendien, als ik deze stomme familie had verteld dat ik zwanger was, weet je best wat er was gebeurd.“
Ik keek naar de kleine William. Hij leek gefascineerd te zijn door het paleis.
Geef hem eens ongelijk, het lijkt nu nog adembenemender.
„Dus Aarya heeft jou ook gebeld?“ Ik veranderde van onderwerp.
„Ja, ze zei dat Adonis de steun van zijn broer en zus echt nodig had.“ Riley zuchtte.
„En je stemde in?“ Ik was in shock.
„Kijk niet zo verbaasd, Damien. Ik zou jou dezelfde vraag kunnen stellen,“ snoof Riley.
„Ik ben gekomen omdat ik de waarheid in haar stem hoorde. Bovendien is Adonis nog steeds onze broer,“ antwoordde ik.
„Ik kwam omdat iets in mijn achterhoofd me bleef dwarszitten. Misschien was het Aarya, of misschien was het het feit dat Adonis ons nodig had,“ gaf Riley toe.
Ik gaf William aan haar terug en zei: „Nu we elkaar hebben begroet, laten we de man zelf maar eens opzoeken.“
Riley knikte en we liepen allebei naar Adonis. Het was niet moeilijk om hem te vinden. Zijn werkkamer was namelijk dezelfde als die onze vader had gebruikt. Daarbij was zijn geur ongelooflijk sterk.
Hij merkte ons op nog voordat we binnen konden lopen. Zodra ik de kamer binnenstapte, keken zijn hazelnootbruine ogen me strak aan.
In zijn ogen was ongeloof, geluk en verdriet te zien. Mijn blik viel op degene die me hierheen had geroepen.
Het was duidelijk dat zij de mate van Adonis was. Haar aanwezigheid was zo sterk.
Aarya straalde een natuurlijke dominantie uit. Mijn lycan was blij dat Adonis zo'n sterke mate had.
Ik kon het niet helpen om degene te bewonderen die het hart van mijn broer had gestolen. Ze was adembenemend, dat kon ik niet ontkennen. Ze keek even naar haar mate en glimlachte.
Wow, wat een glimlach.
Ze kon er een hele kamer mee verlichten.
Adonis keek me vol ongeloof aan.
Nou, er is geen weg meer terug.
Ik was hier, en ik was van plan om mijn broer te helpen op welke manier dan ook...













































