
De Uitgestotenen Boek 3
Auteur
Lezers
55,4K
Hoofdstukken
45
Hoofdstuk 1
Boek 3: De Buurman
Rebecca
Mijn koffer stevig vasthoudend, veeg ik de tranen van schaamte weg die al twee dagen over mijn wangen stromen, sinds mijn baas me in het bijzijn van het hele kantoor ontsloeg.
De wieltjes van de gehavende groene koffer ratelen over het ruwe asfalt, wat me herinnert aan het zachte gefluister van mijn collega's toen ze getuige waren van de meest vernederende dag uit mijn zesentwintigjarige leven.
Mijn mobieltje is niet gestopt met rinkelen sinds ik hem weer aanzette nadat het vliegtuig was geland, maar ik negeer ze allemaal.
Ik weet dat er minstens één berichtje van mijn verbijsterde huisbaas moet zijn, aan wie ik door mijn tranen en gehyperventileer heen had proberen uit te leggen dat ik niet langer in die stomme, lelijke stad zou wonen en dus onmiddellijk het schattigste appartement waar ik ooit had gewoond, zou verlaten.
Ik had al geregeld dat een bedrijf de komende dagen al mijn spullen zou inpakken en naar mijn moeder aan de andere kant van het land zou verschepen.
Mijn moeder. De enige familie die ik heb. Behalve dat ze nu hertrouwt met een of andere rijke weduwnaar met een zoon die een paar jaar jonger is dan ik, dus krijg ik er binnenkort een stiefvader en een stiefbroer bij. Hoera voor mij!
Ik heb ze allebei nog niet ontmoet, want het was een wervelwindromance die eindigde in een huwelijk slechts zes maanden nadat ze elkaar voor het eerst hadden ontmoet. Een bruiloft die dit weekend plaatsvindt. Het valt perfect samen met mijn behoefte om weg te rennen van mijn oude leven.
„Becky! Hierheen, Becca!“
Ik loop naar mijn moeder, die opgewonden met haar handen zwaait om mijn aandacht te trekken, en wrijf snel met een hand over mijn gezicht om de laatste tranen weg te vegen.
Ik heb mam nog niet over mijn huidige hachelijke situatie verteld, deels omdat ik echt geen zin heb in nog een 'ik zei het je toch'-preek, en deels omdat ik haar feestje niet wil verpesten.
„Hoi, mam.“ Ik val in haar warme omhelzing, waarna ze me stevig vasthoudt en heen en weer wiegt.
„Hoi, lieverd. Ik ben zo blij om je te zien!“ Ze trekt zich terug en glundert terwijl ze mijn gezicht met haar handen omvat, om me vervolgens weer in een knuffel te trekken.
Ik laat mezelf ontspannen in haar armen en snuif haar vertrouwde Chanel No. 5 geur op.
„Kom mee, je moet Max ontmoeten! Hij wacht op ons in de auto.“
Ze loopt met me naar een strakke, houtskoolgrijze Porsche hatchback, waarvan de achterklep tegelijk openklapt met het bestuurdersportier.
Een blonde man van middelbare leeftijd met witte slapen en een vriendelijke glimlach, die lachrimpeltjes rond zijn lichtblauwe ogen maakt, stapt naar voren en sluit me in een knuffel.
„Rebecca! Het is zo goed om je eindelijk te ontmoeten! Ik ben Max.“
Ik klop hem ongemakkelijk op zijn rug voordat ik me subtiel terugtrek. „Leuk om jou ook te ontmoeten, Max. Bedankt dat ik bij jullie mag logeren.“
„Onzin!“ antwoordt hij, terwijl hij mijn koffer met gemak in de auto opbergt, en ik krimp ineen bij hoe oud en gebruikt hij eruitziet naast de chique auto. „Je bent nu familie, en ik kon familie onmogelijk in een hotel laten slapen.“
Ik geef hem een verlegen glimlachje, glijd in het leren interieur achter de stoel van mijn moeder, waarna hij de deur dichttrekt.
Dertig minuten later stoppen we voor een verrassend bescheiden uitziend koloniaal huis. Nou ja, zo bescheiden als een huis met zes slaapkamers eruit kan zien.
Ik heb de man met wie mijn moeder gaat trouwen misschien wel of misschien niet even gegoogeld, en zijn vermogen is ronduit belachelijk!
Mam had me al verteld dat ze huwelijkse voorwaarden had getekend om in feite 'fuck you' te zeggen tegen alle mensen die zouden beweren dat ze alleen voor zijn geld met hem trouwde. Al is fortuin waarschijnlijk een passender woord.
Na een rondleiding—en ja, het was echt een rondleiding—door het huis, nemen we plaats rond de eettafel terwijl een of andere arme kerel in een chic pak ons eten serveert. Ja, deze man heeft echte bedienden.
Ik vertel ze allebei huilend het huidige zielige verhaal dat mijn leven is, en mam probeert dieper te graven omdat ze duidelijk voelt dat ik iets achterhoud. Dat doe ik ook, maar ik wil niet met nog meer medelijden aangekeken worden.
Max dept zijn mond af met een servet—of serviette, zoals de chique vent in het pak het noemde—en schraapt zijn keel.
„Nou, je bent vrij om hier zo lang te blijven als je nodig hebt. Doe alsof je thuis bent. We hebben je in de kamer naast die van Junior gezet, maar hij is hier zelden, dus voel je vrij om je wat meer uit te spreiden als je dat wilt.“
„Oh? Woont je zoon hier dan niet?“ vraag ik.
„Hij heeft nog steeds een appartement in de stad, maar hij brengt nog steeds een paar nachten per week thuis bij ons door.“ Hij fronst naar zijn smartwatch. „Ik had hem thuis verwacht voor het eten zodat jullie elkaar konden ontmoeten, maar hij is onverwachts opgeroepen voor werk.“
„Jullie zullen het zo goed met elkaar kunnen vinden.“ Mijn moeder zet haar stralende glimlach weer op—ik zie de roze bril haast voor haar sterretjesogen. „Hij is zo'n schat.“
Ik dwing mezelf om terug te glimlachen. Ik zal moeten afwachten of dat echt waar is.
Na mijn excuses te hebben aangeboden, glip ik weer naar boven naar mijn nieuwe kamer om uit te pakken.
Mijn kamer en die van mijn nieuwe stiefbroer zijn verbonden door een Jack-and-Jill-badkamer. Ik controleer snel beide sloten om er zeker van te zijn dat ze allebei werken. Enorme zucht van verlichting: dat doen ze.
Ik verzamel mijn toiletartikelen en begin het bad te vullen. Terwijl ik langzaam uit mijn kleren glip, vermijd ik de indrukwekkende spiegelwand achter de wastafel en stap in het gestaag vollopende bad om mijn lichaam aan de watertemperatuur te laten wennen.
Ik haat spiegels. Vooral als ik naakt ben... of halfnaakt... Oké, gewoon altijd.
Een paar jaar geleden kwam ik erachter dat ik lijd aan het polycysteus-ovariumsyndroom—of PCOS. Dat betekent onder andere dat ik wat aan de zware kant ben.
Niet per se dik, maar met rondingen op de plekken waar ik ze hoor te hebben. Vooral rond mijn buik en mijn billen. Het maakt niet uit hoeveel diëten ik probeer of hoeveel uur ik mezelf afmat op de StairMaster, het vet wil gewoon niet wijken.
Tranen vertroebelen mijn zicht terwijl de kwetsende woorden van mijn ex zich opnieuw in mijn hoofd afspelen.
„Weet je, Becs, je lijkt wel zwanger in die jurk. Misschien moet je hem aan Natalie geven, zij zou hem zoveel beter kunnen dragen dan jij. Ik zorg er wel voor dat ik gewoon de salade voor je bestel als je erop staat om zulke strakke kleding te dragen.“
De klootzak was bij me toen ik mijn diagnose kreeg, en hij wist hoeveel energie ik in sporten en diëten stak, maar hij leek er nog steeds plezier in te scheppen om me naar beneden te halen.
Ik sta mezelf een paar minuten toe om te zwelgen in zelfmedelijden voordat ik mijn gezicht schoonveeg en mijn benen begin te scrubben, klaar om ze te scheren.
Een ander geweldig aspect van PCOS is de overmatige lichaamsbeharing.
Mijn lichaamshaar groeit snel, dik en donker. Het lijkt wel alsof ik mijn benen alweer moet scheren zodra ik ze geschoren heb, en tot mijn grote schaamte moet ik ook het haar op mijn buik en borst bijhouden—zelfs het gevreesde gezichtshaar.
Mijn armen zijn ook harig, maar ik ben me zo bewust van hoe erg mijn huid eruitziet op mijn benen en bikinilijn als ik de gevreesde scheerbrand oploop, dat ik mijn armen liever bedek met shirts met lange mouwen in plaats van te moeten leven met de schaamte om aan mensen uit te leggen waarom mijn armen niet alleen bedekt zijn met stoppels, maar ook met een hobbelige rode uitslag.
Ik heb in de loop der jaren zoveel geld uitgegeven aan allerlei soorten ontharing, en heb zelfs de duurste laserontharing geprobeerd die ik me kon veroorloven, maar niets lijkt te werken.
Anderhalf uur later ben ik helemaal schoon en geschoren.
Ik zorg er extra goed voor dat ik de haren uit het bad spoel, voor het geval de ongrijpbare Junior besluit om 's nachts nog op te duiken, en plof neer in een set lakens met waarschijnlijk de hoogste draaddichtheid waar ik ooit het genoegen op heb gehad te slapen.
***
Ik was de hele ochtend opgedoft en in de watten gelegd door een irritant perfect uitziende vrouw, wier naar kokos geurende huid me het water in de mond had doen lopen.
Terwijl ik mijn adem inhou om de strakke full-body Spanx waarin ik had geïnvesteerd aan te trekken, stap ik behoedzaam in de prachtige bosgroene jurk die mijn moeder had uitgekozen als mijn bruidsmeisjesjurk.
Ze zei dat ze hem had gekozen omdat hij bij mijn ogen paste en perfect samenging met mijn haarkleur.
En voordat je het vraagt... nee! Mijn haar is niet groen, het is saai bruin. En hoewel mijn ogen wel groen zijn, hebben ze niet zo'n levendige tint als de zijdeachtige stof.
Al moet ik toegeven dat de irritant perfecte vrouw ook irritant goed in make-up was, en erin geslaagd was om iets met de magie van oogschaduw te doen waardoor mijn ogen helderder en minder troebel leken.
„Oh, Rebecca!“ Mijn moeder krijgt waterige ogen als ze me in zich opneemt, en slaat haar handen voor haar mond.
Ik rol met mijn ogen. „Niet huilen, mam, je verpest je make-up nog voordat Max de kans krijgt om te zien hoe mooi je bent.“
Ze snottert, dept haar ogen met een kanten zakdoekje en knikt lichtjes instemmend.
„Nou, ik denk dat ik er klaar voor ben. Is er nog iets wat ik voor je kan doen? Of moet ik gewoon wachten tot de bruiloft begint?“
„Ehm... ik heb je nergens voor nodig. Misschien kun je kijken of Max hulp nodig heeft. Of zoek Junior! Dan kunnen jullie elkaar een beetje leren kennen.“
Ik woon nu al twee volle dagen bij zijn vader, en hij heeft zich nog niet verwaardigd om ons met zijn aanwezigheid te vereren.
Ik dwaal door de gangen van het grote landhuis waar ze gaan trouwen, totdat ik Max buiten bij de stenen fontein bovenaan de brede oprit vind, samen met een paar mannen van dezelfde leeftijd die allemaal sigaren roken.
„Daar is ze! Mijn nieuwe dochter!“ Max grijnst, trekt me onder zijn arm en klopt op mijn blote biceps, waardoor die een beetje wiebelt.
Ik probeer de neiging te onderdrukken om terug naar boven te rennen om een vest te zoeken om me mee te bedekken, maar mam heeft al duidelijk gemaakt dat ik onder geen beding iets met lange mouwen aan mocht trekken totdat alle foto's waren genomen.
Ze hield vol dat niemand het donkerzwarte haar opmerkte dat mijn onderarmen bedekt, maar ik weet dat ze loog.
Ik laat een verlegen glimlach zien als ik aan zijn vrienden word voorgesteld, van wie ik prompt beide namen vergeet.
„Ehm... Max? Mijn moeder stelde voor dat ik misschien wat tijd met Junior doorbreng. Je weet wel, het kleine broertje een beetje leren kennen.“
Max fronst naar zijn smartwatch—zijn hele leven lijkt zich op dat piepkleine schermpje af te spelen. „Hij had hier eigenlijk al moeten zijn.“
Zijn telefoon gaat luid over met een of ander irritant klassiek deuntje, en hij grabbelt hem uit de zak van zijn smoking.
„Ah! Hij is het,“ zegt hij, terwijl hij zijn mobieltje tegen zijn oor drukt. „Junior! Hoe lang duurt het nog voordat je er bent? Er is straks geen...“ Zijn vrolijke stem valt weg terwijl hij aandachtig luistert naar wat zijn zoon hem vertelt.
„Natuurlijk... als ik iets kan doen om te helpen, laat het me weten.“ Hij zegt nog een paar keer mm-hmm en beëindigt dan het gesprek. „Oh jee, hij zal er niet bij kunnen zijn, jullie zullen elkaar een andere keer moeten ontmoeten.“
Hij klopt op mijn arm en draait zich weer naar zijn vrienden. Ik loop langzaam weg en voel me een heel klein beetje pissig. Wat kan er in vredesnaam belangrijker zijn dan toekijken hoe je vader gaat trouwen?!













































