
De schaduwmaanserie Boek 4
Auteur
Lezers
89,0K
Hoofdstukken
34
Proloog
Boek 4: De opkomst van Nix
Lang geleden, vóór de mensheid en de aarde die we kennen, was het universum een stille, eindeloze leegte. Toen vond er een reusachtige gebeurtenis plaats: de oerknal. Er kwam enorm veel energie vrij uit deze grote explosie, en sterke krachten schoten alle kanten op.
Eeuwen, zoals wij die kennen, gingen voorbij voordat deze energieën begonnen te veranderen. Ze begonnen vorm aan te nemen en werden met elk moment sterker.
In de perfecte omstandigheden van de leegte creëerden deze energieën uiteindelijk zielen. Oude volkeren noemden hen goden.
Toen ze in de pikkedonkere leegte hun hoogtepunt bereikten, zochten deze energieën naar hun gelijken, en begonnen de goden naar elkaar toe te trekken.
Ze brachten een korte, gelukkige tijd samen door, waarin ze ideeën deelden over wat ze konden maken. Maar al snel werden ze onrustig, gefrustreerd door elkaar en door de eindeloze leegte.
Toen kreeg Jupiter, de machtigste van hen allemaal, een briljant idee. Hij stelde voor om hun eigen wezens te maken, naar het evenbeeld dat zij wensten.
De anderen stemden in, en zo werd in een paar duizend jaar tijd de aarde gevormd. Deze planeet zou hun thuis worden, en de mensen hun onderdanen.
De tijd verstreek in deze goddelijke eenheid, waarbij de goden samen met hun mensen leefden en dagelijks werden aanbeden. Maar onsterfelijkheid kan saai zijn, en sommige goden raakten uitgekeken op deze simpele wezens.
Bellon, een van de belangrijkste goden, besloot om de boel flink op te schudden. Hij koos een mens uit, Vladimir, en besmette zijn ziel met macht en duisternis.
Hieruit ontstonden vampiers, wezens die gedoemd waren om mensenbloed te drinken en voor altijd in de nacht te leven.
Jupiter, boos over de transformatie van zijn wezens, vroeg Neptunus om hulp. Neptunus was het met Jupiter eens en stelde voor om uit de mensen hun eigen wezen te creëren.
En zo werden weerwolven geboren. Ze waren net zo machtig als de vampiers, maar ze konden wél in het licht leven.
Bellon kreeg lucht van dit plan en introduceerde als wraak een zwakke plek. Hoewel weerwolven in de zon konden lopen, zouden ze gedwongen worden om tijdens volle maan te transformeren, wat een zwakte blootlegde die hun vijanden konden benutten.
Zo begonnen deze wezens samen te leven met de mensen, allemaal op gelijke voet.
Maar verandering roept angst op. De mensen waren in de meerderheid ten opzichte van de beesten, maar ze vochten terug. Er ontstond een grote oorlog, die veel levens eiste en de wezens dwong om zich te verbergen.
De goden deden op hun beurt niets om hun wezens te helpen; ze keken slechts van een afstand toe.
Naarmate de tijd verstreek, creëerden enkele mindere goden hun eigen soorten, niet zo machtig maar nog steeds magisch. Al snel vermengden verschillende wezens zich en plantten ze zich in de schaduw voort, wat leidde tot nog meer afwijkingen.
De mensen waren zich tegen die tijd gelukzalig onbewust van de veranderingen die om hen heen plaatsvonden.
Maar de vrede was van korte duur, aangezien de wezens ernaar verlangden om openlijk te leven en hun ware zelf niet te verbergen. Naarmate de mensen zich verder ontwikkelden, indrukwekkende gebouwen bouwden en nieuwsgieriger werden, werd reizen tussen de werelddelen makkelijker en minder gevaarlijk.
Hierdoor konden de bovennatuurlijke wezens andere soorten ontdekken. Maar met die ontdekking kwam haat, wat leidde tot de dood onder hen.
Het werd duidelijk dat de bovennatuurlijke wezens elkaar nooit zouden accepteren, en in het tempo waarin ze doorgingen, zouden ze snel uitsterven.
De drie goden bekeken de chaos vanuit hun torens, onverschillig voor de bende die ze hadden veroorzaakt. De mindere goden voelden echter wel wroeging voor hun daden en besloten in te grijpen.
Een van deze goden, Deimos, stapte naar voren en smeekte de goden om iets te doen. Of ze zich nu gewoon verveelden of oprecht wilden helpen, ze gingen akkoord.
Er moest een nieuw wezen worden gecreëerd, één met de kracht van een god, maar niet te machtig, en in het bezit van de eigenschappen van alle wezens. Ze zochten overal, wetende dat de uitverkorene vriendelijk maar kordaat moest zijn, meelevend maar ook in staat om op te komen voor wat juist was.
Ze kozen een mens, en zij werd begiftigd met magische krachten. Want zij zou de allereerste heks worden.













































