
De uitverkorene 5: Gevangen
Auteur
Lezers
200K
Hoofdstukken
30
Risicovolle Geheimen
Boek 5: Gevangen
CHLOE
Chloe klemde haar handen om de reling. Ze keek naar de twee grote manen die aan de donkere, vreemde hemel van Zibon 8 schenen. Ze werd duizelig toen ze over de rand naar beneden keek. Ze stond zo hoog dat ze de grond niet kon zien. Ze wist niet of er beneden zee of land was.
Ze keek weer omhoog. Ze probeerde zich te herinneren hoe anders de maan van de aarde was. Het was verdrietig om te bedenken dat ze er thuis amper naar had gekeken. Dat ze bijna niets van haar eigen wereld had opgemerkt.
Ze was zo druk geweest met haar kleine leventje in haar kleine huis in Texas. Ze had de blauwe lucht of de stralende sterren bijna nooit opgemerkt.
Ze sloot haar ogen. Ze liet alle nieuwe gevoelens over haar huid tintelen. Het voelde ook anders. Het rook anders.
Op een vreemde manier zorgde het ervoor dat ze naar huis verlangde. Ze begon het blauw te missen. De ene maan.
Alles wat ooit normaal was.
Chloe deed haar ogen open. Het heimwee kwam en ging, en duurde niet lang. De spanning van een nieuwe wereld en een nieuw leven wachtte op haar. Het smeekte haar om haar hand uit te steken en het te pakken.
Maar dat kon ze niet. Ze mocht het niet pakken.
Chloe fronste. Haar leven op aarde was vroeger frustrerend, saai en verstikkend geweest. Maar ze had in ieder geval wel naar buiten gekund. Ze had daar tenminste een soort leven mogen hebben.
Chloe's oogleden trilden toen een grote, warme aanwezigheid voelbaar werd. Twee enorme handen klemden zich naast die van haar om de reling. Het voelde alsof de lucht trilde.
Zijn geur vulde haar lichaam als een parfum. Ze haalde diep adem en blies weer uit. Meteen verdwenen haar twijfels en spijt.
Hoe deed hij dat toch? Ze kenden elkaar nu bijna een jaar. Ze waren elke minuut van de dag dicht bij elkaar geweest.
Hoe kon hij voelen als een knappe, geweldige vreemdeling die ze nog moest leren kennen? En hoe kon hij tegelijkertijd voelen als iemand die ze al meerdere levens lang kende?
Tor liet zijn kin op haar hoofd rusten. „Je denkt te veel na.“
„Ja.“
„We moeten gaan.“
Chloe snoof. „Een avondklok is voor kinderen.“
„Dat ben ik met je eens, maar wat kunnen we eraan doen?“
Chloe leunde naar achteren tegen hem aan. Zijn warme borstkas drukte tegen haar rug. „Wat gebeurt er als we de regels breken?“
„Ik denk dat ze ons dan terugslepen.“
„Waarom moeten we dan haasten?“ Ze voelde een golf van opwinding. „Waarom geven we ze niet eens wat tegengas voor de verandering?“
Hij grinnikte. „Ik denk dat we wel kunnen kijken wat er dan gebeurt.“
Chloe staarde naar de nachtelijke hemel van Zibon 8. Ze probeerde haar gedachten weg te houden van Tor. Maar dat was moeilijk. En het leek met de dag moeilijker te worden.
„Wordt onze band sterker?“ vroeg ze.
„Waarom zeg je dat?“
„Moet ik daar echt antwoord op geven?“ Ze verstrengelde haar vingers met de zijne. „Maak jij je daar geen zorgen over?“
„Moet je dat echt nog vragen?“
Chloe was gefrustreerd, maar toch moest ze glimlachen. Tor deed dit altijd bij haar. Hij liet haar altijd zoveel tegenstrijdige dingen voelen.
Ze draaide zich om in zijn armen. Tor glimlachte ook. Zijn lange, donkere haar viel over zijn brede schouders en bewoog in de wind.
Het vreemde van zijn gezicht viel haar plotseling op. Zijn te grote kaak, zijn te hoge jukbeenderen en die roofdierachtige gele ogen. Zijn enorme omvang was nog zoiets. Ze kreeg er rillingen van en haar hart ging er sneller van kloppen. Het zorgde ervoor dat ze zich als een katje tegen hem aan wilde nestelen en zichzelf helemaal wilde verliezen.
Hij herinnerde haar altijd aan haar „vrouwelijkheid“. Dat deed hij op een manier die niemand anders kon.
Zijn zilverkleurige shirt schitterde. Zijn glimlach werd breder tot een grijns. Het liet iets in haar buik omdraaien.
Chloe pakte zijn gezicht vast en keek in zijn gele ogen. Ze glansden in het maanlicht. Het leek alsof ze tot diep in haar botten doorboorden. Het puntje van haar tong tintelde.
Het water liep haar in de mond. Ze besefte pas dat ze hem kuste toen een stem riep dat ze moesten stoppen.
Ze schoten uit elkaar.
„Avondklok!“ blafte de stem.
Chloe veegde geschrokken over haar mond. Tor's wangen hadden een kleur gekregen. Zijn ogen gloeiden als vloeibaar goud. Hij hijgde toen hij zich omdraaide om te kijken wie hen had gestoord.
Er stonden twee mannen bij de ingang van het balkon. Ze hadden hun armen over elkaar geslagen.
Tor sloeg onverschillig zijn arm om Chloe's schouders. Hij lachte zelfs. „En wat willen jullie daaraan gaan doen? Gaan jullie met me vechten? Me pijn doen? Gaan jullie mijn vrouwtje pijn doen?“ Tor kneep zachtjes in Chloe's schouder. „Kom op dan, ik daag jullie uit.“
„Het is alleen maar ons werk, Tor. Dit is wat je veilig houdt,“ zei de man aan de linkerkant.
„Niet lullig bedoeld, Darrin. Maar ik denk dat ik Chloe beter kan beschermen dan jij, vind je ook niet?“
„Maak het nou niet zo moeilijk. Ga gewoon terug naar jullie verblijf,“ zei hij. Hij klonk moe.
Tor wilde weer iets zeggen, maar Chloe hield hem tegen. „Laten we maar gewoon teruggaan. Ik heb er geen zin in.“ Ze keek de twee mannen boos aan. „We blijven sowieso niet lang meer. Als jullie een baby van me willen, moeten jullie doen wat ik zeg.“
En met die woorden pakte ze Tor's hand. Ze stampte boos over het balkon terug. De twee Zibons gingen voor hen aan de kant.
Toen de mannen hen niet meer konden horen, zei Tor: „Je blijft me verbazen. Waar kwam dat vandaan?“
Chloe haalde haar schouders op. Ze was te boos om te praten. Ze trilde terwijl ze door het vrouwenverblijf liepen.
Toen ze bij hun kamer kwamen, ging Chloe op de rand van het bed zitten. Ze was buiten adem. De automatische lichten gingen aan.
„Blijf rustig,“ zei Tor met een frons. „Je maakt jezelf nog ziek. Je maakt mij ziek.“ Hij wreef met zijn knokkels over zijn buik. „Laat ze je niet gek maken.“
„Makkelijk praten voor jou,“ zei Chloe. „Ze behandelen jou niet als een fokteef die geen ander doel in het leven heeft.“
„Dat denken ze niet.“
Chloe lachte bitter. Tor probeerde naast haar te gaan zitten en haar hand te pakken. Maar Chloe stond op. Ze begon door de kamer te ijsberen.
De ramen stonden open en het briesje zorgde ervoor dat ze overal jeuk kreeg. Het leek wel of ze altijd jeuk had. De jeuk om weg te gaan.
De jeuk om iets te doen. De jeuk naar Tor.
Jeuk. Jeuk. Jeuk.
Ze kraste met haar nagels over haar nek.
„Ze beginnen me vreemd aan te kijken,“ zei Chloe. „Is je dat niet opgevallen? Ze beginnen wantrouwig te worden.“
Ze raakte haar oog aan. Elke ochtend controleerde ze op de bekende bobbeltjes. Ze wilde zeker weten dat hun voorzorgsmaatregelen nog werkten.
„Dat zal ik niet ontkennen,“ zei Tor.
„Wat denk je dat er gebeurt als ze erachter komen?“
„Dat kan ik niet zeggen.“
„Maar je maakt je wel zorgen,“ zei ze. „Denk je dat ze... Denk je dat ze ons zullen dwingen?“
Hij gaf geen antwoord. Chloe voelde de golf van onrust door hun band heen.
„Het is niet eerlijk,“ zei ze.
„Ik weet het. Het spijt me.“
„Stop met je schuldig voelen. Ik neem jou niets kwalijk.“
„Dat zou je wel moeten doen. Het is mijn schuld.“
„Je hebt me gered.“
„En je daarna weer gevangen genomen.“
„Nee.“ Ze greep naar haar keel toen de tranen opkwamen. „Zelfs als... Zelfs als ik gedwongen zou worden, heb ik dit liever. Ik heb dit veel liever dan het leven dat ik hiervoor had. Nu ben ik tenminste bij jou.“
Tor stond op en kwam naast haar staan.
„Dat zeg je vanwege de band, maar ik waardeer het wel.“ Hij glimlachte en aaide met zijn brede wijsvinger over haar neus. „We komen hier wel doorheen.“
Chloe keek omhoog in zijn ogen. „Zolang we maar samen zijn.“
„We móéten wel samen zijn, weet je nog?“ Hij barstte in lachen uit. „We hebben geen keus!“
Chloe glimlachte. Haar tranen droogden op toen zijn humor donker en prachtig door hun band galmde. Toen hij lachte, keek ze hoe zijn adamsappel op en neer bewoog.
Het liet zijn keel dikker lijken. Zijn schouders leken breder en zijn handen groter. Hij vulde opeens de hele kamer.
Ze ging op haar tenen staan en drukte haar lippen tegen hem aan.









































