
Carrero Contract 3: Vrijheid Vinden
Auteur
L. T. Marshall
Lezers
479K
Hoofdstukken
44
Hoofdstuk 1
„Wat?“ Alles in mij stopt in een vreemd, bevroren moment. De tijd staat stil en mijn enorme paniek verandert snel in een vreemde, onwerkelijke gevoelloosheid. Er schiet één vragend woord uit mij als reactie op wat hij net zei.
Ik sta in de lift tegenover hem, terwijl hij de deuren wijd openhoudt. We staan amper een meter uit elkaar en ik ben zo dicht bij ontsnapping, dat ik het bijna kan voelen. Mijn tranen stoppen en mijn lichaam staat stil. Ik kijk hem vol ongeloof en in een complete shock aan. Mijn hersenen kunnen zijn woorden niet verwerken. Ik kan niet reageren, omdat ik in een staat van volkomen ongeloof verkeer.
Ik stop met mijn luide gehuil en blijf heel stil staan. Ik houd mijn adem in. Mijn emoties staan op pauze terwijl ik wacht. De gekke paniek van net vervaagt in deze vreemde stilte tussen ons. Ik wacht op een uitleg. Ik wacht tot hij meer zegt. Ik wil weten wat het betekent als hij het woord liefde zegt tegen mij, van alle mensen op de wereld.
Hij kan niet van mij houden. Het slaat helemaal nergens op.
Hij haat me.
Hij doet me pijn; dat heeft hij altijd al gedaan.
Maar hij vertelde me dat hij van me houdt en alles zal doen om me te behouden.
Mijn hersenen draaien overuren. Ik weet niet hoe ik dit allemaal moet verwerken.
Dit moet een list zijn. Dit is wie hij is: een manipulator. Hij is een wrede, sadistische duivel en hij voelt geen liefde. Hij zou nooit van mij kunnen houden. Nog niet zo lang geleden wees hij mijn bekentenis over precies hetzelfde nog keihard af. Dit kan niet echt zijn.
Ik leun zwaar achteruit tegen de muur van de lift. Dit doe ik om mijn plotseling loodzware lichaam en zwakke benen in evenwicht te houden. Ik geef mezelf de ruimte om dit te proberen te begrijpen. Ik kan niet geloven dat we weer helemaal terug bij af zijn. Hier staan we dan weer.
In hetzelfde appartement waar ik mijn ziel voor hem blootlegde, duwde hij me weg in de koude eenzaamheid van een gebroken hart. Daar zette ik een pistool tegen mijn hoofd om de pijn, die hij me aandeed, te stoppen. Op deze plek wees hij mijn liefde af. En nu heeft hij het lef om me te vertellen dat hij van me houdt. Als dat geen zieke grap is, dan weet ik het ook niet meer.
Ik durf bijna geen adem te halen. Het lijkt alsof zijn woorden alles hebben gestopt—
alles om ons heen en tussen ons in. Zelfs de tijd zelf lijkt stil te staan in een of andere andere werkelijkheid.
Alexi kijkt in paniek. Zijn ogen worden groter als hij naar me kijkt. Zenuwachtig kijkt hij weg naar zijn voeten en dan weer aarzelend naar mij, waarna hij moeilijk slikt. De sfeer raakt gevuld met zijn angst en neemt de lucht om ons heen over. Ik weet niet hoe ik me moet voelen, maar deze pauze lijkt een eeuwigheid te duren. De golven van zijn emoties maken de spanning met de seconde erger.
Ik wacht tot hij weer liegt en me steeds opnieuw kapotmaakt. Dat is het toch zeker? Een goed geplande en gemene actie. Om mijn ziel weer te breken.
Ik weet niet waarom hij me pijn moet blijven doen. Het is pijnlijk. Een soort marteling. Ik vraag me af of dit allemaal deel is van weer een zieke zet. Ik weet niet wat ik hem ooit heb aangedaan, dat zo erg was dat hij me op deze manier moest vernietigen.
„Ik zei…“ Hij schraapt eindelijk zijn keel. Een ongemakkelijk gevoel neemt hem over en hij lijkt niet stil te kunnen staan. Zijn zenuwen nemen de overhand en hij beweegt onrustig. Hij haalt diep adem, alsof hij in zichzelf de moed zoekt die hij niet voelt.
Dit is niet de Alexi die ik ken. Het maakt de pijnlijke knoop onder in mijn maag alleen maar groter en zwaarder.
Angst misschien. Zenuwen? Woede?
Dit is een blik op iemand die helemaal nieuw voor me is. Het staat ver af van de zelfverzekerde manipulator die ik ken en haat. Het is een kant die hij goed verborgen houdt voor de wereld. Ik weet niet eens of het wel echt is. Deze kant brengt me uit balans. Ik sta plotseling tegenover een vreemde en mijn hoofd zit vol twijfels en chaos. Het dreigt alle zuurstof uit mijn lichaam te knijpen.
Ik ben als een konijn dat in de koplampen van een aankomende vrachtwagen staart. Ik weet dat ik zo overreden ga worden in weer een van Alexi's psychologische mindfucks. Ik zou moeten rennen. Gaan. Niet wachten op een antwoord. Maar mijn voeten willen niet bewegen en ik houd mijn lichaam stil in afwachting. Mijn stomme hart klampt zich vast aan een heel klein draadje hoop dat het misschien geen leugen is.
Stom, zielig meisje.
Ik zou beter moeten weten.
Het is altijd een leugen.
Mijn hart klopt snel. Ik houd de spullen in mijn handen stevig vast, om de verbinding met de werkelijkheid niet te verliezen. Dat ik mezelf pijn doe met mijn schoenen en tas herinnert me er alleen maar aan, dat ik wegrende om mijn verstand te redden. Ik had niet moeten stoppen.
Maar als een dwaas sta ik hier naar hem te staren. Ik houd mijn adem in en ik wacht... eindeloos.
Tik, tik, tik.
Een nieuw soort marteling.
„Ik hou van je.“ Hij zegt het schor, zacht, met minder overtuiging, maar met meer haast en duidelijke angst. Drie kleine woordjes die mijn adem wegnemen met een pijn die zo hevig is, dat het voelt alsof hij me in de borst heeft gestoken.
Zijn stem is lager en rauwer, alsof hij moeite had om de woorden er een tweede keer uit te krijgen. Hij kan me niet zo vol zelfvertrouwen in de ogen kijken als eerder. Eindelijk rusten zijn ogen op de mijne. Voor de eerste keer in alle maanden dat ik hem ken, ziet Alexi er bang en heel erg jong uit. Het lijkt alsof die woorden eng zijn. Hij onthult het belangrijkste geheim dat hij zijn hele leven heeft bewaard.
Het heeft hetzelfde effect als wanneer ik onverwachts een klap tegen mijn keel krijg. Ik probeer het van me af te schudden en kijk hem fronsend aan. Vanbinnen bloed ik en mijn hoofd zit vol mistige verwarring. Mijn hele lichaam tintelt van een koude duizeligheid.
In shock. Ik ben in de war en heb geen idee hoe ik deze vreemde woorden van de tong van de duivel moet verwerken. Leugen of geen leugen? Geloven of niet geloven?
„Waarom zeg je dat tegen me?“ antwoord ik wanhopig. Mijn stem klinkt gespannen en rauw. Alle weggestopte emoties komen in één keer krachtig terug als een grote vloedgolf. Ik word overspoeld door tientallen tegenstrijdige gevoelens. Ik probeer mijn ingewikkelde verwarring te ontwarren.
Ik moet uitzoeken wat hij hiermee wil bereiken, of waarom hij dit probeert in plaats van me te laten gaan. Als er meer achter zijn spelletjes zit, heb ik die deur weer geopend.
Ik had nooit seks met hem moeten hebben. Ik wist dat het alles weer zou veranderen. Dat het weer een nieuwe ronde van zijn speciale soort wreedheid zou starten. Op deze manier krijgt hij zijn kick.
„Omdat ik het meen... Ik...“ Hij zucht zwaar tijdens zijn woorden. Hij gedraagt zich nog steeds als een compleet andere man. Iemand die bijna verlegen en ongemakkelijk is en niet zichzelf. Helemaal niet als Alexi Carrero. Het voedt mijn achterdocht en wakkert de brandende sintels diep vanbinnen aan. Woede en haat groeien in mijn twijfels bij deze tegenstrijdige show.
Dat innerlijke vuur in mij vecht om de baas te zijn. Het grijpt me stevig en vastberaden vast. Het schudt mijn ziel flink door elkaar en zet mijn zintuigen vol op scherp.
Dit kan een valstrik van enorme omvang zijn. Hij kan klaarstaan om mijn ziel weer helemaal uit mijn lichaam te rukken. Gewoon, voor de lol. Gewoon, omdat hij ervan geniet om me keer op keer te vernietigen. Gewoon, omdat dit is wie hij is.
„Hou op. Dit is echt lager dan laag. Wat haal je hier in hemelsnaam uit? Waarom moet je me deze dingen aandoen?“ snauw ik naar hem. Tranen drogen op mijn huid, terwijl een gevoel van zelfbescherming me overspoelt. Mijn hersenen proberen het meest duidelijke antwoord te grijpen: Alexi en zijn psychologische spelletjes. Dat is het enige wat dit kan zijn.
„Ik lieg niet. Waarom denk je dat ik wekenlang heb geprobeerd je te laten zien dat dingen nu anders zijn? Ik wist dat je me niet zou geloven als ik het je vertelde. Ik wist dat dit de reactie zou zijn als ik er openlijk voor uit zou komen. Ik had nodig dat je eerst een reden had om me te geloven, dus moest ik het je bewijzen. Ik wist dat je anders weg zou rennen, omdat je geen reden had om me te vertrouwen.“ Hij beweegt plotseling in mijn richting. Ik deins achteruit en zak een beetje in mijn zwakke positie. Ik kruip in elkaar in de hoek van de lift, in een halve foetushouding. Ik ben nog steeds zo bang voor de kracht van deze man om me kapot te maken. Hij pauzeert als hij mijn duidelijke angst ziet, en staat stil. Hij heft zijn handpalmen een beetje op om te laten zien dat hij niet dichterbij zal komen. Hij moet de deur vastpakken, als die snel weer begint te sluiten. Zijn handen houdt hij stevig op de zijkanten van deze doosachtige gevangenis.
Boos of niet, deze man heeft nog steeds de macht om me op vreselijke manieren te ruïneren. En ik zit nog steeds vast in zijn hol, en ik ben de focus van al zijn aandacht. Ik ben geen dwaas. Ik ben kwetsbaar en niet in staat om me tegen hem te verzetten. Dat heeft hij in het verleden zo vaak bewezen. Hij hoeft me niet aan te raken om me kapot te maken.
„Je geloven? JE GELOVEN? Waarom in vredesnaam zou ik deze onzin geloven, Alexi? Je hebt me maandenlang gemarteld en me een waardeloos gevoel gegeven. Je stuurde me weg. Je hebt me in duizend stukjes gebroken en recht in mijn gezicht verteld, dat ik niets voor je beteken. Waarom zou ik geloven dat je opeens 180 graden bent gedraaid en alles wat je voor me voelde is veranderd?“ Ik hap naar adem en gooi de woorden er hard uit. Ik klink gemener dan ik me vanbinnen voel. Ik trek mezelf weer omhoog totdat ik sta en blijf in mijn kleine hoekje staan, om hem zo ver mogelijk van me vandaan te houden.
„Ik weet het, Cam... Ik weet het! Mijn hoofd was een puinhoop. Ik had geen idee hoe ik me voelde toen alles zo verdomd verwarrend en erg was. En ik wilde je op geen enkele manier vertrouwen. Je hebt me helemaal in de war gebracht. Je zorgde ervoor dat ik er helemaal doorheen zat. Ik wist niet wat ik deed of voelde, en wist niet wat ik in handen had. Hoe kon ik toegeven dat ik van je hield, als ik niet wist wat echt was? Ik vertrouwde je niet. Ik wist niet wat dit tussen ons was.“
Hij kijkt me doordringend aan. Zijn stem is schor en zijn ogen blijven stevig op de mijne gericht. Zijn angst verdwijnt langzaam, en ik zie weer wat van de dominante klootzak in hem naar voren komen. Op de een of andere manier geeft het me meer moed om de bekende Alexi te zien.
Toch stik ik in zijn woorden. Er komt een pijnlijke en bittere woede in me omhoog. Zoveel woede over wat hij tegen me heeft gezegd. Die onzin in dat kleine toespraakje slaat echt nergens op.
„Het was altijd echt. Ik heb nooit tegen je gelogen. Ik heb nooit, maar dan ook nooit spelletjes met je gespeeld. Je had me in je macht, zelfs toen ik dat niet wilde. Je hebt alles voor mij veranderd... en je hebt al mijn verdedigingsmuren afgebroken, totdat ik niets meer was. Je hebt me van je laten houden, jij complete, verdomde idioot, en toen heb je me kapotgemaakt. Ik heb niets verkeerd gedaan. Dat heb ik nooit verdiend.“ Ik wanhopig schreeuw naar hem, vol frustratie, met een gebroken hart en vol wanhoop. Boos dat het hier allemaal op neerkomt. Dat hij dacht dat ik de hele tijd een spelletje met hem speelde. Dat zijn wrede eikel-kant in de aanval ging, omdat hij geloofde dat ik niets meer was dan een manipulerende hoer. Uit op zijn geld, zijn macht, of misschien wel zijn hart, zodat ik de touwtjes in handen kon nemen. In zijn ogen was ik gewoon een stiekeme golddigger met de slechte reputatie dat ze precies dat deed.
Hij heeft geen idee hoe erg hij zich vergiste. Hoe diep mijn gevoelens voor hem zaten, of hoe ik voor de eerste keer in mijn leven probeerde iemand anders te zijn. Iemand die met haar hoofd een beetje hoger opgeheven door het leven kon gaan. Ik wilde beter zijn dan ik was.
„Dat weet ik nu. Dat meen ik, en het spijt me. Ik weet niet hoe ik je dat anders moet vertellen.“ Alexi lijkt weer helemaal onderdanig te zijn en deinst terug voor mijn uitbarsting van pijn. Hij lijkt geschokt in zijn houding en niet zijn gebruikelijke, zelfverzekerde, sadistische zelf. Alles aan hem schreeuwt bijna naar me, dat dit geen toneelstukje is.
Mijn hoofd en hart worden verscheurd door de vraag of ik dit moet geloven.
Ik ken de man die nu voor me staat helemaal niet. Het duizelt in mijn hoofd. Ik draai door, en het slaat alles uit balans. Ik word overspoeld door zoveel vijandige energie die in me bruist, dat ik een uitlaatklep nodig heb. Ik kan hem niet vertrouwen. Elke keer als ik dat wel doe, zet hij mijn wereld op zijn kop en vermorzelt hij mijn ziel. Ik zou hem niet moeten geloven.
Misschien komt het door de enorme emotionele inzinking, die werd gevolgd door een buitengewoon fantastisch orgasme, en dat allemaal door toedoen van deze man... Nu krijg ik last van alle opgekropte gevoelens die er in één keer uit willen. Dat uit zich in pure, rauwe woede. Ik borrel op als een ontploffende vulkaan, en ik wil hem met mijn schoenen om zijn stomme oren slaan.
Alexi staart me zwijgend aan. Alsof hij geen idee heeft hoe hij zich anders moet gedragen, of misschien hoort dit wel bij zijn spel. Bij zijn plan.
God mag weten wat dit allemaal nog is. Ik weet het niet.
Mijn innerlijke angst en chaos barsten prachtig uit, en ik kan het niet langer inhouden. Alle herinneringen en gedachten: de tegenstrijdige en verwarrende feiten. Ik duw mezelf weg uit mijn hoekje, sta rechtop en val hem aan met al het vuur en de vechtlust, die me zo lang geleden uit die vieze straten van Londen hebben gehaald.
„Je bent een leugenaar... Je bent een verdomde leugenaar. Ik was erbij. Ik herinner me het allemaal nog. Dat doe je niet bij iemand van wie je houdt. Je behandelt mensen niet zoals jij mij hebt behandeld, om ze vervolgens te vertellen dat het komt omdat je van ze hield. Je kunt na dat alles niet zomaar verdomme terugkomen met een simpel 'het spijt me'.“ Ik kook van woede. Ik knars met mijn tanden en kan mijn woede niet meer verbergen. Ik haat het, dat zijn smoesjes bedoeld zijn om goed te praten wat hij me heeft aangedaan.
Niets praat goed wat hij heeft gedaan. Hij kan nooit begrijpen hoe zwaar het was wat hij me heeft laten doormaken. Er zit een blijvend, duivelsvormig zwart gat in mijn ziel, en niets in de wereld kan dat repareren.
Het is beter om boos op hem te zijn. Woede voorkomt namelijk mijn zwakheid om zijn lieve woordjes en liefdesverklaring te geloven. Het voorkomt dat ik een dom, hoopvol meisje word en weer in zijn onzin trap. Het stopt mijn hoop, dat ik ooit iets voor iemand zal betekenen en dat ik stom genoeg ben om me er weer in te laten zuigen.
„Ik kan het uitleggen...“ begint hij, maar ik laat hem niet uitpraten. De innerlijke psychopaat in mij krijgt steeds meer kracht. Ik ga deze onzin niet nog een keer met hem doen.
„UITLEGGEN!! WAT UITLEGGEN?? Dat je een gestoorde sadist bent, die me op alle mogelijke manieren heeft genaaid, en me nu deze shit probeert te flikken? Moet ik je nu geloven omdat je hebt besloten te stoppen met het bespelen van mijn emoties? Moet ik aan je voeten vallen en alles vergeten omdat... Oh, mijn God... de sadistische klootzak echt van me houdt?“ spuug ik hem toe. Mijn zicht vertroebelt door de tranen van de enorme kracht, waarmee alles eruit komt. Mijn stem breekt, maar dat kan me niets schelen. Hij heeft me helemaal uitgekleed en kwetsbaar gemaakt in al mijn pijnlijke glorie. Nu kan hij de gevolgen daarvan onder ogen zien.
Het is niets anders dan een spelletje. Ik blijf dit als een mantra voor mezelf herhalen en probeer te blokkeren hoe zijn zielloze ogen me verslinden.
„Zo was het niet. Het was... ingewikkeld.“ Alexi kijkt ongemakkelijk om zich heen. Hij is zenuwachtig over zijn gebrek aan controle op hoe dit afloopt, maar dat kan me niet schelen. Ik wil dat hij zich ongemakkelijk en zenuwachtig voelt. Hij heeft geen idee hoe het is om niet de man te zijn, die de schaakstukken verzet. Degene die de touwtjes in handen heeft. Het is niets vergeleken met hoe hij mij maandenlang heeft laten voelen.
Ik wil dat hij zich overweldigd voelt en dat hij er niet meer tegen opgewassen is. Als ik hem zou kunnen verwonden op de manier waarop hij mij in het verleden pijn heeft gedaan, zou ik dat doen. Maar ik weet dat ik dat niet in me heb. Ik ben niet meer het meisje dat ik vroeger was. Hij heeft dat veranderd. Ik kan niet de kille bitch zijn die ik ooit was, zelfs niet als hij het verdient.
„Je bent een eikel. Een enorme, verdomde klootzak. Een sadistische rukker die het verdient dat ik hem in zijn kloten schop en nog veel harder ook!“ schreeuw ik naar hem. Ik sla met de naaldhak van mijn schoen, die ik in mijn hand houd, op de knop van de lift om bij deze situatie en bij hem weg te komen. Ik weet dat het zinloos is; hij houdt de deuren nog steeds wijd open met zijn handen. Ik kan dus nergens heen, en dat maakt me alleen maar bozer. Hij houdt me hier tegen mijn wil vast. Uit pure frustratie barst ik tegen hem uit.
„Laat ze los!“ snauw ik naar hem, terwijl ik met mijn schoen naar een van zijn handen sla om hem te verjagen. Maar hij blijft staan en kijkt dwars door me heen met die lichtgrijze ogen. Alsof hij in mijn hoofd probeert te kruipen. Zijn houding wordt weer kalm, koel en strak, terwijl hij mijn ontsnapping tegenhoudt. Alexi zet zich schrap en sluit zich af. Ik denk dat hij weet dat er een gevecht aankomt. En misschien heb ik dat wel liever dan deze andere versie van hem.
Over mijn wangen stromen natte riviertjes van tranen die weer zijn gaan vallen, en opeens voel ik me ronduit zielig. Zelfs als ik met hand en tand tegen hem vecht, krijgt hij me zo makkelijk kapot. Hij heeft Camilla Walters gedood, en heeft haar veranderd in een emotioneel wrak. Iemand die haar shit niet meer op orde kan houden.
„Ik laat je niet nog een keer zomaar uit mijn leven lopen.“ Hij knarst met zijn tanden en perst zijn woorden er duisterder uit dan past bij een liefdesverklaring. Ik kijk hem boos aan en zie alleen maar het monster in hem. Ik weet dat hij de kracht heeft om mijn wereld overhoop te halen, ondanks de lieve woordjes in zijn mond.
„Ik ben niet jouw gevangene, en ik luister niet naar deze emotionele onzin. Ik weet wat je aan het doen bent, en deze keer zal het niet werken. Ik laat je me niet nog verder kapotmaken dan je al hebt gedaan. Ik blijf niet rondhangen om weer je speeltje te worden. Als je denkt dat dit me aan je bed vastketent, dan heb je het zooo mis. ECHT HELEMAAL MIS!“ Ik sla weer met mijn schoen. Deze keer ontwijkt Alexi de klap door zijn hand op te tillen en de deur nog hoger vast te houden, zodat die geen centimeter beweegt.
Het wakkert mijn psychotische kant aan.
„Zo is het niet. Ik ben eerlijk. Verder niets. Ik probeer je geen pijn te doen of spelletjes met je te spelen. Ik wil je hier hebben omdat jij dat wilt, niet omdat ik je hier gevangen kan houden.“ Alexi ontwijkt weer een slag naar zijn hand. Een klap die ik deze keer voorzichtiger, en met meer gif heb gericht om zo hard mogelijk toe te slaan. Hij laat eindelijk een van de deuren helemaal los, maar houdt ze nog steeds open. Zijn grote lichaam rust tegen één kant, zodat de deuren niet dicht kunnen. Mijn inzet is zo kansloos, dat het de brandstof is voor mijn woede.
„Laat ze dan verdomme los, want ik wil weg. Ik wil nooit meer iets met je te maken hebben,“ krijs ik naar hem. Uit pure wanhoop gooi ik deze keer impulsief mijn schoen naar zijn hoofd. Hij duikt snel weg. Als een verdomde panter met die duivelse reflexen van hem, waardoor de schoen over hem heen vliegt. Voordat hij weer naar me toe draait, kijkt hij achterom om te zien waar het ding is gebleven. Een woedende frons trekt over dat normaal zo knappe gezicht, waarna hij weer boos naar me kijkt.
„Echt waar?“ Het is die sarcastische, afkeurende eikel-toon van hem die ik zo haat. Ik vergeet al het andere en richt deze keer beter. Ik heb nog een schoen, en dat gezicht verdient het dat ik die hak er middenin plant.
Hij zal er niet meer zo verdomd knap uitzien als hij een naaldhak-neuscorrectie heeft gehad, of wel dan?
Al mijn verstand en volwassenheid sterven een plotselinge dood. De tweede schoen vliegt richting zijn gezicht, en hij moet razendsnel zijn om weg te duiken. Hij laat de deuren eindelijk los wanneer hij probeert zichzelf te redden van het projectiel op zijn hoofd.
„Ja, echt!“ schreeuw ik hem na, terwijl ik ook mijn tas gooi. Voor de zekerheid mik ik vol op zijn achterhoofd om een dodelijke klap uit te delen. De idioot is veel te goed in het ontwijken van mijn worpen. Hij heeft me nu echt witheet gemaakt. Alle logica vliegt samen met mijn handtas langs zijn gezicht. Ik wil de klootzak fysiek pijn doen.
Ik ben zo ontzettend kwaad dat hij denkt dat hij dit zomaar kan doen, wanneer hij maar wil, en zonder dat het gevolgen heeft. Alsof mijn hart, lichaam en ziel van hem zijn, en ik niets meer ben dan een pion in Alexi's schaakspel. Ik haat het dat hij denkt, dat hij het recht heeft om zo aan me te trekken. Het kan hem geen shit schelen wat het met me doet.
„In hemelsnaam, Cam!“ Alexi schiet opzij, terwijl mijn tas prachtig langs zijn linkerwang vliegt. De tas raakt hem bijna, maar helaas net niet. Ik zucht luid, omdat ik er zo van baal. Tegelijk voel ik me zelfvoldaan, omdat hij wel moest wegduiken. De deuren beginnen te sluiten terwijl hij buiten schot blijft. Eindelijk is de lift vrij. Nu kan die me verdomme hier weghalen.
De deuren sluiten te snel voor hem om er nog op tijd bij te zijn. Terwijl ik de ruimte zie veranderen in een bijna ondoordringbare stalen muur, besef ik plotseling iets. Ik heb als een idioot mijn hardnodige spullen in zijn verdomde appartement gegooid. Een vluchtend meisje heeft immers schoenen nodig, en een tas met geld, bankpasjes, een identiteitsbewijs, een paspoort en alles wat je nog meer nodig hebt om een nieuw leven te beginnen.
Ik kan moeilijk in New York rondrennen in niet veel meer dan een doorzichtig jurkje. Bovendien heb ik niet eens ondergoed aan.
Jezus, godverdomme!

















































