
Een onverwachte partner
Auteur
Kim F.
Lezers
3,5M
Hoofdstukken
37
WildeBloemen en Aarde
KAI
Het was sluitingstijd in de kroeg, dat rustige moment nadat de muziek was gestopt en de laatste klanten hun drankjes opdronken en hun laatste grappen maakten.
Jason - de barman en goede vriend van Kai - was bezig tafels af te nemen en stoelen op tafel te zetten zodat de vloer gedweild kon worden.
Kai luisterde naar het wegstervende gelach toen de laatste klant vertrok. Tevreden ging hij naar beneden om wat bierkratten voor morgen te halen.
Maar net toen hij uit de kelder de gang in kwam, ving hij een geur op. Hij bleef staan om te achterhalen wat het was. Wilde bloemen, aarde en... bloed.
'Jason!' riep hij. 'Er komt iemand aan!'
Hij liep achter de bar en zette de drie kratten die hij droeg neer. Toen hij overeind kwam, stapte er een meisje - tenminste, dat dacht hij - binnen.
Ze droeg een grote hoodie en een zwarte joggingbroek die te wijd was. Ze had geen schoenen aan. Gouden haar hing aan één kant van de capuchon, die haar hele gezicht verborg.
Ze hield haar rechterzij stevig vast en Kai keek naar haar hand. Die zat onder het bloed. Heel voorzichtig ging het meisje in een hoekje van een zitje zitten.
Jason keek hem over de bar aan, dus pakte Kai een glas water en bracht het naar het zitje. Hij rook dat ze bang was.
Met neergeslagen ogen pakte ze het glas met haar vrije hand. 'Dank je,' zei ze zachtjes, waarna ze het water in één teug opdronk.
'Je bent gewond.'
'Het komt wel goed. Ik moet alleen even uitrusten.'
'Kai!'
Hij draaide zich om en zag Jason naar zijn oren wijzen en knikken naar buiten.
Kai keek weer naar het kleine meisje dat weggedoken in het zitje zat. 'Ben je op de vlucht?' vroeg hij terwijl hij snelle voetstappen - laarzen - buiten hoorde naderen.
Ze keek plotseling op van onder haar capuchon en hij schrok van haar helderblauwe ogen toen angst - nee, doodsangst - over haar kleine gezicht trok.
'Ik ga wel weg.' Ze schoof opzij en probeerde op te staan, maar kreunde van de pijn.
'Welke roedel? Ik ruik wolf overal om je heen.'
Ze keek hem in de ogen en boog toen haar hoofd. 'Red Dawn,' fluisterde ze.
'Dat is alles wat ik hoef te weten. Volg me.' Hij draaide zich om en leidde haar naar de gang achter. 'Red Dawn, Jason!' riep hij over zijn schouder.
'Verdorie!' hoorde hij Jason zeggen.
Kai stopte voor de damestoiletten. 'Doe je hoodie uit,' zei hij tegen haar.
Ze keek hem aan maar deed wat hij zei, en trok de hoodie over haar hoofd uit. Eronder droeg ze een wit hemdje met bloedvlekken en haar blote armen zaten vol striemen.
Het was duidelijk dat dit meisje zwaar was toegetakeld.
Kai nam de hoodie mee de wc in en hing hem over een deur, kwam toen terug de gang in en gaf haar een klein flesje uit zijn zak. 'Spuit jezelf hiermee in. Het maskeert je geur.'
Ze pakte het flesje aan en spoot wat in haar nek. Hij knikte en opende een deur verderop in de gang. 'Mijn kantoor. Blijf hier terwijl Jason en ik met je roedelgenoten praten. Ze zijn er zo.'
'Niet mijn roedel,' zei ze zachtjes terwijl ze langs hem liep.
Ze ging in een stoel zitten, nog steeds haar zij vasthoudend. Er sijpelde bloed tussen haar vingers door. Hij fronste.
'Er komen er drie binnen, baas,' zei Jason in zijn hoofd.
Kai ging terug naar de bar nadat hij de kantoordeur had gesloten en op slot gedaan. Jason was de bierkratten aan het opbergen, dus pakte Kai een doek en begon de bar schoon te maken.
Toen er drie mannen binnenkwamen, keek hij op. 'Sorry jongens, we gaan sluiten.'
'We willen geen drankje,' zei de grootste met een ruwe stem. 'We zoeken iemand.'
Het was een rommelig stel. Vies en ruig. Wilde haren en boze blikken op hun gezichten.
'Jullie zien iedereen die hier is.' Hij ging rechtop staan.
'We kunnen haar ruiken!' zei een tweede man boos.
Kai kwam achter de bar vandaan en keek hen recht in de ogen. 'Ik ben Kai Winslow. Dit is mijn bar en mijn roedel. Van welke roedel zijn jullie?' Hij vond de houding van deze mannen niet prettig.
'Red Dawn,' antwoordde de eerste, terwijl hij zijn borst vooruit stak. Hij was duidelijk hun leider.
Kai staarde hem aan, zijn alfa-kracht naar voren duwend tot de man een stap achteruit deed. 'Zoals ik al zei, wij zijn de laatsten hier.'
'Ja, nou... we kunnen haar ruiken,' herhaalde de magerste van het stel nerveus.
Kai keek hem aan. 'Ga je gang en kijk maar rond. Er valt niet veel te zien.' Hij gebaarde met zijn arm en de magere liep naar de gang achterin terwijl de andere twee onder de tafels en in de zitjes keken.
De magere riep uit en kwam terug met de hoodie in zijn handen. 'Deze vond ik in de damestoiletten! Hij ruikt helemaal naar haar.'
De grote griste hem af en stak zijn neus in de stof. 'Ze is het.' Hij draaide zich naar Kai. 'Waar is het meisje dat deze hoodie droeg naartoe gegaan?'
Kai keek achterom naar Jason. 'Heb jij een meisje met deze hoodie bediend?'
'Nee. Maar ze kan tijdens de roedelvergadering zijn binnengekomen. Het was erg druk,' zei Jason.
'Sorry jongens. Kan jullie niet helpen.' Hij haalde zijn schouders op. 'Is ze weggelopen?'
'Dat gaat je niks aan,' zei de grote.
Kai stapte op hem af. 'Jullie hebben het net wel mijn zaak gemaakt. Op iemand jagen op mijn roedelgrondgebied maakt het mijn zaak. Vertel op, waar gaat dit over?' zei hij vastberaden. 'Of jullie kunnen in de cellen gaan zitten en het me daar vertellen.'
De grote slikte moeizaam. 'Ze hoort bij onze alfa. Hij... hij wil haar terug. Ze hadden ruzie en ze is weggegaan, dat is alles.'
Kai kon zien dat hij loog. 'Hoe ziet ze eruit?' vroeg hij. 'Ze lijkt gewond - ik ruik het bloed op die hoodie - dus misschien zoekt ze hier in mijn stad hulp.'
'Klein,' antwoordde de tweede. 'Tenger ding, met blond haar en blauwe ogen. Litteken boven haar linkeroog. Ik denk dat ze een jaar of zestien, zeventien is.'
'Is ze de partner van jullie alfa?' vroeg Kai.
'Hij wil haar gewoon terug,' zei de grote scherp. 'Meer hoef je niet te weten.'
'Oh ja? Nou, zeg tegen jullie alfa dat hij eerst bij mij moet checken voor hij iemand op mijn roedelgrondgebied achterna zit. De volgende keer zie ik het misschien als een aanval en vecht ik terug.'
'Weet je wel wie onze alfa is?' vroeg de grote.
'Ja, dat weet ik. Draiden Meyers. Zoon, Cole. Ik weet heel goed wie hij is. Hij was mijn oom. Wie van hen vraagt om de terugkeer van dit meisje?'
'Cole. Hij is nu de alfa. Alfa Draiden is met pensioen,' antwoordde de tweede.
'Nou, zeg maar tegen mijn neef dat ik een telefoontje verwacht. Ik wil uitleg. Morgenochtend!' Kai wees naar de voordeur en gromde, zijn wolf kwam naar buiten. 'Heren, jullie zijn hier klaar.'
De drie Red Dawn-wolven draaiden zich om en vertrokken. Ze namen de bebloede hoodie mee.
MEADOW
Meadow zat roerloos in de bureaustoel, haar hand stevig tegen haar zij gedrukt om het bloeden te stoppen. Ze voelde zich licht in haar hoofd. De schurk had een zilveren mes gebruikt - dat verklaarde waarom de wond zo traag genas.
Ze besefte dat ze zich op het grondgebied van een andere roedel bevond. De naam kende ze niet, maar ze voelde zich hier veiliger dan ze in lange tijd had gedaan.
De Red Dawn was een gemengde groep wolven. De huidige leider nam verdwaalde wolven op zonder al te veel vragen te stellen.
Hij was wreed en onvoorspelbaar. De vorige leider was ook geen lieverdje geweest, maar had haar tenminste met een kruimel vriendelijkheid behandeld.
Alfa Draiden had nooit een vinger naar haar uitgestoken of haar gepest, maar zijn zoon Cole vond altijd wel manieren om haar het leven zuur te maken.
Ze moest in haar eentje het hele roedelhuis aan kant houden. Ze kookte, poetste en deed de boekhouding. Ze werd zwaar mishandeld wanneer het hem uitkwam.
En nu had hij geprobeerd haar te verkrachten. Hij was natuurlijk dronken, maar dat was geen garantie dat het hem de volgende keer niet zou lukken.
Ze hoorde een geluid bij de deur en keek geschrokken op.












































