
Een Wilde Raaf Boek 2
Auteur
Lezers
120K
Hoofdstukken
14
Hoofdstuk 1
Boek 2
NIEUWJAARSDAG
De zonen van Coal zijn terug voor Kerstmis, en de week voor Oud en Nieuw is gevuld met familietijd. Coal besteedt elk moment aan Willem, Jonas en River. Hij neemt ze mee om oude schoolvrienden te bezoeken. Tegelijkertijd help ik met de verzorging van een onverwachte toevoeging aan onze familie. Het is een zwerfhond die Annabelle op de snelweg heeft gevonden. We noemen de kleine Jack Russell Terriër Vader.
Anna, Iza, Timothy, Haline en ik zijn de hele week in het dorp op zoek gegaan naar de baasjes van Vader. De jonge hond heeft geen chip en we denken dat hij is weggelopen. Maar er is niemand die zegt dat Vader van hem is. De kleine terriër is nu een deel van onze ranchfamilie.
Sinds zijn zonen terug zijn, hebben Coal en ik weinig tijd samen doorgebracht. River, de jongste, wil per se in hetzelfde bed als zijn vader slapen vanwege zijn nachtmerries. Ik begrijp dat de jongens tijd nodig hebben om te wennen, dus ik vind het niet erg.
Dan breekt Nieuwjaarsdag aan en gebeuren er een paar dingen die me van mijn stuk brengen.
Trish krijgt de lokale krant zover om een klein stukje te plaatsen over hoe ik een dief voor haar heb achtervolgd. Nu noemt het dorp me een held. Het verhaal wordt overgenomen door grotere nieuwszenders, en dat leidt tot een onverwacht telefoontje.
Ken neemt op en geeft de telefoon daarna aan mij.
De vrouw aan de andere kant stelt zich voor: „Hallo. Mijn naam is Kai. Mag ik een persoonlijke vraag stellen? Heette je moeder Nita?“
Ik ben overrompeld. „J-ja, hoezo?“ stotter ik, terwijl ik door de gang van de woonboerderij naar de slaapkamers ijsbeer.
„Nita—ik ben je tante. Ik ben naar je op zoek geweest.“
Geschrokken haal ik de telefoon van mijn oor. „W-wat?“ fluister ik. „Ik gebruik de naam Nita al sinds mijn zestiende niet meer. Ik noem mezelf Raven.“
„Je geboorteakte zegt iets anders.“
„Waarom bel je?“
„Dat zei ik toch, ik heb naar je gezocht!“
„Waarom heb ik dan nooit eerder iets van je gehoord?“ vraag ik, nog steeds twijfelend over deze vreemde vrouw die naar de Devonshire Ranch heeft gebeld.
„Het nieuwsbericht, je foto—je lijkt precies op je moeder. We hadden geen hechte band. Ik ontdekte pas onlangs dat ze stierf aan een overdosis—en dat ze drieëntwintig jaar geleden een dochter kreeg.“
„Je bent een beetje laat...,“ fluister ik.
„Zoals ik al zei, Nita en ik hadden geen hechte band.“
„Wat wil je van me?“
„Je ontmoeten. Ik weet dat je werk tijdelijk is en dat je geen thuis hebt—ik bied je een thuis aan, Raven.“
„Ik—ik weet niet—ik—“
„Ik zou je heel graag willen ontmoeten.“ De stem van Kai trilt van emotie. „Denk alsjeblieft over mijn aanbod na. Je hebt familie. Wil je erover nadenken?“
„Ik heb je nummer,“ reageer ik als een robot, nog steeds in shock. „Ik zal er wel over nadenken.“
Ik hang op en voel een mix van nieuwsgierigheid en woede.
Waarom kregen Kai—als ze echt mijn tante is—en mijn moeder ruzie? Waarom neemt ze nu pas contact op? Liegt ze tegen me?
Maar mijn gedachten worden onderbroken als ik Coal buiten uit het raam zie. Hij stapt in zijn eentje in de pick-uptruck en ziet er woedend uit. Trish schreeuwt naar hem vanaf de veranda terwijl hij hard wegrijdt.
Ik ren erheen en kijk naar buiten door het raam van de slaapkamer van Iza en Anna.
Ik doe het raam een klein stukje open. Ik wil stiekem meeluisteren met het gesprek tussen Trish en haar zus Jean op de veranda.
„...hij is weg, ik kon hem niet tegenhouden,“ snauwt Trish. „Hij is een heethoofd!“
„Natuurlijk komt zij de eerste dag van het nieuwe jaar verpesten,“ moppert Jean zachtjes terug. Ze is duidelijk geïrriteerd.
„Schat?“ Ik hoor dat Ken de voordeur naar de veranda opent. „Wat is er aan de hand? Waar ging Coal zo snel naartoe?“
„Cat is in het dorp—ze eiste dat hij haar ergens mee kwam helpen,“ snauwt Trish naar Ken. „Ze weigert een voet op deze ranch te zetten, dus nu wil ze dat Coal voor haar gaat rennen. Ze eiste ook om de kinderen te zien, maar ik zei nee—het is belachelijk dat ze ongemerkt bij haar zijn weggegaan en de wereld over zijn gereisd zonder dat ze het wist. Ze heeft nu geen enkel recht op ze!“
„Ik weet het. Rustig maar, lieverd—“
„Wat als er iets met ze was gebeurd?“ begint Trish te schreeuwen. „Nu komt ze terug en doet ze alsof ze erom geeft? Onze kleinzoons hadden wel ontvoerd kunnen zijn!“
„Er is niets gebeurd—ze zijn veilig, ze spelen in de schuur—“ Ken probeert Trish gerust te stellen, maar ze wil er niets van weten.
„Gaat het?“ hoor ik Izabella naar me roepen. Ik draai me weg van het raam en gooi het hard dicht. Ik voel me schuldig omdat ik heb afgeluisterd. „Waar ging dat telefoontje over? En heb je gehoord waar Coal is gebleven?“ Iza haalt zenuwachtig haar vingers door haar geblondeerde haar. „Cat is in het dorp.“
„Ik hoorde het net,“ antwoord ik. Iza doet snel de slaapkamerdeur dicht als ze mijn bleke gezicht ziet.
Ik glijd langs de muur onder het raam naar beneden. Ik trek mijn knieën op naar mijn borst terwijl ik nadenk.
„Gaat het wel goed?“ Iza leunt met haar rug tegen de deur en glijdt naar beneden om tegenover me te gaan zitten.
„Ik kreeg een telefoontje van... 'familie'... zeggen ze,“ fluister ik, nog steeds in shock. „Om eerlijk te zijn weet ik niet of ik het geloof.“
„Familie? Wat voor familie?“ vraagt Iza nieuwsgierig. „Ik dacht dat je een wees was?“
„Precies, dat ben ik ook... Ik snap er even helemaal niets van.“ Ik slik moeilijk en probeer me te focussen op wat ik wél weet. „Bovendien heb ik Coal de hele week nauwelijks gezien, en nu rent hij direct naar zijn ex-vrouw toe.“
„Ik weet het.“ Iza fronst. „Maak je geen zorgen. Coal zei dat hij je vanavond mee op date zou nemen, weet je nog? Een nieuw jaar, een nieuwe start?“
„Ja, ik weet het,“ zeg ik alsof het me niets doet. Ik denk aan de manier waarop hij het zei. Hij meende het. Het was even vlug tussendoor toen we elkaar gistermiddag in de keuken passeerden. Hij kuste mijn wang en beloofde me mee uit te nemen. Hij meende elk woord.
Ik was zo gelukkig geweest.
Ik had ook alle begrip dat Coal elk moment met zijn drie zonen wilde doorbrengen. Hij had ze al meer dan een jaar niet goed kunnen zien. Het was logisch en het voelde goed. Geen enkel probleem.
Tot dat telefoontje—en de reactie van Coal op het bezoek van Cat.
Nu zit mijn hoofd vol met beelden. Ik zie voor me hoe Coal naar zijn ex-vrouw toegaat en toegeeft aan hun oude aantrekkingskracht.
Ik ga van de beste en veiligste week van mijn leven, naar een gevoel van totale onzekerheid. Ik ben er helemaal kapot van. Twijfel. Angst. Paniek. Bang om weer alleen te zijn. Het raakt me hard en snel.
Iza is eerlijk over Cat. „Ze is dol op drama. Ze haat deze ranch. Ze zou hier nooit een stap binnen zetten. Je weet toch dat Coal nog steeds gevoelens voor jou heeft? Raven, je ziet eruit alsof je moet overgeven. Gaat het wel?“
„We kennen elkaar pas een week en we zijn op één date geweest,“ beken ik zachtjes. Mijn stem is nauwelijks een fluistering. Mijn hart voelt alsof het probeert te vluchten. Het wil het verdriet dat eraan komt ontwijken.
Waarom heb ik ooit geloofd dat ik hier thuishoorde?
Waarom dacht ik dat ik ergens bij zou kunnen passen?
Waar ik ook heen ging, ik voelde me nooit veilig.
Ik was niet de vrouw met wie Coal was getrouwd of de moeder van zijn kinderen. Ik was gewoon een mooi, blut meisje dat op kwam dagen voor een tijdelijke baan.
De mooie eerste fase was voorbij.
„Heb je je rijbewijs?“ vraag ik aan Iza.
„Ja, hoezo?“
„Kun je me naar het dorp rijden?“ vraag ik.
„Om Coal en zijn ex te bespioneren?“ vraagt Iza. Er verschijnt een brede grijns op haar gezicht.
Dat is niet de reden, maar ik lieg.
Ik knik. „Ja.“
„Ik doe mee,“ zegt Iza en ze springt op. „Mag ik in jouw pick-uptruck rijden?“
„Natuurlijk,“ zeg ik. Ik weet dat het binnenkort gewoon haar truck is, of misschien wel van een van de Wildes.
Het was een belachelijk cadeau, iets wat ik niet verdiende. Alsof ik hier een plek had.
Ik begin mijn spullen in te pakken—die allemaal in één zielige rugzak passen. Daarna ben ik van plan om de eerste bus hier vandaan te nemen.
Ik heb mijn oude, gammele auto niet meer en daar ben ik opeens erg verbitterd over.
Mijn makkelijke vluchtroute is van me afgenomen, en ik zou het royale cadeau van Coal nooit aannemen. Ik red het wel in mijn eentje, ook al wordt het zwaar. Ik had eerder ook overleefd met het openbaar vervoer.
Ik doe het wel met wat ik heb.
Zelfs als alles wat ik heb een paar honderd gespaarde dollars is.
Ik moet weg.
Voordat ik besef dat ik geen thuis heb en niet zo belangrijk ben als ik dacht.
Voordat de pijn kan beginnen.
Ik ga weg voordat ik gekwetst kan worden.








































