
Een kus is... Boek 1: Een kus is gewoon een kus
Auteur
Selena Ellis
Lezers
18,8K
Hoofdstukken
36
Swanson University
JULIO
„Julio, ¡date prisa! ¡Vas a llegar tarde! (Julio, schiet op! Je komt nog te laat!)“ riep mijn moeder van beneden.
Ik stond voor de spiegel in mijn slaapkamer. Het leek wel een eeuwigheid te duren. Het was mijn eerste dag op de universiteit. En wat was nu een betere en slimmere manier om te beginnen dan direct na de middelbare school?
Het was mijn beslissing om zo snel mogelijk naar de universiteit te gaan. Maar ik wist niet dat ik het de eerste paar maanden alleen zou moeten doen. Al mijn beste vrienden besloten om nog even te wachten. Zo konden ze meer tijd met hun familie doorbrengen. En geef ze eens ongelijk.
„Julio,“ riep mijn moeder weer. „We gaan.“
„¡Está bien, mamá, ya voy! (Oké, mam, ik kom eraan!)“
Oké, ik loog. Het was niet mijn beslissing om direct na de middelbare school te gaan. Het was de keuze van mijn moeder. Zoals je nu waarschijnlijk wel merkt, wil ze me liever niet in de buurt hebben. Al sinds de eerste dag van mijn laatste schooljaar zei ze tegen me...
LAATSTE SCHOOLJAAR
Mijn moeder zat achter het stuur terwijl we naar school reden. Ik weet niet waarom ze dat deed. Ik had namelijk mijn rijbewijs al. Maar ze had meestal wel iets te zeggen.
„Ik maak geen grapje, Julio,“ zei ze, waardoor ik haar aankeek. „Als je straks je diploma ophaalt, kun je maar beter klaar zijn voor de universiteit.“
„Ik weet het, mam,“ zuchtte ik.
„Want je papá en ik gaan je niet meer als een klein kind behandelen.“ Ze draaide de parkeerplaats van de school op. „Je bent nu een volwassene.“
„Waarom breng je me dan nog steeds naar school?“
„Mag ik mijn eigen zoon niet meer naar school brengen?“ vroeg ze, terwijl ze me aankeek.
„Ik ben nu een volwassene, mamá,“ deed ik haar na.
„Let op je toon,“ zei ze. Vervolgens parkeerde ze de auto in een vak.
Ik deed mijn gordel af en pakte mijn rugzak van de achterbank. Ik legde hem op mijn schoot en opende toen de autodeur.
„Lio,“ zei mijn moeder op een zachte toon.
Ik draaide me om en keek haar aan. „Ja, mamá,“ zei ik. Ik wilde eigenlijk niet horen wat ze te zeggen had.
„Te amo. (Ik hou van je).“
„Yo también te amo. (Ik hou ook van jou).“
Ik keek in haar ogen en wist al dat ze een kus op haar wang wilde. En, nou ja, ik kan niet liegen. Ik hou echt zielsveel van mijn moeder. Dus boog ik me naar voren en kuste haar op haar wang voordat ik uitstapte.
HEDEN
Ik rende de trap af toen ik besefte dat ik niet onder mijn eerste dag uit kwam. Beneden zag ik mijn moeder ongeduldig bij de deur staan.
„Finalmente (Eindelijk),“ siste ze. Ze gooide de deur open. „Heb je alles?“
„Gloria en Miguel niet,“ maakte ik een grapje.
„Niet grappig, Lio.“
Ik grinnikte terwijl ik achter haar aan liep en de deur achter me sloot. Ze gooide me de sleutels van mijn zwarte F-150 toe, en zodra ik de auto van het slot haalde, stapte ze in aan de passagierskant.
Gloria en Miguel zijn mijn beste vrienden. We kennen elkaar al sinds groep vier. Om precies te zijn, Miguel en ik kennen elkaar al sinds we konden lopen.
We ontmoetten Gloria in groep vier. Miguel en mijn moeder zijn vrienden, waardoor wij ook wel vrienden moesten zijn, maar we konden het heel goed met elkaar vinden. Nu vraag je je vast af: „Moet Miguel dan niet direct na de middelbare school met jou naar de universiteit?“ Het spijt me, maar nee.
Zijn moeder houdt te veel van hem. Ze kan het niet aan om zonder hem te leven. Gloria is enig kind, dus dat is logisch. Haar ouders willen elke seconde met haar doorbrengen voordat ze weg moet. En ik? Ik ben de jongste van zes kinderen. Moet ik nog meer zeggen?
„Ga hier naar links,“ zei mijn moeder. Ze keek niet op van de navigatie op haar telefoon.
„Ik weet het, mam, ik hoorde het,“ zei ik, terwijl ik naar links stuurde.
„Je hebt de vorige twee afslagen gemist,“ zei ze.
Ik zuchtte. Ik had niet de kracht om met haar in discussie te gaan.
„Sla rechtsaf,“ zei mijn moeder harder dan de navigatie.
„¡Mamá!“ snauwde ik.
„Cuida tu tono, Lio (Let op je toon, Lio),“ snauwde ze terug.
Ik sloeg rechtsaf terwijl de navigatie zei: „Uw bestemming bevindt zich aan de rechterkant.“ En daar was het.
Swanson University.
Ik zette de auto op een parkeerplek dicht bij de universiteit. Daarna zette ik de motor uit.
„Goed,“ zei mijn moeder enthousiast. Ze deed haar gordel los. Ze keek me aan en onze blikken kruisten elkaar. „Laten we je spullen naar binnen brengen.“
Ze keek weer weg en stapte uit de auto. Zodra ze de deur sloot, mompelde ik zachtjes: „Ik kan niet wachten.“
***
„G twee-dertig,“ zei mijn moeder voor de zesde keer terwijl we door de gang van het studentenhuis liepen. „G twee-dertig. G twee-dertig.“
„Hier is het,“ zei ik, en ik liep snel naar de deur.
„Oh. Fijn.“
Ze gaf me de sleutel van mijn kamer. Ik stak hem in het slot, draaide hem om en opende de deur. De kamer was schoon. Er stonden al meubels in, en dat was precies wat ik wilde.
Er stond een mooie salontafel in het midden van de woonkamer. De woonkamer grensde direct aan de open keuken. Aan de ene kant van de tafel stond een bank tegen de muur. Aan de andere kant stond een tv-meubel met wat leek op een 55-inch flatscreen-tv erop.
„Al menos está limpio (Het is in ieder geval schoon),“ hoorde ik mijn moeder in zichzelf zeggen.
Ze liep achter me aan terwijl we verder naar binnen gingen. In de keuken stond een koelkast. Deze stond ingebouwd tussen een kast, groot genoeg om een lijk in te verstoppen, en de muur bij de voordeur.
Ik liep de keuken in en opende en sloot elke lade en kast om te kijken wat er was. In de lades vond ik vorken, lepels en messen, en in de kasten stonden borden, kommen en bekers.
Ik draaide me om naar de twee slaapkamerdeuren, precies op het moment dat één ervan openging. Ik was sprakeloos toen er een gespierde jongen met een getinte huid uit zijn kamer liep.
Hij had alleen een handdoek om zijn middel geslagen. Zijn haar was kletsnat. Dat betekende natuurlijk dat hij net had gedoucht. Hij keek naar zijn telefoon, maar keek snel op toen mijn moeder haar keel schraapte.
„Mijn excuses,“ zei de jongen met een lachje. „Als ik had geweten dat jullie vandaag zouden komen, had ik wel kleren aangetrokken.“
„Eres bastante presentable para mí (Voor mij zie je er goed genoeg uit),“ hoorde ik mijn moeder achter me zeggen.
„Mam,“ siste ik, en ik keek haar boos aan.
„Gracias, señora (Dank u, mevrouw),“ zei de man, waardoor ik weer naar hem keek. „Y puedo decir que usted y su hijo están igual de presentables. (En ik moet zeggen dat u en uw zoon er net zo goed uitzien.)“
„Je spreekt Spaans?“ vroeg ik verward.
Hij grinnikte. „Ben je verrast?“
„Een beetje, ja.“
„Dat is iedereen,“ zei hij nonchalant.
Ik keek hoe hij naar de woonkamer liep. Hij ging op de bank zitten en keek weer naar zijn telefoon.
„Lio,“ zei mijn moeder, en ik draaide me naar haar toe. Ze knikte met haar hoofd naar de deur, en ik zette mijn spullen op de grond en liep achter haar aan.
Ik deed de deur dicht en leunde tegen de muur bij mijn kamer, wachtend tot ze iets zou zeggen. „Ik weet dat je het niet gelooft, maar ik ga je echt missen,“ zei ze op zachte toon.
„Ik weet het, mamá,“ zei ik en ik haalde mijn schouders op. „Je wilt alleen maar het beste voor mij. En dat is de universiteit. Daar ben ik het helemaal mee eens.“
Ik zag dat haar ogen zich vulden met tranen. Toen drong het tot me door dat ze me echt ging missen.
„Mamá, no llores (Mam, niet huilen),“ zei ik. Ik deed een stap dichterbij en sloeg mijn armen om haar heen.
„Lo siento. Lo siento (Het spijt me. Het spijt me),“ snikte ze tegen mijn trui aan.
Ik hield mijn eigen tranen tegen terwijl ik haar vasthield. Toen María, mijn oudste zus, naar de universiteit ging, huilde mijn moeder niet.
Daarna vertrok Javier, mijn op een na oudste broer, met zijn vriendin naar Texas. De tweeling, Owen en Diego, ging het leger in. En Taylor, mijn favoriete zus, ging naar een hele andere universiteit in Californië. Ik denk dat ze nu huilde omdat ik de jongste ben.
„Je blijft altijd mijn kleine jongen, Lio,“ zei ze. We lieten elkaar los en ze stopte met huilen.
„Ik weet het, mam,“ zei ik met een glimlach.
Ze ademde diep in en weer uit. Ze gooide haar armen in de lucht en zette een lach op. „Oké,“ zei ze met een brede grijns. „Oké. Ik zal je niet langer tot last zijn.“
Ik keek hoe ze door de gang wegliep. Toen hield ik haar tegen door te roepen: „Mamá!“ Ik wachtte tot ze zich omdraaide en me aankeek.
Ik glimlachte terwijl de tranen in mijn ogen brandden. Mijn borstkas deed pijn van het tegenhouden. Maar uiteindelijk liet ik ze toch over mijn wangen stromen.
„Yo—(Ik—)“ Ik viel stil en probeerde niet in huilen uit te barsten. „Te amo. (Ik hou van je.)“
Ze blies me een handkus toe. „Yo también te amo. (Ik hou ook van jou.)“
Door mijn tranen heen keek ik hoe ze door de gang liep. Ze veegde haar eigen tranen weg. Toen ze de hoek om ging en ik haar niet meer zag, liet ik de rest van mijn tranen de vrije loop.











































