
Mijn steenrijke man
Auteur
Kashmira Kamat
Lezers
1,9M
Hoofdstukken
48
Hoofdstuk 1.
MAGGIE
De eerste keer dat ik Logan Malory zag, was ik zes jaar oud en speelde ik met mijn Barbiepoppen in de woonkamer.
Hij was toen vierentwintig, en onze vaders waren dikke maatjes, dus hij kwam vaak over de vloer. Soms kwam hij alleen, soms met een meisje van zijn school.
Elke keer als hij langskwam, had hij iets voor me bij zich. Het kon snoep zijn waar ik dol op was of speelgoed. Logan werd een bijzonder iemand voor mij, een klein meisje.
Hij was de eerste man naast mijn vader die ik echt aardig vond. Misschien kwam het door mijn moeder. Ze vertelde me voor het slapengaan verhaaltjes over een lange, blauwogige, knappe prins die in een wit kasteel woonde.
Als ik naar Logan keek, dacht ik dat hij de prins uit mijn verhalen was. Zijn huis was ook wit, dus ik was er heilig van overtuigd dat hij een echte prins was.
Hij zag er perfect uit. Hij had dik donker haar, een gladgeschoren gezicht als een filmster, en ogen zo blauw als de lucht op een zomerdag.
Voor de zesjarige ik was hij de prins met wie ik later wilde trouwen. De jongens op mijn school konden niet aan hem tippen.
Ik biechtte hem zelfs mijn gevoelens op tijdens mijn zevende verjaardag, toen hij naar mijn feestje kwam met zijn vriendin.
'Logan is mijn Prins op het Witte Paard, en ik ga met hem trouwen!' riep ik in mijn roze jurk, met een kleine kroon op.
Iedereen schoot in de lach, inclusief mijn ouders, Logan en zijn vriendin. Het hele feest vond het om te gieren.
'Heb je gehoord wat ze zei, Lo? Is ze niet schattig?' zei zijn vriendin.
Logan grinnikte toen hij zei: 'Natuurlijk, schatje. Logan zal met je trouwen. Hij zal alleen nog twintig jaar moeten wachten.
'Ik zou zo lang als nodig is op mijn prinses wachten.'
Het is gek hoe hij nooit getrouwd is, en nu staan de sterren zo raar dat we over vier weken in het huwelijksbootje moeten stappen.
'Mama, mag ik een chocoladedonut met sprinkels?' vraagt mijn vierjarige zoon Chase me terwijl hij zijn muffin oppeuzelt. Hij kijkt me aan met grote, lieve ogen waar je moeilijk nee tegen kunt zeggen.
'Tuurlijk, lieverd, ga je gang.' Ik graai wat geld uit mijn tas en geef het aan hem.
Chase is dol op zoetigheid, net als ik, en de laatste tijd snoept hij behoorlijk veel. In tegenstelling tot andere moeders die ik ken, denk ik dat ik hem te veel toesta.
Ik kijk hoe mijn zoon bijna huppelend naar de toonbank loopt. Hij is een brave jongen, makkelijk tevreden te stellen.
Ik nip aan mijn tweede kop koffie terwijl ik de mensen om me heen observeer. Dit is iets wat ik graag doe als ik buiten ben. Ik kijk graag naar mensen en probeer te raden wat er in hun leven speelt.
Neem nou het stel dat twee tafels verderop zit. Ze lijken gelukkig. Het meisje glimlacht om iets wat de jongen zegt, maar haar glimlach lijkt geforceerd, en ze blijft op haar telefoon kijken.
Ik vraag me af hoe hun leven eruit ziet. Checkt ze haar telefoon omdat ze vreemdgaat met degene die haar berichtjes stuurt, terwijl ze hier met deze jongen zit? Of is dit haar man, en is degene die haar berichtjes stuurt iemand met wie ze vreemdgaat?
Ik hou ervan om dingen uit te pluizen. Het helpt me om niet aan andere zaken te denken.
Ik eet het laatste hapje van mijn donut en veeg de suiker van mijn vingers. Chase komt terug naar de tafel met twee chocoladedonuts. Eentje heeft een Spiderman-web erop.
'Wie ontmoeten we hier, mama?'
Net dan zwaait de deur van het café open.
Logan stapt binnen alsof hij de koning te rijk is. Hij draagt een chique blauw gestreept pak, en ik snap niet hoe iemand met zo'n gespierd lichaam er zo goed in kan uitzien.
Hij lijkt een kruising tussen een modemodel en een stoere soldaat. Zijn dikke, warrige donkere krullen zijn netjes, maar de wind heeft ze een beetje door de war gebracht.
Hij ziet er niet meer jongensachtig uit. Nu is hij een man die als een goede wijn beter is geworden met de jaren. Hij heeft wat grijs haar bij zijn slapen, maar dat maakt hem niet minder aantrekkelijk.
Hij ziet er zo goed uit op zijn eenenveertigste, het is bijna niet eerlijk.
Het enige verschil is dat hij nu nauwelijks lacht. De vrolijke Logan die veel lachte is verdwenen, en nu is er deze oudere, serieuze man.
Ik vraag me af of ik het me verbeeld heb. Misschien was ik te jong om te zien dat hij vroeger deed alsof hij gelukkig was voor iedereen.
'Heeft je vader je verteld waarom je hier bent?'
'Hallo ook aan jou, meneer Malory. Dit is mijn zoon, Chase. Chase, zeg hallo tegen Logan.'
'Hoi, Logan,' zegt Chase verlegen, terwijl hij het speelgoed vasthoudt dat hij overal mee naartoe sleept, zelfs naar de badkamer soms.
'Ik dacht dat je meteen over belangrijke zaken zou willen praten.' Hij glimlacht niet of zegt geen hallo. Hij ziet er geïrriteerd uit, en ik denk dat ik misschien de reden ben.
'Laten we het dan over belangrijke zaken hebben.'
Dan schiet me te binnen dat Chase nog steeds bij me is, en ik wil niet dat hij dit gesprek hoort.
Ik graai nog wat geld uit mijn tas en geef het aan hem. 'Schatje, waarom ga je niet in de kinderhoek spelen?'
'Oké.' Hij ziet er blij uit om het geld aan te nemen en dit volwassen gesprek te ontlopen.
'Kom over dertig minuten terug, oké? Wacht, wat heb ik gezegd over vreemden?'
'Geen snoepjes aannemen?'
'Nooit. Veel plezier, lieverd.'
Als Chase ver genoeg weg is, kijkt Logan me aan met zijn koude blauwe ogen. 'Ik hoopte dat je je vader zou vertellen dat met mij trouwen een slecht idee is.'
Ik glimlach naar hem. 'Geen denken aan.'














































