
Geen Uitweg
Auteur
Lezers
172K
Hoofdstukken
39
Geen Keuze
Serena
Ik sta in het kantoor van mijn vader met mijn armen over mijn borst gekruist. Ik wil niets te maken hebben met wat hij voorstelt.
„Alsjeblieft, Serena, luister naar me,“ zegt mijn vader Gerald. Hij leunt achterover in zijn stoel met een gefrustreerde blik op zijn gezicht.
Mijn vader is de tweede man van de grootste maffia in deze stad, de Mancini Clan. „Dit is een goede kans voor je. Ik heb het je al gezegd: ik wil niet dat je vastgehouden wordt door mijn positie in de maffia. Je verdient beter dan opgesloten te zitten in dit leven. Je hebt een briljant verstand, en dit is een goede universiteit. Waarom twijfel je zo?“
Dit is de derde keer dat we dit gesprek voeren, en het lijkt erop dat hij zijn besluit heeft genomen. Ik word bijna eenentwintig en mijn vriend, met wie ik al lang samen ben, komt binnenkort terug van zijn studie. Damian Mancini. Ja, de zoon van de Don.
Ik kan het niet laten om te protesteren. „Ik wil niet weg voor een studie. Ik heb mijn online diploma gehaald omdat jij niet wilde dat ik naar de plaatselijke universiteiten ging, en Damian komt volgende winter thuis.“
Ik werd gedwongen om een online opleiding te doen omdat mijn vader bang was dat me iets zou overkomen als ik naar een van de plaatselijke universiteiten ging. Hij zei dat ze me niet konden beveiligen zonder dat het zou opvallen, en dat zou juist meer aandacht op me vestigen.
Ik had altijd gedacht dat ik hier zou blijven en voor de Don zou werken. Mijn diploma is in financiën. Ze hebben er geen probleem mee dat mijn jongere broer Elijah hier blijft, en mijn moeder probeert niet om mijn vader tegen te houden als hij dit soort beslissingen voor me neemt.
„De afspraken zijn gemaakt. Je gaat naar school met Amanda, zij gaat daar ook naartoe. Het zal goed voor je zijn om haar weer te zien, het is al jaren geleden.“ Amanda is mijn nicht die ik niet meer heb gezien sinds we kinderen waren. Ze woont in een ander deel van het land. Haar familie zit niet bij de maffia. Haar vader is de broer van mijn moeder.
„Maakt het dan niet uit dat ik niet wil gaan?“ vraag ik, in de hoop dat één laatste smeekbede iets uithaalt.
„Nee, dat maakt niet uit. En je bent te laat voor je training, dus wegwezen,“ hij wuift me weg.
Ik weet dat hij het moeilijk vindt om me weg te sturen en dat hij diep van binnen denkt dat dit het beste voor me is. Hij heeft nooit veel om Damian gegeven, Mancini of niet. Meneer Mancini vond het prima als ik met zijn zoon zou trouwen, maar hij ging er niet over ruziën met mijn vader.
Ik draai me op mijn hakken om en loop naar de deur. „Prima, aangezien ik toch geen keuze heb.“ Ik open de deur en sla hem achter me dicht. Hij moet weten hoe kwaad ik ben.
Ik been de gang door, net op het moment dat mijn moeder de hoek om komt. Ze pakt me bij mijn elleboog. „Waar ga jij zo boos naartoe?“
Ik stop even en duw mijn lange blonde haar achter mijn oren. Ik lijk zo veel op mijn moeder: lang, blond, heldere blauwe ogen. Zij had een zwarte band in Jiu Jitsu en nu laat ze mij trainen alsof ik een MMA-vechter ben. Ze zegt dat het is zodat ik mezelf kan verdedigen als een rivaliserende maffia achter me aan zou komen. Dat is waarschijnlijk haar grootste angst, en nóg een reden waarom ze me weg willen sturen.
„Ik heb er geen zin in, Trina.“ Ze noemt haar moeder bij haar voornaam omdat ze boos is dat haar moeder niets heeft gedaan om dit plan van haar vader tegen te houden.
Trina doet een stap naar achteren. „Pardon, ik ben je moeder. Toon wat respect.“ Mijn vurige temperament heb ik ook van mijn moeder geërfd. Trina ziet eruit alsof ze me zo naar buiten kan slepen om te laten zien wie de baas is.
Trina zucht en haalt diep adem. „Het komt allemaal goed. Je vader wil het beste voor je en ik ook. Het maffialeven is niet voor iedereen, en we willen echt dat je een normaal leven hebt, zoals ik had. Ik ben hier alleen in terechtgekomen door mijn liefde voor je vader.“
„Ik red me heus wel. Ik ben nu een vechter, ik heb nog geen enkel kooigevecht verloren.“ Ik steek mijn borst vooruit en maak gebruik van mijn 1,75 meter lengte terwijl ik boven mijn moeder uittoren.
„Ik heb met je oom Milo gesproken. Amanda komt op dezelfde dag aan als jij. We hebben een kleine bungalow buiten de campus voor jullie geregeld, dus jullie hebben je eigen huis. Ik verwacht dat je hier het beste van maakt, Serena. Stel me niet teleur.“
Daarmee loopt Trina de gang door naar het kantoor van Gerald.
***
„Kun je geloven dat mijn vader niet eens naar me wil luisteren,“ klaag ik tegen mijn beste vriendin Angelica. Ik ben zo kwaad dat er tranen in mijn ogen glanzen. „Het maakt hem niet uit dat ik niet weg wil.“
Angelica schudt haar hoofd en lacht. „Serena, zo erg kan het toch niet zijn. Jij hebt tenminste een uitweg, ik zit hier voor altijd vast. Mijn vader wil dat ik in de familie trouw, zodat er altijd voor me gezorgd wordt.“
„Denk je niet dat het leuk zal zijn om tijd door te brengen met je nicht? Misschien ontmoet je wel een paar knappe jongens op die universiteit. Je krijgt zelfs je eigen plek,“ wijst Angelica me erop.
Ik ben er nog steeds niet zeker van en ik haat het dat ik mijn stad moet verlaten. Dit is mijn thuis, ik ben nooit uit Brookville weg geweest. „Ik vind het hier echt fijn, en ik heb gehoord dat Pinecraft ook maffiaclans heeft. Hoe denkt hij me hier dan uit weg te halen?“
„Zie het gewoon als een kans om andere delen van het land te zien,“ zegt Angelica.
„Je hebt wel een punt, maar hoe zit het dan met Damian? Hij komt terug van Harvard en we zouden samen zijn. Hij heeft beloofd dat hij met me zou trouwen als hij terug was.“
„Maar wat als het niet lukt met hem? Het is al drie jaar geleden dat hij naar de universiteit ging en hij belt nauwelijks. Grijp gewoon deze kans. Als Damian van je houdt, dan wacht hij wel tot jij klaar bent met je studie, net zoals jij op hem hebt gewacht,“ wijst Angelica me erop.
Ik werp Angelica een blik toe — natuurlijk houdt hij van me. Ik schud mijn hoofd en trek haar mee een van de boetiekjes in waar ik al een tijdje naartoe wilde. Als mijn vader me naar school stuurt, dan koop ik nieuwe kleren, op zijn kosten.
Als we binnenkomen, rinkelen de belletjes aan de deur en er komt een vrouw van achteren. „Hallo dames, kan ik jullie ergens mee helpen?“
„Serena hier gaat over een paar dagen naar de universiteit en ze heeft wat nieuwe outfits nodig,“ vertelt Angelica de vrouw. „Oh Serena, dit is mijn tante Faye. Zij is de eigenaar van de boetiek.“
„Dat wist ik niet,“ zeg ik. „Als mijn vader me dwingt om te gaan, kan ik maar beter nieuwe kleren kopen. Laat me zien wat je hebt aan de nieuwste mode. Oh, en ik heb ook een cocktailjurk nodig, voor het geval ik naar een liefdadigheidsgala of zoiets wil.“
Ik knipoog naar Angelica. We gaan altijd naar dit soort liefdadigheidsevenementen met onze ouders. De maffia moet de schone schijn ophouden, alsof ze geweldige burgers zijn. Er is een hele vleugel in het ziekenhuis die Enzo Mancini heeft betaald en die naar de familie Mancini is vernoemd.
Na een paar uur kleren passen, loop ik naar buiten met vijf tassen vol spullen en een jurk die over mijn arm hangt in een kledingzak. Ik had een van de jongens gebeld om ons op te halen, zodat we dit niet allemaal hoefden te sjouwen of een taxi hoefden te betalen. Als we naar buiten lopen, stopt er een zwarte sedan voor de winkel en een van de Mancini-soldaten stapt uit en opent het achterportier.
Hector, geloof ik dat hij heet. Ik let er niet zo op, want ik ga met Damian trouwen. Hector is wel knap, met een stralende glimlach terwijl hij zijn zonnebril laat zakken. „Dames.“ Hij knikt naar ons terwijl we in de auto stappen en dan rijden we weg.
„Hij is knap,“ fluistert Angelica. „Is hij nieuw?“ Ik haal mijn schouders op. Ik heb eerlijk gezegd geen idee, er zijn zoveel van die jongens en ze kleden zich allemaal min of meer hetzelfde. „Vraag hoe hij heet.“ Ze stoot tegen mijn schouder.
Ik rol met mijn ogen en schraap mijn keel. „Eh, sorry, Hector toch?“ Hij draait zich om in zijn stoel en glimlacht.
„Dat klopt.“
„Mooi. We willen graag ergens lunchen, kun je ons naar het eetcafé brengen?“ Hij knikt en draait zich weer om. Als wij het eetcafé zeggen, is er maar één waar we naartoe kunnen, en dat is van mijn vader. Het heet simpelweg Gerald's Diner, maar iedereen die iemand kent in de maffia, weet dat het van hem is.
Als we bij het eetcafé aankomen, stapt Hector uit en houdt het portier voor ons open. „Ik sta vlak buiten de deur, dames.“ Altijd die beveiliging. Ik rol met mijn ogen en trek Angelica mee naar binnen.
We gaan zitten in een hoeknis achterin. Onze serveerster komt naar ons tafeltje. Ze herkent me meteen. „Oh, hoi Serena! Wat kan ik voor je halen?“
„Hé Margie, kun je ons gewoon twee hamburgers en twee aardbeimilkshakes brengen? Ik eet mijn verdriet weg.“ Margie schrijft de bestelling op en stopt haar blocnote in haar schort.
„Wat is er? Waarom ben je verdrietig?“ vraagt Margie, terwijl ze met haar handen op de tafel leunt. Margie werkt hier al in dit eetcafé sinds ik klein was. Ze zal hier tot haar laatste dag werken. Ik bedoel dat alleen omdat ze heel loyaal is aan mijn vader, sinds hij haar hielp ontsnappen uit een gewelddadig huwelijk. Mijn ouders gaven haar een appartement en een baan, hielpen haar kinderen op de beste school in de buurt te komen en rekenden daarna af met die klootzak van een echtgenoot. Wat dat ook mag betekenen.
Angelica giechelt, ze heeft altijd al veel gegiecheld. „Serena moet weg voor haar studie. Haar ouders dwingen haar. Ze willen niet dat ze in 'het leven' blijft,“ zegt ze met aanhalingstekens in de lucht.
„Oh, dat snap ik. Ik ben ook van plan om mijn jongens erbuiten te houden. Begrijp me niet verkeerd, je vader heeft veel voor ons gedaan, maar ik wil dat ze gaan studeren en hun eigen weg vinden. Ergens anders. Waar sturen ze je naartoe?“ vraagt ze.
„Pinecraft. Naar de grote universiteit daar.“
„Oh,“ ze bijt op haar lip. „Je weet dat daar een grote maffia zit, hè? Ik heb gehoord dat de Don, zijn achternaam is De Luca, jong en knap is. En meedogenloos ook.“ Ze haalt haar schouders op. „Wees gewoon voorzichtig en vertel niemand wie je echt bent.“ Ze geeft ons een glimlach en loopt terug naar de keuken.
Angelica kijkt me aan met opgetrokken wenkbrauwen. „Zie je wel, had ik het niet gezegd? Knappe mannen.“ Ze knipoogt.
„Begin daar niet over! Het kan me niet schelen of ik tegen een of andere maffiabaas aan loop.“ Angelica glimlacht alleen maar en leunt achterover in haar stoel terwijl we op ons eten wachten.









































