
Gered
Auteur
Kelsie Tate
Lezers
1,0M
Hoofdstukken
21
Hoofdstuk 1
Dag 1.095
GRACE
Grace werd wakker van het bekende geluid van metaal dat tegen de tralies van haar cel sloeg. Ze slaakte een zucht. Daarna rolde ze zich om en ging rechtop zitten op haar oude, stoffige brits.
„Sta op,“ bulderde de bewaker van buiten haar cel.
Ze stond langzaam op. Haar zwakke lichaam had moeite om rechtop te blijven. Ze wankelde even en schudde de duizeligheid uit haar hoofd. „Ook een goedemorgen, Craig,“ mompelde Grace.
Hij gromde. „Gedraag je, Grace. De alfa kan elk moment beneden zijn. Hij zal niet zo aardig zijn als ik, als je een grote mond tegen hem opzet.“
Grace sloot haar ogen, nog steeds een beetje duizelig. „Mag ik eerst eten?“
Hij schudde zijn hoofd. „Je krijgt te eten als je je gedraagt. Dat weet je best. Dus werk vandaag alsjeblieft gewoon mee.“
Grace ging op het bed zitten. Na jaren in deze cel te hebben gewoond, had ze veel van haar kracht verloren. Dit kwam vooral doordat ze haar nog minder te eten gaven dan voorheen.
Het hielp niet dat Grace er alleen voor stond. Haar wolf, Naya, had haar bijna een jaar geleden verlaten. Grace wist niet hoe lang ze dit nog in haar eentje kon volhouden.
Haar hoofd schoot omhoog toen ze Craig op een formele toon hoorde spreken. „Goedemorgen, Alfa,“ zei hij. Hij kreeg een kort knikje van zijn leider.
Alfa Knox was een harde, wrede en meedogenloze man. Hij zag iedereen om zich heen als minderwaardig.
Grace wist waarom hij hier vandaag was. Het was tijd voor haar maandelijkse ondervraging.
„Hallo, Grace. Gefeliciteerd met je drie jaar hier,“ zei hij op een duistere toon terwijl hij voor de cel stond. Zijn grote gestalte nam het grootste deel van de deuropening in beslag. Zijn kille, zilverkleurige ogen straalden niets dan duisternis en haat uit.
„Hallo, Alfa,“ antwoordde ze zachtjes. Ze hield haar hoofd gebogen, in de hoop dat haar onderdanigheid hem kalm zou houden.
„Ben je bereid om iets te zeggen?“ vroeg hij.
Grace keek naar de grond. Ze wist dat ze het vuur in haar ogen niet kon verbergen. „Ik weet helemaal niets, Alfa.“
Hij schudde zijn hoofd. „Je zit hier nu drie jaar, Grace. Geef me iets, dan kan ik je misschien helpen.“
Ze snoof, want ze wist dat het een leugen was. Hij zou haar hier nooit meer uit laten. Ze zou hier sterven, ongeacht wat ze zei.
Ze keek hem aan met een lichte frons. „Hoe vaak je het ook vraagt, mijn antwoord zal altijd hetzelfde blijven. Ik weet oprecht niet wat je van me wilt.“
Alfa Knox keek haar woedend aan. Zijn irritatie kwam naar boven met een zachte grom. „Doe de deur open.“
De ogen van Grace vulden zich met angst. Ze wist wat er ging gebeuren. De ondervragingen eindigden altijd hetzelfde als hij niet kreeg wat hij wilde. Het liep altijd slecht voor haar af.
Hij trok aan haar haar en dwong haar om op te staan van het bed. Grace slaakte een kreetje voordat ze hem aankeek.
„Vertel me gewoon waar ze zijn, Grace!“
„Ik weet het niet!“ schreeuwde ze, in elkaar krimpend van de pijn.
Hij sloeg haar in het gezicht en smeet haar op de vloer. Haar verzwakte lichaam was niet in staat om te vechten of zelfs maar overeind te komen. Hij schopte haar in de ribben. Ze hapte naar adem, terwijl een brandende pijn door haar heen trok.
Ze keek hem boos aan. Hoe vaak hij haar ook in elkaar sloeg, ze zou hem nooit geven wat hij wilde. Knox torende met een woedende blik boven haar uit. Zijn donkere haar viel in zijn gezicht. „Misschien herinner je het je weer als ik volgende maand terugkom.“
Grace veegde met haar hand over haar mond. Het bloed uit een snee in haar onderlip liet een rode vlek achter op haar hand.
Ze trok zichzelf met een zacht gekreun omhoog op het bed. Ze keek toe hoe Alfa Knox haar cel verliet en de trap weer opliep.
Craig kwam binnen en overhandigde haar een koude doek. „Waarom vertel je het hem niet gewoon?“
Grace keek op met toegeknepen ogen. „Omdat ik het niet weet.“
Dat was niet helemaal gelogen. Grace wist niet waar ze naartoe waren gegaan nadat ze hen had geholpen. Alfa Knox en zijn handlangers waren gewelddadig en wreed. Ze regeerden de Winterglade-roedel met manipulatie en angst.
Ze sloegen roedelleden zonder reden in elkaar. Ze deden dit puur voor hun eigen vermaak en om hun macht te tonen. Niemand kon weg. De grenzen werden streng bewaakt.
Niet dat iemand het zich kon veroorloven om te vertrekken. De alfa pakte bijna alles af om zijn luxe leven te betalen.
Maar vier jaar geleden had ze bijna veertig leden stiekem de grens over gesmokkeld. Dit waren vooral gezinnen met jonge pups die zichzelf niet konden verdedigen. Hun alfa had het bevel gegeven om hen te doden.
Ze hadden geen bewijs dat zij het had gedaan. Toch weerhield dat hen er niet van om haar op te sluiten in een cel.
Alfa Knox was er bijna obsessief mee bezig. In het begin kwam hij elke dag langs om te vragen waar ze waren. Nu was dat nog maar één keer per maand.
Toch was hij niet van plan om het op te geven. Zelfs niet als het hem twintig jaar zou kosten om ze te vinden. Niet dat zij nog twintig jaar te leven had.
„Vrolijk driejarig jubileum, Grace,“ mompelde ze sarcastisch tegen zichzelf.
Grace keek op en zag Craig op zijn vaste plek bij de deur staan. „Dus, mag ik nu mijn ontbijt?“ riep ze.
Craig grinnikte. „Dat is grappig. We weten allebei drommels goed dat je geen ontbijt krijgt. Ik had je nog zo gezegd dat je je moest gedragen.“
Grace fronste haar wenkbrauwen en keek toen naar haar eigen lichaam. Ze was broodmager, bijna ziekelijk, door de ondervoeding. Haar lange roodbruine haar had zijn glans verloren. Haar blauwe ogen straalden niet meer.
„Mag ik dan in ieder geval een ander boek? Ik heb deze weken geleden al uitgelezen,“ vroeg ze zachtjes. Ze haalde een klein boekje onder haar kussen vandaan.
Craig zuchtte. „Ik ben geen kampleider, Grace. Ik ben hier om te zorgen dat je niet ontsnapt, niet om je te vermaken.“
Grace ging met een knorrig geluid weer zitten. Ze plukte wat aan de muur en wenste dat ze nooit gepakt was.
„Ooit,“ fluisterde ze. „Ooit kom ik hier weg, linksom of rechtsom.“









































