
Goede fee 7: de gevangen sirene
Auteur
F. R. Black
Lezers
1,3M
Hoofdstukken
27
Hoofdstuk 1
JENSEN
TWINTIG JAAR GELEDEN
„Jensen, let je wel op?“ fluistert mijn moeder in mijn oor. Vanaf het balkon kijk ik toe hoe mijn vader oom Tony ondervraagt in hun ondergrondse loods.
Een fel licht schijnt op hem. De mannen van mijn vader stropen hun mouwen op voor de afranseling waarvan ik weet dat die gaat komen.
Ik slik en knik.
„Wat zie je?“ vraagt Bruna Di King, mijn moeder en psycholoog, aan mij. „Vertel me wat je als eerste opvalt.“
Mijn keel is droog. Ik zag de voet van oom Tony onder de tafel tikken. Dan dwalen mijn ogen af naar zijn hand op het bureau. Zijn pink drukt hard op het metaal. Het is bijna niet te zien, maar ik merk het wel op.
Hij kantelt zijn hoofd naar de ene kant, en dan naar de andere kant terwijl ik mijn blik op hem richt. „Hij is zenuwachtig.“
„Ja, Jensen,“ fluistert mijn moeder terug. Ik kan de glimlach in haar stem horen. „Maar is het schuldgevoel? Of zijn het gewoon zenuwen?“
Ik haal rustig adem terwijl ik kijk hoe mijn vader oom Tony vragen stelt. „Ik weet het niet.“
Maar ik weet het wel. Mijn moeder traint me al sinds ik mijn veters kan strikken. Nu ik twaalf ben, weet ik meer dan de meeste mensen die twee keer zo oud zijn als ik.
Ik mag mijn oom Tony graag. Hij is een heethoofd en impulsief. Dat heb ik mijn vader tenminste vaak horen zeggen. Maar ik weet dat hij een goede man is.
Tony heeft me altijd als familie behandeld. Hij bracht me ijsjes op warme dagen en woelde door mijn haar als niemand anders dat deed.
Tuurlijk, hij gaat om met mensen die mijn vader haat. Maar dat maakt hem nog geen slechte man.
Op een dag liet hij me zelfs in zijn blootbladen kijken. Hij wees me op alles waar ik bij een vrouw op moest letten en liet me daarna een sigaret roken.
Hij zei dat een vrouw zoals in het tijdschrift op een dag een man van me zou maken, en ik geloofde hem.
Hoewel ik het nooit aan iemand zal vertellen, had ik er een paar gestolen. Dat deed ik toen hij druk bezig was een joint te roken met zijn vrienden in de keuken. Ik omcirkelde mijn favorieten met een felrode stift en bewaarde ze onder mijn matras.
De vrouwen waren prachtig. Ik was gefascineerd. Ik vond de vrouwen leuk die niet naar de camera lachten. De meer serieuze vrouwen met een boze blik.
Misschien kwam het door de training die mijn moeder me al die jaren had gegeven. Maar ik hield van het mysterie en de geheimen. Ik wilde weten wat ze dachten en wie ze waren. De drang om diep te graven was overweldigend.
Hun ogen boeiden me. Ik staarde er langer naar dan ik zou moeten doen.
Ja, ik mag oom Tony wel. Hij behandelt me als een mens, als een vriend. Niet als een kind, maar als een van de jongens. Maar begrijp me niet verkeerd; ik heb ook andere connecties.
Mijn moeder is zorgzaam, maar heel professioneel. Het gaat zo ver dat ik denk dat ik niet haar kind ben, maar haar project. Op persoonlijk vlak is er een afstand die ze nooit overbrugt. Of misschien kan ze dat mentaal gewoon niet.
Bruna doet haar best, dat merk ik wel. Ik noem haar geen mam of moeder. Ze staat erop dat ik haar bij haar voornaam noem, en dat is alles wat ik gewend ben.
Ik heb haar geobserveerd en geanalyseerd met de vaardigheden die zij me heeft geleerd. Daardoor besef ik dat ze niet moederlijk is. Mij toelaten in haar wereld en me trainen was haar manier om een band met mij op te bouwen.
Bruna wijst naar oom Tony. „Ah, dat is niet genoeg om een zekere beslissing te nemen. Zoek naar meer, Jensen. Wat zie je nog meer?“
Ik voel een straaltje zweet in mijn nek en zeg niets. De afkeuring in haar stem is duidelijk. Ik haat het om haar teleur te stellen.
„Jensen, je overtreedt de eerste regel. Wat is de eerste regel?“
Ik vind dit niet leuk. Ik wil Tony niet in de problemen brengen.
„Jensen,“ zegt ze streng.
„Laat emoties je oordeel niet vertroebelen,“ fluister ik terwijl ik me misselijk voel.
„Wat zie je nog meer?“
„Ik wil dit niet doen, Bruna,“ smeek ik, met de wens om weg te gaan.
„Wat. Zie. Je?“
Ik knars met mijn tanden terwijl ik beter kijk.
„Hoe vaak heeft hij het woord 'ehm' gebruikt?“
„Zes.“
„Zijn stem?“
„Luid en verdedigend. Te hoog.“
„Hoe zit het met zijn ogen, Jensen?“
„Hij kan geen oogcontact houden.“
„Wat nog meer?“
„Zijn lippen. Hij likt er te veel aan.“
„Waarom is dat?“
Ik neem een moment en probeer net als Bruna mijn emoties uit te schakelen. Mijn kaken klemmen op elkaar. „Het zenuwstelsel.“
„Ah, ja. En wat veroorzaakt het zenuwstelsel nog meer bij de schuldige?“
„Zweet.“
„Waar?“
Ik sluit mijn ogen en open ze weer, terwijl ik oom Tony aandachtig observeer. Na een paar minuten fluister ik: „De bovenlip.“ Ik zie een lichte glans in het licht wanneer hij zijn hoofd naar rechts draait.
Ik blaas mijn adem uit als mijn vader zich omdraait en naar ons toe loopt. Door zijn indrukwekkende gestalte vallen de meeste mensen in het niet. „Bruna, wat zeg jij over onze Tony?“
Hij vertrouwt op Bruna voor alle beslissingen. Zij trekt aan de touwtjes en is het brein achter de spierkracht van mijn vader.
Mijn hart gaat tekeer als Tony's versteende blik de mijne kruist. Het voelt als een harde klap voor mijn hart. Waarom moest hij zo stom zijn? Waarom moest mijn oom Tony in de problemen komen met de vijand?
Waarom, waarom, waarom, waarom?
„Jensen zal de beslissing nemen,“ zegt mijn moeder. Ze antwoordt mijn vader en geeft mij tegelijkertijd een bevel. Ze grijpt me in mijn nek en houdt me op mijn plek.
Wat?
Ik kijk naar haar op en weet dat ze dit niet serieus kan menen. „Nee,“ zeg ik, nauwelijks in staat om te fluisteren. Mijn wangen worden rood van schaamte en schrik.
„Jensen,“ zegt ze streng. Haar grijze blik is als een stalen mes wanneer ze naar me kijkt. „Dit is jouw plek. Jij neemt binnenkort mijn positie over. Je moet wel.“
Ik voel dat iedereen naar me kijkt. Ik weet dat ik niet kan liegen, want Bruna zou het doorhebben. De mannen van mijn vader grijnzen en grinniken. Ze kijken hoe de kleine Jensen King, de erfgenaam van mijn vaders casinokoninkrijk, zich als een kleine bitch gedraagt.
Ik voel elke zware ademhaling. Ik vervloek mijn oom omdat hij me in deze situatie heeft gebracht.
HEDEN
Ik ben die dag nooit vergeten, want het heeft me diep getraumatiseerd. Het geschreeuw van oom Tony, terwijl ze hem tot pulp sloegen, achtervolgt me af en toe nog steeds.
Bruna dwong me om te kijken. Toen het bloed van de honkbalknuppel op de helft van mijn gezicht en shirt spatte, verhardde mijn hart.
Mijn visioenen over oom Tony komen vooral als ik alleen ben en dronken ben. Dat is wanneer mijn geest begraven herinneringen ontgrendelt zonder mijn toestemming.
Nu, twintig jaar later, heb ik mijn talenten aangescherpt en geperfectioneerd. Dit is allemaal te danken aan mijn lieve, zoete Bruna.
Ik heb het Las Vegas-imperium van Rau King overgenomen door zo sluw als een vos te zijn. Onder Bruna's zorgvuldige begeleiding ben ik naar de top geklommen.
Het verre geschreeuw van Tony is nu slechts een krasje, een rimpeling in de tijd.
Het betekent nu niets meer.
Ik neem een stevige trek van mijn sigaar en leun achterover in mijn stoel. Ik kijk rond de slecht verlichte pokertafel in mijn privélounge in het Palms Casino.
De helft van de mensen hier schijt in hun broek van angst, met hun onrustige ogen. De andere helft heeft het idee opgevat om fucking zonnebrillen te dragen.
Ze vertrouwen me niet. Soms vertrouw ik mezelf niet eens, en dat vind ik helemaal prima.
Een, twee, drie, vier.
De lichten flikkeren boven mijn hoofd terwijl ik zie hoe deze sukkels zweten over de duizenden dollars die ze aan mij zullen verliezen.
Ik glimlach en kijk naar ieder van hen. Ik knijp mijn ogen samen terwijl ik rook uitblaas. Ik weet dat ik helemaal niks in handen heb. Maar zij denken allemaal van wel, en daarom ben ik hier zo goed in.
Of ze zijn te bang om mijn bluf door te zien. Ik heb een paar vijven. Ik onderdruk een grinnik, want niemand kan mijn gekte doorgronden.
Dit is wat ik doe om woede en stress van me af te schudden. Ik vind het heerlijk om te zien hoe deze idioten in hun broek schijten.
Het is bekend dat ik niet helemaal spoor. Daarom kan ik me gedragen zoals ik wil, terwijl ik ze ondertussen mindfuck.
Bruna's stem klinkt altijd in mijn hoofd op de zeldzame momenten dat ik mijn emoties toon. Jensen, laat nooit je muren zakken en toon je zwakte niet. Je mag geen emotie op je gezicht laten zien.
Het ironische is dat zij mijn gekte heeft gecreëerd. Mijn losgeslagen emoties.
Ik was jarenlang haar proefkonijn. Ik werd getraind met op trauma gebaseerde experimenten. Bruna was er heilig van overtuigd dat de geest onoverwinnelijk werd als hij ongevoelig werd gemaakt.
Ik herinner me dat ze me een puppy liet zien. Daarna vertelde ze me dat het beestje zou sterven als ik de lichaamstaal van haar slachtoffer niet goed kon lezen.
Ik had het mis. Ik kan je niet vertellen hoe vaak ik onschuldige wezens heb zien sterven door mijn foute beslissingen.
Ze wilde dat ik precies zoals zij zou worden, en dat is haar fucking gelukt. Ik voel niets meer. Ik weet niet eens of ik nog wel in staat ben tot enige emotie, behalve een vorm van narcistische, egocentrische ideeën over wat een mens zou moeten voelen.
Ik kan mezelf makkelijk diagnosticeren. Borderline persoonlijkheidsstoornis zou nog zacht uitgedrukt zijn.
Ik hoor rumoer, en de deur van mijn lounge gaat open. Ik trek mijn wenkbrauwen op als er een man binnenkomt die ik nog nooit heb gezien. Hij wordt begeleid door mijn beveiliger, Billy, die ook mijn neef is.
Wie the fuck is dat? vraag ik Billy met mijn ogen. Een nieuwe speler?
Billy trekt zijn geweer, waardoor iedereen verstijft. „King, deze man zegt dat hij een afspraak met je heeft.“
Nou, dit is interessant. Mijn instinct staat direct op scherp, ook al blijf ik uiterlijk kalm. Terwijl ik achterover leun in mijn stoel om de situatie in te schatten, gaan de haartjes in mijn nek overeind staan. Ik span me aan.
„Een afspraak?“ vraag ik. Ik doof mijn sigaar en knik naar iedereen aan tafel om op te flikkeren. De kamer is snel leeg en niemand stelt vragen.
Ik voel de geweren die ik bij me draag in mijn schouderholsters. Ze herinneren me eraan om te ontspannen. Mijn ogen verzamelen snel gegevens.
Deze man ziet er heel verzorgd uit. Bijna zodanig dat hij niet in deze clubavond vol gangsters en oplichters past.
Ik ruik de geur van zijn eau de cologne. Het geeft me de indruk van iemand koninklijks, al kan ik het niet helemaal plaatsen.
Nu ben ik nieuwsgierig.
Ik krijg nooit kippenvel, en nu heb ik het wel.
Zijn energie is krachtig.
Ik ga rechtop in mijn stoel zitten terwijl mijn blik op zijn blonde haar valt. Het is aantrekkelijk in model gebracht. Het is niet te lang en het lijkt alsof hij net naar de kapper is geweest.
Er zit geen enkel haartje verkeerd, en dat maakt indruk op me. Zijn haar zit niet vol met gel. Het is net genoeg om een indruk van perfectie en elegantie te geven.
Zijn pak? Ik bekijk snel de snit en de kwaliteit terwijl hij voor me staat. Gucci? Nee, maar ik zie meteen dat het geen namaak is.
Het ziet er Italiaans uit, of het is andere dure shit die meer kost dan alle fiches op deze tafel. De pasvorm is perfect op zijn lichaam afgestemd. Dat vereist veel geld en precisie.
Hij heeft mijn aandacht. „Wie the fuck ben jij?“ vraag ik terloops. Ik kijk in zijn heldere blauwe ogen en zet me schrap.
De man glimlacht en kijkt kort naar mijn mannen, en dan weer naar mij. „Je hebt mijn brief gisteren toch zeker wel ontvangen?“
Ik frons en neem een moment de tijd. „Brief?“ zeg ik, terwijl ik hem bestudeer. Mijn lichaam is klaar om te reageren als hij iets probeert. Ik richt me tot Billy, maar houd mijn ogen op de indringer gericht. „Waar heeft hij het over?“
Ik kan de schaamte in Billy's stem horen. „Eh, de enige brief die we kregen, was je tijd niet waard.“
Ik kijk naar Billy's rode gezicht en glimlach. Het is een blik waarvan me verteld is dat die water kan laten bevriezen. „Mijn fucking tijd niet waard?“ Ik steek mijn hand op. „Deze man hier denkt daar duidelijk anders over.“
Ik kijk kort naar hem. „Heb je ook een naam?“
Hij ziet eruit alsof hij zich vermaakt. Hij geniet ervan om me in verwarring te brengen. „Je mag me Pierce noemen.“
„Pierce?“
„Klopt.“
„Achternaam?“ breng ik uit, terwijl ik mezelf eraan herinner om kalm te blijven.
„Charming,“ antwoordt hij luchtig. Hij blijft me aankijken terwijl er een glimlach om zijn mondhoeken speelt.
Ik hoor Bruna's stem in mijn achterhoofd. Wat zie je, Jensen?
Zijn oogcontact is krachtig en vastberaden.
Hij heeft nergens op zijn lichaam jeuk gehad of gekrabd.
Zijn houding is ontspannen, maar stevig.
De spieren in zijn gezicht zijn niet strak aangespannen. Dat zou een teken van spanning of slechte bedoelingen kunnen zijn.
Zijn stem is gelijkmatig en er klinkt een ontspannen humor in door.
Fuck. Deze man is in het geheel niet zenuwachtig.
„Wat wil je?“ Mijn stem klinkt laag en dodelijk. Dat is een stem die ik alleen gebruik als ik op het punt sta iemand te vermoorden.
„Vind je het erg als we onder vier ogen praten?“ Pierce kijkt kort naar de mannen die om hem heen staan. „Niet beledigend bedoeld,“ verontschuldigt hij zich tegenover hen.
„Baas…“
„Fouilleer hem,“ beveel ik. Ik wilde zien hoe moedig deze man was. „En flikker dan op.“ Ik kan zien dat Pierce niet zo dom zou zijn om iets te proberen. Niet in dat pak.
Nadat mijn mannen hem op wapens hebben gecontroleerd, gaat Mr. Fucking Mysterie tegenover me aan de kaarttafel zitten. Ik heb geen idee wat hij wil. Wil hij geld, hoeren of zaken doen?
Zijn accent klonk Brits, maar dan anders.
„Goed,“ zeg ik kalm. „Wat brengt je hier vanavond, met het risico dat je me kwaad maakt? Je hebt tien minuten.“
„Ik zou het vreselijk vinden om je boos te maken, Jensen. Ben je boos?“ vraagt hij me, terwijl hij de stapel kaarten pakt en schudt.
Ben ik boos?
Deze klootzak noemde me Jensen. Niemand noemt me nog zo.
Mijn naam is King.
„Nog niet,“ zeg ik. Ik kijk naar hem en probeer te ontdekken wat zijn doel is. „Welke brief?“
Ik blijf koel. Hij legt de kaarten neer en haalt een sprankelende brief uit zijn jas. Ik span me weer aan.
„What the fuck?“ zeg ik fronsend. „Wat the fuck is dat?“
Dat verdomde ding geeft licht. Ik ben meteen op mijn hoede en vraag me af welke chemische stof het laat oplichten. Terwijl ik hem strak aankijk, besef ik dat hij nog net zo kalm is als daarvoor.
Ik ben degene die de controle verliest, niet hij.
„Ontspan,“ zegt Pierce, „en lees dit. Het is een aanbod. Ik doe een beroep op jouw diensten.“
„Ik bied geen fucking diensten aan. Weet je wel wie the fuck ik ben?“ vraag ik. Een deel van mij is verbijsterd door zijn brutaliteit, en een ander deel bewondert het.
Pierce schudt de kaarten opnieuw. „Jensen King, zoon van Bruna en Rau King. Je moeder leeft nog, maar lijdt aan dementie in een verzorgingstehuis. Je vader stierf door een misdrijf.
„Je hebt een gave om mensen te lezen en je bent hypergevoelig voor details. Ik ben hier om een deal met je te sluiten.“
„Je hebt dus onderzoek gedaan,“ zeg ik voorzichtig. Ik weet dat het lastig is om dit soort dingen te ontdekken zonder een beetje speurwerk. Hij heeft duidelijk het geld om iemand in te huren. „Een deal? En wat zou jij hebben dat ik in ruil daarvoor zou willen?“
Pierce leunt naar voren en legt de kaarten afwezig open op tafel. Ik kijk naar de kaarten en mijn ogen schieten meteen weer naar de zijne. Mijn hartslag schiet omhoog. Ik sta op het punt om mijn pistool te trekken.
Alle kaarten zijn azen.
Allemaal.
Hoe the fuck?
Ik had goed opgelet en zag geen snelle handbewegingen om zoiets voor elkaar te krijgen.
„Geef me de brief,“ eis ik, terwijl ik me afvraag met wie ik hier te maken heb.
Pierce overhandigt me de brief, en ik begin te lezen.
Jensen, je moet naar alle details kijken voordat je emotioneel reageert.
Ik lees de brief twee keer door. Ik geloof niet wat ik zie. Mijn hoofd probeert er wijs uit te worden. Langzaam richt ik mijn blik op hem. „Nu begrijp ik waarom ik deze brief niet heb gekregen.“
Pierce leunt achterover in zijn stoel. „Het Lot wil jou, om wat voor reden dan ook. Dat neem ik heel serieus. En… ik denk dat jij hier perfect voor bent. Ik heb altijd een voorgevoel. Mijn voorgevoelens“ – hij pauzeert met een veelbetekenende blik – „zijn zelden verkeerd.“
„Je bent fucking gek. Hoe ben je achter Tony gekomen? Je hebt vijf minuten om me te vertellen hoe je over die avond weet.“
Ik fluister de dreiging terwijl mijn blik zich vernauwt.
Fairy Godmother Inc.? In de brief staat dat het ze spijt van mijn traumatische jeugd. Een jongen zou zijn kindertijd nooit op zo'n manier mogen worden ontnomen.
What the fuck?!
De brief vermeldt ook dat Tony mij niet de schuld gaf van wat er is gebeurd.
Dat gaat een grens over.
„Jensen,“ Pierce leunt naar voren. „Heb je het deel gelezen over een agent voor ons zijn?“
„Om ware liefde te vinden? En de strijd aan te binden met andere mannen?!“ schreeuw ik. Ik leun ook naar voren en glimlach. „Reizen naar een andere wereld? Zie ik eruit als een fucking idioot?“
Deze man is nog gekker dan ik.
„Nou, voor de duidelijkheid, ik weet dat het aspect van liefde je niet zal interesseren. Je bent niet verplicht om verliefd te worden, Jensen,“ zegt Pierce. Zijn blik is vastberaden en zelfverzekerd.
„Maar, om welke reden dan ook, het Lot wil jou hebben. De werkelijkheid is vreemder dan fictie, en je staat op het punt om daar een stoomcursus in te krijgen.“
Ik slik. Mijn training vertelt me dat de man niet liegt. Maar dat is onmogelijk.
Pierce gaat verder. „Dit is mijn aanbod.“ Hij haalt een apparaatje tevoorschijn, en meteen wordt er een virtueel beeld in de lucht geprojecteerd. Mijn hartslag schiet omhoog, want ik heb nog nooit zulke technologie gezien.
Iets Russisch, misschien?
„Herken je dit?“ vraagt Pierce terwijl hij me aankijkt. Zijn gezicht staat als een sluwe vos.
Mijn hart bonkt terwijl ik naar het beeld kijk. Dan frons ik.
„Dat is mijn…“ Ik pauzeer en probeer mijn gedachten op een rijtje te krijgen. „Dat is mijn kluis bij de Golden Lion.“ Ik kijk Pierce woedend aan en weet dat dit chantage is. „Vertel me wat the fuck er aan de hand is!“
Pierce zwaait met zijn hand, en er verschijnt een ander beeld. Mijn hartslag gaat van nul naar honderd. Een groep in het zwart geklede mensen laat zich vanaf het plafond van de kluis zakken.
„What the fuck?!“
„Ze beroven je, Jensen. Vijfhonderd miljoen, om precies te zijn,“ zegt Pierce voorzichtig. „En ze komen er nog mee weg ook.“
Ik kijk hem aan, zie zwart van woede en adem zwaar. „Chanteer je me?!“
Hij zucht. „Nooit. Ik motiveer je alleen maar.“
„Zijn dit jouw mannen? Klootzak!“
Ik grijp naar mijn pistool, maar Pierce grinnikt. Hij stoft iets van zijn mouw en blijft net zo kalm als altijd.
„Zeker niet,“ zegt hij. „Aards geld doet me niets daar waar ik vandaan kom. Dit is niet mijn werk. Het komt meer doordat jij wat ambitieuze vijanden hebt.“
Kookpunt bereikt. Ik sta langzaam op. „Ik vermoord je.“
„Jensen,“ zegt Pierce kalm, terwijl hij naar me opkijkt. „Je werkt drie maanden voor mij, en ik zal nu meteen het alarm af laten gaan en je miljoenen redden.“
Ik staar hem aan en probeer mijn woede te onderdrukken. Jensen, laat je emoties je nooit beheersen. Dat is het moment waarop je fouten maakt, hoor ik Bruna in mijn hoofd zeggen.
Ik zie vier heel kleine mensen in zwarte SWAT-pakken met de letters FGI op hun borst.
FGI?
Ik kijk naar Pierce. Ik bestudeer hem en weet niet goed wat ik moet zeggen of denken. Voor één keer ben ik geschokt.
„Dit is niet echt,“ fluister ik, terwijl ik naar de mannen op het virtuele scherm kijk. Ze proberen de combinatie te kraken met een hoop apparatuur.
Dan worden mijn ogen groot. Ik herken een van hen aan haar lange, blonde haar dat onder haar skimasker uitkomt. In haar nek zit een tatoeage van een vlinder, en ik weet het fucking zeker.
Jenna.
No fucking way.
Het meisje met wie ik al zes maanden af en toe aan het daten ben.
Pierce knipoogt naar me. „Ik maak er geen gewoonte van om gevaarlijke mannen in de maling te nemen. Ik heb betere en leukere dingen te doen dan de beroemde Jensen King boos te maken.“
Ik werp hem een strakke blik toe. Ik kan niet geloven dat Jenna me al zes maanden bespeelt. Ongetwijfeld samen met haar loser van een neef.
Ik wist wat het probleem was. Ik was te ongeïnteresseerd om goed op haar te letten. Het kon me niet genoeg schelen om de bloedzuiger recht voor mijn neus te zien.
Bruna zou zwaar teleurgesteld zijn.
Dan verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. „Bewijs het.“ Ik haal kalmerend adem. „Hoe weet ik dat jij niet ook een spelletje met me speelt?“
Pierce haalt een pen uit zijn colbert. „Teken het contract, en ik doe meer dan dat. Ik zal je leven veranderen.“
Ik frons en vraag me af hoe deze man het zal bewijzen.
Maar ik zou liegen als ik zei dat ik niet waanzinnig nieuwsgierig ben. Hij geeft namelijk niet de indruk een liegend, klein diefje te zijn.
Ik kijk naar de brief. „Drie maanden?“
Ik wil lachen om hoe absurd zijn voorstel is. Ik zou hem gewoon kunnen vermoorden en het contract kunnen verbranden, mocht het een ziekelijke oplichterij blijken. Maar ik wil oprecht zien wat deze gek gaat doen.
„Pleeg eerst dat telefoontje.“
„Jij tekent eerst.“
Hij is zelfverzekerd. Zo intrigerend. De meeste mensen tonen tekenen van angst als ze het niet met mij eens zijn.
Ik kijk naar de lichtgevende brief en dan weer omhoog naar Pierce. Daarna kijk ik naar de klootzakken die me op het virtuele scherm aan het beroven zijn. „Ik snij je open als je iets probeert.“
„Ik zou niet anders verwachten,“ zegt hij. Ik hoor de geamuseerdheid door de koele tonen in zijn stem heen schemeren.
Ik ben inmiddels te nieuwsgierig. Ik teken het contract, wetende dat ik het uiteindelijk toch zal verbranden.
Maar een vreemde vlaag van zenuwen overvalt me. Ik kijk weer op naar Pierce, naar de man die me zover heeft gekregen iets te doen wat ik normaal nooit zou doen.
Vijfhonderd miljoen dollar werkt motiverend, dat moet ik hem nageven.
Pierce glimlacht en raakt zijn oor aan, waardoor ik frons. „Laat het alarm afgaan, Chad. En zeg tegen Steven dat hij de crew in het busje niet zo hard had hoeven neerslaan.“
Pierce draait zich naar mij toe en fluistert: „Mijn team heeft nog meer van jouw vijanden te pakken in de zwarte SUV's, drie blokken bij het casino vandaan.“
What the fuck? Mijn hartslag schiet omhoog terwijl ik kijk hoe Pierce met zijn mensen praat. Hij draait zich om en wrijft tussen zijn ogen.
„Ze zullen nog dagenlang high zijn, wat het voor de politie moeilijk maakt om ze te ondervragen. Gewoon… ik weet het, zeg Steven gewoon dat het een waarschuwing is. Precies. Vertel Dion dat we klaar zijn voor extractie. Onze laatste speler is er klaar voor.“
Pierce knipoogt naar me.
„The fuck?“ Ik sta op en trek mijn pistool. „Had je afluisterapparatuur bij je?!“
Mijn mannen hebben hem gefouilleerd!
Pierce knikt naar het virtuele scherm. „Je vrienden gaan hier over een seconde niet blij mee zijn.“
Ik zie die korte, kleine mensen boven op elkaar klimmen alsof het een verdomd circus is. Dan schoppen ze tegen een van de alarmen, waardoor het hele beveiligingssysteem afgaat. En dan, als bij toverslag, verdwijnen ze.
Mijn hart klopt in mijn keel als ik de mannen van Jenna in paniek zie raken. Ze vragen zich af wie het alarm heeft laten afgaan en proberen hun overval af te breken.
Ieder voor zich.
Ik kijk naar Pierce. „Je loog niet…“ Mijn stem valt weg en ik voel mijn huid beginnen te tintelen. „Hoe wist je dat ze dit gingen doen?“
Dit… dit kan niet waar zijn.
De brief…
„Haal diep adem, Jensen,“ zegt Pierce, terwijl ik hem met grote ogen aankijk. Mijn hartslag bonkt door de nieuwe sensaties in mijn lichaam.
„Wat gebeurt er?“ breng ik uit, voordat mijn zicht zwart begint te worden.
Shit!
„Welkom bij Fairy Godmother Inc.“
Dat was het laatste wat ik hoorde.















































