
Harten van Alaska-serie
Auteur
Lezers
876K
Hoofdstukken
31
Hoofdstuk 1
Boek 1: De Houthakker en het Stadsmeisje
ALEXA
„Alexa,“ roept mijn assistente Meghan op het moment dat ik door de deuren van mijn kantoor loop, „we hebben een probleem!“
„Geweldig,“ mompel ik, hoewel deze dag helemaal niet geweldig uitpakt. „Wat is er nu weer? Ik kwam alleen even de schetsen halen waar ik aan heb gewerkt voor de nieuwe kledinglijn. Ik zou nu al onderweg moeten zijn naar het vliegveld.“
Meghan zucht. „Ik weet het. Maar ik weet ook dat je altijd alles perfect wilt hebben. Dus je kunt me ofwel nu vermoorden omdat ik je ophoud, of later omdat ik het niet heb gezegd voordat je vertrok.“
Mijn assistente heeft gelijk. Ik ben een perfectionist. Daar ben ik trots op, want daardoor ben ik nu zo succesvol. Ik heb de vaardigheden en mijn netwerk uit de tijd op de ontwerpschool gebruikt om mijn eigen lijn van luxe kleding te maken, en daarna mijn eigen bedrijf.
„Het is het verzendbedrijf weer,“ zegt Meghan. Ze geeft me de tablet van het kantoor. „We hebben weer een slechte recensie gekregen over de verpakking.“
„Shit!“ Ik klem mijn tanden op elkaar. Ik pak de iPad en bekijk het zelf.
Net zoals elke steek van een zorgvuldig gekozen stof perfect moet zijn, moet ook de eerste indruk van een pakketje perfect zijn. Daarom werk ik heel hard om speciale dozen te ontwerpen met bloemen aan de buitenkant. Ik zorg ervoor dat de kleding netjes wordt opgevouwen en in zacht, mooi papier wordt verpakt. Het pakketje wordt altijd verzegeld met een sticker van ons bedrijfslogo.
Daarom ben ik ontzettend boos als ik naar de slechte recensie van onze klant kijk. Op de foto's die ze heeft toegevoegd, kan ik zien dat de doos eruitziet alsof hij is overreden door een enorme vrachtwagen. Binnenin de doos zien de kleren eruit alsof ze er zomaar in zijn gegooid. Er is geen vloeipapier of bedrijfssticker te bekennen.
„Goddammit!“ schreeuw ik. „Waarom nu? Dit is echt een shit timing, want ik sta op het punt te vertrekken en Kerstmis staat voor de deur.“ Ik haal diep adem. „Ik—ik kan dit er nu gewoon niet bij hebben. Het moet maar wachten tot ik weer thuis ben. Ik mag Kiera's vrijgezellenfeest echt niet missen.“
Als ik de iPad teruggeef aan Meghan en mijn spullen pak, verander ik van gedachten. „Kun je deze recensie alsjeblieft naar me mailen met de contactgegevens van het verzendbedrijf? Ik moet me haasten. Maar ze kunnen zeker een boos telefoontje van me verwachten.“
„Natuurlijk. Maar... Alexa? Probeer alsjeblieft te ontspannen en tot rust te komen terwijl je weg bent.“
Ik lach. „Ja, hoor. Ik ga naar Alaska. Ik zal niet in een bikini op een strandbedje liggen. Ik zal ingepakt in vijf lagen nepbont naar een haardvuur staren. Ik zal staan te springen om weer naar huis te gaan. Vooral met deze puinhoop die ik nog moet oplossen.“
„Oh, kom op. Het is een lang meidenweekend. Ik weet dat je Keira heel graag wilt zien. Je zult toch de meeste tijd dronken zijn. Dus je gaat wel proberen om plezier te maken, toch?“
„Als ze me niet vermoordt omdat ik mijn vlucht heb gemist.“ Ik gooi al mijn spullen in mijn handtas. „Houd de boel hier draaiende!“
Terwijl ik mijn kantoor uit ren en bijna uitglijd op mijn stiletto's, draai ik me om om nog één ding te zeggen. „Oh, en neem alsjeblieft contact op met die klant en geef haar een gratis cadeaubon!“
„Al gedaan. Stop met stressen en veel plezier!“
***
Ik wacht ongeduldig met mijn overvolle tassen in een drukke straat in Miami op mijn Uber-chauffeur. Eindelijk komt er een jonge gast aanrijden. Hij stapt uit en opent de achterdeur van de Uber. De rapmuziek die keihard uit zijn auto klinkt, laat mijn organen trillen.
De jongen gooit mijn koffers lomp in de achterbak. Ik denk meteen weer aan dat verdomde verzendbedrijf. Doorbreken in de modewereld is niet makkelijk. Straks ben ik al geruïneerd voordat ik überhaupt een naam voor mezelf heb kunnen maken.
Ik glijd de achterbank op en pak snel mijn telefoon. Ik ben klaar om degene die opneemt de huid vol te schelden. Maar voordat de telefoon kan overgaan, springt de jongen in de bestuurdersstoel. Hij zet het volume van de radio nog harder.
„Ik hoop dat je van rapmuziek houdt,“ roept hij. „Je gaat naar het vliegveld, toch?“
„Ja! Kun je de muziek zachter zetten? Ik moet een telefoontje plegen.“
De jongen hoort me niet, of hij negeert me volkomen. Hij beweegt zijn hoofd op de beat. Hij rijdt de straat op en slingert snel door het verkeer. Gefrustreerd probeer ik de eindeloze stroom e-mails op mijn iPhone te beantwoorden. Maar door zijn roekeloze rijgedrag is dat onmogelijk. Ik geef het op en gooi mijn telefoon in mijn tas. Ik hoop dat ik nog genoeg tijd heb om te bellen voordat ik moet instappen.
Terwijl we naar het vliegveld rijden, leun ik naar achteren. Ik werp een laatste blik op de prachtige stad. Ik hou van alles aan Miami. Ik hou van de kleurrijke gebouwen en het warme weer. Ik hou zelfs van de zilveren, witte en roze kerstbomen in Art Deco-stijl. Deze stad zorgt ervoor dat Kerstmis lekker fout en betekenisloos aanvoelt. Dat maakt de feestdagen goed te doen voor mij.
Ik heb deze vrolijke tijd van het jaar niet altijd gehaat. Maar nu herinnert het me alleen nog maar aan mijn pijnlijkste herinnering. Keira daarentegen is altijd een absolute kerstfanaticus geweest.
Ik glimlach als ik aan mijn beste vriendin denk. Hoe we ooit vriendinnen zijn geworden, zal altijd een raadsel voor me blijven. We zijn namelijk totale tegenpolen. Maar we zijn al onafscheidelijk sinds onze schooltijd vol beugels en puistjes. En nu vullen we elkaar al jarenlang op de beste manieren aan.
Ik herinner me onze logeerpartijtjes nog goed. We bleven de hele nacht wakker om naar vallende sterren te zoeken. We maakten elkaar beloftes. Dat we samen zouden opgroeien en samen zouden trouwen. Dat we mannen zouden krijgen die beste vrienden waren. Dat onze kinderen en kleinkinderen beste vrienden zouden worden. En dat we samen oud en grijs zouden worden.
Het is dus geen verrassing dat Keira me vroeg als haar belangrijkste bruidsmeisje. Het verbaast me ook niet dat ze haar vrijgezellenfeest wil vieren in de blokhut van haar familie in godverdomde Alaska.
Die blokhut is al generaties lang in Keira's familie. Toen we klein waren, verdween ze elk jaar wekenlang van de radar om daar te skiën en te wandelen met haar familie. Dus natuurlijk ging ze daar in de buurt studeren. Ze ontmoette daar een echte bergman. En ze besloot om voor altijd met hem in het beboste, besneeuwde en uitgestorven Alaska te blijven wonen.
Keira is de zus die ik nooit heb gehad. Ze is de enige reden dat ik alles zou laten vallen. Voor haar reis ik vlak voor Kerstmis duizenden kilometers. En dat alleen maar om twee maanden later weer terug te keren voor haar bruiloft in februari. Ik ben ontzettend blij dat ze haar droomman heeft gevonden. Ik kan niet wachten om naast haar te staan bij het altaar, waar ter wereld we ook zijn.
Als mijn Uber-chauffeur eindelijk stopt bij de vertrekhal, kijk ik op mijn horloge. Ik schreeuw het bijna uit als ik de tijd zie. Godzijdank ben ik al ingecheckt op mijn telefoon. Maar als de rij bij de beveiliging lang is, haal ik het alsnog niet.
Mijn hakken klikken over de tegelvloer terwijl ik door de hal ren. Als ik bij de beveiligingscontrole aankom, is er maar één rij open. De rij is zo lang dat mijn maag ervan samenkrimpt. Dan zie ik een knappe beveiliger bij een gesloten rij staan. Ik gooi mijn haar naar achteren. Ik tuit mijn lippen, maak een paar knoopjes van mijn blouse los en duw mijn heupen naar voren. Ik loop naar zijn balie, klaar om mijn charmes in de strijd te gooien.
„Neem me niet kwalijk, ik ga bijna mijn vlucht missen. Kunt u deze rij misschien openen en me erdoor laten?“
Hij neemt me van top tot teen op en lacht dan een beetje. „Ik help een prachtige vrouw zoals jij maar al te graag. Waar gaat de reis heen?“ Ik geef hem mijn instapkaart en hij bekijkt hem. „Alaska.“
Ik moet me inhouden om niet met mijn ogen te rollen om de manier waarop hij dat zegt. „Homer in Alaska, om precies te zijn,“ zeg ik.
„Ga je op bezoek bij een speciaal iemand voor de feestdagen?“
„Nee. Een vriendin van me gaat trouwen. Het is haar vrijgezellenfeest.“
„Ze heeft Alaska uitgekozen? Er is daar niet veel te doen voor een meidenweekend.“
„Dat kun je wel zeggen. Vooral als je uit Miami komt. Is naar Vegas gaan tegenwoordig niet origineel genoeg meer?“
De beveiliger lacht terwijl hij mijn handbagage en tas scant. Ik merk dat ik begin te blozen. Ik heb het afgelopen anderhalf jaar aan één stuk door gewerkt. Ik heb daardoor in geen tijden meer aan mannen gedacht, laat staan aan daten. Het is al vijf jaar geleden sinds Josh. Toch bevriest mijn hart nog steeds van angst bij de gedachte aan een serieuze relatie.
Maar ik kan toch nog niet zó roestig zijn in het flirten? Ik ben pas negenentwintig jaar oud. Ben ik echt al zo oud en lig ik uit de markt?
„Ik denk niet dat je moeite zult hebben om wat plezier te vinden, zelfs in Alaska.“ De beveiliger knipoogt naar me. Mijn maag maakt een sprongetje.
„Dat weet ik zo net nog niet,“ antwoord ik. „Ik heb net vijf koffers ingecheckt en in geen van allen zit een bikini.“
De beveiliger bekijkt me nog een keer goed. „Ik dacht dat Alaska bekend stond om zijn warmwaterbronnen,“ zegt hij. „Ben je dapper genoeg om naakt te zwemmen?“ De lustige blik in zijn ogen zegt genoeg. Hij zou er alles voor over hebben om in mijn tas te springen. Gewoon om mee te gaan en het zelf uit te vinden.
Ik pak mijn instapkaart terug en antwoord plagerig: „Zou je dat niet graag willen weten?“ Ik pak mijn handtas en handbagagekoffertje. Ik geef hem een flirterige zwaai en roep: „Fijne feestdagen, en bedankt voor je hulp. Als ik mijn vlucht haal, beantwoord ik je vraag misschien wel als ik terugkom.“
Terwijl ik zelfverzekerd wegloop, kijk ik niet meer achterom. Ik voel me weer helemaal goed over mezelf. Ik heb het nog steeds in me.
Mijn eerste vlucht verloopt rustig. Wel kijken de passagiers om me heen allemaal naar dezelfde mierzoete, klassieke kerstfilms. Ik moet er bijna van overgeven. Maar na vier uur landen we voor een korte overstap in Minneapolis. Meteen begint mijn bloed weer te koken. Ik heb nog steeds geen kans gehad om dat telefoontje naar het verzendbedrijf te plegen.
Nu gaat iedereen aan boord voor het tweede deel van de reis. Het duurt nog acht uur voordat we landen in Anchorage, Alaska. Daarna moet ik nog een vlucht van vijftig minuten nemen, van Anchorage naar Homer. De tijdzone verandert en het mobiele bereik in de blokhut van Keira's familie is erg slecht. Ik zal dus moeten opschieten. Ik moet dat telefoontje echt maken tijdens de volgende overstap.










































