
Het Universum van Discretie: Muze
Auteur
Michael BN
Lezers
65,8K
Hoofdstukken
13
Hoofdstuk 1
De bruiloft was een traditionele kerkdienst. Ik zag hem op de eerste rij zitten, waar hij vocht met een koppige, donkerbruine haarlok. Zijn geworstel toverde een glimlach op mijn gezicht, wat tegenwoordig een zeldzaamheid was.
Ik kon me niet herinneren hem op het repetitiediner gezien te hebben. Hierdoor was ik nieuwsgierig naar zijn connectie met de bruid.
Natalia, de vrouw met wie mijn broer ging trouwen, was de dochter van Enzo Abano. Dat was de man achter het populaire ijsmerk. Hun pepermunt-chocolade ijs was mijn favoriete troosteten als mijn gedachten te donker werden.
Onze familie had daarentegen een veel eenvoudigere achtergrond. Mijn vader was een gepensioneerde politiechef en mijn moeder was lerares op een middelbare school.
De romance tussen mijn broer en Natalia begon kort nadat hij was aangenomen als hoofdadvocaat voor de liefdadigheidsinstelling van de familie Abano.
Hun snelle liefdesverhaal hield de gemoederen flink bezig. In slechts acht maanden tijd gingen ze van een sensatie op sociale media naar een verloving, en nu stonden ze voor het altaar. Slechts een paar van ons wisten dat de beeldschone bruid in verwachting was.
Als getuige moest ik me eigenlijk op de ceremonie focussen. Ik moest mijn broer eraan herinneren om adem te halen als hij over zijn geloften zou struikelen. Maar ik kon alleen maar denken aan de staalgrijze ogen die de mijne hadden gevangen. Het was alsof ze in de donkerste hoekjes van mijn ziel konden kijken.
Toen mijn broer begon te hakkelen tijdens zijn geloften, moest ik mijn aandacht weer bij hem roepen. De rest van de bruiloft hield me bezig, totdat ik eindelijk kon ontspannen aan de dinertafel.
Ik had recent een pillenverslaving overwonnen, maar dat weerhield me er niet van om te genieten van de dure rode wijn die Enzo persoonlijk had uitgekozen. De wijn was verrukkelijk. Bij het vierde glas voelde ik me al behoorlijk aangeschoten.
Na het diner gingen mijn ouders de dansvloer op. Oma ging naar bed. Oom Peter nam plaats bij de open bar, en tante Susan en haar saaie nieuwe man waren in een diep gesprek verwikkeld met de Berkeleys.
Ik was als laatste overgebleven aan tafel nummer twee, toen de man met de staalgrijze ogen op de stoel naast me schoof. Hij had een glas whisky met ijs in zijn hand.
Hij leek een beetje aangeschoten, maar niet dronken.
Ik had al drie rondjes gelopen door de grote balzaal van het Elysium hotel. Ik hoopte hem „per ongeluk“ tegen het lijf te lopen, maar hij was nergens te bekennen.
„Kan je me iets helpen begrijpen?“ vroeg hij met een diepe, sexy baritonstem. „Daarnet in de kerk, hadden wij... je weet wel?“
„Je zult iets duidelijker moeten zijn,“ antwoordde ik, terwijl ik een slok uit mijn glas nam. Waarom voelde ik me zo tot hem aangetrokken?
„Oké.“ Hij wreef over zijn kin. „Voor even stopte de wereld met draaien toen ik werd meegezogen in een blik. Een blik die weerklonk met de stemmen van duizend levens. Een oude ziel die verlangt naar een betekenisvolle connectie met een zielsverwant, al is het maar voor een vluchtig moment.“
Holy shit! Ik voelde mijn wangen warm worden, en dat kwam niet door de wijn. Was dit een of andere ingewikkelde versiertruc of...
„Warlock’s Son seizoen 2, aflevering 4,“ zei hij grijnzend. Hij was ontzettend knap, en dat wist hij.
„Ik heb die serie nooit gekeken. Ik hou niet echt van fantasy,“ gaf ik opgelucht toe.
„Meen je dat nou?!“ riep hij uit. Hij keek oprecht beledigd.
Ik tikte snel met mijn duim tegen mijn vingers voordat ik mijn hand uitstak. „Dillon, broer van de bruidegom.“
Tot mijn verbazing kuste hij zachtjes mijn hand en zei: „Een genoegen, Dillon Broer van de Bruidegom.“
Hij liet me opnieuw blozen, en ik kon zien dat hij daarvan genoot.
„Mag ik een drankje voor je kopen?“ vroeg hij, terwijl hij met zijn lege glas schudde.
Wat?!
„Zeg me alsjeblieft niet dat ze je laten betalen voor je drankjes! Mijn vader betaalt voor de open bar en als hij erachter komt...“
Hij drong weer mijn persoonlijke ruimte binnen. Hij legde een hand op mijn knie en zei: „Ze schenken niet wat ik drink bij de open bar, Dillon Broer van de Bruidegom.“
„Kun je stoppen me zo te noemen!“ snauwde ik. Hij was even frustrerend als charmant.
„De bar in mijn kamer heeft alles wat je maar wilt,“ zei hij. Alsof het magie was, verscheen er ineens een sleutelkaart in zijn hand.
Hij legde het pasje op tafel en schoof het langzaam naar me toe. Toen leunde hij naar voren en fluisterde: „Vierenveertigste verdieping.“
Ik staarde naar de kamersleutel alsof het een giftige slang was. Gebeurde dit echt? Het idee was gek, maar ook spannend. Zouden mijn gedachten me saboteren als ik besloot te gaan?
Ik pakte de sleutelkaart op en liep naar de lobby. De vierenveertigste verdieping was het penthouse. Ik moest de kaart scannen om er te komen.
Wie was deze gast?
Dit was een eerste keer voor mij, en waarschijnlijk ook de laatste. Ik moest weten waar dit toe zou leiden.
Ik opende de deur van de kamer voorzichtig, met mijn ogen half gesloten. Hij stond bij het raam en keek uit over de adembenemende stad. Toen draaide hij zich naar mij toe.
„Het spijt me zo,“ zei hij. „Ik dacht dat ik dit kon, maar dat is niet zo.“
Ik blies een adem uit waarvan ik niet besefte dat ik die inhield. „Ik tril al sinds ik in de lift ben gestapt.“
„Voor één keer in mijn leven wilde ik iets doen wat totaal niet bij me past.“
„Zullen we gewoon dat drankje nemen dat je had beloofd?“ stelde ik voor, terwijl ik nerveus met mijn vingers tikte. Wat was het toch aan hem dat me zo intrigeerde?
„Dat zou ik leuk vinden,“ fluisterde hij. „Al begrijp ik niet waarom je hier nog bent na mijn mislukte poging om roekeloos en impulsief te zijn.“
„Oh, je hebt niet gefaald,“ zei ik met een trillende stem. „Je had me er totaal van overtuigd dat we zouden gaan... je weet wel.“
„Je zult iets duidelijker moeten zijn,“ zei hij met een flauwe glimlach op zijn gezicht.
„Dillon Francis,“ zei ik, en ik stak mijn hand uit. „Leuk je te ontmoeten.“
„Een genoegen, Dillon,“ zei hij, terwijl hij mijn hand schudde. „Ik ben Noah Black.“
Waarom klonk die naam me zo bekend in de oren?
Mijn telefoon trilde. Het was Carter. Mijn broer had me nodig. Ik was niet echt geschikt om getuige te zijn. Maar na mijn zelfmoordpoging probeerde iedereen me overal bij te betrekken. Ze wilden dat ik voelde dat ik erbij hoorde... dat ik ertoe deed.
Maar diep vanbinnen wist ik de waarheid.
Het was een van de vele redenen waarom mijn gedachten, vier maanden geleden en vertroebeld door pillen, me vertelden dat ik er een eind aan moest maken.
Toen namen mijn gedachten ineens een andere wending.
Ik maakte mezelf wijs dat Noahs ego net zo groot was als zijn luxe hotelkamer. Waarschijnlijk zocht hij gewoon een snelle afleiding van de bruiloft, omdat het nu eens niet om hem draaide.
„Ik moet ervandoor,“ kondigde ik aan. Ik zette mijn chique cocktail neer. Mijn duimen trommelden een nerveus ritme tegen mijn vingers.
Ik gaf Noah een ontsnappingsroute uit zijn mislukte experiment. Maar hij koos er koppig voor om met me mee te gaan in de lift naar beneden. Zou hij zich terugtrekken als ik hem genoeg op zijn ongemak stelde? Ik besloot het water te testen met een paar scherpe vragen.
„Dus, wat voor werk doe je? Bankier? Wapenhandelaar? Welke baan betaalt de rekening voor zo'n enorme hotelkamer?“
Ik zette me schrap voor zijn verontwaardiging, maar hij grinnikte alleen maar. Het leek erop dat zijn charme niet helemaal een act was.
„Ik heb iets gecreëerd wat veel mensen leuk schijnen te vinden,“ antwoordde hij. Zijn woorden waren in mysterie gehuld.
„Dat is niet echt een antwoord.“
„Wat ging er mis?“ vroeg hij, en zijn toon werd serieuzer. „We hadden het gezellig en toen klapte je zomaar... dicht.“
„Laten we het daar niet over hebben. Je had blijkbaar even een snelle boost voor je ego nodig, maar...“
Mijn woorden stierven weg toen hij teder zijn lippen op de mijne drukte. Hij smaakte naar luxe, en ik verlangde nu al naar meer.
Voor het eerst sinds tijden was mijn hoofd stil. Het leek me tevreden van dit moment te laten genieten.
De kans dat de liftdeuren elk moment open konden gaan, maakte het alleen maar intenser. Had ik hem verkeerd begrepen? Of hadden mijn eigen gedachten me alweer bedrogen?
Hij trok zich terug en zei: „Ik keek naar je omdat je prachtig bent. Ik vroeg je mee naar boven omdat je terugkeek.“
Ik wist niet wat ik moest zeggen. De lift plingde. We hadden nauwelijks een moment om onszelf te herpakken voordat de deuren openschoven.










































