Cover image for Keily

Keily

Een moordende blik

Zijn roze lippen krulden omhoog; hij probeerde een glimlach te verbergen. Deze knappe jongen mocht er dan wel als een adonis uitzien, de manier waarop hij naar me keek voorspelde weinig goeds.
Uh…
“Ja?” vroeg ik. Mijn stem klonk rustig, maar mijn wangen gloeiden.
Zijn ogen gleden van top tot teen over mijn lichaam. Ik voelde al hoe over me dacht: dik en lui.
“Nou?” zei hij, om mijn aandacht te trekken.
“Huh?”
Zijn lippen krulden op in een plagende grijns; mijn gezicht werd nog roder. “Ik vroeg of je nieuw bent hier. Als ik je eerder had gezien, zou ik dat zeker onthouden hebben.”
Ik bloosde van schaamte terwijl zijn donkere ogen over mijn lichaam dwaalden, over elke plooi en ronding, voordat ze op mijn heupen bleven rusten.
Zijn gezicht, lichaam, houding—zelfs hoe hij op zijn stoel zat als een koning—deed me denken aan al die verwende rijkeluiskinderen die dachten dat de wereld van hen was, degenen die mensen zoals ik belachelijk maakten zodra ze de kans hadden.
“Ja, ik ben nieuw. En?” Mijn stem klonk scherper dan bedoeld. Ik wilde niet zwak overkomen, maar klonk in plaats daarvan als een betweter. Goed zo, Keily.
Nou, ik kan mijn ogen niet van je afhouden.”
Ik wist niet wat ik hoorde. Zijn ogen boorden in de mijne. Het oogcontact was te veel voor me, en ik keek weg, stotterend. Dit had ik allemaal al eerder gehoord—exact deze opmerking.
Het klonk als een compliment totdat ze er daarna aan toevoegden Hoe kan ik mijn ogen van je afhouden als je zoveel ruimte inneemt?
Ik griste mijn schrift onder zijn hand vandaan. “Nou, ik ben blij dat je zo geniet van de show. Je hebt blijkbaar niks beters te doen.”
Ik draaide mijn hoofd weg en schoof mijn stoel naar achteren, klaar om weg te gaan. Ik had al besloten dat ik deze Haynes liever kwijt dan rijk was.
Hij zuchtte geïrriteerd, en zelfs zonder te kijken wist ik dat hij me woedend aanstaarde.
“Met al die vetrollen heb je anders wel een grote mond.”
Met één zin brak hij het beetje moed dat ik net had verzameld.
Ik wilde echt iets gemeens terugzeggen, maar kon geen woord uitbrengen. In plaats daarvan stond ik op en pakte mijn boeken in mijn armen.
“O, en nu begint ze ook nog te blozen. Rood staat je goed, dikkie.”
Zijn gemene opmerking achtervolgde me de gang op.
Klootzak!
***
Ik propte mijn boeken in mijn kluisje en sloeg het hard dicht. Haynes' belediging zat me nog steeds dwars en was een domper op mijn humeur.
Laf als ik was, gaf ik mijn kluisje de volle laag in plaats van de jongen die verantwoordelijk was voor mijn woede.
“Keily!” Addison kwam naar me toe gerend, gevolgd door een ander meisje—die zichzelf vanochtend had voorgesteld als Lola.
“Hoe gaat je dag?” vroeg ik toen ze bij me was.
“Tot nu toe gaat het wel.”
Ik keek naar Lola, want ik wilde niet dat ze zich buitengesloten voelde.
Ze haalde gewoon haar schouders op. Lola was niet bepaald een spraakwaterval.
“Kom op, we gaan. Sadhvi wacht vast op ons,” zei Addison, terwijl ze haar armen door die van mij en Lola haakte en ons haastig naar de kantine leidde.
“Maar vertel eens, hoe gaat het bij jou?” vroeg ze. “Al schandalen waar wij cheerleaders over moeten roddelen?”
Ik snoof onaantrekkelijk. “Ik laat het je weten.”
“Ik hoorde dat je Engels krijgt van meneer Crones.”
Ik knikte.
“Hij is best cool—irritant, dat wel, maar cool. Bereid je maar voor, want je gaat het hele jaar bedolven worden onder de taken. Wij zitten opgescheept met die oude vent Whitman, die chagrijnige kwal.”
De geur van eten drong mijn neus binnen zodra we de kantine binnenkwamen. Het luide geroezemoes van pratende leerlingen vulde de grote ruimte. Ik fleurde op tot ik Haynes zag.
Hij was al naar mij aan het kijken. Hij zat aan de tafel bij het raam, als een koning op zijn troon.
Zijn ogen vernauwden zich, en ik keek weg. Eikel.
“Laat me je voorstellen aan de jongens,” zei Addison. Ze zwaaide naar de jongens aan zijn tafel. Nee! Naast hem zaten er nog vier jongens; twee van hen zwaaiden terug.
“Het is oké. We hoeven hen niet te storen,” drong ik aan, maar Addison begon ons al naar hun tafel te mee trekken.
Ondanks mijn weerstand, trok ze me mee alsof ik niets woog, en dat zei veel. Wat eet deze meid?!
“Je zult ze wel mogen, behalve James. Hij is een eikel.”
We kwamen bij hun tafel. Addison gaf een blonde jongen een high-five. Lola begroette ze allemaal met een enkel knikje. En ik keek overal behalve naar hem, terwijl ik de hele tijd zijn bloze blik op me voelde.
“Is dit de nicht waar je het over had?” vroeg d blonde jongen aan Addison.
Addison knikte. “Keily, dit is Lucas. Lucas, Keily.”
“Hoi.” Ik gaf een verlegen glimlach, terwijl ik de warmte van Lucas’ aandacht voelde. Hij was erg knap, met scherpe gelaatstrekken, groene ogen en hartvormige lippen—het soort gezicht waar meisjes waarschijnlijk bij wegsmolten.
“Fijn om een mooi koppie erbij te hebben,” zei Lucas met een oprechte glimlach. “Ik hoop dat we een paar lessen samen hebben. Elke nicht van Addison is een vriendin van mij.”
“Ze kan maar beter alleen je vriendin blijven. We willen niet dat je onze reputatie om zeep helpt door met een koe te daten,” zei een stem. Haynes.
Mijn glimlach verdween. Dat deed pijn.
“Hou je kop, James,” snauwde Addison hem toe. Dus hij heette James. “Jij wilt gewoon dat iedereen net zo ongelukkig is als jij, hè?”
James Haynes rolde met zijn ogen. Toch bleef de spanning die hij had veroorzaakt, ongemakkelijk in de lucht hangen.
Lucas kwam tussenbeide en keek van James naar Addison. “Kom op, man. Wat is je probleem je vandaag? Je bent al chagrijnig sinds geschiedenis.”
“Er is niets,” mompelde James, maar hij keek me weer recht in de ogen.
Addison zuchtte geïrriteerd en sloeg haar arm om mijn schouder. Ik voelde me als een dwerg, een dankbare dwerg. Ze was voor me opgekomen. Kon ik dat maar voor mezelf doen.
“We gaan weg,” zei ze boos. “Sadhvi wacht toch al op ons.”
Toen we wilden weglopen, hield Lucas ons tegen. “Hé, laat deze zuurpruim je humeur niet verpesten. Sadhvi heeft vast al andere meiden gevonden. Ga niet weg.” Hij keek naar mij. “Keily, het spijt me voor hem. Hij heeft een slechte dag.”
“Dat is geen excuus,” mompelde Lola.
Lucas glimlachte verontschuldigend. “Ze heeft gelijk. Kijk, waarom komen jullie niet bij ons zitten? Ik wil je graag leren kennen, Keily.” Zijn glimlach was nu speels, een beetje flirterig, en ik voelde mijn gezicht rood worden van de aandacht.
Ik zag James verstijven, en zijn knokkels werden wit waar hij de rand van de tafel vastklemde. Hij was waarschijnlijk een gemene opmerking aan het inhouden over mijn gewicht en hoeveel ik at.
Addison gaf na een moment van aarzeling toe. “Oké. Maar jullie trakteren.” Ik had gehoopt dat ze dat niet zou doen, maar inmiddels wisten we allemaal dat zij het hier voor het zeggen had. We deden wat zij zei.
Lucas grijnsde, blij dat hij had gewonnen. “Natuurlijk. Alles voor Keily.”
Ik ging naast Lucas zitten, me zeer bewust van hoeveel ruimte ik innam. Het hielp niet dat James recht tegenover me zat, met een blik in zijn ogen alsof hij mijn hoofd eraf wilde hakken omdat ik naast zijn vriend zat.
Ben ik zo erg?
De andere jongens stelden zich voor. Matt droeg een bril, wat hem een meer volwassen uitstraling gaf. Hij, Axel en Keith stonden op om ons middageten te halen. Ze trakteerden tenslotte.
Lucas trok mijn aandacht weer toen hij dichter naar me toe leunde, zijn stem zachter alsof we een geheim deelden. “En, Keily, hoe bevalt je eerste dag? Ben je het nog niet zat?”
“Niet echt. De leraren hier zijn best oké.”
Hij glimlachte weer. “Fijn om te horen. En als iemand hier je lastigvalt” —hij wierp een veelbetekenende blik in de richting van James—“laat je het me maar weten. Ik los het wel op.”
James zuchtte weer geïrriteerd, luider deze keer, maar zei niets. Ik zag dat zijn kaak gespannen was en dat hij nog bozer keek toen Lucas dichter naar me toe leunde. Hij zag eruit alsof hij wilde ontploffen, maar zich inhield.
“Je hoeft niet de held uit te hangen, Lucas. Daar heeft ze mij al voor,” zei Addison.
“Ja, maar Addy, ik wil indruk op haar maken.” Lucas trok een dramatisch gezicht en knipoogde naar me, waardoor mijn hart een sprongetje maakte. Waarom was hij zo aardig?
Ik kon het niet laten te gniffelen om zijn schattige plagerijen, maar stopte snel toen ik James met vernauwde ogen naar me zag kijken.
Matt, Keith en Axel kwamen terug met eten voor twintig mensen, terwijl we maar met acht waren.
Iedereen stortte zich op het eten als de uitgehongerde dieren die tieners waren, maar ik lette erop niet te veel te nemen—vooral met James hier. Ik wilde hem geen extra redenen geven om gemeen te zijn.
Het voelde alsof al mijn acties werden bepaald door hoe hij erop zou reageren.
Terwijl we begonnen te eten, werd het geklets aan tafel hervat.
Ik kwam erachter dat Lucas de kapitein van ons voetbalteam was. Ik had al het vermoeden gehad dat hij atletisch moest zijn vanwege al die spieren en zijn lengte.
James zat ook in het team. De twee leken goede vrienden te zijn. Dat zag ik aan de manier waarop Lucas maar bleef beledigingen naar James zijn hoofd slingeren en die terug kreeg.
Volgens Matt waren James en Lucas hun beste spelers. Ik geloofde hem.
Keith en Axel zaten bij het atletiekteam. Addison praatte bijna de hele tijd met hen over hun volgende wedstrijd.
Lola luisterde stilletjes terwijl Matt in haar oor fluisterde. Hij zat zo dicht bij haar dat hij bijna op haar schoot zat.
“Ze hebben verkering,” vertelde Lucas me toen hij zag dat ik naar hen keek.
Lucas vroeg me over waar ik vandaan kwam en mijn voormalige school. Ik beantwoordde al zijn vragen en hij luisterde geduldig. Ik voelde me vereerd dat een jongen als hij überhaupt aandacht aan mij besteedde. Zijn vriendelijke aard gaf me de moed om hem ook vragen te stellen.
Toen hij zag dat ik moeite had om over voetbal te praten, veranderde hij van onderwerp en begon over de vakken die hij volgde. Ik ontdekte dat we samen wiskunde en gym.
Deze lunch zou de beste zijn geweest die ik in lange tijd had gehad, ware het niet voor James Haynes. Ik probeerde hem te negeren, maar dat was moeilijk wanneer zijn humeur aan de overkant van de tafel dreigender was dan elk woord dat hij tegen me had kunnen zeggen.
Gelukkig maakte hij geen gemene opmerkingen meer over mij. Hij zei zelfs geen woord tegen me, gaf me alleen een zwijgende moordende blik.
Dit zou een lang jaar worden.
Continue to the next chapter of Keily