
De nachtwaker
Auteur
Constance Marounta
Lezers
5,2M
Hoofdstukken
51
Hoofdstuk 1.
Maggie
„Afdeling technische ondersteuning, met Maggie. Waarmee kan ik u van dienst zijn?“
„Hallo Maggie,“ zei hij zachtjes.
„Jij weer,“ zei ze geïrriteerd terwijl ze in haar stoel schoof. „Wat moet je nu?“
„Schatje, zo praat je toch niet tegen een klant,“ plaagde hij. „Vergeet niet dat ze meeluisteren. Laten we het netjes houden.“
„Ze luisteren ons allebei af, eikel. Nog één keer en ik geef je aan. Niet andersom,“ siste ze, klaar om op te hangen.
„Wacht. Ik heb echt een probleem deze keer,“ zei hij.
„Ja hoor. Ik denk dat ik het liever niet hoor.“
„Maar jij moet mensen helpen met technische problemen.“
„Klopt,“ zei ze met lange tanden.
„En ik heb problemen met mijn computer. Ik heb je hulp echt nodig.“
„Goed dan, meneer. Hoe kan ik u helpen?“ vroeg ze, kokend van woede.
„Blijf gewoon praten, schatje, dan lost het probleem zich vanzelf op,“ zei hij met een diepe stem.
„Krijg de klere!“ riep ze voordat ze de hoorn erop smeet.
Dit was de druppel. Morgen zou ze hem aangeven.
***
Drie maanden geleden was ze overgeplaatst van de receptie naar de technische ondersteuning.
Ze had een hekel aan haar nieuwe baan, en niet zonder reden:
Probleem 1: Ze wist niks van computers of elektronica repareren.
Probleem 2 (dat samenhing met het eerste): Ze hadden haar niet opgeleid voor de functie. Ze gaven haar alleen een handboek, dat ze sindsdien als een bijbel raadpleegde.
Probleem 3: Ze werkte 's nachts. Altijd.
De enige reden dat ze niet meteen haar biezen pakte was omdat ze het geld hard nodig had... en ze niks anders kon.
De receptie betaalde een schijntje, en technische ondersteuning nauwelijks meer, maar de nachtdienst maakte het verschil. Ze verdiende meer.
Dus probeerde ze zichzelf wijs te maken dat het niet erg was dat ze geen vrienden meer had.
Terwijl andere mensen van haar leeftijd 's avonds de bloemetjes buiten zetten, zat zij vast met een headset op, wachtend op klanten tot de zon opkwam.
Daarna ging ze naar huis om te pitten tot het tijd was om weer aan de bak te gaan.
Toen ze acht jaar geleden hierheen verhuisde, had ze nooit gedacht dat haar leven zo saai zou worden. Maar ze was vastbesloten om niet terug te gaan, wat er ook gebeurde.
Niet dat er iets was om naar terug te keren. Ze had niemand, zelfs geen vrienden, in het kleine gat dat ze had verlaten.
Ook hier had ze niet veel vrienden gemaakt. Ze was erg voorzichtig met mensen. Niet dat ze onaardig was, maar ze liet mensen moeilijk dichtbij komen.
Tenminste, dat zeiden haar laatste twee vriendjes toen ze de boel uitmaakten.
Ze deed alsof het haar koud liet, maar van binnen knaagde het. Ze wist dat ze behoefte had aan contact, ze wist alleen niet hoe ze ermee om moest gaan als het gebeurde.
Het enige wat ze kon doen was proberen de weinige mensen die dapper genoeg waren om te blijven niet weg te jagen: meneer en mevrouw Kim van het appartement naast haar, en Celia van haar werk.
Celia was nieuw, en werkte ook 's nachts.
Ze was de enige die haar echt hielp het werk onder de knie te krijgen, dus Maggie besloot aardig te zijn en af en toe een praatje te maken.
„Hé Maggie, ik ga koffie halen. Zal ik er eentje voor jou meenemen?“ vroeg Celia.
Het was weer een doodgewone nacht op het werk, maar Celia's aanwezigheid maakte het meestal draaglijker.
„Nee, bedankt. Ik heb hier mijn muntthee,“ zei ze, wijzend naar haar dampende mok.
„Jij met je munt, oma Maggie,“ plaagde Celia, met rollende ogen.
Zo ging het altijd. Celia bood koffie aan om een praatje te beginnen, en Maggie weigerde terwijl Celia grapjes maakte over haar ouderwetse gewoontes.
Later kwam Celia terug met wat eten dat ze tussen de telefoontjes door deelden.
Soms nam Maggie de snacks mee, of Brad van IT. Hij en Celia plaagden elkaar graag.
Hun geflirt was het schattigste wat Maggie ooit had gezien, en Brad was ook altijd erg aardig tegen haar. Misschien probeerde hij op zijn eigen ontspannen manier haar vriend te worden.
Hij was haar zelfs suikerpeertje gaan noemen. Best vreemd eigenlijk.
De nachtdienst bestond uit vijf mensen. Drie mannen en twee vrouwen. In het begin dacht Maggie dat het te veel van het goede was, maar ze was verbaasd hoeveel telefoontjes ze elke nacht kregen.
Het was fijn om te weten dat ze niet de enige eenzame ziel in de stad was.
Maar waarom zou iemand zich midden in de nacht druk maken om computers? Waarom daar slaap voor laten?
Waarom lees je geen boek als je je verveelt—dat was Maggie's idee en wat zij deed.
„Verdomme, Maggie,“ riep Ethan plotseling naar haar.
Ethan was de naarste persoon van de afdeling, en Maggie mocht hem meteen al niet. Al snel bleek dat ze niet de enige was die zo over hem dacht.
Maar omdat ze de meeste nachten met hem moest werken, probeerde ze beleefd en professioneel te blijven. Dat viel haar niet zwaar. Ze wist hoe ze mensen op afstand moest houden.
Meestal.
„Wat is er?“ vroeg ze geërgerd.
„Je telefoon gaat al twee minuten over! Dat is het probleem.“
„En waarom maak jij je daar druk om?“
„Het is verdomd irritant,“ zei hij boos. „Je wordt niet betaald om te dagdromen.“
„Ga naar een ander bureau, Ethan. De ruimte is leeg. En misschien moet ik je eraan herinneren dat jij niet degene bent die mij betaalt,“ zei ze kalm terwijl ze opnam.
„Afdeling technische ondersteuning, met Maggie. Waarmee kan ik u van dienst zijn?“











































