
Een kans op liefde 4: Liefde bij de eerste hap
Auteur
Guinevere
Lezers
17,5K
Hoofdstukken
2
Hoofdstuk 1
Boek 4: Liefde bij de eerste hap
HUGH
Ik kan niet geloven dat ik met iemand heb geflirt. Ik heb echt geflirt. En gezien mijn verleden met mannen had ik eerlijk gezegd de hoop opgegeven om ooit nog echt een band met iemand te voelen.
Maar hier sta ik dan.
Kwam het door de pasta die hij me gaf? Zat er een liefdesdrankje doorheen? Ugh.
Nadat ik terugkwam van de conventie, heb ik me meteen op mijn werk gestort. Erover praten met Cami hielp wel een beetje, maar ik voelde nog steeds deze vreemde, slechte juju.
In het begin ging alles goed, dus waarom zit ik nu in godsnaam in deze situatie?
Echt alles wat mis kon gaan, is misgegaan. Een eenzijdige flirt? Geghost worden?
Dat hij twijfelt over zijn seksualiteit?
Ik was een chill persoon. Als iemand geen interesse had, was het de moeite niet waard. Als een verdomde teflonpan liet ik de shit gewoon van me afglijden en ging ik verder.
Maar die zeven dagen hebben zo'n impact gehad op mijn lichaam en ziel dat het mijn vibe de afgelopen dagen heeft verpest.
Naast dat ik me kapot heb gewerkt, heb ik ons hele huis grondig schoongemaakt en het omgetoverd tot een complete spa, puur om tot rust te kunnen komen. Maar zelfs de geurverspreider van tweehonderd dollar die ik uit India had meegenomen, deed zijn werk niet.
Ik opende zijn Instagram en scrolde door zijn posts. Negentig procent bestond uit foto's van zijn gerechten, en er stonden amper selfies op.
Ik wilde meer weten, maar er stond amper nuttige informatie op zijn socials. Het is niet alsof ik een beeld kan krijgen van zijn karakter, gebaseerd op hoe hij zijn beef Wellington opmaakt en garneert.
Ughhhh.
Ik keek naar de klok aan de muur en zag dat ik nog vijftien minuten had voordat ik kon uitklokken. De tijd sloop pijnlijk traag door, en ik kreunde vanachter mijn bureau, waarbij ik per ongeluk mijn hoofd hard tegen het blad stootte.
'Fuck!'
'O, mijn god, gaat het, Hugh?' vroeg Louis, onze stagiair. Hij ging meteen naast me op zijn knieën zitten om naar mijn voorhoofd te kijken.
'Ik ben in orde, het is maar een bult,' zei ik.
'Wacht maar even,' zei hij, terwijl hij wegrende.
Ik keek in de spiegel op mijn bureau en bestudeerde net mijn kloppende voorhoofd, toen Louis terugkwam en me een zak bevroren doperwten overhandigde.
'Waar heb je die vandaan?' vroeg ik.
'Uit de keuken.'
'Waarom hebben we in hemelsnaam bevroren doperwten in de kantoorkoelkast?' vroeg ik, terwijl ik de zak aanpakte en op mijn voorhoofd legde.
'Geen idee…'
'Nou, toch bedankt. Je mag nu wel gaan als je wilt,' zei ik, terwijl ik hem wegwuifde.
'Ehm, maar, het is vrijdag,' zei hij, terwijl hij nog steeds niet wegging.
'Dat klopt inderdaad.'
'Wil je misschien samen—' begon hij, maar ik onderbrak hem direct.
'Nogmaals, Louis, dat gaat niet gebeuren.'
'Maar—'
'Ik weet dat ik onweerstaanbaar knap en charmant ben, maar het gaat niet gebeuren, en een zak erwten gaat daar geen verandering in brengen.'
'Oké, misschien de volgende keer?' zei hij met een glimlach, totaal onverstoorbaar. Hij was als een trouwe hond, immuun voor alles wat negatief was. Hij lachte en zwaaide me gedag.
'Wat heb je met die arme jongen gedaan?' zei Ezra, die opeens vanuit het niets verscheen.
'Wanneer ben jij in hemelsnaam binnengekomen?'
'Dat is geheim,' zei hij, geheimzinnig glimlachend, wat me met mijn ogen deed rollen.
'Dus, wat heb je met je stagiair gedaan om hem zo halsoverkop verliefd op je te maken?'
'Dat komt door mijn mooie uiterlijk en charme.'
'Bitch, iedereen in dit gebouw is minstens een dikke acht,' antwoordde hij.
Dat was waar. Ons bedrijf hechtte veel waarde aan uiterlijk. Natuurlijk waren de vaardigheden er wel, maar het was geen geheim dat ze alleen knappe mensen in dienst namen.
'Ugh, ik gaf hem een snack of zoiets, ik weet het niet meer,' zei ik, me niet echt herinnerend wanneer het allemaal begon. 'Maar goed, wat brengt jou hier?'
'Ik heb een heerlijke roddel voor je, lieverd,' zei Ezra. Dat maakte me weer een beetje blijer.
'Oooo, vertel op. Wat is het, schat?' vroeg ik. Ezra keek me aan met een ondeugende blik.
'Dit is alleen voor jouw oren, aangezien ik de dingen nog niet echt heb bevestigd,' begon hij.
'Bitch, vertel het me gewoon!'
'Oké, oké. Weet je nog die knappe directeur die je hebt geïnterviewd?'
'Meneer Preston? Wat is er met hem?'
'Hij date blijkbaar met iemand,' zei hij, en ik hapte naar adem.
'Echt waar? Wie is het? Een actrice? Een zakenmagnaat? Een model?' vroeg ik, terwijl mijn zintuigen tintelden van de roddels.
'Geen idee, maar mijn connecties vertelden me dat ze knap is.'
'Ik vraag me af wie ze is! Ik sterf van nieuwsgierigheid. Nicholas Preston is een knap exemplaar,' zei ik, hoewel niet zo knap als een bepaald iemand…
'Maar nogmaals, dit was alleen voor jouw oren. Ik ben niet van plan om van de Prestons een vijand te maken,' zei Ezra, huiverend voor het dramatische effect.
'Natuurlijk.'
En zomaar, nadat Ezra zijn zegje had gedaan, was hij weg. En de tijd ook.
Ik pakte mijn spullen om uit te klokken en eindelijk thuis uit te kunnen rusten. Ik had besloten dat deze avond helemaal in het teken van zelfliefde zou staan, en dat zou tot in het weekend doorgaan.
Mijn reis naar huis ging in een waas voorbij, en voor ik het wist liep ik door onze wijk. Het voelde vreemd om op vrijdag vroeg thuis te zijn, maar ik was niet in de stemming om naar een bar te gaan en te zwelgen in zelfmedelijden.
Ik wilde mezelf liever thuis in de watten leggen, waar het stil en ontspannend was, en ik elke gedachte kon laten gaan over—
'Luke?'









































