Galatea Logo
Klantenservice
Weerwolven & gedaanteverwisselaars
Maffia
Miljardairromance
Bully-romance
Langzaam opbloeiende liefde
Van vijanden tot geliefden
Paranormaal & fantasy
Voorbestemde partners
Sportverhalen
Studentenromance
Verhalen over tweede kansen
Bekijk categorieën
Beoordeeld met een 4,6 in de appstore
ServicevoorwaardenPrivacyHerroepingsrechtImpressumAbonnement hier opzeggen
Galatea on FacebookGalatea on InstagramGalatea on TikTok
Cover image for Onderzocht

Onderzocht

Auteur
G. M. Marks
Lezers
18.0K
Hoofdstukken
24
Auteur
G. M. Marks
Lezers
18.0K
Hoofdstukken
24
🚀Sciencefiction🥵Erotiek👩🏽‍🎓Studenten⚔️Van vijanden naar geliefden💪🏻Beschermer👽Buitenaardse wezens👩🏻‍🍼Moeders🔒Gedwongen parter🖤Donker

Lucy is uit haar bed ontvoerd en onderworpen aan vreselijke buitenaardse instrumenten die haar meest intieme plekken verkennen en misbruiken.

Ze kent niets anders dan angst — voor de buitenaardse wetenschapper met het afgeschermde gezicht en het lange witte haar, en zijn kleine grijze "helpers" met hun verontrustend nieuwsgierige vingers. Gestrand in de uitgestrekte leegte van de ruimte heeft ze nergens om heen te vluchten en niemand om te vertrouwen... het minst van al de raadselachtige alien die haar bestudeert.

Maar onder het gelaatsscherm schuilt iemand die Lucy nooit had verwacht.

Prachtig, intelligent en gevaarlijk sensueel: hij is veel meer dan zijn steriele laboratorium doet vermoeden. En wanneer angst plaatsmaakt voor fascinatie — en fascinatie voor iets dat geen van beiden kan weerstaan — beginnen wetenschapper en proefkonijn aan een heel ander soort experiment.

Met hun harten en lichamen innig verstrengeld, ontdekken ze misschien wel meer over hun twee soorten dan welk onderzoeksinstrument dan ook ooit zou kunnen.

Hoofdstuk 1: Ontvoerd

LUCY

Ik zit midden in een nachtmerrie. Dat moet wel. Dit kan niet echt zijn.
Maar hoe word je wakker uit een nachtmerrie? Ik draai mijn ogen in mijn hoofd. Ik zeg tegen mijn armen dat ze moeten bewegen, maar ze zijn zo zwaar als boomstammen. Mijn benen zijn nog erger. Ik zit vast, gevangen, onbeweeglijk. Het is een vreselijk gevoel—geen controle hebben over mijn lichaam. Het voelt alsof ik opgesloten zit in mijn eigen huid.
Ik haal diep adem. Blijf rustig. Blijf rustig. Ik verbeeld me vast dingen. Het donker doet dat met iedereen.
Wat is dat?!
Mijn hart maakt een sprongetje door het getik op mijn plafond.
What the fuck is dat?!
Uit het niets vult mijn kamer zich opeens met licht, zo fel dat het in mijn ogen brandt.
Ik kan alleen maar vol afschuw toekijken. Het licht komt door mijn raam en overspoelt mijn slaapkamer, en wordt feller en feller en feller, totdat ik bijna niets meer kan zien.
Ik weet met moeite een stikkend geluid uit mijn keel te krijgen terwijl mijn bed begint te trillen.
Oh God! Oh God! Oh God!
Ik kan er nu niet meer omheen. Ik kan mezelf niet meer voor de gek houden. Ik word ontvoerd! Zelfs in mijn wildste dromen niet…
Oh Jezus. Oh Jezus. Oh Jezus.
Ik hap nog wat meer naar adem, schreeuwend in mijn hoofd, terwijl mijn lichaam langzaam omhoog komt van mijn bed. Meerdere fotolijstjes vallen van de muur op de grond terwijl mijn hele kamer begint te trillen. Hoe kan het dat mijn huisgenoot niets hoort?
Mellissa! Mellissa! probeer ik te schreeuwen.
Ik draai mijn ogen naar het geluid van krassend metaal. Het is mijn raam—het gaat open. Beetje bij beetje gaat het verder en verder open, totdat het niet verder kan. Een paar seconden lang gebeurt er niets. Dan wordt de hor er met een klap uitgezogen. Het ene moment is hij er nog, het volgende moment is hij weg.
Dit is het engste wat ik ooit in mijn leven heb gezien. Gaat dit ook met mij gebeuren?
Ik begin langzaam, onverbiddelijk door de lucht te draaien, totdat mijn voeten naar het raam wijzen. En dan begin ik te bewegen, zwevend in de richting van het raam.
Voor ik het weet, voel ik de koele buitenlucht tegen mijn voeten. De wind waait door de bladeren van de grote esdoorn in mijn voortuin. Het licht blijft verblindend en ik ben blij dat ik mijn hoofd niet kan optillen om te zien wat me te wachten staat. Mijn huis is al erg genoeg, terwijl ik toekijk hoe het langzaam wegdrijft. Verder en verder.
Het wordt steeds kleiner. Net als de grond. Net als de restjes van mijn verstand.
Dan ga ik hoger en hoger en hoger, totdat de weg eruitziet als een klein beekje en mijn huid ijskoud wordt door de koude lucht. Ik kan het nu horen—het schip. Het zendt een zacht gezoem uit dat ik in de wortels van mijn tanden voel. Het licht verandert van verblindend wit naar ziekelijk geel. De misselijkheid borrelt op in mijn maag.
Ik ben zo hoog in de lucht! Wat als de straal uitvalt? Dan eindig ik als spaghetti op het asfalt!
Er klinkt een zacht, metaalachtig gezoem, bijna onmerkbaar tegen het andere gezoem in. Dan verdwijnt het brandende, felle licht gestaag terwijl ik de... terwijl ik de... binnenga.
Er is overal metaal. Vreemde lichten. Iets groens knippert aan en uit in de hoek. En daar zie ik het—een klein platform ter grootte van een eenpersoonsbed, speciaal voor mij.
Nu ik niet meer op de weg te pletter zal slaan, probeer ik tegen te stribbelen—maar het heeft nog steeds geen zin—en langzaam zak ik erop neer. Ik hap naar adem door het ijskoude gevoel van staal tegen mijn rug. Ik kan nog steeds niet bewegen.
Iets luidruchtigs zoemt in mijn oren. Mijn hartslag bonst in mijn keel. Mijn ogen richten zich op een bewegende schaduw, en ik stik bijna weer. Het is er een van hen. Het is er een van hen! Hij is me komen halen. En wat is dat in zijn hand? Het lijkt op een spin. Pas na een paar seconden besef ik dat het zijn echte hand is. Zulke lange, enge vingers! Hij staat in de schaduw, maar ik kan de glinstering in zijn ogen zien.
Ik kijk ernaar, en het kijkt naar mij.
Zijn enorme starende blik is het laatste wat ik zie. Daarna sleept de duisternis me mee.

GRYABRILGEL

De mens ziet eruit als zomaar een ander lichaam, en ik denk er verder niet over na wanneer de grijze werker met zijn lange vingers het mijn laboratorium in duwt. Het eerste wat me opvalt, is dat het een vrouwtje is. Dat kan ik zien omdat haar grote melkklieren strak tegen haar topje drukken.
Ze is een vreemd wezen. Van alle levensvormen waarop ik heb geëxperimenteerd, heeft geen enkele zulke grote extra voortplantingsorganen als zij. Het is een teken van trage evolutie: een teken van een zwak brein dat faalt tegen de instincten van een primitief lichaam.
Ik zal niet liegen—ik voel minachting. Ik kan daar niets aan doen, en ik heb er geen spijt van. Ik ben tenslotte een wetenschapper. Maar ik waardeer haar wel. Ze is een mooi exemplaar om op te werken. Meer ontdekken over haar robuuste voortplantingssysteem zal mijn eigen soort helpen, en vele andere soorten die zich langzaam voortplanten.
De werker duwt haar wagentje op zijn plek. Het groene licht van de zweefmachine doet een snelle scan, knippert en flitst dan fel terwijl het zich hecht aan haar kleinste moleculen. Langzaam komt ze omhoog van het wagentje. Dit is hetzelfde systeem dat haar naar het schip heeft gestraald. Oude, maar betrouwbare technologie.
Ik bestudeer haar even terwijl ze in de lucht zweeft, en let op de bouw van haar botten en spieren. Ze is lang en sterk. Dat is goed. Mijn eerste scans van haar lieten zien dat haar eierstokken vol eitjes zitten. Ik zal ze nodig hebben, samen met alles wat ik verder nog nuttig acht.
Langzaam zweeft ze naar mijn werktafel, de laatste van de drie. Mijn twee andere proefdieren liggen bewusteloos op hun eigen tafels aan weerskanten van haar. Aan mijn rechterkant ligt soort 505 uit de zeeën van de planeet Dorm. Van dit wezen ga ik alles leren over de regeneratie van ledematen.
Aan mijn linkerkant ligt soort 636 van de buitenste maan van de planeet Quinox. Van dit wezen ga ik leren hoe je extreme luchtdruk kunt overleven.
En dan is er nog soort 821 van de planeet Aarde. Van haar ga ik alles leren over vruchtbaarheid en snelle voortplanting.
Alles wat ik moet weten om mijn eigen soort verder te helpen. Een goede verzameling. Ik ga het druk krijgen.
Eerst laat ik mijn werkers haar kleding wegknippen, terwijl hun grote ogen traag knipperen tijdens het werk. Ik kijk toe hoe haar lichaam langzaam aan mij wordt onthuld. Ik voel niets. Ze is tenslotte maar een dier. Nuttig, en alleen belangrijk genoeg om te bestuderen.
Ik zie de benige uitsteeksels van haar sleutelbeenderen en de spieren in haar schouders. Ze is redelijk fit, maar niet dun. Een gezond exemplaar. Ik zie het gewiebel van haar melkklieren terwijl ze verdergaan met knippen, en hun lange, grijze vingers pellen voorzichtig haar topje naar achteren.
Haar tepels zijn groot en zacht—het is warm in mijn lab. Ik houd mijn proefdieren graag comfortabel terwijl ik werk, dus zullen haar tepels pas hard worden als ik ze aanraak. Dat is een van de vele interessante dingen die ik over haar soort ben te weten gekomen. Mijn soort heeft geen tepels.
Ribben. Buik. Navel—wederom een interessant kenmerk. Mijn soort wordt in buizen gekweekt. Het laatste deel van haar topje wordt weggetrokken, en daarna beginnen ze aan haar broek.
„Wees voorzichtig,“ zeg ik tegen ze, terwijl ze langs de binnenkant van haar dijen knippen.
Ik wil niet dat ze beschadigd raakt, vooral niet in zo'n cruciaal gebied. Al snel zijn haar kleren weg en kan ik haar schaamhaar zien. Het blijft een raadsel wat daarvan de functie is. Is het bedoeld om haar schoon te houden? Om vuil en stof buiten te houden? Wordt het door het andere geslacht gezien als een aantrekkelijk kenmerk?
Merkwaardig.
Haar dijen zijn lang en zien er stevig uit. Ik zie moedervlekken en sproeten en wat lijkt op een litteken op haar linkerknie. Ik vouw mijn handen op mijn rug en blijf op veilige afstand staan terwijl mijn werkers slangen uit het plafond naar beneden trekken en mijn steriliserende chemicaliën over haar heen pompen.
Binnenkort zal ze schoon genoeg zijn om dichterbij te komen. Ik kan niet het risico lopen om besmet te raken door een buitenaardse bacterie of verdwaalde spore die gevaarlijk kan zijn. Mijn werkers zijn immuun voor de meeste ziektes. Ik niet.
Wanneer de tijd rijp is, ga ik dat ook bestuderen, maar nu nog niet. Ik heb al genoeg te doen.
Zodra ze veilig is ontsmet, zet ik mijn gezichtsscherm op en trek mijn handschoenen aan. Mijn instrumenten liggen klaar op een tafel naast me, maar eerst bestudeer ik haar met mijn ogen en oren. Ik luister naar haar ademhaling. Ik voel de warmte van haar kerntemperatuur.
Onderzoek draait altijd om simpel beginnen, zelfs al zijn we zo ver ontwikkeld als we nu zijn. Ik raak haar arm aan en pak hem zachtjes vast. Ze is warm en haar huid is zacht en glad. Haar spieren zijn hard. Ik kan de meeste dingen door mijn handschoenen heen voelen, ontworpen voor bescherming zonder verlies van tastzin.
Ze beweegt niet, haar ogen gesloten.
Ik kijk over de lengte van haar naakte lichaam, en beweeg langs de tafel terwijl ik dat doe. Haar heupen steken uit. Ik pak haar linkerheup vast en voel de hardheid van het bot. Haar heupen zijn breed, maar ik kan zien dat ze nog geen kinderen heeft gedragen; de huid van haar bekken is glad en ongerimpeld. Ik raak haar daar aan, haar zachtjes masserend.
Haar handen liggen slap naast haar heupen. Ze zijn klein en kwetsbaar vergeleken met die van de mannetjes van haar soort en met de mijne, maar ik kan het niet helpen dat ik ze bewonder. Haar persoonlijke hygiëne is voldoende—haar vingernagels zijn schoon. Ze glanzen in het licht van de kamer.
Daarna wil ik naar haar vagina kijken. Ik geef mijn twee werkers de opdracht om haar benen in de beugels te leggen. Ze beweegt niet, en dat zal ze ook niet; mijn gas houdt haar verlamd. Het is hetzelfde gas dat ik in haar leefomgeving op haar thuisplaneet heb gepompt. Het heeft geen invloed op mij; het is speciaal ontworpen om de bloed-hersenbarrière van haar soort binnen te dringen.
Nu wordt ze aan mij onthuld. De werkers binden riemen om haar benen zodat ze wijd open blijven. Ik kan nog niet naar binnen kijken—daarvoor zal ik haar later goed moeten openmaken—maar ik neem de tijd om de roze, gerimpelde huid van haar schaamlippen te bestuderen. Het ziet er zacht uit. Een natte, witte substantie laat het weefsel glinsteren.
„Hmm.“
Ik loop op en neer langs haar lichaam, waarbij ik let op elk klein detail dat belangrijk genoeg is om later in mijn logboek te noteren. Hoewel ze een buitenaards wezen voor mij is, kan ik niet anders dan haar bewonderen.
Ik draai me om naar mijn tafel met gereedschap. Ik pak mijn eerste instrument op.

Leeslijsten

Alles weergeven

Duik in romantische boekencollecties samengesteld door onze lezers.

Kidnapped by my mate

door celestial

5 boeken

Nieuwe Nederlandse

door Laura Twente

17 boeken

Nieuw nederlands mei 2025 (nl)

door Laura Twente

12 boeken

My Library

4 boeken

Boeken bewaren

door anita68

21 boeken

Nederland weerwolven

door Laura Twente

11 boeken

Winterhof

door celestial

4 boeken

Ahoeee!!!!

door jumpy_cumquat_679

4 boeken

Owned by the alphas

door Book mermaid

10 boeken

The Millenium Wolves

door LouiseC93

13 boeken

Fairy godmother Inc

door Book mermaid

8 boeken

Owned By the Alphas Saga

door jkc146

12 boeken

Ophelia Bell

door Jeanetta

35 boeken

Linda kage

door irisha20

20 boeken

F.R. Black

door Vikka9

8 boeken

Ontdek Galatea

Dwaas spelDe Greystone Ridge-roedel Boek 5: CrossoverOntvoerd door Mijn PartnerLILAC Zusterschap 4: Een Spaans souvenirGezochte wolf boek 2: Delta

Nieuwste publicaties

Pierce Charming Academy 2: De halfgod-koning kussen & andere slechte beslissingenDe Blue Ice Serie 2: Vallen voor het blauwe ijsDe Ultimateserie boek 3: SavageVecht voor liefdeBlijf van mijn speelgoed af 2: Ana's match