
Solomon Academy 1: Della
Auteur
Lezers
671K
Hoofdstukken
38
Een dag uit het leven van Della
Boek 1: Della
DELLA
Het is Halloween en mijn dienst zit er bijna op. Ik geef de drankjes aan de mannen aan de bar, met een glimlach zo nep als wat, en ze belonen me met een fooi van vijf dollar. Wat spannend!
Een vrouw kuiert naar de bar in een strakke, rode jurk. Ze is mooi, maar alleen aan de buitenkant. Haar aura, een mix van rood en roze, is doorspekt met verleidelijke zwarte flarden.
„Wodka cranberry,“ bestelt ze, haar stem druipend van desinteresse.
Natuurlijk, mevrouw. Mijn enige levensdoel is wodka cranberry's maken. Het is mijn specialiteit. Ik geef haar het drankje en laat mijn vingers langs de hare strijken, terwijl ik de zwarte flarden in mijn huid opzuig. Ze smaakt goed—naar leugens en vergif.
Ze geeft me een veelbetekenende grijns, haar ogen half dicht. Ik denk dat ik het fysieke contact iets te lang heb aangehouden. Ik geef haar mijn beste klantenserviceglimlach en draai me rustig om. Ik hoor haar geïrriteerd zuchten terwijl ze wegloopt. Gelukkig maar!
Ik help nog een paar klanten en dan ben ik eindelijk klaar. Ik kijk op mijn telefoon en zie een berichtje van Lily. Ze wil vanavond uitgaan. Dat betekent alcohol. Nee, bedankt. Ik weet wat alcohol allemaal kapot kan maken, zowel op het werk als in mijn eigen leven. Verdomme, ik heb de littekens er nog van. Bovendien houd ik mijn remmingen graag precies waar ze zijn—intact. Dat is veiliger voor iedereen.
Ik stuur snel een „nee, bedankt“ terug. Met of zonder alcohol, ik heb vanavond meer dan genoeg feestende mensen in kostuums gezien en wil gewoon naar huis.
Ik heb veel fooi gekregen, dus ik besluit langs de drogist te gaan en mezelf te trakteren op een doosje haarverf in mijn lievelingskleur blauw. Ik wandel door de koele nachtlucht en pluk zwarte flarden van de mensen die ik passeer. Ze merken niet dat ik van hun energie snoep, maar niemand merkt dat ooit.
Ik heb nog nooit iemand ontmoet die aura's kan zien zoals ik, laat staan iemand die zich met delen ervan kan voeden. Soms vraag ik me af of ik de enige ben. Of misschien hadden mijn ouders gelijk en ben ik gewoon gek.
Ze zouden mijn huidige huis waarschijnlijk goedkeuren… als ze ooit zouden ontdekken waar ik woon.
Ik glimlach tevreden naar het silhouet van de psychiatrische inrichting terwijl ik erheen loop. Het gebouw staat al sinds de jaren zeventig leeg. Wat ooit een plek van pijn was voor veel mensen, is nu mijn veilige haven. Er zit een zekere poëtische rechtvaardigheid in. Het gekke meisje dat een toevluchtsoord vindt in een oud gekkenhuis. Je kunt de symmetrie ervan niet ontkennen.
Ik ga naar binnen en loop naar de kamer waar ik mijn spullen bewaar. Het was vroeger een isoleercel en het is de meest comfortabele kamer in het gebouw. De zachte muren en vloeren liggen veel lekkerder dan de dunne, kapotte matrassen in de andere kamers. Helaas moest ik het slot van de deur slopen om binnen te komen, maar daarna was het home sweet gesticht.
Ik pak de haarverf en mijn zaklamp en loop door de donkere gang naar de rij oude badkuipen.
Zoals altijd ben ik dankbaar dat de stad het water niet heeft afgesloten terwijl ik de verf uit mijn haar spoel en de felblauwe kleur door het putje zie wegspoelen. Ik droog mijn haar met een handdoek en bewonder mijn felblauwe krullen in de spiegel. Je ziet er goed uit, Della!
Ik ga naar bed, spreid mijn nieuwe blauwe haar uit over de zachte vloer en nestel me lekker onder mijn deken. Ik zak weg in een rustige slaap.
Ik ben weer verdwaald in de mist. Deze droom komt steeds vaker terug, dus ik weet wat er gaat gebeuren. Drie donkere gedaantes lopen op me af. Ze zeggen niks. Ze blijven gewoon naar me toe lopen, maar komen nooit dichterbij.
Maar deze droom is anders. Er is nog iets in de mist—een kasteel dat achter hen opdoemt.
Ik doe een stap naar voren.
Ineens schrik ik wakker van harde stemmen en brekende flessen. Misschien had ik toch met Lily mee moeten gaan. Ik pak mijn mes uit mijn jas en ga in de hoek naast de deur zitten, biddend dat niemand me vindt.
„Dit is fucking bizar!“ roept een man. Ik hoor zijn voetstappen in de gang voor mijn deur. Een dronken gast en zijn vrienden laten vast de kans niet voorbijgaan om in een isoleercel rond te springen. Shit.
Ik begin mijn tas in te pakken in de hoop dat ik ongezien weg kan sluipen. De kans is klein, maar hopen mag altijd. Ik prop mijn deken in mijn rugzak en trek mijn leren jas aan.
Ik hoor de stemmen bij de badkuipen. Mooi. Ik kan via een andere weg naar de trap en vertrekken tot ze weg zijn.
Ik sluip de cel uit en loop recht tegen de borstkas van de engste man die ik ooit heb gezien. Zijn aura is pikzwart. Het is zo dik dat het hem zou moeten verstikken.
Ik kijk omhoog in koude, dode blauwe ogen en een gemene grijns. Ik doe een stap achteruit en bots tegen een andere borstkas. Zijn aura is hetzelfde. Wat moet een mens doen om zo te worden?
„Zo, zo. Wat hebben we hier?“ vraagt de eerste man, terwijl hij aan zijn skeletten-hoodie trekt.
„Ik vraag me af wat ze ons geeft als we 'trick or treat' zeggen,“ zegt de andere man, terwijl hij van achteren in mijn shirt gluurt. Oh, absoluut niet. De man achter me glijdt met zijn handen over mijn heupen en drukt me strak tegen zich aan. Ik voel zijn opwinding in mijn rug drukken.
Dit gebeurt niet echt. Ik heb te veel meegemaakt om deze shit zomaar te pikken.
„Laat me los,“ eis ik.
„Oeh… pittig. Ik hou ervan als ze terugvechten.“ Bone Boy kijkt me gemeen aan. Hij pakt mijn polsen vast met een pijnlijk harde greep.
Ik vecht tegen hun greep, maar de angst krijgt de overhand. Dan voel ik het. Die bekende leegte in mijn maag. Degene waar ik vroeger bang voor was. Degene waartegen ik bijna ben verhongerd door ertegen te vechten. Inmiddels weet ik beter. Ik laat de leegte opengaan en de controle overnemen om me te beschermen.
Mijn angst verdwijnt en ineens ben ik uitgehongerd. Deze jongens worden een echt feestmaal. Normaal pak ik alleen kleine zwarte flarden van mensen, maar deze gasten bestaan helemaal uit zwarte flarden en donkere modder.
Ze ruiken zo lekker. Als een biefstuk voor een uitgehongerde tijger. Ik buig naar de man voor me toe.
Bone Boy lijkt de verandering in mij op te merken, maar hij beseft niet dat mijn gretigheid niet voor seks is. Hij stapt dichterbij en buigt voorover, recht in mijn val.















































