
The Lost Crown Boek 3: Verrader en de Waarheid
Auteur
Lezers
49,3K
Hoofdstukken
30
De Woestijn
Boek 3: De Verrader en de Waarheid
DRAKE
Meester Stone wees ons de weg uit Oswalda en leidde ons de hete woestijn in. Mijn bovenbenen deden pijn van de hobbelige rit. We zaten inmiddels allemaal van top tot teen onder het zand.
Voordat we van school vertrokken, had hij ons dezelfde zandkleurige mantels gegeven. Onderweg reed ik tussen Allyah en Celestria in. Om de tijd te doden, gaven we alle drie onze hengsten een naam.
Het paard van Allyah was kastanjebruin, en ze noemde hem Duke. Celestria had een spierwit paard gekregen, dat ze Gunner noemde. Ik hield de teugels vast van een appelschimmel.
Hij hield zo veel van rennen dat ik hem Runner noemde, en hij was razendsnel. Dat, en het feit dat ik nog nooit iets een naam had gegeven en totaal niet creatief was aangelegd.
Deze paarden waren speciaal gefokt om dag en nacht te reizen zonder te stoppen. Ze waren geweldig. Ik verbaasde me er echt over hoe lang ze konden blijven rennen.
Ze waren niet zo sterk als de link-paarden, maar het waren prima paarden om mee te beginnen. Link-paarden waren heel krachtig. Die konden meerdere dagen reizen zonder pauze.
Ze hadden ook hun eigen speciale krachten. Om te beginnen kon een link-paard zich, zodra je er een kreeg, letterlijk met jouw geest verbinden. Vandaar de naam. Als je verbonden was, kon je elkaar energie geven, met elkaar praten en voelen wanneer de ander in gevaar was.
De nacht was voorbijgegaan en de zon kwam op na een lange rust. We aten kleine stukken brood en dronken water uit onze veldflessen, maar we stopten niet.
Meester Stone dreef ons tot het uiterste. Hij liet niet alleen de paarden hard werken, maar wees ons ook op onze omgang met de dieren. De man had elke fout door die we maakten, maar hij verbeterde ons nooit.
Hij liet ons zelf uitzoeken wat we verkeerd deden. Sommigen van ons hadden nog nooit op een paard gezeten. Paarden waren dure dieren en niet iedereen kwam uit een rijk gezin.
Johnny hielp ons het meest. Hij was echt de paardenfluisteraar van de groep en leerde ons de basisdingen. Eerstejaars probeerden namelijk meestal alleen om in een paard te veranderen, niet om erop te rijden. Buiten hun anatomie wisten we eigenlijk niets van deze dieren af.
Tijdens de rit namen we de tijd om onze nieuwe vrienden te leren kennen: Camden, Bryan, Edward, Franklyn en Gaberial, die het liefst Gabe genoemd wilde worden. Franklyn wilde geen Frank genoemd worden. Dat was namelijk de naam van zijn vader, en om de een of andere vreemde reden konden hij en zijn vader niet goed met elkaar opschieten.
Meester Stone luisterde heel aandachtig naar ons. Ik wist niet of hij doorhad dat ik hem in de gaten hield, maar ik wist wel dat hij stilletjes zijn leerlingen leerde kennen.
Uiteindelijk nam Stone het woord. „Houd je stil en wees overal op voorbereid. Schilden.“
We trokken onze magische schilden op, niet alleen om onszelf, maar ook om onze paarden. We kwamen aan in een kleine vallei, omringd door de zanderige heuvels van de woestijn. Camden keek wild om zich heen om te zien tegen wie we onszelf moesten beschermen.
Toen hij naar me keek, schudde ik mijn hoofd zodat hij zou stoppen. Laat de vijand nooit merken dat je geen idee hebt waar ze zijn.
Meester Carleton zou hem voor die fout honderd rondjes hebben laten rennen. Het nieuwe teamlid luisterde en hield zijn schild stevig vast.
„Boven!“ riep Meester Stone.
We richtten al onze schilden op de plek recht boven ons. Pijlen regenden op ons neer. Stone stuurde zijn paard scherp naar links en wij volgden hem.
De meester bracht ons naar een grote grot in de buurt. We sprongen van onze hengsten af en gingen naar binnen.
„Druhoul.“ Stone zwaaide met zijn toverstok over de ingang.
„Een verhullingsspreuk,“ fluisterde Celestria zachtjes.
Ze wist heel goed dat ik geen idee had wat hij zojuist had gezegd. Ik was trouwens niet de enige. Tanner wachtte ook op haar uitleg.
Het team keek toe hoe er een gele, glinsterende mist uit zijn toverstok stroomde. De glinstering trok van de ene kant van de ingang naar de andere en verdween toen langzaam. Het liet een stenen muur achter.
„Het ziet er misschien uit als een muur, maar als iemand erdoorheen probeert te lopen, glipt hij zo naar binnen,“ liet Meester Stone ons weten.
We hadden weleens over verhullingsspreuken gelezen. Maar eerstejaars kwamen naar de academie om de magie in zichzelf te ontwaken en verdediging te leren. Pas in het tweede jaar begon je je magie echt te testen.
De meester legde zijn vinger op zijn lippen om ons stil te houden. Elke minuut leek wel een eeuwigheid te duren. Dat wachten in een grot, zonder iets te kunnen doen, maakte me gek.
Stone haalde een opgerold stuk perkament tevoorschijn en legde het op de vloer van de grot. Het was een kaart van de woestijn waar we nu middenin stonden. Hij gaf een teken dat we moesten opletten en wees naar een klein plekje op de kaart.
Rode stippen verschenen overal om ons heen. We waren zwaar in de minderheid. Gelukkig was ik zo slim geweest om een speciale tas in te pakken terwijl de anderen bij de toverstokmaker waren.
Ik had de tas gevuld met allerlei elixers uit mijn geheime voorraad in het toverdrankenlokaal. Die voorraad lag verborgen achter een grote boekenkast. Ik was er honderd procent zeker van dat de Toverdrankenmeester afwist van die plek. Ze wist vast ook wie de drankjes daar had neergezet. Ze had er echter nooit iets over gezegd, dus ik zweeg er ook over.
De toverdranken waren voor noodgevallen. De meesters hadden ons juist geleerd om altijd een vluchttas klaar te hebben staan. Een extra set kleding, drankjes, wapens, wat eten en een veldfles met water. Ze leerden ons wat we nodig hadden om in elke omgeving te kunnen overleven.
Ik rende naar een van de zadeltassen en haalde mijn spullen eruit. Iedereen kwam om me heen staan, terwijl ik meerdere kleine zakjes met blauw poeder klaarmaakte. Onze meester bleef op een afstandje staan en keek toe hoe ik dit met iets anders mengde.
Hij zei geen woord. Ik dacht echt dat hij me zou proberen te stoppen, maar de man keek alleen maar toe terwijl ik doorging.
„Is dat wat ik denk dat het is? Ongelofelijk.“ Franklyn woog het kleine zakje in zijn hand.
„Dat is nog maar het begin.“ Tanner straalde van trots. „Wacht maar tot je ziet hoe ze écht uitblinkt.“
De prins en ik waren goede vrienden geworden tijdens de toverdrankenles. Hij wist precies wat ik aan het maken was.
Tanner was de enige andere persoon die afwist van mijn geheime plek. Als ik dacht dat iedereen klaar was voor die dag, bleef ik vaak achter om te experimenteren en mijn voorraad aan te vullen.
Ik wist nooit wanneer ik haastig iets nodig zou hebben, zonder de tijd te hebben om het te maken. Daarom vulde ik mijn voorraad goed aan. Het was natuurlijk vooral bedoeld om van te leren. Ik had nooit gedacht dat ik het daadwerkelijk nodig zou hebben.
Onze geliefde prins was een keer stiekem naar me toe geslopen terwijl ik het verborgen vak opende om er wat nieuwe mengsels in te zetten. Ik schrok me helemaal wezenloos. Natuurlijk stelde hij wel duizend vragen over zijn ontdekking, maar hij heeft me nooit verraden.
In onze vrije tijd ging Tanner vaak met me mee naar het lokaal van de Toverdrankenmeester om mijn vaardigheden te oefenen. De meester maakte daar nooit bezwaar tegen. Ze gaf ons de vrije hand met alles in haar klas.















































