
Wolven van het Westen Boek 4
Auteur
Lezers
23,3K
Hoofdstukken
25
Hoofdstuk Een
Boek vier: De dochter van de alfa
De achttienjarige Ebony wil niet op zomerkamp gaan. Daar wordt van haar verwacht dat ze een mate vindt, waarin ze geen interesse heeft, en mag ze haar speciale krachten niet gebruiken.
„Hoe voelt het om langzamer te zijn dan een meisje?“ riep ik over mijn schouder.
Ryan stond te hijgen en te puffen toen hij eindelijk naast me kwam staan. Drie uur lang onafgebroken tegen een berg op rennen bleek iets te zwaar voor hem te zijn.
„Geweldig.“ Hij haalde een paar keer diep adem om zijn smachtende longen met lucht te vullen. Hij stak zijn armen in de lucht om zich uit te rekken. Daarna liet hij zijn handen in zijn haar vallen en wreef hij erdoorheen.
Ik glimlachte naar hem en pakte zijn hand. Hij kneep in de mijne als antwoord. We gingen zitten en keken uit over de toppen van de bomen onder ons.
Na een moment zuchtte hij, en ik keek naar hem terwijl ik zijn knappe gezicht bewonderde.
Ryan was mijn beste vriend, al sinds ik acht was. Ik vond het vreselijk dat ik de zomer niet met hem kon doorbrengen, maar ik werd min of meer gedwongen om te gaan.
Hij zuchtte nog eens en strekte zijn benen voor zich uit.
„Het is klote dat ik niet met je mee kan,“ zei hij, terwijl hij met zijn ogen tegen de zon in kneep. „Ik heb het aan mijn moeder gevraagd, maar ze is boos dat oom Jude en ik dat weekend zijn weggegaan zonder het haar te vertellen.“
Ik blies zachtjes uit. „Ik baal er sowieso van dat ik überhaupt moet gaan. Maar mijn vader denkt dat het goed voor me is.“
„Hij wil gewoon dat je je mate vindt,“ vertelde Ryan me met een frons.
Ik trok een pijnlijk gezicht. „Herinner me er niet aan.“ Ik wilde helemaal geen mate, en ik had er al helemaal geen nodig. Ik zag welk effect het had op mijn moeder en mijn tante Rachel.
Ze bonden je vast en maakten alles ingewikkeld. Misschien wilde ik ooit wel een mate, maar voorlopig wilde ik net als mijn tante Dakota zijn en me pas in mijn dertiger jaren settelen.
„Het is jammer dat wij geen mates kunnen zijn,“ mompelde Ryan binnensmonds.
Ik draaide me om en keek hem aan om zijn blik te vangen. Zijn haar, waarvan ik niet kon beslissen of het nou blond of bruin was, hing voor zijn ogen. Daardoor kon ik niet zien wat hij voelde.
In plaats daarvan duwde ik gewoon met mijn schouder tegen de zijne. „Zou je me echt je hele leven willen verdragen?“
Hij grijnsde. „Nee, misschien toch niet.“
Ik stompte hem op zijn arm en zijn grijns werd breder. „Wanneer vertrek je ook alweer? Want hoe eerder, hoe beter.“
Ik wierp hem een droge blik toe. „Doe niet zo gemeen, zeg.“
„Je weet dat ik van je hou,“ zei hij, „maar serieus, wanneer ga je weg?“
Ik keek naar beneden. „Morgenochtend om zes uur.“
Hij snoof hoorbaar adem naar binnen. „Ik ga echt niet zo vroeg opstaan.“
Ik schopte tegen zijn scheenbeen. „Eikel.“
„Prinses.“
„Je zult voor me opstaan,“ stelde ik vast. „Daarvoor hou je te veel van me.“ Hij keek me aan en staarde, met een klein glimlachje op zijn gezicht. Na een paar seconden was hij nog steeds stil. Ik keek hem aan en vroeg: „Wat?“
Hij schudde langzaam zijn hoofd en sprong overeind. „Niets.“ Hij stak zijn hand uit zodat ik hem kon pakken en glimlachte. „Ga je mee naar beneden?“
Ik sprong zelf op en negeerde zijn hand. „Ik race tegen je!“
Hij kreunde, maar ik was al aan het rennen. Ik hoorde zijn voetstappen achter me en lachte. Ik versnelde mijn pas en liet hem ver achter me.
***
„Ebony!“ riep mijn moeder. „Kijk toch naar je haar!“ Ik bracht mijn hand omhoog en raakte de warrige bos op mijn hoofd aan.
Mijn blonde haar viel over mijn schouders in strakke krullen waar lastig mee te werken was. Hardlopen maakte mijn haar alleen maar onhandelbaarder.
Ze viel me aan met haar handen en likte aan haar vingers, voordat ze mijn pluizige haar probeerde glad te strijken.
Ik lachte en sloeg haar handen weg. Het kon me niet schelen hoe mijn haar zat. Ze fronste naar me en gaf me een tik met de theedoek.
„Ik zeg het je zo vaak. Doe je haar vast als je gaat hardlopen!“
Mijn moeder was een kleine vrouw met een tenger postuur. Dat hadden we met elkaar gemeen. Ze staarde me aan, in de verwachting een antwoord te krijgen. In plaats daarvan omhelsde ik haar gewoon. Ik wist dat ze daardoor veel sneller zou ontdooien.
„Dat zal ik de volgende keer doen,“ beloofde ik.
Ze gromde speels naar me. „Als je straks omringd bent door een heleboel wolven van jouw leeftijd, let je vast beter op je uiterlijk.“
Ik snoof luid en ze wierp me een droge blik toe. „Het is echt waar, Ebony, je weet maar nooit of je jouw...“
Ik trok een vies gezicht en stak mijn hand op. „Zeg het niet eens.“
„Mate.“
Ik kreunde en legde mijn hoofd op tafel. „Mam,“ klaagde ik, terwijl ik het woord langdradig uitsprak.
Ze had die dromerige blik al in haar ogen. „Ik weet nog goed toen ik je vader ontmoette,“ peinsde ze. „Godin, wat was hij een eikel! Ik haatte hem. Hij moest echt nodig eens...“
„Bespaar me de details alsjeblieft,“ smeekte ik. Mijn vader en moeder waren nog steeds heel erg verliefd. Het enige waar ze nóg meer van hielden, was praten over elkaar en hun band. Ik werd er gek van.
Ze rolde met haar ogen, iets wat ze heel vaak deed. Doordat weerwolven anders ouder worden, zag mijn moeder eruit als negentien, bijna twintig. Ze leek in de verste verte niet op een vrouw van achtendertig.
Ik wist dat wanneer ik over een klein jaar achttien zou worden, ik ook zou stoppen met normaal ouder worden. Die gedachte was verontrustend.
„Je vader wil vanavond een speciaal diner organiseren,“ informeerde mijn moeder me, terwijl ze bezig was met de afwas bij de gootsteen.
Een paar roedelleden liepen door de keuken en pakten blikjes frisdrank of wat fruit. De meeste wolven waren buiten aan het genieten van de laatste uurtjes van de zondag. Ze genoten van de zon en renden door de bossen.
„Moet dat echt?“ kreunde ik.
Ze fronste naar me. „Ik zal nooit begrijpen waarom je zo tegen tijd met de familie bent. Je zusjes zijn een afscheidstaart voor je aan het bakken.“
„Ik ga maar twee maanden weg, niet voor de rest van mijn leven, mam,“ klaagde ik.
„Je broertje is een kaart voor je aan het maken,“ ging ze verder, terwijl ze verwoed in een pan stond te schrobben.
Om dat laatste moest ik glimlachen. Mijn broertje, Jake, was erg stil en niet echt aanhankelijk naar anderen. Het maakte me blij dat hij de moeite nam om iets voor me te maken.
„Zijn we alleen met ons gezin? Of komt tante Rachel ook?“ Tante Rachel was eigenlijk helemaal geen familie. Ze was de beste vriendin van mijn moeder. Ik was gewoon opgegroeid met het idee dat ze mijn tante was.
Ryan was haar zoon, en Tara, die twee jaar jonger was dan Ryan en ik, was haar dochter.
„Alleen wij,“ beloofde mijn moeder. Ze trok haar ogen wijd open toen ze me aankeek, alsof ze me zowat smeekte om enthousiast te zijn.
„Vooruit dan maar,“ gaf ik toe. „Maar ik kan niet de hele avond bij jullie blijven. Ik moet ook nog inpakken.“
Mijn moeder glimlachte. „Mooi! Logan zal door het dolle heen zijn!“
„Waarom is dat?“ vroeg mijn vader, die de keuken binnenliep. Hij sloeg zijn armen om de middel van mijn moeder en kuste haar in haar nek, voordat hij haar weer losliet.
Samen met zijn Bèta, Deacon, had hij de hele ochtend hardgelopen. Mijn vader was de Alfa van deze roedel en vervulde die rol al sinds hij zeventien was.
„Ebony is akkoord gegaan met een familiediner,“ zei mijn moeder met een brede glimlach.
Mijn vaders ogen lichtten op. „Geweldig! Ik ga Cassie en Kate meteen vertellen dat ze kunnen beginnen met bakken.“ Hij gaf mijn moeder nog een kus en streek door mijn toch al verpeste haar, voordat hij mijn zusjes ging halen. Ze waren acht jaar oud en een tweeling.
Mijn moeder lachte naar me. „Waarom ga je niet de rest van de middag met Tara en Ryan doorbrengen? Ze willen vast nog even bij je zijn voordat je weggaat.“
Ik haalde diep adem en voelde mijn maag ineenkrimpen. „Ik wil niet gaan, mam.“
Ze fronste. „Ik weet het. Zowel je vader als ik zijn het erover eens dat het goed voor je is om te gaan. Je bent bijna achttien, we willen dat je wat andere roedels en weerwolven ervaart buiten Astoria.“
Ik rolde met mijn ogen. „Het zal wel.“
„Mijn Godin!“ gierde mijn moeder van het lachen. „Kijk die puberale houding nou toch!“
Ik stak mijn tong naar haar uit en we moesten allebei lachen. Ik gaf haar een kus op de wang en ging toen naar buiten om Ryan te zoeken. Hij stond buiten met een paar andere roedelleden te praten.
Ik liep ernaartoe en glimlachte. De andere jongens deinsden achteruit, omdat ze niet te dicht in de buurt van de dochter van de Alfa wilden komen.
Alleen Ryan bleef staan. Hij lachte naar me, waarop de andere jongens hun blik van mijn gezicht afwendden en rondkeken op het erf.
„Hé jongens,“ groette ik, terwijl ik mijn handen in mijn zakken stak.
Er volgde een koor van gemompelde begroetingen van de jongens. Het waren de nieuwe handhavers. Ze zouden de stoerste van de nieuwe wolven moeten zijn. Ryan zelf was een uitkijk. Hij was te tenger om te vechten.
„Ik dacht dat je aan het inpakken zou zijn,“ zei Ryan. Zijn haar was nog steeds in de war van het rennen, net als dat van mij.
Ik haalde mijn schouders op. „Ik ga na het eten wel inpakken.“
„Wij... eh... wij moeten ervandoor,“ mompelde een van de handhavers, terwijl hij over zijn nek wreef. „Tot later, Ryan.“ Hij draaide zich naar me toe en boog zijn hoofd: „Alfa.“ En toen waren ze verdwenen.
Ik slaakte een diepe zucht. „Niemand wil ooit met mij praten.“
„Je bent te lelijk,“ oordeelde Ryan simpelweg. Ik rolde met mijn ogen. We gingen op een paar tuinstoelen zitten. Tara lag languit op een deken, en was verdiept in een boek.
„Hé Tara,“ begroette ik haar met een glimlach. Ze was de beste vrouwelijke vriendin die ik had. De andere meisjes waren niet bepaald vriendelijk tegen me. Ze glimlachte even, maar keek niet op van haar boek. Net als haar vader was ze erg stil.
Ryan sloeg het boek uit haar handen. „Ze vertrekt morgen, Tara. Je zou wel wat beleefder mogen zijn.“
Tara gromde naar hem. „Ik was net bij het stuk...“
„Het geeft niet,“ viel ik haar in de rede. Ik hield niet zo van lezen. Ik vond het nog vervelender als mensen me verhalen uitlegden die ik toch nooit zou gaan lezen. „Ik begrijp het wel.“
Ryan keek zijn zus nog steeds boos aan. Toen Tara het eindelijk doorhad, vroeg ze: „En, Ebony, heb je zin om naar dat zomerkamp te gaan?“
Ik schudde mijn hoofd. „Ik zie er eigenlijk enorm tegenop. Maar mijn ouders denken dat het een goed idee is, dus...“ Daar liet ik het bij, omdat ik er verder niet over wilde praten.
Het kamp zou een leuke plek moeten zijn voor jonge weerwolven. Ze speelden er spelletjes en gaven ons les over de geschiedenis van onze soort. Voor mij voelde het als pure zonde van de zomermaanden.
Ryan leunde achterover op zijn handen. „Ik zou zo meegaan als ik mocht.“
„Jij en oom Jude waren zó stom...“
„Waarom ga je niet ergens anders lezen, Tara?“ mopperde Ryan. Tara glimlachte breeduit. Haar gezicht leek zo sprekend op dat van haar moeder.
„Nah, ik zit hier wel goed.“ Zowel Tara als ik moesten lachen. Daardoor liep Ryan een rood hoofd op.
Ik keek naar ze en zei: „Ik ga jullie echt missen, jongens.“
Ryan keek me aan met een grijns. „Ik wou dat ik hetzelfde kon zeggen.“ Ik stompte hem tegen zijn arm en met z'n drieën lachten we hardop.
Het was echt zo, besefte ik plotseling met een steek in mijn maag. Ik zou ze echt gaan missen. Zelfs al was het maar voor één zomer.
***
„Bedankt, jochie,“ zei ik, terwijl ik door het donkere haar van Jake woelde. Hij werd knalrood en lachte naar me. Hij miste zijn twee voortanden.
„Geen probleem, Ebony,“ zei hij, terwijl hij een beetje sliste. Ik keek naar beneden naar zijn kaart en glimlachte nog breder. Het was schattig van hem dat hij iets voor me had gemaakt.
„Je hebt je taart nog niet opgegeten,“ zei Kate, terwijl ze haar grijze ogen strak op mijn bord had gericht.
Cassie fronste. „Vind je het niet lekker?“ Ik nam een lepel van hun taart en stopte die glimlachend in mijn mond.
„Ik vind het heerlijk.“ Ze glimlachten allebei naar me toen ik de hap doorslikte.
Mijn moeder glimlachte ook. „Ik kan niet wachten tot je weer terug bent. Je zult zulke geweldige verhalen hebben om te vertellen!
„Ik heb gehoord dat ze allerlei leuke uitstapjes gepland hebben! En ze vertellen je alles over de geschiedenis van de wolven en de Godin! Ik zou haast willen dat ik zelf mee mocht gaan.“
„En alle wolven die meegaan, zijn van jouw leeftijd. Misschien zul je wel...“ begon mijn vader.
Ik trok een vies gezicht en hij liet het onderwerp rusten. Er verscheen een kleine glimlach op zijn gezicht. Jake, die naast mijn vader zat, keek verward. Jake was een kopie van mijn vader. Van zijn donkere haar tot zijn lichte ogen.
„Ik ben blij dat ik niet hoef te gaan,“ zei Cassie. „Ik zou de zomer met mijn vriendinnen echt niet willen missen.“
„Zij gaat nieuwe vrienden maken,“ zei mijn moeder glimlachend. „Toch, lieverd?“
Ik knikte. „Zeker.“ Gekletter aan mijn linkerkant trok mijn aandacht toen Jake met zijn elleboog tegen de rand van zijn bord stootte. Nog voordat het porseleinen bord vol eten op de grond kletterde, schoot mijn hand naar voren om het tegen te houden.
Ik grijnsde toen het bord net boven de vloer zweefde. Er was niets dat ik liever deed dan mijn gaven gebruiken.
Zonder haar hand op te tillen, of überhaupt naar het bord te kijken, liet mijn moeder het bord uit mijn handen omhoog zweven. Ze zette het vervolgens weer netjes voor Jake neer, die verder at alsof er niets was gebeurd.
Mijn moeder was tien keer zo vaardig als ik, ondanks dat haar krachten ruim tien jaar geleden van haar waren afgenomen. Haar enige kracht die nog over was, was haar sterkste: telekinese.
Mijn vader schoof ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel. Hij wist wat er ging komen.
„Ebony.“ De stem van mijn moeder klonk ijzig scherp. „Weet je nog wat ik je vertelde over het gebruiken van je gaven?“
Ik keek naar beneden naar de drassige chocoladetaart die mijn zusjes hadden gemaakt. „Ja.“
„Je kunt ze niet gebruiken als je weg bent,“ vermaande ze me. „Het is niet veilig.“ Alleen onze directe familie wist wat mijn moeder en ik konden. Ryan hoorde daar ook bij.
„Ik weet het. Het was gewoon een reflex,“ vertelde ik haar.
Ze had me de afgelopen twee weken kortgehouden. Ik mocht mijn gaven totaal niet gebruiken. Ze wilde dat ik gewend raakte aan de langzame, normale manier van werken. Aangezien ik op zomerkamp een hut deelde, moest ik voorzichtig zijn.
„Ik wou dat ik de krachten van Ebony had,“ klaagde Cassie, terwijl ze kribbig haar armen onder haar kin vouwde.
Mijn moeder wierp haar een ijzige blik toe. Ze had zelf geworsteld met haar gaven. „Doe dat niet.“
Cassie haalde alleen maar haar schouders op en at verder van haar taart. Ze trok zich weinig aan van de ijskoude blik van onze moeder. Tot nu toe was ik de enige die de gaven van mijn moeder had geërfd.
Natuurlijk kon ieder ander van mijn broertje en zusjes plotseling uit het niets dingen laten zweven. Ik wist dat mijn moeder daar erg bang voor was.
Mijn vader hief zijn glas en liet ons allemaal hetzelfde doen. „Ik wil graag een toost uitbrengen op Ebony.
„We hopen allemaal dat je een geweldige tijd op je reis zult hebben. We hopen dat je iets nieuws leert, dat je veel nieuwe vrienden zult maken, en dat je zult groeien door deze ervaring. We houden van je en zullen je erg missen. Op Ebony!“
De rest van mijn familie juichte luid mee en we lieten onze glazen klinken. De rest van het diner vloog voorbij. Voor ik het wist, was ik in mijn kamer om mijn kleren en toiletspullen in te pakken.
Ik propte de meeste spullen in mijn bruine koffer. De rest ging gewoon in mijn schoudertas.
Toen ik eindelijk klaar was met inpakken, ging ik in mijn bed liggen. Ik hield mijn kussen stevig tegen mijn borst gedrukt, zoals ik dat elke avond deed.
Ik wachtte tot de slaap me overmande. Toch was ik zo gespannen dat het me niet lukte. Daardoor rustte ik maar een paar uurtjes, die ook nog eens erg onrustig waren.
Toen mijn wekker om half zes afging, slaakte ik een diepe zucht. Vervolgens rolde ik me om en drukte op de uit-knop.
Ik sleepte mezelf naar de douche. Naderhand draaide ik mijn drijfnatte, warrige haar in een knot in mijn nek. Ik deed totaal geen moeite om het netjes in model te brengen.
Er werd op mijn deur geklopt. Mijn vader stak zijn hoofd om de hoek: „Klaar, Eb?“
Ik knikte, terwijl ik geeuwde en stak mijn handen in de zakken van mijn trui. „Ja, denk het wel.“
Hij liep de kamer door en trok me tegen zich aan. Hij begon te lachen toen hij merkte dat mijn haar nog nat was. „Je moeder vermoordt je als ze erachter komt dat je haar zo nat is.“
„Weerwolven worden niet verkouden,“ mopperde ik.
Hij haalde zijn schouders op. „Ze is een tijdje mens geweest, ze denkt nog steeds dat nat haar en koude voeten je ziek maken.“
„Ze is gek,“ lachte ik.
„Ze houdt van je,“ reageerde hij, waarna hij mijn tassen oppakte.
Ik zuchtte. „Ja, dat weet ik.“
„Ik hou ook van jou,“ zei hij. „Dat weet je toch?“
Mijn vader lachte naar me. Hij kneep zijn ogen op een erg vertrouwde manier samen. Ik mopperde binnensmonds, wat hem weer aan het lachen maakte. Ik hield wel van mijn vader, hoewel ik boos was dat hij me naar een of ander stom kamp stuurde.
Na een heleboel afscheidsknuffels en wensen voor veel succes, zat ik uiteindelijk in de auto. Ik was onderweg naar Californië. Daar zou ik een hele zomer lang vastzitten met mensen die ik helemaal niet kende.
Ik keek uit het raam en zuchtte diep. Ik had het gevoel dat de komende twee maanden van mijn leven echt verschrikkelijk zouden worden.
Had ik toen maar geweten dat het uiteindelijk allesbehalve dat zou zijn.













































