
De Brimstonebroeders boek 4: Axel
Auteur
Lezers
95,9K
Hoofdstukken
17
Proloog
Book 4: Axel
VICTOR
In de ogen van het publiek was Victor Humphry slechts een plaatsaanwijzer in het theater. Er stak echter meer achter hem en zijn werk dan men op het eerste gezicht zou denken.
De bezoekers zagen hem aan voor een saaie man die hen simpelweg naar hun stoel bracht, maar ze hadden er geen flauw idee van wie hij na de laatste buiging eigenlijk was.
Hij was dan wel niet knap, maar hij was wel charmant. Zijn bedstijlen zaten vol kerven die waren achtergelaten door actrices die hun carrière in de theaters waren begonnen voordat ze sterren werden in de stomme films.
Natuurlijk wist hij wel dat de actrices hem gebruikten in de hoop een hoofdrol te bemachtigen, maar dat vond Victor niet erg. Hij stond met alle plezier tot hun beschikking.
Er werd in de wandelgangen gefluisterd over films met geluid, maar Victor wist zeker dat het allemaal kletspraat was. Zelfs als het mogelijk was, betwijfelde hij of het dezelfde magie zou hebben als de livevoorstellingen op het podium.
Naar een live-optreden van acteurs kijken had iets magisch. Het vulde hem met spanning om ze naar adem te zien happen als ze hun beurt misten en om hun wangen te zien blozen als er iets misging met hun kleding.
Ook al zouden zulke momenten voor de meesten genoeg zijn om van schaamte te willen wegrennen, professionele acteurs vonden altijd de moed om voor de show door te blijven gaan. Dat was wat acteren tot een kunst maakte.
Victor verkoos een paar menselijke dwaasheden en foutjes ruimschoots boven de gekunstelde voorstellingen op het witte doek.
Anderen moesten Victors minachting voor de bioscoop wel delen. De voorstelling van vanavond in het Profit’s Playhouse was een musical getiteld The Chicken or the Hen, en ondanks deze weinig dramatische naam zat de zaal vanavond propvol.
Nadat Victor de laatste bezoekers naar hun plaats had begeleid, liep hij even de straat uit naar de nieuwe bioscoop aan de rand van de stad. Hij zag tot zijn genoegen dat de rijen daar buiten maar dunbezaaid waren.
Vanachter de gesloten deuren van het theater hoorde Victor het laatste nummer spelen, wat betekende dat de pauze er bijna aan kwam. Hij haastte zich, knoopte het jasje van zijn uniform dicht en nam zijn positie in, klaar om de theaterbezoekers naar buiten te laten die uit angst de voorstelling te storen geen gebruik hadden durven maken van de faciliteiten.
Het geplande liedje voor de pauze was een vrolijke solo, gezongen door Veronica Cramer, een van de veelbelovende nieuwe sterren van het theater. Ze was prachtig en vocaal bijzonder begaafd.
Hoewel Victor het ermee eens was dat haar uitstraling op het podium werkelijk bovenaards was, was ze toch een beetje preuts. Hij zag haar niet ver komen in de showbusiness.
Victor had geen hoge verwachtingen gehad van deze flop van een voorstelling, maar hij genoot wel van de muzikale nummers, vooral van het liedje dat de eerste akte afsloot. Vol verwachting leunde hij naar de deur toe.
Maar toen Victor zijn oor tegen de deur drukte, merkte hij dat het liedje vals werd gezongen en dat zelfs de strijkmuziek raar klonk. De geluiden vanachter de deur deden zijn hoofd tollen.
Hij wankelde even op zijn voeten toen hij een opkomende golf van misselijkheid moest wegslikken. Hij bedekte zijn mond en deed een paar stappen naar achteren in een poging bij te komen van het vreemde gevoel.
Toen het lied ten einde kwam, wachtte Victor nog zestig seconden extra voordat hij de deuren wijd opengooide, in de verwachting van een stormloop van theaterbezoekers die te popelen stonden om naar het dichtstbijzijnde toilet te gaan of een snack te halen.
Nadat de seconden om waren, draaide hij de knoppen om en opende hij de deuren wijd. Hij stapte snel opzij om het publiek de ruimte te geven, maar de verwachte stormloop bleef uit. Het enige dat naar buiten kwam, was een walgelijke stank.
Victor deinsde achteruit terwijl zijn ogen begonnen te tranen. Hij graaide in zijn zak en haalde er een zakdoek uit om zijn neus te bedekken, terwijl hij de tranen wegknipperde die over zijn wangen begonnen te lopen.
Hoe weerzinwekkend hij de stank ook vond, wist hij dat hij op onderzoek uit moest gaan. Het was immers zijn plicht. Hij haalde diep adem, deed een stap naar voren en tuurde de zaal in, waar hij onmiddellijk spijt van kreeg toen hij werd begroet door een gruwelijk schouwspel.
Slechts een uur eerder had hij nog welgestelde koppels begroet die het theater regelmatig bezochten, evenals arbeiders die alleen kwamen voor de mooie actrices en jonge stelletjes die wanhopig probeerden te ontsnappen aan de waakzame blikken van hun ouders.
Victor had hen één voor één welkom geheten en was verheugd om te ontdekken dat de voorstelling was uitverkocht. Voordat hij de deuren had gesloten, had hij nog even de tijd genomen om de vitaliteit die de ruimte had gevuld in zich op te nemen.
De stoelen waren nog steeds allemaal bezet, maar de gezonde lichamen die het theater hadden betreden, zaten er niet langer in. In plaats daarvan waren de stoelen nu gevuld met rottende lijken.
Een geluid trok Victors aandacht naar het podium, waar hij zag hoe een skelet, gekleed in het kostuum van de grote ster van de show, in elkaar zakte.













































