
Zijn Starbound Claim
Auteur
Lezers
261K
Hoofdstukken
31
Hoofdstuk 1
POLOMA
„Dit verhaal is een nieuwe versie van Punished By The Alpha. Het is gemaakt met de zegen van de auteur.“
***
Honderdduizend jaar lang heeft mijn volk over deze landen gelopen.
Het grote eiland Itse, prachtig in al zijn grootsheid. Het geeft gul, zolang wij ook eerlijk iets teruggeven.
Door de jaren heen hebben de Goden ons leven, geluk en overvloed geschonken.
Dankzij de rijkdommen van Itse hebben de stammen gebloeid. We zijn op technologisch gebied veel verder dan elke andere samenleving op aarde.
Maar van alle gaven waarmee het volk van Itse gezegend is, is er geen sterker dan de Starbound.
Elke inwoner is ermee gezegend. Ze zijn als je wederhelft, je zielsverwant.
De legende zegt dat de Starbound door de Goden zelf wordt gegeven.
De moderne wetenschap stelt dat de koppeling komt door een gen dat alleen het Itse-volk bezit.
Maar wat de oorzaak ook is, ze betekenen alles voor een inwoner.
Men zegt dat wanneer je jouw Starbound ontmoet, niets jullie liefde kan stoppen.
Je doet er alles aan om bij hen te zijn. Al is het maar om in hun armen weg te zinken.
Zonder hen zijn, veroorzaakt lichamelijke pijn.
Maar samen zijn zorgt voor een leven vol geluk en harmonie. Geen enkele andere romance kan daar tegenop.
Het maakt eigenlijk niet uit of de Starbound voortkomt uit genetica of door de Goden wordt gegeven.
Ze zijn je alles. Je reden om te leven.
Waarom kan ik de mijne dan niet vinden?
***
Ik loop naar beneden voor wat hoognodig godwater. Ik kan al weken niet slapen, en ik weet waarom.
Hem.
Ik probeer hem al te vinden sinds ik tien jaar geleden mijn godsound begon te trainen.
Hoe ouder ik word, hoe groter de leegte in mijn borst voelt.
Een meisje heeft haar Starbound nodig.
Mijn moeder vertelde me altijd dat mijn Starbound mijn alles zou zijn.
Kon ik hem maar vinden.
Ik ben inmiddels zesentwintig jaar oud en heb nog geen spoor van hem gezien.
Voor hetzelfde geld is hij dood.
Ik woon in River Tribe en verblijf momenteel in het stamhuis. Het is er echt prachtig. Met sneeuw bedekte bossen en glinsterende, bevroren meren vormen het grootste deel van het gebied van onze stam.
We hebben een kleine stam. Vierentwintigduizend mensen om precies te zijn.
Het stamhuis telt twee verdiepingen. Het heeft een mooie keuken en genoeg kamers voor alle mensen die hun Starbound nog niet hebben gevonden. En dat zijn er niet veel.
Uiteindelijk kom ik beneden en loop ik de keuken in.
Ik zet wat godwater op en staar door het enorme raam voor de wasbak. Mijlenver zie ik niets anders dan een landelijk, ijskoud landschap.
Ik vind het hier oprecht heerlijk. Het is zo stil en vredig dat ik nauwelijks merk dat er iemand achter me de keuken in stapt.
„Goedemorgen, Polo,“ zegt mijn broer, Daanas.
„Morgen,“ zeg ik. „Wil je wat godwater?“
„Is dat überhaupt een vraag?“ Hij grijnst.
Daanas is altijd mijn beste vriend en mentor geweest.
Onze vader overleed toen we nog erg jong waren. Onze moeder heeft ons zo goed mogelijk opgevoed, totdat zij een paar jaar geleden ook stierf.
Onze vader was een alisde. Er werd dan ook van Daanas verwacht dat hij die rol op zich zou nemen zodra hij oud genoeg was.
Nat’ani Talako, onze nat’ani, nam hem onder zijn hoede. Hij leerde hem alles wat hij moest weten.
Nat’ani leerde hem hoe hij een echte leider kon zijn.
„Waar was je gisteravond?“ vraagt hij.
„Ik ben gaan hardlopen. Ik moest mijn hoofd leegmaken, en mijn godsound liet me niet met rust.“
Hij weet hoe ik denk over het vinden van mijn Starbound. Het heeft me het afgelopen jaar bijna helemaal opgeslokt. Hij zegt alleen maar dat ik geduld moet hebben en dat mijn tijd nog wel komt.
Ik wil hem graag geloven, maar dat is zo moeilijk als je al zo lang zoekt als ik. De meeste mensen vinden hun Starbound vlak nadat ze achttien zijn geworden, of ergens voor hun twintigste.
„Ah. Nou, voordat ik het vergeet, ik wilde je even iets laten weten. De nat’ani van de Mountain Tribe en een paar van zijn krijgers komen morgen langs. Ze willen praten over een aantal grenskwesties.“
„Oké, en waarom vertel je mij dit?“ vraag ik hem, terwijl ik me een beetje span.
Een nat’ani is de leider van een stam, en iedereen heeft weleens gehoord over de nat’ani van de Mountain Tribe.
Hij is meedogenloos.
Een monster.
Hij neemt wat hij wil en vermoordt iedereen die hem probeert tegen te houden. Hij is nauwelijks beter dan de kolonisten.
„We hebben in geen jaren bezoek gehad van de Mountain Tribe. Ik weet dus niet echt wat we kunnen verwachten. Je weet wat iedereen over hem zegt. Nat’ani wil dat iedereen zijn ogen en oren openhoudt. We willen geen ruzie.“
Ik knik en wacht tot hij verdergaat.
„Daarnaast moet je Galilani en Awinita vragen om je te helpen met koken. Er moet genoeg eten zijn voor iedereen als ze aankomen.“
„Ik zal het vragen, maar je kent die twee,“ zeg ik tegen hem terwijl ik ook voor hem een beker inschenk. „Je moet ze letterlijk smeken om iets te doen. Kan Shimmi niet helpen?“
Shimmi is de Starbound van mijn broer en mijn enige vriendin. Er zijn hier niet veel mensen, dus ik ben behoorlijk op mezelf aangewezen.
„Dat zou ze wel willen, maar zij moet de eetzaal schoonmaken en klaarmaken.“
Hij pakt zijn beker godwater en draait zich om te vertrekken. Voordat hij de deur uitloopt, kijkt hij over zijn schouder naar mij.
„Houd moed. Je zult hem snel vinden, en hij zal absoluut dol op je zijn,“ zegt hij, en dan gaat hij weg.
***
De rit naar mijn werk duurt maar vijf minuten.
Werken in een bar is niet precies wat ik me als kind had voorgesteld om later te doen. Maar hierdoor kom ik er wel even uit en ontmoet ik nieuwe mensen.
Zodra ik aankom, ga ik direct achter de bar staan. Ik begin met schoonmaken voordat de klanten binnenstromen. Ik hoor iemand door de voordeur komen en kijk op.
Shimmi, de Starbound van mijn broer en mijn collega, komt binnen en kijkt me vragend aan.
„Waarom nam je gisteravond je telefoon niet op?“
„Ik had veel aan mijn hoofd, en mijn godsound speelde op. Ik ben gewoon gaan hardlopen en was pas heel laat terug,“ vertel ik haar.
Voor een inwoner van Itse is je godsound alles. Het is de stem in je hoofd die je vertelt wat je echt wilt. Het helpt je ook praten met de wereld om je heen. In de meeste culturen onderdrukken mensen deze stem en leren ze zichzelf om het te negeren.
In stamculturen omarmen we het juist. We trainen het zelfs op school. Het is het allerbelangrijkste bij het nemen van beslissingen.
Shimmi geeft me een klein lachje vol medelijden.
„Kijk me niet zo aan.“
„Ik wil gewoon dat je gelukkig bent.“ Ze glimlacht verdrietig.
Ze loopt naar de achterkant van de bar. Ze begint de glazen af te drogen die ik aan het afwassen ben, en ik geef haar mijn allergrootste glimlach.
„Het komt wel goed met mij. Ik moet gewoon bezig blijven, zodat ik niet te veel ga nadenken.“
Uiteindelijk laat ze het rusten. We zijn klaar met schoonmaken tegen de tijd dat de eerste klanten arriveren. Een paar uur later is de avond in volle gang.
De bargasten stromen binnen. Ik merk al snel dat het een lange nacht gaat worden.
***
Het is vier uur geleden dat ik op mijn werk aankwam, en het is eindelijk wat rustiger geworden. Er zijn nog maar een paar mensen in de bar.
Een lange, dronken man zwaait naar me aan het einde van de bar. Ik loop naar hem toe.
„Hoi, wat mag ik voor je inschenken?“ vraag ik snel.
Zijn ogen glijden over mijn lichaam en blijven hangen bij mijn borsten. Dan knip ik in mijn vingers om zijn aandacht te trekken.
„Kan ik je iets te drinken aanbieden?“ vraag ik opnieuw.
„Ik zou wel veel meer willen dan een drankje, als het van jou komt,“ zegt hij met een grijns.
Ik rol met mijn ogen en kruis mijn armen over elkaar.
Ik ben eraan gewend om aandacht van mannen te krijgen. Toch heb ik me nog nooit echt geïnteresseerd in de mannen die met me flirten.
Ik heb hier en daar wel een paar avontuurtjes gehad, maar nooit iets blijvends.
Ik koester nog steeds de hoop dat ik hem zal vinden.
Als de man verder niets zegt, draai ik me om. Ik loop terug naar de andere kant van de bar.
„Pardon, maar je hebt nog geen drankje voor me gemaakt,“ zegt de man terwijl ik wegloop.
„Pardon, ik gaf je de kans om te bestellen. Maar jij maakte liever foute opmerkingen,“ zeg ik terwijl ik hem boos aankijk.
„Doe mij maar een wodka met ijs,“ zegt hij. Hij lacht als een arrogante klootzak.
Ik pak een glas en vul het met ijs. De hele tijd voel ik de blik van de man op me gericht.
Als ik weer opkijk, valt mijn oog op een groep mannen bij de ingang. Ik heb ze nog nooit eerder gezien. Ze lopen de bar binnen.
Eén keer ruiken is genoeg om te weten dat ze van een andere stam zijn.
Mijn blik kruist die van de grootste man. Mijn hele wereld staat stil op het moment dat we elkaar aankijken. Ik weet het zeker, zonder enige twijfel... dit is het moment waarop ik heb gewacht.
Ik heb hem eindelijk gevonden.
Ik beweeg niet.
Verdomme, ik denk dat ik niet eens ademhaal terwijl we elkaar strak blijven aanstaren.
Ik kan niet wegkijken. Ik voel mijn godsound helemaal gek worden.
Hij begint mijn kant op te lopen. Pas dan neem ik hem echt goed in me op.
Hij is lang, ruim een meter tachtig, en is ontzettend gespierd.
Hij is een van de grootste mannen die ik ooit heb gezien.
Zijn haar is gitzwart, net als dat van mij. Zijn ogen hebben de kleur van vuur.
Hij straalt zo'n krachtige energie uit dat ik er letterlijk van sta te trillen.
Goden, wat is hij mooi.
Hij stapt op de bar af, terwijl de drie andere mannen achter hem aan lopen.
„Starbound,“ zeg ik hardop, nog voordat ik mezelf kan tegenhouden.










































