
Slechte dingen
Auteur
Cassandra Rock
Lezers
477K
Hoofdstukken
43
Hoofdstuk 1
Wanneer mensen me voor het eerst zagen, zagen ze een jong meisje dat alles had wat maar kon willen. Dat was natuurlijk wel waar. Maar ik miste in mijn leven het enige wat ik zo graag wilde: vrijheid.
Mijn familie was altijd vrij doorsnee geweest, een middenklassengezin met een fatsoenlijk inkomen. Dus wanneer ik om iets vroeg, kreeg ik het meestal. Maar het was niet per se de beste situatie.
Als ik om geld vroeg, moest ik uitleggen waarom ik het nodig had, en soms had een meisje gewoon wat nood aan privacy.
Misschien was ik verwend of niet dankbaar genoeg, maar net als elke andere tiener wilde ik mijn eigen geld. Niet het geld van mijn moeder, niet het geld van mijn vader, maar geld dat ik zelf verdiende en kon uitgeven aan wat ik zelf wilde.,
Ik staarde naar mijn telefoon en checkte mijn e-mails steeds opnieuw, en was weer teleurgesteld omdat er geen nieuwe binnenkwamen. Geen e-mails, geen telefoontjes, niets.
Het was eigenlijk wel triest. Ik was achttien jaar oud, in mijn laatste jaar van de middelbare school, en ik kon niet eens een bijbaantje krijgen.
“Geen geluk?” hoorde ik mijn vriendin Thea vragen.
Ik keek naar haar op van mijn telefoon aan de andere kant van de lunchtafel. “Niets. Niemand wil me aannemen omdat ik te jong ben of niet de juiste kwalificaties heb.”
Het was niet alsof ik iets tekort kwam. Ik woonde in een mooi huis met mijn ouders, kreeg zakgeld en kon de gezinsauto gebruiken wanneer die beschikbaar was.
Maar ik wilde mijn eigen geld. Ik wilde mijn eigen auto en naar de bioscoop rijden met mijn vrienden. Maar daar had ik een baan voor nodig.
“Waarom zoek je een baan?” vroeg Carter, mijn andere vriend.
Thea en ik keken hem allebei aan alsof hij het antwoord al zou moeten weten.
“Maak je een grapje? Jij hebt een baan. Je hebt er eigenlijk niet echt een nodig, maar je hebt er een, want elke tiener wil zelf geld verdienen.”
“Oké, daar heb je een punt,” zei hij. Hij nam een grote slok van zijn frisdrank voordat hij verderging. “Ik kan een goed woordje voor je doen bij de broodjeszaak.”
De broodjeszaak was waar Carter werkte. Hij had het geluk gehad om aangenomen te worden en had dezelfde kwalificaties als ik.
Ik knikte instemmend. “Dat zou geweldig zijn, dankjewel.”
“We kunnen straks naar het winkelcentrum gaan en bij elke winkel je cv achterlaten?” stelde Thea enthousiast voor.
Dat was niet echt haar plan. Ik wist uit ervaring dat ze eigenlijk wilde gaan winkelen. Ik wilde gaan winkelen, maar wat ik nodig had was een baan.
“Bedankt voor het aanbod, maar ik moet vandaag nog naar andere plekken om cv’s af te geven,” zei ik, terwijl ik knikte en hoopte dat ik meer geluk zou hebben na school.
Na mijn laatste twee lessen gingen Thea en ik recht van school naar het centrum, zodat ik wat cv’s kon uitdelen. Ik had ongeveer dertig exemplaren meegebracht, en gelukkig was Thea zo aardig om met me mee te gaan naar elke plek terwijl ik mezelf voorstelde en een cv overhandigde.
Bij fastfoodketens, kledingwinkels, koffietentjes en eetcafés leek niemand ook maar een beetje geïnteresseerd, maar ze namen mijn cv toch aan. Met andere woorden: ik ging ervan uit dat ze het uit beleefdheid aannamen maar het weggooiden zodra ik weg was.
Ik liep een buurtwinkel binnen. De bel aan de deur rinkelde toen ik naar binnen liep. De vrouw van middelbare leeftijd aan de toonbank keek naar me en glimlachte beleefd.
“Hoi, ik vroeg me af of ik hier een cv kon achterlaten?” vroeg ik terwijl ik naar de kassa liep.
De vrouw knikte langzaam. “Natuurlijk. We nemen niemand aan momenteel, maar ik kan er een bewaren voor in de toekomst.”
Het zal wel.
“Geweldig, dankjewel,” zei ik.
Terwijl ik de buurtwinkel uitliep, dacht ik dat ik misschien moest stoppen met cv’s uitdelen voor vandaag. Het leek hopeloos, en langer rondlopen zou alleen maar pijn aan mijn voeten doen.
Ik haalde hier niets uit behalve afwijzing.
Ik liet mijn ogen ronddwalen in de omgeving om er zeker van te zijn dat ik bij alle winkels in de buurt een cv had afgegeven. Toen mijn blik op een kleine bar viel, dacht ik erover om er even te gaan kijken, maar dat zou belachelijk zijn. Ik was pas achttien – niet eens oud genoeg om te drinken, laat staan om in een bar te werken.
Stom idee, Olivia, herinnerde mijn onderbewustzijn me eraan. Het zou gewoon tijdverspilling zijn.
“Het is niet alsof ik niet al tijd heb verspild,” mompelde ik zachtjes tegen mezelf. “Een paar minuten meer kan geen kwaad.”
Nadat er een paar auto’s waren gepasseerd, haastte ik me de weg over naar de bar met het bord boven de deur waarop “Cam’s” stond. De buitengevel was van baksteen, en de deur was van zwart metaal.
Het open-bord was niet verlicht, maar toen ik aan de knop draaide, ging de deur open, wat me deed vermoeden dat er iemand binnen was.
Ik stapte langzaam de bar binnen. De sterke geur van alcohol vulde de lucht van de zwak verlichte ruimte. De bar was leeg, wat logisch was omdat hij nu niet open was, maar aangezien de deur ontgrendeld was, ging ik ervan uit dat er iemand aanwezig moest zijn.
De personeelsdeur zwaaide open en een lange man met zwart haar kwam naar buiten. Zijn ogen schoten meteen naar mij. Zijn wenkbrauwen trokken samen terwijl hij de doos biertjes in zijn handen op de toonbank zette.
“We zijn gesloten. Heb je het bord niet gezien?” zei hij. Zijn stem was diep en scherp.
Als hij klanten wilde hebben, zou hij hen toch op een andere manier moeten aanspreken.
“Ik heb het gezien, sorry. Ik wilde eigenlijk...” Ik haalde diep adem en keek rond in de bar, en toen weer naar de extreem intimiderende man voor me. Met een effen wit T-shirt en tatoeages over zijn armen was de manier waarop hij zich gedroeg bijna angstaanjagend.
Ik begon te beseffen hoe belachelijk dit hele idee was. Solliciteren om in een bar te werken op mijn achttiende was één ding, maar daadwerkelijk verwachten aangenomen te worden was iets anders.
Dit was een stom idee. Ik zou niet aangenomen worden. Het was letterlijk illegaal voor me om hier te werken.
De donkerharige, getatoeëerde man slaakte een geïrriteerde zucht. “Luister, we gaan over minder dan twee uur open. Je verspilt mijn tijd.”
“Ik wil solliciteren,” floepte ik eruit, waarmee ik zijn irritatie onderbrak. Ik wist niet zeker of ik er spijt van had of dat ik verrast was door mijn eigen lef, maar ik ging vol zelfvertrouwen verder. “Voor een baan.”
Hij grinnikte, duidelijk geamuseerd. “Ik kan me niet herinneren dat ik een advertentie heb geplaatst.”
Ik schudde mijn hoofd. “Dat heb je niet gedaan. Maar ik ben op zoek naar een baan en...”
“Hoe oud ben je?” vroeg hij. Hij stapte naar voren en griste het cv uit mijn hand. “Olivia...”
“Nou, het is eigenlijk best grappig...”
“Ik wil niets grappigs horen,” snauwde hij. Hij rolde met zijn ogen. “Laten we je kwalificaties eens bekijken.”
Terwijl zijn donkere ogen de pagina van mijn cv scanden, kromp in inwendig ineen. Ik stelde me voor wat hij wel niet moest denken. Ik had niet eens een middelbareschooldiploma.
Ik keek hoe hij zijn lippiercing in zijn mond nam in een poging een geamuseerde grijns te onderdrukken. “Je hebt weinig tot geen ervaring.”
“Ik weet het. Ik heb moeite om werk te vinden...” gaf ik toe.
Hij legde het cv op de bar en keek me aan.
“Heb je ooit in een bar gewerkt? Ken je iets van alcohol of van omgaan met dronken mensen?”
“Uh...”
Hij schudde zijn hoofd. Zijn donkere haar viel over zijn voorhoofd.
“Duidelijk niet. Hoe oud ben je, Olivia?”
Ik beet zachtjes op mijn lip en haalde diep adem.
“Ik ben... eenentwintig.”
Ik ben achttien. Mijn onderbewustzijn herinnerde me er weer aan. Waarom loog ik? Ik wilde verdwijnen op dat moment, maar ik zat er al te diep in om weg te rennen, en de getatoeëerde barman maakte me nerveus, waardoor ik maar doorratelde over complete onzin die niet eens waar was.
Hij zei niets. In plaats daarvan leunde hij achterover tegen de bar, armen over zijn borst gekruist, ogen op mij gericht.
Ik voelde me ongemakkelijk onder zijn blik en schraapte mijn keel.
Dacht hij er echt over na om me aan te nemen? Hij was niet eens op zoek naar personeel, maar hij had een bedachtzame blik op zijn serieuze gezicht.
“Laat me je identiteitsbewijs zien, en je kunt morgen om half zeven beginnen,” zei hij uiteindelijk.
“Mijn identiteitsbewijs?” vroeg ik.
“Dat zei ik. Dit is een bar, ik moet een identiteitsbewijs zien.”
“Natuurlijk,” glimlachte ik aarzelend. Ik deed mijn best om snel een antwoord te bedenken. “Ik heb geen identiteitsbewijs bij me, maar ik kan het morgen meebrengen?”
Hij wuifde me weg, leek er niet zo veel om te geven.
“Oké, half zeven. Kom niet te laat of kom helemaal niet.”
Ik knikte langzaam. Heel langzaam.
“Begrepen, ik zie je morgen dan...”
Hij reageerde niet.
In plaats daarvan liep hij achter de bar en begon wat flessen op de muur te zetten.
Ik liep naar de deur, maar aarzelde en draaide me om naar de man achter de bar.
“Je hebt jezelf niet voorgesteld. Ik zou graag een betere naam voor je hebben dan de man met de tatoeages en gezichtspiercings.”
“Ik ken jouw naam, maar toch denk ik aan je als het extreem irritante meisje dat ik meteen al betreur aangenomen te hebben,” antwoordde hij droog. Hij keek me niet aan terwijl hij wat whiskeyflessen op de planken verschoof.
Auw.
Net toen ik mijn hand op de deurknop legde, zwaaide de deur open en liep er een groep mensen binnen. Ze leken allemaal ongeveer even oud als de man met wie ik net had gesproken. Hoe oud hij ook was. Wat duidelijk oud genoeg was om een bar te bezitten of te beheren.
“Cam, meen je dat nou? Je zei dat hier niemand anders was,” zei een man meteen. Zijn intimiderende toon gaf me een ongemakkelijk gevoel.
Ik glipte snel langs hen heen.
“Sorry, ik ga net weg.”
Ik haastte me de bar uit voordat ik de kans had om ze nog iets anders te horen zeggen, maar ik had gemengde gevoelens over morgen teruggaan.
Ik wist dat erheen gaan in de eerste plaats een heel stom idee was geweest, en hij zou er toch achter komen dat ik minderjarig was, dus waarom zou ik nog meer van deze man zijn tijd verspillen?
Omdat ik geld nodig had, was het voor de hand liggende antwoord, maar hoe graag had ik geld nodig, en was ik bereid om in een bar te werken terwijl ik dat wettelijk niet mocht?
Het was wel de eerste keer dat ik zo dicht was gekomen bij het vinden van een baan.
Kom niet te laat of kom helemaal niet. klonk Cams hese stem in mijn gedachten.
Ik had vierentwintig uur om hierover na te denken.
Vierentwintig uur om van gedachten te veranderen en van dit gekke idee af te zien als ik dat wilde.
Misschien zou ik opdagen, misschien ook niet.




