
Carrero Series 3: De Oplossing van Carrero
Auteur
L. T. Marshall
Lezers
3,2M
Hoofdstukken
81
Hoofdstuk 1
Ik lig als een hoopje op het bed. Ik ben verdoofd door het eindeloze huilen en de vreselijke pijn. Ik weet niet hoe lang ik hier al lig. Ik luister naar het bloed dat door mijn hoofd ruist, terwijl mijn hart in mijn lichaam in stukken breekt.
Ik ben niets meer dan een leeg omhulsel. Een stil, leeg omhulsel vol uitputting en liefdesverdriet, onherkenbaar verfomfaaid.
Ik haalde uit, sloeg naar hem en duwde hem weg met al mijn kracht. Maar toch probeerde hij zich aan mij vast te klampen.
Mijn Jake, mijn lichaam en ziel. Nu is hij de verwoester van alles wat ik was.
Ik vertelde hem dat hij me nooit meer mocht aanraken. Ik zei dat hij weg moest gaan. Ik schreeuwde en huilde en stortte in op de vloer aan zijn voeten. Zijn woorden klonken als ruis die ik niet kon begrijpen. Ik werd volledig in beslag genomen door mijn verdriet.
Pas toen ik zachtjes huilde en hem smeekte om me met rust te laten, luisterde hij eindelijk. Hij deed een stap terug, zodat ik kon opstaan. Ik rende naar de stilte van deze kamer... onze kamer. Zijn kamer. Ik sloot hem buiten en deed de deur op slot. Ik kan het niet verdragen dat hij bij me is, me aanraakt of zelfs maar naar me kijkt.
Wat wij waren, is verloren. Zijn verraad heeft ons lot bezegeld. Mijn wereld is totaal verwoest. Ik denk dat ik nooit meer de oude zal zijn. Ik kan alleen maar denken aan zijn mond op de hare, keer op keer. Het breekt mijn hart in stukken. Hij kuste de mond van de enige vrouw ter wereld die ik zo erg haat. Hij weet niet hoeveel schade hij heeft aangericht door vreemd te gaan met haar. Hij heeft geen idee hoe diep zijn verraad mij heeft gekwetst.
Hij kuste iemand anders. Niet zomaar iemand, maar haar. De vrouw die de afgelopen maanden de bron was van al mijn haat en pijn.
De vrouw die ooit zijn hart bezat. De enige andere vrouw van wie hij heeft gehouden en die nu zijn kind draagt.
Marissa Hartley.
Hoe kom ik hier ooit overheen? Hoe kan ik nog geloven dat zijn gevoelens voor haar echt verleden tijd zijn?
Haar naam voelt als een mes in mijn borst. Het is een ondraaglijke, brandende wond. Het zorgt ervoor dat ik nooit van deze dodelijke klap zal herstellen.
Waarom, Jake? ... Waarom? Omdat je er zo zeker van was dat ik jou zou bedriegen? Was je onzeker omdat ik weigerde om met jou te gaan samenwonen of 'ja' te zeggen op je aanzoek?
Kwam het door mijn domheid? Ik liet je geloven dat ik je zomaar zou bedriegen na een ruzie.
Waren wij dan zo kwetsbaar dat zoiets doms ons uit elkaar heeft gescheurd?
Er klinkt een zacht klopje op de deur. Mijn adem stokt en mijn hartslag stopt. Zijn nabijheid doet me nog steeds wat. Zelfs op afstand voelt mijn lichaam hem in de lucht en tril ik.
„Emma?“ Jake's stem is schor en rauw. Het zorgt voor een scherpe pijn in mijn borst. Ik rol op mijn zij om hem buiten te sluiten. Ik bedek mijn oren en rol me op tot een balletje. Een nieuwe golf van ondraaglijke pijn raakt me. Er stromen stille tranen over mijn wangen. Ik wil gewoon dat deze pijn stopt met me op te vreten.
„Emma, alsjeblieft? ... Laat me binnen,“ smeekt hij. Zijn stem klinkt helemaal niet als mijn Jake. Het is anders dan hoe hij normaal klinkt, en het breekt mijn hart. Ik voel me zo ver weg van mezelf dat ik bang ben dat ik de weg nooit meer terugvind. Ik knijp mijn ogen stijf dicht en hoop dat hij weggaat. Ik zou niet eens kunnen praten als ik het wilde. Mijn keel is zo rauw en pijnlijk. Slikken is te moeilijk, een gevolg van het harde huilen van een wanhopige vrouw.
Er klinkt een zachte bons tegen de deur. Het hout kraakt onder de druk van zijn gewicht. Ik hoor het geluid van iets zwaars en zachts dat langzaam aan de andere kant naar beneden glijdt.
„Ik ga nergens heen, Neonata. Ik blijf precies hier totdat ik je mag zien. Ik moet je zien, Emma ... Ik word gek hier buiten.“ Het verdriet in zijn stem doet me pijn. Hij klinkt net zo gebroken als ik me voel. Zijn normaal zo lage en hese stem klinkt nu gespannen en schor. Zijn emoties breken door bij elk pijnlijk woord.
Hij liet me met rust totdat ik stil werd. Maar ik kon hem niet voor altijd buitensluiten. Dit is zijn appartement... zijn thuis. Niet meer dat van mij. Ik moet opstaan, al mijn spullen pakken en bij hem weggaan. Hij heeft me geen andere keuze gelaten dan te vertrekken. Er is hier niets meer voor ons.
Nieuwe golven van verdriet raken me. Ik verbreek de stilte met een snik. Ik kan er nog niet aan denken om hem te verlaten. Niet nu mijn lichaam alleen maar hier wil liggen en sterven. De pijn is zo groot dat ik nauwelijks kan ademen.
„Alsjeblieft ... Alsjeblieft, Bambina. Het maakt me kapot om hier te zitten en je te horen huilen. Laat me binnen. Laat me je vasthouden.“ Zijn stem breekt, de pijn is te veel. Ik stel me voor hoe hij tegen de deur aan zit. Zijn knieën opgetrokken en zijn armen om zich heen geslagen. Misschien houdt hij zijn hoofd wel vast, net zo gebroken en in elkaar gezakt als ik. Ik probeer dit beeld uit mijn hoofd te zetten, terwijl de tranen blijven stromen. Die gedachte doet meer pijn dan ik me kan voorstellen. Ik kan het niet verdragen dat hij net zo kapot is als ik, met vreselijke pijn voor zijn eigen deur.
Ik verdrink in verwarring. Ik kan de pijn van hem dichtbij me niet verdragen. De gedachte aan zijn aanraking brengt een beeld in mijn hoofd van hem en haar. Ik zie hoe hij haar aanraakt, haar in de ogen kijkt en haar kust. Het snijdt door me heen als een heet mes en martelt me tot op het bot.
Wat heeft hij ons aangedaan?
„Ik ... Ik ... Ik kan het niet.“ Mijn stem is zwak en breekbaar. Het is slechts een schim van hoe ik normaal klink. Ik adem door mijn tranen heen. Ik weet niet zeker of ik wel hard genoeg praat zodat hij me kan horen.
„Emma, ik zal je niet aanraken. Ik zweer het. Ik zal afstand houden. Ik moet je gewoon zien ... naar je kijken,“ smeekt hij. Hij schuift dichter naar de deur om beter naar mijn antwoord te kunnen luisteren. Dit breekt mijn hart alleen maar meer.
Ik vind hem zo niet leuk. Hij is mijn sterke, overheersende Carrero. Altijd zo zeker en vreselijk zelfverzekerd. Hij heeft normaal altijd overal de controle over.
Ik kan deze verdrietige, stille versie van hem niet verdragen. Hij smeekt me, zit ineengedoken op de gang en vraagt toestemming om een kamer in zijn eigen appartement binnen te gaan.
Dit is Jake niet. Ik wil mijn Jake terug. Ik wil de Jake van een week geleden, degene die me niet bedroog en me zo achterliet. De Jake die bergen zou verzetten om me te beschermen. Niet deze man die daar buiten zit en zo ver afstaat van de man die ik dacht te kennen.
„Ik kan het niet. Ik kan niet opstaan.“ Het is waar. Ik heb niet de kracht om naar de deur te lopen. Mijn lichaam is kapot. Ik huil zachtjes. De tranen stromen over mijn wangen zonder dat ik ze kan stoppen. Ik kan mijn hoofd amper optillen. Ik ben zo leeg dat ik me niet meer kan bewegen. Mijn hele lichaam is moe door de emotionele uitputting. Ik weet niet hoe laat het is, maar het voelt alsof ik hier al dagen lig.
„Zeg me gewoon dat ik de deur mag openmaken, dan doe ik het,“ klinkt zijn gespannen stem. Hij wacht af. Hij hoopt dat ik hem niet buiten laat staan, terwijl hij nog steeds om mijn toestemming vraagt.
Ik kan hem niet buiten houden, ook al wil ik dat wanhopig graag. Hij is degene die me deze vreselijke pijn bezorgt. Maar hij is ook de enige persoon op de wereld die me hopelijk kan helpen. Dat is mijn marteling. Mijn redder is ook mijn kwelgeest. Terwijl ik alleen maar deze verwoesting voel, doet mijn hart pijn. Het roept om de enige persoon die me altijd kalmeert en me veilig laat voelen.
„Het is jouw huis.“ Ik geef toe, zonder de beslissing voor hem te maken. Even later deins ik terug en krimp ik van de schrik ineen. Hij schopt de deur met gemak open. Het hout versplintert en het metaal breekt met geweld af. Het licht stroomt vanuit de andere kamer naar binnen. Ik zie zijn sterke, mannelijke figuur als een silhouet in de deuropening.
Ik maak mezelf nog kleiner, net zoals ik als kind deed. Ik bedek mijn gezicht met mijn armen en verdedig instinctief mijn lichaam. De pijn om hem zo dichtbij te hebben is erger dan alles wat ik ooit heb meegemaakt. Ik hoor dat hij dichterbij komt. Het bed veert in als hij erop gaat zitten, maar hij houdt afstand. Hij zucht diep. Ik kan al zijn sterke energie van hem af voelen stralen. Hij is wanhopig en vol spijt, en hij voelt net zoveel hartzeer als ik.

















































