
Colt Boek 2
Auteur
Simone Elise
Lezers
359K
Hoofdstukken
30
Kind van de duivel
Summer
Je kunt het verleden niet repareren of de toekomst voorspellen, maar we hebben allemaal de kracht om onze toekomst te veranderen. Terwijl ik naast mijn echtscheidingsadvocaat zat, was dat precies wat ik aan het doen was.
De kamer was ijskoud. Ik sloeg mijn armen over elkaar om mezelf warm te houden. Daarbij keek ik Elliot per ongeluk recht in de ogen. Hij was de man die ik een paar maanden geleden nog zo goed dacht te kennen. De man die mijn leven in een nachtmerrie had veranderd. Nu wilde hij er alleen maar voor zorgen dat ik met niets dan littekens en slechte herinneringen zou achterblijven.
„Mijn cliënt wijst de voorwaarden van de scheiding af,“ zei de advocaat van Elliot. „Vanwege de ontrouw van mevrouw White.“
„Iemand die zo hoogopgeleid is als uw cliënt, weet toch wel hoe huwelijkse voorwaarden werken?“ bracht mijn advocaat ertegenin. „Hij en mevrouw White hebben die niet. Dat betekent dat mijn cliënt recht heeft op vijftig procent van de bezittingen. Gezien de... voorgeschiedenis van meneer White, zou ik zeggen dat dit een eerlijke deal is.“
Ik glimlachte naar mijn advocaat. Je moest sterk in je schoenen staan om het tegen Elliot op te nemen.
„Dan gaan we naar de rechter,“ zei de advocaat van Elliot aan de andere kant van de tafel. „Rechtszaken worden tegenwoordig zes maanden vooruit gepland. De bezittingen zullen tot die tijd worden bevroren.“
Mijn ogen werden groot. Ik draaide me om naar mijn advocaat.
„Mogen ze dat doen?“ fluisterde ik. Hij bracht me tot zwijgen, en zijn blik vertelde me dat ik me geen zorgen hoefde te maken.
De advocaat van Elliot ging verder. „Er is echter één voorwaarde die mijn cliënt zou kunnen overtuigen om opnieuw te onderhandelen: het vaderschap van het kind.“
Mijn handen gleden automatisch naar de kleine bolling van mijn buik. Als ik een slimmere vrouw was geweest, had ik misschien een leugen bedacht. Ik wilde echter voor eens en voor altijd van Elliot af zijn. Wat het ook zou kosten.
„Elliot is niet de vader.“
„Dan zien we u in de rechtbank.“ De advocaat van Elliot glimlachte.
Mijn advocaat stond op, waardoor zijn stoel over de vloer kraste. Ik volgde hem en liep om de tafel heen.
„Het zaad van een duivel is vanaf het begin vervloekt,“ zong Elliot. Ik stopte. „Dat was je laatste kans, schatje.“
Toen ik naar hem omkeek, werd ik onmiddellijk overspoeld door spijt. Er zat iets kwaadaardigs in zijn ogen, iets veelbelovends. Het leek alsof hij kon zien wat er ging gebeuren. Alsof hij wist dat ik volkomen terecht doodsbang was.
***
De regen viel harder dan ik in lange tijd had gezien. Het leek wel eindeloos, de manier waarop het met bakken uit de hemel kwam. Het werd keer op keer onderbroken door harde donderklappen. Ik kon niet wegkijken.
„Summer.“
De regen bleef vallen en ik bleef maar staren.
Mijn hele lichaam trilde. Het voelde alsof ik buiten in het gras stond, tot op het bot doorweekt.
Maar ik was binnen.
En droog.
Ik was nu zes dagen terug in de stad. Dat was toch zeker genoeg tijd om over de afgelopen maanden heen te komen? De ontvoering en de reis naar het buitenland. Op sommige dagen lukte dat ook. Gisteren was een goede dag; ik was toen in mijn eentje naar buiten gegaan. Maar vandaag... Vandaag was zwaar.
„Summer. Summer.“ Ik draaide me eindelijk weg van het raam en keek in de bezorgde ogen van Scarlett. „Heb je ook maar iets gehoord van wat ik zei?“
Ik nam haar zachtheid in me op. Haar gitzwarte haar viel in golven over haar schouders. Ze glimlachte geruststellend naar me. Ze wachtte af. Scarlett was in het MC-leven geboren dankzij haar vader. Hij was de vicepresident van de Devil’s Henchmen. Ze was te vertrouwen, had Colt me verzekerd toen ik terugkwam.
„Heb je afgelopen nacht nog geslapen?“
„Mmm,“ was het enige wat ik eruit kon krijgen.
„Als je iets wilt innemen om te slapen...“ Scarlett liet de zin onafgemaakt. Ze wist mijn antwoord al.
„Ik wil niet—“
„Je wilt de baby niet in gevaar brengen,“ viel ze me in de rede, en ze maakte mijn zin af. „Je weet dat ik je niet zou vertellen dat het veilig is als dat niet zo was.“
„Ik weet het.“
„Ik ben een verpleegster.“
„Ik weet het.“
Mijn blik gleed weer terug naar het raam.
„Ik ben je weer kwijt,“ zei Scarlett.
„Het spijt me,“ begon ik. Ik keek naar de vloer en zag hoe mijn tenen zich samenknepen. „Het is de regen. Het herinnert me aan...“
„Je hoeft er niet over te praten.“
Ik kon de herinnering niet uit mijn hoofd zetten. „Er was zo veel regen. Toen ik daar was. Het voelde alsof... Ik vroeg me af of ik ooit nog naar de lucht kon kijken zonder dat er water in mijn gezicht stroomde. Of dat ik ooit nog naar natte aarde kon kijken zonder al dat rood te zien... al dat bloed dat erdoorheen gemengd zat.“
„Je bent nu veilig, Summer. Je bent weer thuis.“
Thuis. Dit was niet mijn thuis. Niet echt. Maar dat gold ook voor het verlaten landhuis aan de andere kant van de stad. Het landhuis dat rook naar sigarenrook en de parfum van Elliot.
Tijdens mijn verblijf bij Scorp was ik tenminste omringd door bekende dingen en mensen die zich zorgen om me maakten.
Alles zag er hetzelfde uit. Het leek alsof ik nooit was weggeweest; alsof me niets was overkomen. Maar alles... alles voelde zo anders.
Ik ging zitten en werd plotseling overmand door het gevoel van een nieuw begin. Nu was er een sprankje hoop in de kom van mijn buik. Daar groeide een baby. Onze baby.
De ogen van Colt flitsten door mijn gedachten. De ogen die mijn hart sneller lieten kloppen en mijn handen lieten zweten.
Het was een nieuw begin.
Ons begin.
Ik had hem niet langer dan vijf seconden gezien sinds ik terug was. Niet sinds hij me buiten het politiebureau in zijn armen had gesloten. Hij en Scorp hadden het druk met het opbouwen van de nieuwe club en moesten zichzelf bewijzen. Toch zou ik het voor geen goud willen veranderen.
Mijn oude leven was nu voorbij. Geen Elliot meer, en geen toneelstukjes meer.
Ik nam een slok van de hete thee. Ik vond het fijn hoe het mijn gehemelte verbrandde.
Mijn bloed pompte vol opwinding door mijn aderen. Dit was het leven waarvoor ik was geboren. Met mensen die om me gaven.
Voor het eerst in lange tijd voelde ik me echt levend.
Colt
Een wolk van sigarettenrook vulde de kamer. De tafel was vol. Of tenminste, zo vol als een vergadering van de Lords of Chaos kon zijn. We waren een kleine club, maar wij alle acht zaten erin tot het bittere eind. Er was maar één regel: zolang hun harten klopten, behoorde hun bloed aan mij toe. Zelfs de nieuwe prospect, dat joch met zijn lange, vette haar, had het schuim op de fucking lippen staan om mee te doen aan wat echte LC-actie.
Scorp zat links van me. Ik kon voelen hoe zijn knie trilde. We hadden al te lang geen goede adrenalinestoot meer gehad. Tuurlijk, we hadden een hoop rotklusjes moeten opknappen om deze club op te zetten. Maar nu was het tijd dat de deuren open gingen voor zaken.
De Vipers waren nu opgeheven en al hun Viper-tatoeages waren bedekt. Nu kon ik terugnemen wat altijd al van mij was geweest.
Het enige probleem was dat er andere clubs en wannabe-criminelen het gebied van de Lords of Chaos waren binnengedrongen. Dat gebeurde terwijl de Vipers vrouwen aan het smokkelen waren.
Die klootzakken stonden op het punt om te leren op wiens land ze zich hadden gevestigd.
„Vanavond is het zover,“ zei ik, terwijl ik mijn glas ophief. „Het is tijd dat we ze laten zien wie we zijn.“
De andere glazen gingen de lucht in. De mannen mompelden, „Fuck ja,“ en, „Verdomme tijd ook,“ voordat we dronken.
„Het zou een makkelijke patch-over moeten zijn. Ze kunnen niet zonder ons overleven. Zo simpel is het.“
„Niemand kan nee tegen ons zeggen,“ lachte de prospect. Hij schonk nog een glas whiskey voor zichzelf in. Ik staarde naar zijn lelijke kop en keek toe hoe hij de drank achterover sloeg.
Wat was zijn verdomde naam ook alweer? Heder? Hoder? Zoiets.
Hij greep weer naar de fles.
„Heder, zet de whiskey neer,“ beval ik.
„Hunter.“
„Wat?“
„Mijn naam is Hunter.“
Huh. Zo zag hij er fucking niet uit.
„Het scheelt me geen reet hoe je heet.“ Opnieuw zag ik dat zijn zenuwen hem verraadden. „Houd je fucking bek en luister naar je instructies.“ Mijn blik schoot naar Scorp. „Dat geldt voor jullie allemaal.“
Summer
kom je vanavond langs?
Colt
Kan niet. Patch-over
Summer
oh
Summer
oké
Colt
alles goed??
Ik twijfelde en keek naar de telefoon in mijn hand. De jongens liepen de vergaderruimte uit. Toen draaide ik me om naar Scorp.
„Blijft Scarlett vanavond bij Summer?“
„Nee. Ze heeft een dienst. Ik dacht erover om deze ronde over te slaan zodat ik bij haar kan zijn.“
„Nee, ga jij maar. Ik blijf wel bij Summer.“
„Nee.“
„Ik meen het. Ga.“
Scorp keek me onzeker aan. Hij stond te springen om zaken te doen. Toch gaf hij meer om Summer dan ik hem ooit om wat dan ook in zijn leven bij elkaar had zien geven.
„Ik regel het wel, Scorp.“ Uiteindelijk knikte hij.
„Zorg dat je de prospect niet vermoordt als je daarbuiten bent vanavond,“ zei ik, terwijl ik door de deur liep.
„Ik beloof niets.“
***
In godsnaam, wat was er met die regen? Ik klopte nog eens op de gesloten deur en Summer deed open. Ik zweer dat mijn adem stokte.
Fuck. Haar witte topje plakte aan haar porseleinen huid. Haar lange haar bedekte haar schouders.
„Hé,“ zei ze.
Voordat ze nog iets kon zeggen, tilde ik haar op en droeg haar naar binnen. Ik duwde de deur met mijn rug dicht.
„Hoe zit het dan met de patch-over?“
„Ze redden zich wel.“
Ik vond haar lippen met de mijne en proefde haar. Het herinnerde me er weer aan dat ik verslaafd was. „Je mag gaan als je wilt... als je moet...“
„Drie maanden zonder jou was zwaarder dan die dertien jaar in de cel. Ik wijk niet meer van je zijde, katje.“
Haar ogen werden groot. Toen pakte ze mijn gezicht vast met de zachtste fucking handen die ik ooit had gevoeld en we kusten opnieuw.
„Ik ben blij dat je hier bent.“
„Het spijt me dat het niet eerder was. De zaken voor de club—“
„Het is oké,“ onderbrak ze me. „Ik ben gewoon blij dat je er nu bent.“
Ik tilde haar naar de slaapkamer en zette haar neer op het bed. Ze zag er zo breekbaar uit. Ze probeerde haar pijn te verbergen, maar ik prikte erdoorheen. Ik had diezelfde blik gezien in de ogen van mijn broeders. De gasten die terugkwamen van reizen waar ze nooit van hadden mogen terugkeren.
„Je moet wat slapen. Kom hier.“ Ik ging achterover liggen en trok haar gewicht op me. Ik liet haar armen over mijn borst vallen. Ik keek hoe ze op en neer gingen met mijn ademhaling. Het was bizar hoe haar warmte me kalmeerde als niets anders.
***
Toen ik wakker werd, voelde mijn hand—de hand onder haar—nat aan van iets warms.
Wat in godsnaam?
Ik wilde haar niet wakker maken.
Ik probeerde in stilte de lamp aan te doen, maar het had geen zin.
Zodra het licht de kamer verlichtte, schoten Summers ogen open.
We zagen het bloed allebei op hetzelfde moment.














































