
De Afspraak Boek 5
Auteur
Lezers
485K
Hoofdstukken
30
De kloof tussen ons
ANGELA
„Blijf even stilzitten voor me, oké? Je voelt alleen een klein prikje.“
Ik knikte terwijl ik me schrap zette. Ik kneep mijn ogen stijf dicht. Ik kon er niet naar kijken. De naald prikte in me. Dat vervelende gevoel van bloed dat werd afgenomen, trok door mijn arm naar de achterkant van mijn hoofd.
„Oké, we zijn klaar.“
Ik slaakte een zucht van verlichting.
Ik haatte naalden.
Ik opende mijn ogen en keek in de opvallend groene ogen van Dr. Carmichael. Hij glimlachte bemoedigend naar me terwijl hij een watje op mijn arm plakte. Nu ik naar hem keek, herinnerde ik me de woorden van Em. Ze had dit gezegd voordat ik haar in de wachtkamer achterliet.
Dr. Carmichael mag er wezen, had ze ondeugend gefluisterd. Probeer te onthouden dat je een getrouwde vrouw bent.
Ze had gegrinnikt toen ik met mijn ogen rolde. Maar ze had wel gelijk.
Dr. Leonard Carmichael was de verloskundige van Em. Ze had hem dan ook vol enthousiasme aan mij aangeraden. Hij was ook erg knap.
Hij was erg jong voor een dokter. Hij had naar achteren gekamd blond haar en een oogverblindende glimlach. Hij had een strakke kaaklijn. Zelfs door zijn doktersjas heen kon ik zien dat hij gespierd was.
Toch voelde ik niets voor hem, hoe knap hij ook was. Ik was getrouwd met de meest geweldige man op aarde. Zelfs al ging hij nu door een moeilijke periode.
Xavier…
„Het verbaast me dat je man hier niet bij je is, Angela.“
Ik schrok op uit mijn gedachten. De vreemde timing van de opmerking van Dr. Carmichael overviel me. Hij glimlachte weer en keek betekenisvol naar de ring om mijn vinger.
„Meestal zijn de aanstaande ouders hier samen.“
„Hij was hier heel graag bij geweest,“ zei ik. Ik nam het meteen voor Xavier op. „Hij heeft het de laatste tijd gewoon erg druk.“
Het had ook geholpen als hij überhaupt wist dat je hier was, sprak ik mezelf streng toe. Hij weet niet eens dat je misschien zwanger bent…
Dr. Carmichael legde zachtjes een hand op mijn arm. „Dat geloof ik best,“ zei hij. „Ik wilde geen verkeerde conclusies trekken.“
Hij stond op en pakte mijn bloedmonster.
„Ik breng dit nu naar het lab. We hebben de uitslag over een paar uur voor je.“
„Bedankt, dokter,“ zei ik.
„Noem me maar Leo,“ zei hij met weer een brede glimlach.
Ik glimlachte terug. Hij was echt heel vriendelijk.
„Bedankt, Leo.“
Ik snapte wel waarom Em hem had aangeraden. Hij leek nuchter en betrouwbaar. Ik was erg blij dat hij me zou helpen tijdens mijn mogelijke zwangerschap.
***
Ik liep terug naar de wachtkamer. Daar zag ik Em, die haar wenkbrauwen veelbetekenend naar me optrok.
„En?“ vroeg ze.
„Over een paar uur weten we het zeker, dus we kunnen naar huis,“ zei ik. „Ze bellen me met de uitslag.“
„Dat weet ik wel,“ drong Em aan. „Ik heb het over de dokter! Is hij een lekker ding of niet?“
Ik rolde met mijn ogen en lachte om haar onzin.
„Je weet toch dat jij ook getrouwd bent? Met mijn broer, nog wel!“
„Dat betekent niet dat ik niet mag kijken,“ zei ze, terwijl ze haar neus in de lucht stak.
We liepen de kliniek in New Jersey uit. De oude pick-up van mijn vader stond op ons te wachten op de parkeerplaats. Ik kon het risico niet nemen om naar een ziekenhuis in Manhattan te gaan. Het zou een ramp zijn als de pers er lucht van kreeg dat ik misschien zwanger was.
Ik kon Marco ook niet zomaar bellen om me te brengen. De BMW van Knight zou veel te veel opvallen.
Daarom had ik de auto van mijn vader geleend. Hij kon niet harder dan zeventig kilometer per uur. De motor pruttelde en stotterde als een stervend dier. Maar hij bracht ons nog steeds van A naar B.
Op een vreemde manier vond ik het rustgevend om in de oude pick-up te rijden. De kapotte radio, het gebrek aan airconditioning en de handmatige ramen hielden me met beide benen op de grond.
Em schoof naast me op de bank. We tuften over de weg, terug naar het huis van papa.
„Ga je het eindelijk aan iedereen vertellen als het officieel is?“ vroeg Em.
Ik merkte dat ik het stuur wat steviger vastpakte.
„Dat zou ik wel moeten doen.“
„Angie, dit is niet goed.“ Ik voelde dat Em me fronsend aankeek, maar ik hield mijn ogen op de weg. „Ik ben blij dat je het mij hebt verteld. Maar je moet dit niet geheim houden. Niet voor Ken, en al helemaal niet voor Xavier.“
Het bloed steeg me naar het hoofd. Mijn wangen werden knalrood.
„Ik weet het, Em. Maar ik heb gewoon even tijd nodig om alles op een rijtje te zetten voordat ik het papa vertel. En Xavier zit de laatste tijd niet bepaald lekker in zijn vel…“
Em snoof minachtend.
„Natuurlijk is het klote dat Xavier zijn baan kwijt is. Maar hij moet zijn shit op orde krijgen. Ik bedoel, jullie zijn nog steeds steenrijk.“
„Zo simpel is het niet,“ zei ik. „Het ging hem nooit om het geld.“
Dat was waar. De titel van CEO betekende voor Xavier veel meer dan alleen zijn salaris. Het leek alsof hij een deel van zichzelf was kwijtgeraakt toen hij uit zijn functie werd gezet. Het was nu een maand geleden. Ik kon echt niet zeggen dat het nu beter met hem ging…
„Prima, wat jij wil,“ zei Em. „Maar hij wordt waarschijnlijk wel snel vader. We wachten nu op de officiële uitslag, maar we weten allebei dat je zwanger bent.“
Ik knikte. Ik voelde het aan alles. Dat kleine leventje in mij.
„Hij moet zichzelf herpakken, Angie. Niet alleen voor jou of voor zichzelf, maar ook voor de baby.“
Ik zuchtte en voelde een knoop in mijn maag.
Em had natuurlijk gelijk.
Xavier was de liefde van mijn leven. Hij was de vader van onze toekomstige kinderen. Maar op dit moment was hij niet in staat om vader te zijn. Hij kon amper voor zichzelf zorgen.
„Het komt wel weer goed met hem,“ zei ik.
Ik dacht aan ons penthouse. De laatste tijd was het daar vooral donker en leeg. Ik betwijfelde of Xavier thuis zou zijn. Hij was waarschijnlijk ergens in de stad, verdronken in de alcohol. Mijn hart deed pijn.
Mijn hand gleed naar mijn buik.
„Het komt wel weer goed met hem,“ herhaalde ik.
Dat moest wel. Toch?
XAVIER
Ik keek boos naar het lege whiskeyglas. Hoe de fuck was dit ding nu al leeg? Ik had het net besteld. Ik tikte met mijn knokkels op de houten bar. De ruig uitziende barman keek me woedend aan.
„Nog één,“ zei ik met dubbele tong.
De man pakte onder de bar een fles zonder etiket. Hij goot traag meer bruine vloeistof in mijn glas. Het klotste in mijn glas. Een deel ervan morste op de bar. Ik drukte mijn vinger op het donkere hout. Daarna likte ik de weinige whiskey van mijn vinger af.
„Zonde om ook maar een druppel te verspillen,“ mompelde ik.
Ik keek rond in de groezelige kroeg.
Het was er bijna leeg. Dat was maar goed ook, want de plek was ontzettend krap. Er zaten maar een of twee zielige klootzakken alleen in de hoeken. Ze staarden somber in hun glazen.
Eén knipperende gloeilamp verlichtte de ruimte. Er stonden houten tafels vol splinters. Eromheen stonden scheve barkrukken die eruitzagen alsof ze van de stort kwamen.
De vloer plakte. Er zat zoveel graffiti op de muren dat ik de originele kleur niet meer kon zien.
Ik had een echt hol gevonden.
Perfect.
Geen enkele verdomde journalist zou me op deze plek vinden.
De laatste tijd haalde ik weer verdomd vaak het nieuws.
Knight Enterprises Zonder Een Knight!
Blunder Van Miljardair Kost Hem Zijn Bedrijf!
Xavier Knight—Een Diepe Val.
Ik sloeg mijn drankje in één keer achterover. Ik hoopte dat de whiskey de boze brand in mijn maag zou blussen. Voordat ik om een nieuw drankje kon vragen, vulde de barman mijn glas alweer.
Goede man.
Ik heb nog wel een krantenkop voor je, dacht ik bij mezelf.
Ik stak mijn middelvinger in de lucht, naar niemand in het bijzonder.
„Ja, fuck jou ook, vriend.“
Ik draaide me om en zag een van de klanten me boos aankijken. Er droop bier uit zijn slordige baard. Hij had kleine, gemene ogen. Zijn kromme neus zag eruit alsof hij veel te vaak gebroken was.
„Wat, wil je vechten?“ Zijn stem klonk alsof hij een asbak had doorgeslikt. Hij keek op me neer. Een grijns met een spleetje tussen zijn tanden kwam tevoorschijn uit zijn warrige gezichtshaar.
„Vecht het buiten uit,“ zei de barman op een monotone toon. Hij klonk absoluut verveeld. Hij was dit vast gewend. Ik keek de kamer rond. Een kleine vechtpartij zou deze plek echt niet erger maken.
Ik draaide me weer om naar mijn drankje en negeerde die dakloze Popeye.
„Ja, dat dacht ik al,“ riep de klootzak uitdagend.
Ik sloeg mijn drankje weer achterover. Met wazige ogen keek ik hoe de barman het automatisch weer vulde.
Hoe the fuck ben ik hier beland?
Dat was natuurlijk een retorische vraag.
Ik wist heel goed waarom ik hier was.
Ik was uit mijn eigen verdomde bedrijf gegooid.
Ik was mijn geboorterecht kwijt.
Het was nu een maand geleden. De eerste week bleef ik in mijn penthouse. Ik zat opgesloten en had medelijden met mezelf als een of andere sukkel. Ik bleef thuis terwijl Angela de deur uitging om haar volgende evenement te plannen.
Angela was aan het werk, terwijl ik thuiszat.
Werkloos.
Nutteloos.
Ik kon het niet verdragen. Hoe the fuck kon ik daar gewoon blijven zitten? Hoe triest was ik als echtgenoot?
Als man?
Ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Ik tilde gewichten, ik rende verdomde marathons door de stad, maar niets hielp.
Ik was gewoon zo ontzettend boos.
Dus dronk ik.
Ik voelde me niet boos als ik dronk.
Ik voelde helemaal niets.
Ik verdronk mezelf in de alcohol tot mijn hoofd leeg was. Totdat de boze stemmen in mijn hoofd zwegen.
Ik had eindelijk rust en vrede gevonden, zelfs al was het in deze vuilnisbelt van een kroeg.
Mijn telefoon trilde in mijn zak. Ik hoefde niet te kijken om te weten wie er belde.
Angela.
Alleen al het denken aan haar naam stak als een mes in mijn hart. Ze was waarschijnlijk doodongerust.
Je verdient haar niet.
Ik hees mezelf overeind. Ik gooide een propje geld op de bar.
„Laat de rest maar zitten,“ mompelde ik.
Ik schopte de deur open. De verroeste scharnieren piepten luid, voordat ik de koude nachtlucht in strompelde. Ik keek naar links en naar rechts. Mijn hoofd zat vol watten.
Fuck, welke kant was het ook alweer naar huis?
Met wazige ogen strompelde ik over straat. Toen trilde mijn telefoon weer. Ik las het berichtje van Angela. Drie kleine woordjes zorgden voor een golf van schuldgevoel:
We moeten praten.













































