
De Kemora archieven 3: Een geweldige assistent
Auteur
Humi
Lezers
228K
Hoofdstukken
32
HOOFDSTUK 1
SOHNI
„Eerlijk waar, geloof me als ik dit zeg, Sera.“ Ik bied haar mijn servet aan. Ze gebruikt het meteen om haar neus te snuiten. Ik heb voor de zekerheid ook extra zakdoekjes in mijn tas. „Het ligt niet aan jou. Het ligt aan hem.“
En ik wil hem wel vermoorden.
„Stop met dat te zeggen.“ Haar schouders schudden en er rollen meer tranen over haar wangen. „Stop met proberen me beter te laten voelen.“
Ze veegt tevergeefs haar ogen af. Ze laat haar kin even op haar borst zakken om zichzelf te herpakken. Als ze weer opkijkt, speelt er een droevige glimlach op haar lippen.
„Ik dacht dat wat wij hadden speciaal was. Ik dacht dat ik hem kon veranderen. Dat ik een einde kon maken aan zijn reeks van daten en...“ Haar stem breekt. Ze schudt zwakjes haar hoofd.
„Sikandar is geen materiaal voor een vaste relatie, Sera.“ Mijn stem klinkt zacht. „Ik kan het weten. Ik werk namelijk voor hem.“
Ik zou ook moeten weten dat ik niet bevriend moet raken met de meiden die ik namens hem moet dumpen. Hij is namelijk mijn baas. Op de een of andere manier heeft hij me zover gekregen dat ik ermee instemde dat dit ook deel uitmaakt van mijn baan als zijn persoonlijke assistente.
„Het spijt me zo en ik haat het dat hij je pijn heeft gedaan.“ De woorden stromen uit mijn mond. Als ik in Sera's betraande ogen kijk, trekt er iets hevig aan mijn hart. Een brandend gevoel schiet van mijn haarwortels naar mijn voetzolen. „Waarom ben je eigenlijk voor hem gevallen? Je kende zijn reputatie.“
Sera lacht kort, vol tranen. „Het is de charme van de foute man. Je houdt jezelf voor dat jij degene bent die hem zal veranderen. Maar dat is nooit zo.“ Haar ogen vullen zich weer met tranen als ze naar het rechthoekige doosje kijkt dat ik eerder naar haar toe had geschoven. „Ik wilde zijn geld niet. Ik wilde gewoon hém.“
„Ik weet het, Sera. Jij bent een van de goeden.“ Wacht maar tot ik mijn handen om zijn nek klem, de volgende keer dat hij me vraagt zijn stomme stropdas recht te trekken! „Maar ik heb deze armband speciaal voor jou uitgekozen. Ik weet dat granaat je geboortesteen is en dat je die graag draagt.“
Meestal zijn de veroveringen van Sikandar niet zo emotioneel. Ze pakken gewoon het afscheidscadeau aan en spuwen een paar boze woorden uit die ik met grote eer mag doorgeven. Daarna stormen ze boos weg.
Maar Sera is anders. Dat was ze altijd al. Ik wou echt dat een aardige meid zoals zij zich niet had ingelaten met mijn baas, die een echte manhoer is. Of ik wou dat hij inzag wat voor een geweldige vrouw hij had gevonden, zijn geluk besefte, en zijn losbandige gedrag had verbeterd.
Helaas is een gouden armband met granaat het enige wat ik haar kan geven. Daarmee wil ik laten zien hoe verschrikkelijk ik me voel over deze hele situatie.
„Ik kan het niet aannemen, Sohni.“ Haar ogen zijn zacht en rood. Het breekt mijn hart als ze diep ademhaalt en haar schouders recht. „Ik wist waar ik aan begon. Hij vertelde me dat hij niet aan relaties doet, en dat dit alleen maar sex was. Het was mijn eigen schuld dat ik er gevoelens bij liet komen.“ Ze schuift het sieradendoosje zachtjes naar me terug en glimlacht. „Bedankt dat je zo aardig bent. Ik mocht je altijd al graag.“
We staan allebei op. Ik trek me niet terug als ze me omhelst. Daarna neem ik wel even de tijd om mijn gezicht in mijn handen te wrijven en mijn leven te overdenken. Ondertussen brengt de ober de rekening voor het water.
Ja hoor, gratis water bestaat niet in deze dure tent. De regel van Sikandar is om het altijd uit te maken in een chique restaurant, om de klap te verzachten.
Klootzak.
Ik pak het ongewenste fluwelen doosje op en laat een flinke fooi achter. Ik loop het ijskoude restaurant uit met mijn telefoon aan mijn oor geklemd. Holly zou nu op kantoor moeten zijn en alles klaar moeten hebben voor de vergadering van Sikandar. Uit gewoonte wil ik toch even een update krijgen.
Het is nu iets meer dan een jaar geleden dat mijn vorige baas, Taj Dempsey van TD Constructions, me aan zijn zoon overdroeg. Zo kon ik de erfgenaam van Kemora's oudste en grootste bouwimperium helpen wennen aan zijn nieuwe rol als operationeel directeur. En hem klaarstomen om de leiding over te nemen van zijn vader, zodra de magnaat besluit met pensioen te gaan.
Ik vervloek nog steeds de dag dat ik 'ja' zei tegen deze afspraak.
De assistente zijn van meneer Dempsey was geweldig. Het was mijn eerste baan na mijn studie en ik genoot van elke seconde. De man wist hoe hij vrouwen moest respecteren. Hij was professioneel en meelevend als hij taken verdeelde. Hij leerde me de kneepjes van het vak en vertrouwde me om zijn hele dag in te plannen.
Bovendien waren er geen vriendinnen met een gebroken hart waar ik mee moest afrekenen.
Taj Dempsey is ontzettend trouw. Hij is al vijfendertig jaar gelukkig getrouwd met dezelfde vrouw—de moeder van Sikandar. Waar het stel de mist in is gegaan bij het opvoeden van hun enige kind, is mij een raadsel. Maar goed, zoals mijn broer Asher altijd zegt: de man is geboren als een klootzak. Daar kan niemand de schuld van krijgen.
„Meid!“ Holly's zware, nep-Ierse accent verstoort mijn gedachten. „Waar ben je? Waar is de baas?“
„Ik was bij een van de... wacht, wat bedoel je met 'waar is de baas'?“ Er valt iets zwaars in mijn maag. „Is hij er niet? De vergadering begint over...“ Ik probeer snel op de klok van mijn telefoon te kijken, maar Holly's stem bevestigt mijn angst.
„Over minder dan een uur!“ Ze klinkt net zo radeloos als ik me voel. „Hij kwam vanochtend binnen. Toen ging hij naar beneden om koffie te halen en is niet meer teruggekomen. Hij neemt niet eens zijn telefoon op.“
Shit.
„Hoe lang geleden was dit?“
„Twee uur.“
Dubbele shit.
„Oké, is Ali daar?“ Ze bevestigt dat hij er is. Dat stelt me iets gerust. Ik weet dat in ieder geval de financieel directeur en de projectmanager op tijd zijn, zelfs als de operationeel directeur spoorloos is. „Mooi, laat alles dan maar alvast beginnen. Ik ga hem zoeken en breng hem mee.“
„Zorg dat je op tijd bent, Sohni,“ waarschuwt Holly. „De Kokyo-klant is onze grootste tot nu toe.“
„Ik weet het.“ Ik rijd al achteruit de parkeerplaats af. „Ik ga hem nu meteen bellen.“
Zodra Holly ophangt, toets ik het nummer van Sikandar in. Ik herinner mezelf er weer aan om mijn telefoon met mijn Mazda te koppelen. De telefoon gaat over, maar niemand neemt op. Ik geef de missie op en zoek in plaats daarvan zijn locatie op via de gps. Gelukkig had ik dat al geregeld in de tweede week. Toen raakte ik hem namelijk kwijt aan een prachtige afleiding. Daardoor moest hij vroegtijdig een bedrijfsdiner verlaten en stond ik voor schut als een slechte secretaresse die haar baas niet kon vinden.
De rode stip op de kaart, die zijn locatie aangeeft, stuurt een nieuwe golf van angst over mijn rug.
Hij is thuis?
Het is nog geen middag. Dit is te vroeg, zelfs voor hem, om zijn werk te ontwijken alsof het een besmettelijke ziekte is. Misschien is hij ziek geworden of zoiets. Ik rijd hard en leg de afstand van een kwartier in vijf minuten af. Met piepende banden kom ik tot stilstand voor de glanzende wolkenkrabber. Hier woont hij in een penthouse in een chique buurt.
„Goedemorgen, mevrouw Mehr.“ Ricky tikt tegen zijn pet en straalt me op zijn gebruikelijke manier toe. Hij steekt zijn hand uit voor de autosleutels. „Hoe netjes wilt u hem geparkeerd hebben? Houden we vandaag het verkeer op?“
„Ik ben met een seconde weer buiten, Ricky!“ roep ik over mijn schouder terwijl ik naar binnen ren. Ik ontwijk mensen, zwaai even gehaast naar Marina bij de balie en glip de lift in vlak voordat de deuren sluiten.
„Netjes.“ Alexander, de knappe blonde buurman van Sikandar die investeerder is, glimlacht naar me. „Een beetje vroeg om hem op te halen, of niet?“
„En waarom ben jij op dit uur thuis?“ vraag ik. Ik strijk mijn knot en mijn rok glad. Ik check de witte schittering van mijn neuspiercing in de spiegelwand, tot zijn woorden tot me doordringen. „Hoe weet je dat hij thuis is?“
Soms kom ik iets voor Sikandar ophalen terwijl hij op kantoor is. Alexander weet dit, want op zo'n moment drie maanden geleden nam hij tien minuten van mijn kostbare tijd in beslag om me mee uit te vragen.
„Nou, ten eerste...“ Alexander steekt zijn wijsvinger op, „...ik werk deze week thuis en Naomi komt straks langs voor de lunch.“
Hij tilt de boodschappentassen op die hij vasthoudt. Ik voel me stom dat ik dat niet eerder had gezien. Mijn maag knort bij de gedachte aan Alexanders kookkunsten. Het hele gebouw weet dat hij geweldig kan koken.
Deze zelfgemaakte lunch had voor mij kunnen zijn.
Ik wil wel huilen om deze gemiste kans. Naomi kwam namelijk in beeld nadat ik hem die avond vriendelijk had afgewezen.
„En ten tweede...“ hij steekt een tweede vinger op, „...ik zag hem toen ik op weg was naar de winkel.“
Mijn maag draait zich om. „Hoe zag hij eruit?“ Alsjeblieft, God, laat hem niet ziek zijn. Het is vandaag een ontzettend belangrijke dag! „Zag hij er oké uit? Ziekelijk groen of gezond bruin?“
De liftdeuren schuiven open voordat Alexander kan antwoorden. Omdat dit onze verdieping is, ren ik naar buiten met een snelle groet. Ik wacht niet op zijn antwoord. Ik heb een sleutel van Sikandars penthouse en ik voel me er niet schuldig over om die te gebruiken. Zeker nu niet, want hij kan ziek op bed liggen en heeft misschien geen zin om helemaal van zijn kamer naar de deur te lopen.
„Sikandar?“ Ik probeer niet te schreeuwen om hem niet te laten schrikken. Ik loop door de hal met een stijlvol zwart-wit ontwerp. Deze ruimte omvat een moderne keuken en een woon- en eetkamer. Ik loop de trap op naar zijn slaapkamer. „Alles goed met je?“
Pas als ik zijn deur heb opengeduwd, hoor ik een harde vrouwengil. Het snijdt als een treinongeluk door mijn trommelvliezen. Mijn hersenen dwingen me om eerst te staren. Daarna draai ik me om met mijn handen voor mijn ogen. Ik bereid me voor om een heel naakte Sikandar de les te lezen, die achter me zijn broek probeert op te trekken.
Zodra ik de juiste woorden kan vinden, natuurlijk.
„Wat the fuck doe jij hier?“ Hij klinkt geïrriteerd. Het geritsel van stof en een rits geeft aan dat hij gelukkig weer bedekt is. „Draai je the fuck om en kijk me aan, Sohni!“ Dat doe ik. Ja hoor, zijn gezicht toont alle kleuren van de Dempsey-woede, maar absoluut geen schaamte. „Nou? Verklaar je nader!“
„Verklaren?“ Oh ja, de woorden stromen nu binnen. „Je hoort nu in een vergadering te zitten met Kamil Kokyo op kantoor. Je hoort niet hier te zijn en dat te doen!“
„Waar heb je het over?“ Hij ziet eruit alsof hij me fysiek uit zijn leven wil gooien. Zijn hazelnootkleurige ogen lichten goudkleurig op als die van een woeste leeuw. „De vergadering is pas om drie uur!“
Ik geef hem de blik die ik hem vaak geef als hij het verpest. En dat is minstens tien keer per dag. Dan druk ik mijn telefoon in zijn gezicht. „We moesten de tijd verzetten omdat Kamil om drie uur niet kan. Ik heb je gisteren en eergisteren een berichtje gestuurd ter herinnering.“
Zijn kaaklijn ontspant iets als hij mijn telefoon pakt en het bericht leest dat ik heb gestuurd. „Oh shit, dat ben ik vergeten.“
„Goh, meen je dat. Ik heb je voor de zekerheid zelfs de uitnodiging gemaild. Ik heb ook nog een post-it op je koelkast én op je auto geplakt.“
„Oh, was dat jouw handschrift? Echt mooi.“ Het meisje in de kamer kiest dit moment om zichzelf voor te stellen. Ze vertelt over haar romantische ontmoeting met mijn baas. „Hoi, ik ben Chloe. We hebben elkaar vanochtend in de koffiezaak ontmoet en hij kocht de laatste donut voor me. Wacht, ben jij zijn vriendin?“
Ieuw.
„God, nee, ik zou mezelf nog liever van kant maken,“ antwoord ik. Dan bedenk ik me dat ik hier maar beter voorgoed een einde aan kan maken. Zo hoef ik niet over twee weken—of dagen—haar tranen te drogen. Ik schud haar hand. „Ik ben zijn assistente. Maar ik was vlak hiervoor bij zijn meest recente ex. Ik moest haar de break-upspeech geven en zo. Je weet wel hoe dat gaat. Ze hield het ongeveer een maand vol omdat ze hard to get speelde.“ Ik bekijk Chloe's slanke en strakke figuur, gehuld in een lingerietopje, met een strenge blik. „Jij haalt misschien wel dag twee.“
„Sohni.“
Ik negeer Sikandars waarschuwing en zijn date doet hetzelfde. Ze fronst namelijk en zet haar handen in haar zij. „Wat bedoel je met dat je haar de break-upspeech moest geven?“
„Dat is deel van mijn werk.“ Ik rits mijn tas open en haal het sieradendoosje eruit dat Sera niet wilde aannemen. Ik bied het aan Chloe aan. „Als hij op je is uitgekeken, stuurt hij mij om je zoiets als dit te geven. Dus ik raad je aan om het nu maar te pakken. Bespaar jezelf de tijd die je met hem gaat verspillen. Zoek iemand die je wel waardeert, Chloe.“ De oprechtheid in mijn stem brengt een zachte fonkeling in haar ogen. „Je verdient beter.“
„Oh.“ Haar handen grijpen naar haar hart. Daarna pakt ze het sieradendoosje en klikt het open. „Is het echt?“
Haar verbazing is schattig. Maar de manier waarop Sikandar in de brug van zijn neus knijpt, is echt goud waard.
„Ja. Echt goud, echte granaten.“ Ik glimlach. „Geniet ervan, Chloe. Het was leuk je te ontmoeten.“ Laten we elkaar nooit meer zien. Maar dat zeg ik niet. Ik zwaai enthousiast als ze haar spullen pakt en de slaapkamer uit huppelt. Mijn baas blijft me boos aanstaren. „Alsjeblieft, borstel je haar. Je ziet eruit als een zwerver.“
Niet dat zijn haar er ooit slecht uitziet.
Kijk, ik ben erg trots op mijn haar. Ik vind het prachtig. Het past perfect in een shampooreclame voor mooie brunettes. Maar het haar van Sikandar? Dat is een dikke, glanzende, donkere bos met een v-vormige haarlijn op zijn voorhoofd. Dat vind ik geweldig en ik zou willen dat ik het had. Het valt in glanzende golven net boven zijn brede schouders. Op dit moment zit het heerlijk in de war. Het zorgt ervoor dat ik er wel een pruik van wil maken, zodat ik die kan dragen op dagen dat mijn eigen haar niet meewerkt.
De dag dat hij kaal begint te worden, zal echt een dag van wereldwijde rouw zijn.
„Je bent een cockblocker,“ fronst hij nog steeds.
„Pardon, maar mijn baas met zijn broek op zijn enkels betrappen is ook niet hoe ik mijn dag het liefst begin.“
„Zij wilde me bedanken voor de koffie.“
„Dus reed je met haar naar je penthouse? Je hebt nog twintig minuten om bij een vergadering te komen die op veertig minuten afstand is.“
„We nemen mijn auto. Stop met schreeuwen.“ Hij loopt langs me heen om zijn portemonnee van het nachtkastje te pakken. „Je mag dat speelgoedautootje van jou wel in mijn garage laten staan.“
„Ugh, wat is dat?“ Ik doe een stap dichterbij als hij zich naar me omdraait. Ik inspecteer zijn nek. „Je hebt een lippenstiftvlek op je kraag. Doe je overhemd uit.“ Ik loop al van kledinghanger naar kledinghanger in zijn inloopkast. Ik zoek een overhemd dat past bij het houtskoolgrijze pak dat hij aanheeft. „Ik zie alleen maar witte overhemden.“
„Nee, ik droeg gisteren al wit.“ Hij komt achter me staan en probeert door de kledinghangers te zoeken. „Pak dat limoengroene daar maar.“
Ik trek het eruit en draai me om om het hem te geven. Dan botst mijn neus tegen zijn borst. Keiharde buikspieren enzo. Ja, ik heb al eerder gezien hoe strak zijn lichaam is. Maar elke keer duurt het even voordat ik mijn wegzwevende verstand kan terughalen en weer in mijn hoofd kan proppen—of de gal in mijn slokdarm naar beneden kan duwen. Dat voelt eigenlijk best hetzelfde.
„Je staart.“ Zijn grijns helpt ook niet. „Ga gerust je gang—ik vind het niet erg.“
„Goor.“ Ik duw het overhemd in zijn handen en stap opzij om de kledingkast uit te lopen. „Je liet me vandaag het hart van een lief meisje breken, terwijl jij hier liep te flikflooien met een ander. Heb je geen idee wat je deze vrouwen aandoet?“
Hij glijdt met zijn ene arm in een mouw en dan met de andere. „Ze weten hoe het zit, Sohni. Ik doe geen beloftes die ik niet van plan ben na te komen.“
„Maar ze hopen dat ze je kunnen veranderen.“ Mijn hersenen staan op de automatische piloot, dus mijn vingers beginnen vanzelf zijn knopen dicht te doen. „Ik vond Sera heel erg aardig. Ik hoopte echt dat zij de ware zou zijn.“
Er klinkt een grinnik door hem heen. Het maakt mijn slechte humeur alleen maar erger. „Als je er zo kapot van bent, moet jij misschien met haar gaan daten.“
„Weet je, Sikandar...“ mijn vingers pakken de voorkant van zijn overhemd in een boze greep vast, „...karma is a bitch. Op een dag krijg je de deksel hard op je neus. En als dat gebeurt, ben ik erbij om toe te kijken met een grote bak popcorn en een warme, pluizige deken.“
Hij leunt naar me toe en zijn parfum vult mijn neus. „Je kreukt mijn kraag, poppetje.“
Ik moet echt op zoek naar een nieuwe baan.
„Ik rijd.“ Ik grist zijn autosleutels van het nachtkastje. Ik open mijn tas voor de laatste keer om er een tablet uit te halen en geef hem die. „Je moet het voorstel bekijken en je geheugen opfrissen voordat je Kamil ziet. De man is extreem precies als het gaat om feiten en cijfers. Het binnenhalen van deze klant is jouw ultieme test, Sikandar. Je mag het niet verpesten. Dit is hoe je meneer Dempsey laat zien dat je je werk kunt doen en alles aankan. Er is een kans...“
Mijn rinkelende telefoon onderbreekt me. De naam van Ali verschijnt op het scherm. Het laat mijn wenkbrauwen omhoog schieten, wat mijn baas waarschuwt.
„Wat is er?“ vraagt hij. Ik gebaar hem stilzwijgend dat hij als de wiedeweerga de deur uit moet gaan en de documenten moet lezen, terwijl ik opneem.
„Wat bedoel je met dat ze vroeg zijn?“ Ik pak mijn tas en ren achter Sikandar aan door de gang, de lift in.
„Kamils vrouw doet de vergadering.“ Ali klinkt alsof hij bijna moet huilen. „Hij moest het vliegtuig naar Zweden of waar dan the fuck pakken. Sohni. Hij is niet eens gekomen voor deze vergadering; dat is geen goed teken.“
„Ik weet het.“ Ik wrijf over mijn slaap en kijk Sikandar streng aan, zodat hij blijft lezen terwijl ik deze puinhoop oplos. „Hoe goed is zij in staat om dit af te handelen? Heeft zij de bevoegdheid om de deal te sluiten?“
„Ze ziet er zeker uit alsof ze genoeg macht heeft om hem niet te laten tekenen als ze ons niet mag.“
„Dat is niet best.“
„Wat is niet best?“ vraagt Sikandar. Ik duw hem op de passagiersstoel van zijn sport-of-welk-duur-merk-met-een-drietand-dan-ook—ja, het is een Maserati—cabriolet. „Sohni? Wat is er the fuck aan de hand?“
„Kun je haar bezig en tevreden houden terwijl wij ernaartoe komen, Ali?“
„Holly lijkt wat gemeenschappelijke roddels te hebben gevonden waar ze absoluut van geniet.“
„Mooi, ga zo door. We zijn er over...“ Ik kijk op de klok op het dashboard, „...vijf minuten.“ Of zoiets. Maak er maar tien van.
Sikandar knijpt zijn ogen samen en kijkt me aan. Het is duidelijk dat hij delen van het gesprek heeft gehoord. „Het kantoor is meer dan een halfuur rijden hier vandaan. Verzet de afspraak, aangezien Kamil niet de moeite kon nemen om te komen.“
„Jij kon ook niet de moeite nemen om te komen.“ Ik hang op en start de motor. „Je hoort nu te lezen.“
„Ik weet dit al. Ik heb het doorgenomen met Hol—“
Maar de rest van zijn zin wordt weggeblazen door de wind. De auto scheurt door de straten van Kemora in een wilde race naar ons drukke centrum. Tegen de tijd dat ik de wolkenkrabber bereik met het imposante bord TDC TOWER boven de ingang, zijn Sikandars knokkels wit van het vasthouden aan de handgreep.
„Ga,“ zeg ik tegen hem. „Ik parkeer de auto en kom eraan.“
Hij werpt een blik op de dashboardklok voordat hij me aankijkt. „Grote God, vrouw. Waar heb je zo leren rijden?“
„Mijn vriendje op de universiteit was een autocoureur. Hij heeft het me geleerd.“
Zijn wenkbrauwen schieten omhoog. „Waarom is het uitgegaan? Te veel verkeersovertredingen?“
„Ik wilde niet met hem naar bed.“ Ik lach als zijn mond openvalt. „Ga door, je bent laat!“
Sikandar springt eruit en ik rijd de ronde oprit af naar de speciale parkeerplaatsen. Het is stevig doorstappen van de parkeerplaats naar het hoofdgebouw. Het voelt als nog een miljoen minuten van de ingang naar de liften, en dan naar het kantoor op de twintigste verdieping.
Als ik eindelijk door de dubbele deuren van de vergaderruimte loop, overvalt een ijskoude stilte me. Holly staat bij een leeg projectorscherm. Haar gezicht is zo bleek alsof ze in een bad vol bleekmiddel is gevallen. Ali verbergt zijn gezicht in zijn handen. Zijn bril met zwart montuur rust op tafel. Hij hangt onderuitgezakt in zijn stoel naast die van Sikandar.
Sikandar haalt een hand door zijn haar en beweegt zijn mond als een vis op het droge.
„Wat is er aan de hand?“ Ik kijk rond in de lege kamer. „Waar is de klant?“
„Weg.“ Ali leunt achterover en kijkt me recht in de ogen. Zijn blik zegt duidelijk hoe ontevreden hij is met de ene persoon naar wie hij weigert te kijken. „Haar exacte woorden waren: 'Ik kan onmogelijk dezelfde lucht inademen als deze klootzak'.“
„Oh, nee.“ Mijn ogen schieten meteen naar Sikandar. „Wat heb je gedaan?“
„Niets!“
„Wat hij altijd doet.“ Ali staat op. Hij duwt zijn bril omhoog op zijn neus en kijkt Sikandar strak aan in zijn slimme Clark Kent-stijl. „Laat me raden. Je bent vergeten haar te bellen achteraf?“
„Ik heb niets gedaan,“ snauwt Sikandar terug. „Ik weet dat mijn affaires meestal het probleem veroorzaken. Maar deze keer is het omdat ik daadwerkelijk nee heb gezegd.“ Hij kijkt me weer aan. Zijn ogen hebben de kleur van ik-lieg-niet. „Ik heb haar drie jaar geleden ontmoet op het wintergala van het bedrijf. Ze was daar met iemand anders. Dus weigerde ik heel beleefd om haar tong in mijn keel te laten duwen.“
„En toen?“ vraagt Holly.
„En toen ging ik naar huis.“
„Alleen?“
„Met een of andere... wie op dat moment dan ook het covermodel van Svelte was.“
„Mina Komal,“ zegt Ali. Hij haalt zijn schouders op als hij voelt dat wij hem allemaal aankijken. „Wat? Ik volg de mode.“
„Jij numpty.“
„Wat the fuck is een numpty?“
„Dat ben jij, jij twatwaffle!“
„Holly, in hemelsnaam,“ kreunt Sikandar. „Alleen omdat je een jaar in Ierland hebt gewoond, betekent niet dat je in een taal mag spreken die we niet begrijpen.“
„Tja,“ Holly friemelt aan de losse plukjes van haar blonde haar. „Het was een heel lang jaar.“
„En meneer Mezher...“ Sikandar kijkt Ali strak aan, „...jij bent mijn financiële man. Ik begrijp om welke bedragen het gaat. Ik zal dit nooit in gevaar brengen. Ik zweer dat ik niet wist wie Kamils vrouw was, voordat ik hier kwam.“
„Wat nu dan?“ Ik neem het woord, voordat Ali of Holly het gesprek weer in een eindeloze spiraal kunnen sturen. „Kamil is het land uit. De persoon die hij heeft aangewezen om te tekenen, haat je. Wat is je plan?“
„Misschien is het tijd om meneer Dempsey hierover in te lichten,“ zegt Ali. „We moeten dit project binnenhalen.“
„Nee, we vertellen mijn vader helemaal niets.“ Sikandar tikt dwingend met zijn vinger op tafel. „Ik los dit wel op.“
„Oh, ik weet iets!“ Holly steekt haar hand op alsof we nog op de basisschool zitten. „Je moet met haar naar bed gaan.“
„Pardon?“
„Nou, ze is duidelijk boos dat je haar hebt afgewezen. Als je haar tevreden stelt, laat ze misschien haar man het contract wel tekenen.“
Ali wrijft over zijn kin. „Daar heeft ze wel een punt.“
„Pardon.“ Sikandars wenkbrauwen fronsen. „Wat ben ik? Een gigolo die je kunt inhuren?“
„Oh kom op zeg. De enige keer dat je affaires nuttig kunnen zijn om het bedrijf te helpen, en dan zeg je nee?“
„Ben je helemaal de weg kwijt—“
„Oké, kappen nu jongens,“ ik verhef mijn stem boven hun absurde gekibbel uit. „Dat is een vreselijk idee. Nee, dat gaan we niet doen.“
„En hoe erg het jullie ook mag verbazen, ik vind vrouwen die niet single zijn niet aantrekkelijk. Single is mijn enige type. En wees nu stil, want ik ga praten.“ Sikandar pakt zijn telefoon en toetst een contact in. Het duurt even voordat degene aan de andere kant opneemt. „Hé Kamil, hoe gaat het? Bel ik gelegen? Ik hoorde dat je naar Zweden bent vertrokken. Ben je daar al eens eerder geweest? Nee? Oh, het is er prachtig deze tijd van het jaar. Ik wou dat ik het eerder had geweten... ja, ik heb een appartement in Stockholm. Ik had je daar graag willen ontvangen... oh ja, natuurlijk! Altijd. Hoe is het met je moeder?“
Holly kijkt me aan en vormt geluidloos de woorden 'De MILF?' Ali vertrekt zijn mond alsof hij iets heel goors proeft. Ik schud alleen maar mijn hoofd. Zo laat ik ze weten dat het weer zo'n angstaanjagende avond was waar onze baas enorm van genoot om me doorheen te slepen. Maar er is niets schandaligs gebeurd.
Godzijdank.
„Ik vrees dat ik ook niet helemaal begrijp wat er is gebeurd...“ Sikandars diepe stem galmt door de stille vergaderruimte. Hij klinkt altijd alsof hij een sexy verkoudheid heeft of net uit bed is komen rollen—of allebei. „Het spijt me, maar dat zijn niet de cijfers die wij voor u hebben. Ali Mezher, mijn financieel directeur, heeft het gepresenteerd aan...“
Hij trekt zijn wenkbrauwen naar me op. Hij verwacht duidelijk dat ik zijn gedachten lees en bedenk wat hij probeert te zeggen. Ik pak Ali's pen en notitieblok. Ik schrijf een naam in dikke letters op. Ik houd het omhoog, zodat Meneer De Baas het als een spiekbriefje kan lezen.
„...Bianca, uw vrouw.“ Hij steekt zijn duim naar me op. „Ja, het is vorige week naar u gemaild... ja, Holly Simmons is de projectmanager... dat klopt, zij heeft aan het stadsplein-project gewerkt.“
Zijn bevestiging, gepaard met een verblindende glimlach, zorgt ervoor dat Holly roze aanloopt. Ze doet een klein dansje met haar armen en schouders dat goed past bij de gespannen sfeer in de kamer. Het is nu iets meer dan twee minuten en Kamil Kokyo is nog steeds aan de lijn. Ali's verbaasde gezichtsuitdrukking heeft een vrolijke ondertoon. Ik voel die blijdschap zelf ook tot in mijn botten.
Dit is een goed teken!
„Natuurlijk, ik neem de cijfers graag nog een keer met u door. Wanneer bent u beschikbaar?“ Sikandar lacht. „Ja, natuurlijk kunt u het appartement gebruiken. Mitt hem är ditt hem.“ Weer een hartelijke grinnik. „Ja, ik spreek een beetje Zweeds. Net genoeg om me te redden... natuurlijk zal ik het u leren. Bel me wanneer u maar wilt!“
Holy shit. Hij bespeelde Kamil Kokyo zojuist als een instrument.
Ali stompt al met zijn vuisten in de lucht. Holly steekt haar hand naar me uit voor een high-five, die ik beantwoord. Sikandar hangt op en leunt achterover in zijn stoel. Er verschijnt een zelfvoldane glimlach op zijn gezicht.
„Nou, kinderen,“ zegt hij, „ik hoop dat jullie aantekeningen hebben gemaakt.“
„Baas! Je bent de beste!“ roept Ali.
„Heb jij een appartement in Stockholm?“ vraagt Holly, helemaal opgewonden als een kind.
„Nee, dat heeft hij niet. Nog niet,“ antwoord ik. Haar blijdschap werkt nu al op mijn zenuwen. Het herinnert me er namelijk aan dat ik heel snel mensen moet bellen die wel vastgoed bezitten in Stockholm. Voor het geval Kamil Kokyo daadwerkelijk in het appartement van Sikandar in Zweden wil verblijven. „Hé Annabelle, hoe is het? Hoe is het met de baby? Luister, ik wil je een enorme gunst vragen...“
Sikandars ogen volgen me rond de tafel. Zijn glimlach vervaagt niet, terwijl ik regel dat onze toekomstige klant op onze kosten in een vreemd land kan verblijven.
De rest van de dag verloopt zonder problemen. Sikandar blijft zelfs in zijn kantoor om grafieken, plannen, blauwdrukken, offertes en cijfers door te nemen, zoals het hoort. Er staan niet veel vergaderingen op de planning. Maar de weinige die er zijn, vereisen wel zijn aanwezigheid. Daar doet hij verder ook niet moeilijk over.
„Je scoorde vandaag een zes,“ vertel ik hem op de terugweg naar zijn auto.
Mijn Mazda staat nog bij zijn penthouse. Hij moet me terugbrengen zodat ik mijn auto kan ophalen. Technisch gezien is mijn werkdag nog niet voorbij. Ik kan mijn baas namelijk nog steeds binnen een halve meter van me zien. Eigenlijk is mijn werkdag nooit voorbij. Ik ben altijd maar één telefoontje verwijderd van het uitvoeren van zijn opdrachten. Dat is gewoon niet goed.
„Een zes?“ Hij trekt een wenkbrauw op. „Ik had nooit gedacht dat je me zo hoog zou beoordelen.“
„Je hebt Kokyo teruggewonnen, nadat zijn vrouw de boel in ons gezicht had laten ontploffen.“ Ik open het portier en ga zitten. „Daarnaast was je de rest van de dag een goede baas. Dat is dus een zes.“
Hij doet zijn gordel om in de bestuurdersstoel en leunt iets naar me toe. Zijn blik blijft op de mijne rusten. „Wat moet ik doen om er een tien van te maken?“
„Je weet wat je moet doen, Ishki. Je wilt het gewoon niet doen.“
Hij zucht en leunt weer naar achteren. Hij start de motor en rijdt achteruit de straat op. „Het is gewoon zo saai, Sohni. Zou ik niet gewoon nog een paar jaar voor mezelf kunnen hebben?“
„Je bent geen student meer, Sikandar. Al je vrienden hebben een vaste baan. Een flink aantal van hen is getrouwd en sommigen hebben zelfs kinderen.“ Ik weet zeker dat mijn gezichtsuitdrukking lijkt op hoe zijn vader naar hem kijkt tijdens zulke preken. Maar dan verzacht een gedachte mijn houding. „Heb je soms een Zavyar Velshi-momentje? Waarbij je je familiebedrijf in de steek laat en bij de vriend van je vader gaat werken? Let wel, Zavyar had Adam om het roer over te nemen nadat hij vertrok. Jij bent enig kind.“
Hij grinnikt. Het diepe geluid rommelt door de ruimte tussen ons in. „Nee, ik wil het familiebedrijf niet verlaten. Maar dat zou wel toepasselijk zijn, vind je niet? Iedereen vergelijkt me toch al steeds met Zav.“
„Je bedoelt vanwege zijn schandalen.“
Weer een diepe zucht als hij bij het stoplicht linksaf slaat. „Ja, Sohni, vanwege de schandalen. Blijkbaar ben ik nu de lieveling van de roddelbladen.“
„Ondertussen is Zavyar gelukkig getrouwd met een Faramin-prinses. Hij wordt af en toe met plezier vernederd door zijn peuter.“ De gedachte dat Kemora's ooit meest beruchte vrijgezel zich zo volledig overgeeft aan liefde in elke vorm, maakt me aan het lachen. „Daar zou jij nog wat van kunnen leren.“
Die vent is als een angstaanjagende tyfoon waar je rekening mee moet houden. Maar de manier waarop hij smelt bij het zien van zijn vrouw—op wie ik persoonlijk een enorme girl-crush heb—lijkt wel een sprookje. En dan zijn er nog mijn broers—precies hetzelfde verhaal. Het is veilig om te zeggen dat de mannen in mijn leven stuk voor stuk krachtige mannen zijn. Zij doen niets liever dan hun vrouwen tevredenstellen.
„Honger?“ Sikandar rijdt langzamer als we in de buurt komen van een kleine hamburgertent. Die zit halverwege het kantoor en zijn penthouse. „Ik heb zin in fastfood.“
„Nee, ik moet vanavond bij mijn tante zijn. Ik heb beloofd om daar mee te eten.“ Ik draai me in mijn stoel om hem aan te kijken. „Hé, waarom ga je niet mee? Het is al een tijdje geleden en ze missen je op het landgoed.“
„Zijn jouw idiote broers daar ook?“
Ik lach. „Ja. En je krijgt flink op je kop, elke keer als je met hun vrouwen flirt.“
„Of met Ayzal.“ Hij geeft me een knipoog. „Je tante is ontzettend knap. Als Zubin ooit overlijdt, eis ik haar op.“
„Sikandar.“ Ik kan het niet laten om met de rug van mijn hand tegen zijn arm te slaan. „Dat is zo onbeleefd. Dat is mijn pleegvader waar je het over hebt.“
„Oh kom op, de man heeft je niet eens zijn achternaam gegeven.“
„Ik heb mijn eigen achternaam. Ik heb die van niemand anders nodig.“
„Ik zal je de mijne geven.“
„Wat?“
Hij lijkt een fractie van een seconde te verstijven. Het is alsof hij eindelijk de onzin hoort die uit zijn mond komt—hij heeft soms van die geluksmomentjes. Maar dan rolt hij met zijn ogen. „Ik bedoel, als ik met Ayzal trouw, en voordat ik haar meeneem naar een exotische huwelijksreis, zal ik jou adopteren. Dan geef ik je graag de rechten op mijn achternaam. Natuurlijk zullen Yanni en Asher niet uitgenodigd worden voor de bruiloft, aangezien ze de zonen van Zubin zijn. Maar hun prachtige vrouwen mogen wel komen.“
„Oh, wauw. Dat zullen ze vast leuk vinden.“
„Precies, toch?“
Deze man.
Ik kan alleen maar mijn hoofd schudden. „Dus? Eet je vanavond mee met de Tahars?“
„Nee, ik denk dat ik naar mijn moeder ga. Ik laat haar wel wat fastfood voor me bestellen.“
„Ahw, wat ben je toch een droppie. Je mama zal dat geweldig vinden.“
„Hou je mond.“ Het lukt hem niet om zijn glimlach te verbergen, een lach die alleen een trots moederskindje zou hebben. „Je bent een irritante cockblocker.“
„Jij bent een vreselijke baas.“
„Als jij niet het kleine zusje van mijn beste vriend was, zou ik je ontslaan.“
„Ontsla me alsjeblieft. Dan kan ik weer de assistente van je geweldige vader worden.“
„Dat is op zoveel manieren fout, dat kan ik niet eens tellen.“
Daardoor krijgt hij nog een klap. Maar Sikandar Dempsey is als een goed geglazuurde aarden pot. Er blijft nooit iets aan hem kleven. Maar hij is wel oké. Ik heb ongeveer een jaar nauw met hem samengewerkt, en daarvoor met zijn vader. Daarnaast zien we elkaar ook privé, vanwege onze families. Onze verhouding als baas en werknemer is allesbehalve normaal. Zijn aanwezigheid stelt me genoeg op mijn gemak om met hem te bekvechten, grapjes te maken en zijn gevoel voor humor te waarderen.
Tegen de tijd dat hij me bij mijn auto in zijn garage afzet, gieren we allebei van het lachen. Hij vertelde net over een vreselijk kledingprobleem. Dat eindigde ermee dat zijn date zijn kleren stal. Zij liet hem vervolgens opgesloten achter in een garderobekast op een studentenfeest.
„Yanni heeft me gered. Daarna moest ik een maand lang koffie voor hem halen.“ Hij slaat met zijn handen op het stuur. Ondertussen probeer ik, tussen het gieren door, wat zuurstof in mijn longen te krijgen. „Je broer is gemeen.“
„Je zou met leukere vrouwen moeten daten.“ Ik lach nog steeds als ik uit zijn auto stap en naar de mijne loop. De lieve, kleine blauwe Mazda piept als ik in de buurt kom. „Bedankt voor de rit, Ishki. Ik zie je morgen. Doe de groeten aan je vader en moeder.“
„Sohni.“
Ik draai me om en kijk hem aan. Hij staat met zijn armen over elkaar geleund op het open dak van zijn auto. Dat dak had hij eerder omhoog gedaan omdat ik een hekel heb aan de wind in mijn haar. Zijn colbert is allang uit en ligt op de achterbank. De mouwen van zijn overhemd zijn opgerold en laten indrukwekkende onderarmen zien. Vol aderen. Het lijkt wel de droom van een verpleegster die op zoek is naar een plek voor een naald.
Wat de fuck, Sohni. Waar kwam dat vandaan?
Misschien heeft die schattige dokter, die ik vorig jaar op de bruiloft van Asher ontmoette, meer indruk gemaakt dan ik dacht. Hoe dan ook, het is tijd om die schattige dokter uit mijn hoofd te zetten. Ik moet mijn aandacht richten op mijn baas, die opeens heel serieus kijkt. Hij kijkt naar me alsof hij me... echt ziet.
„Ja?“ spoor ik hem aan. Zijn blik is namelijk een beetje zenuwslopend en ongewoon.
„Jij...“ hij stopt even alsof hij langzaam ademhaalt, „...jij bent altijd een tien.“
God, ik dacht even dat hij stervende was.
„Natuurlijk.“ Ik haal één schouder op. Ik draai mijn lichaam zodat ik poseer als een arrogant fotomodel. „Ik ben namelijk een steengoede assistente.“
Er verschijnt een brede grijns op het gezicht van Sikandar. „Dat ben je zeker. Ik zie je morgen.“
Ik spring in mijn auto en rijd achteruit. Sikandar staat daar nog steeds en kijkt me na, met zijn handen diep in zijn zakken. Ik sla de hoek om en laat zijn gebouw achter me.










































