
De Ongeziene Serie Boek 3
Auteur
Lezers
37,8K
Hoofdstukken
16
Verrassing
Boek 3: Lovely
Nonali
Nonali kon het nauwelijks bevatten. Het bericht was overduidelijk, maar toch drongen de woorden niet echt tot haar door.
De kans dat haar moeder nog leefde, was al schokkend genoeg. Maar de onthulling dat haar vader niet de man was die ze dacht te kennen? Dat hij in staat was tot zulke gruwelijkheden? De gedachte alleen al deed haar maag omdraaien.
„Ik wou dat ze het je niet had verteld. Ik kan haar wel wurgen,“ mopperde Ezra, terwijl hij de ijskoude blik die Nonali hem toewierp negeerde.
„Kijk me niet zo aan. Haar pactpartner zou me geen vinger naar haar laten uitsteken.“
„Ik kan niet geloven wat ze allemaal heeft doorstaan,“ fluisterde Nonali. In haar gedachten zag ze het met littekens bezaaide lichaam van haar nicht Dahlia weer voor zich.
Dahlia was het levende bewijs van de martelingen.
„Blijf er niet te lang bij stilstaan. Ze heeft er zelf voor gekozen om die prijs te betalen.“
„Jullie hebben het allebei steeds over een prijs, maar wat bedoelen jullie daar eigenlijk mee?“
„Magie is niet ontworpen voor het menselijk lichaam. Om het te gebruiken, heb je een medium nodig, zoals ik. Ik ben jouw medium. Magie kan je doden, verminken of erger. Om dat te voorkomen, betaal je een tol. Het is een manier om de magie uit je lichaam te halen voordat het je kapotmaakt.“
„Dus die prijs kan van alles zijn? En wat bedoel je met erger?“
„Niet helemaal. De prijs moet altijd iets zijn dat van je wordt afgenomen. Bloed, vlees, sperma,“ grijnsde hij veelbetekenend.
„Het kan ook gehaald worden uit hevige emoties, zoals angst en liefde. Als je magie zich laat ophopen, kan het je verteren. Het laat je dan achter als een lege huls.“
„Waarom hoef ik dan geen prijs te betalen?“
„Daar zorg ik voor.“ Hij grijnsde. Het duurde even voordat ze het begreep.
„Oh, juist. Waarom heeft zij niet voor die optie gekozen?“
„Van wat ik heb begrepen, doet Dahlia de dingen niet half.“
„Ze is altijd al een alles-of-niets type geweest. Wat voor effect heeft dat op haar?“
„Hoe meer magie je gebruikt, hoe hoger de prijs. Het aantal orgasmes dat nodig is om haar niveau van magie te dekken, zou haar waarschijnlijk dagenlang aan bed kluisteren,“ overdacht hij hardop.
„Dus hij martelt haar gewoon de hele tijd? Ik dacht dat ze vrienden waren?“ Nonali was geschokt.
„Die gozer heeft geen vrienden. Alleen mensen die hij nog niet heeft vermoord.“
Ezra's strenge toon gaf haar een ongemakkelijk gevoel. Hij kende geen angst, maar de pactpartner van Dahlia maakte hem nerveus.
Nonali mocht hem ook niet. Zeker niet na wat hij Dahlia had aangedaan. Haar nicht was veranderd.
Toen Nonali de telefoon maanden geleden opnam, was ze opgelucht geweest. Dahlia's vrolijke houding deed haar geloven dat haar nichtje ontsnapt was aan de hardheid van haar wereld.
Maar in werkelijkheid had Dahlia het aan den lijve ondervonden. Ze was er een onderdeel van geworden.
Toen Dahlia die demon in de kelder martelde, was Nonali vervuld van zowel woede als walging. Ze wilde dat die demon zou lijden.
Ze wilde dat hij boette voor zijn misdaden. Maar zien hoe haar nicht zo achteloos pijn toebracht, was te veel. Dahlia's blik was koud, maar niet zonder emotie. Nonali kon zien dat ze genoot van het martelen van die man.
Toen ze het niet meer aan kon zien, was ze naar boven gegaan en had Ezra haar getroost. Ze wilde huilen om Dahlia.
Ze herinnerde zich haar als een lief meisje. Misschien had ze haar echter nooit echt gekend. Dahlia bedekt zien met het bloed van een ander alsof het niets was, maakte haar misselijk.
„Al doende leert men.“
De gedachte dat Dahlia zulke verschrikkingen moest doorstaan, was ondraaglijk.
„Je wilde deel uitmaken van deze wereld. Je zult het gewoon moeten leren accepteren,“ zei Ezra somber.
„Dat weet ik, maar ze is mijn familie. Het is moeilijk om haar zo te zien.“
„Het kan haar niets schelen, dus waarom jou wel?“
„Ezra!“
Hij stak zijn handen op in overgave en deed een stapje terug. Vervolgens draaide hij zich om en neusde in de koelkast.
„Ik heb er echt moeite mee om te accepteren dat mijn pa misschien Satan is.“
„Ja, hij vindt het echt niet leuk om zo genoemd te worden.“ Ezra trok een pijnlijk gezicht.
„Het kan me niet schelen. Hij heeft mijn vader vermoord en mijn moeder ontvoerd.“
„Hé, vestig je hoop er niet te veel op dat dat waar is. Ik wil niet dat je gekwetst raakt,“ zei hij zacht.
„Ezra, dit is de eerste keer in jaren dat ik weer ergens hoop uit haal. Als mijn moeder niet meer leeft, ben ik er kapot van, maar het is fijn om te denken dat ik haar misschien nog eens zie.“
„Eerlijk gezegd, als ik jou was, zou ik nergens op rekenen. Je bent te optimistisch, Nonali.“ De sarcastische stem van Dahlia klonk door de keuken.
Nonali draaide zich razendsnel om om haar aan te kijken.
„Ik zou je dolgraag willen wurgen,“ mompelde Ezra duister.
„Kijk uit, daar houdt ze van.“ Dahls metgezel grijnsde. Nonali hield niet van zijn gladde stem of zijn onnatuurlijke lach.
„Kunnen we even praten?“ Dat het om ons tweetjes ging, was duidelijk.
Dahlia volgde haar naar de gang en liet de jongens achter zich.
„Waarom zoek je geen nieuwe pactpartner? Er moet toch iemand zijn die minder gevaarlijk is.“
„Nonali, zelfs als ik dat zou willen, zou ik het niet kunnen. Sin is mijn—“ Ze viel stil, zoekend naar het juiste woord.
„Minnaar is de term die je zoekt, mijn liefste. Voor wat ik ben, bestaat er geen term zoals voor de relatie van haar en Ezra,“ spinde de duistere man. Hij dook in een oogwenk op achter Dahlia.
„Ah, juist. Dan snap je het toch?“ Dahlia trok een wenkbrauw op.
„Wacht. Zijn jullie twee samen?“ Nonali viel met open mond stil.
„Daar lijkt het wel op,“ antwoordde Dahlia droogjes. „Het voelt een beetje als het stockholmsyndroom,“ mijmerde ze.
„Dit is wel heel veel om te verwerken. Heeft hij je niet gemarteld? Hij heeft je lever opgegeten, Dahlia!“
„Dat heeft hij al drie of vier keer gedaan,“ wimpelde ze het af. „Zolang hij hem gewoon laat teruggroeien, is het geen groot probleem.“
Nonali kon alleen maar staren.
„Hoe dan ook, mijn relatie is niet de reden dat ik hier ben. Als we een roadtrip naar de hel gaan maken om je lieve oude vader te ontmoeten, moet je wel een tandje bijzetten.“
„Een tandje bijzetten?“
„Nonali, kan je niet eens een simpele teleportatie uitvoeren? Dat is de basis, weet je.“ De stem van Dahlia klonk geamuseerd.
„Je hebt toch wel toegang tot de grimoire van onze familie, hè? Heb je die wel bestudeerd?“
„De grimoire? Nee, ik heb de instructies van oma gevolgd. Ze geeft me oefenblaadjes.“ Dahlia kon haar lach om de woorden van Nonali nauwelijks inhouden.
„Wat een ijverige leerling, is het niet?“ Sins lach klonk door de kamer.
„Nonali, luister naar me. Je leert door ervaring, niet van—“ Dahlia's woorden werden onderbroken door een lachje dat ze probeerde te verbergen als een hoest. „Je leert in ieder geval niet van oefenblaadjes. Is Ezra dan helemaal niet behulpzaam?“
„Hé! Ezra heeft misschien zijn gebreken, maar hij is goed voor me!“ verdedigde Nonali hem.
„Ik kom je morgen wel oppikken. Je gaat wat ‘echte’ hekserij leren.“ Dahlia schudde haar hoofd. Haar gelach echode na terwijl ze langzaam verdween.

















































