
De verlorene en de alfa: Krijgershart
Auteur
Lezers
560K
Hoofdstukken
47
Hoofdstuk 1
Ik voelde de dreigende oorlog in elke vezel van mijn lichaam. Sinds ik deze baan aannam, stonden mijn zenuwen strakgespannen. Dat was erger dan tijdens de zwaarste momenten van mijn wachtopleiding.
Drie maanden geleden werd ik vice-leider van de wacht. Ik was de jongste ooit in deze functie, maar het viel behoorlijk tegen. De verantwoordelijkheid was enorm, de werkdruk hoog en het loon karig.
Ralf, het huidige hoofd van de wacht, was mijn voorganger. Hij was een veel te dikke man die de baan kreeg omdat hij de neef van de vorige alfa was. Tegenwoordig liep hij meer in de weg dan dat hij hielp.
Onze roedel onderging een enorme verandering toen onze oude alfa, Leonardo, twee jaar geleden met pensioen ging. Het bestuur was aan het verouderen. Omdat Leonardo geen zonen had, nam zijn jongste neef, Albert Magnolli, het over. Albert was een dertigjarige vrijgezel die liever feestvierde dan leidinggaf. Dat maakte mijn werk nog uitdagender.
Mijn werktelefoon ging over en onderbrak mijn gedachten. Ik kreunde en liet mijn hoofd terug op het kussen vallen. Toch pakte ik de telefoon en nam op met mijn ogen dicht.
„Baas, we worden aangevallen. De alfa is er niet,“ informeerde Johnson, mijn rechterhand, mij.
„Versterk de grenzen. Ik kom eraan,“ antwoordde ik, terwijl mijn ogen wagenwijd opensprongen.
Ik sprong uit bed en haastte me naar mijn kledingkast. Daarbij stootte ik mijn scheenbeen tegen het nachtkastje. Ik pakte een uniform van de wacht van de stapel kleren en verruilde snel mijn gekreukte pyjama.
Het uniform was zwart en tactisch, vol met holsters. Ik bond mijn haar in een snelle paardenstaart en waste mijn gezicht voordat ik vertrok. Pas toen merkte ik de donkere kringen onder mijn ogen op en besefte ik dat het pas drie uur 's nachts was.
Het wachthuis was een en al drukte. Mannen renden heen en weer en salueerden als ze me passeerden. Toen ik Ralf rustig een donut zag eten aan zijn bureau, begon mijn bloed te koken.
Maar ik kon het me niet veroorloven om mijn geduld te verliezen. Niet tegen mijn baas, niet tijdens een crisis en al helemaal niet midden in een aanval.
„Heb je al orders uitgedeeld?“ vroeg ik smekend.
„Ik wachtte tot jij er was,“ antwoordde Ralf nonchalant, terwijl hij nog een hap van zijn donut nam.
Vol ongeloof schudde ik mijn hoofd. Dit kan niet waar zijn. Ik overwoog even om uit mijn slof te schieten. Toch was een deel van mij opgelucht dat hij de boel niet erger had gemaakt.
„Johnson, praat me bij,“ riep ik, terwijl ik de kamer afspeurde naar hem.
„Baas, we hebben de grenzen versterkt en vijf indringers opgepakt. Alles lijkt voorlopig onder controle. Ik heb mannen door de straten laten patrouilleren om dat zo te houden. Maar we hebben de beslissingen van de alfa nodig om te weten wat we nu moeten doen,“ rapporteerde Johnson.
Ik knikte. „Bedankt, Johnson. Ik haal de alfa,“ zei ik, terwijl ik naar buiten liep. Ik hoorde zijn „Succes“ nog toen ik vertrok.
Verdomme, ik moet hem weer wakker maken. dacht ik, terwijl ik naar het roedelhuis liep. Wachters salueerden terwijl ik door de gangen rende. Ik had niet verwacht dat er hier ook zoveel bedrijvigheid zou zijn.
Ik rende de trap op naar de stille verdieping met de slaapkamers. Niemand mocht daar komen. Zelfs ik niet, maar ik was de enige die het toch deed. Ik begon er genoeg van te krijgen.
Ik klopte drie keer op de deur van de alfa. „Albert… Alfa, doe de deur open. Het is een noodgeval,“ riep ik, waarbij ik bijna vergat zijn titel te gebruiken.
„Wacht. Wie is daar?“ antwoordde een stem die niet van Albert was. Een koude rilling liep over mijn rug. Oh, shit…
Was de alfa aangevallen? Zonder na te denken opende ik de deur, maar een sterke hand greep mijn pols vast.
Ik draaide me om en sloeg hem, maar hij wist me tegen de muur te drukken. Zijn elleboog drukte tegen mijn keel, waardoor ik gedwongen werd om naar zijn hand te kijken.
Ik zag de Magnolli-ring en keek toen omhoog om zijn blik te kruisen. Zijn geur leek op die van Albert, maar dan sterker, houtachtiger en meer omhullend. Hij had een vierkante kaak, een krachtige neus, dikke wenkbrauwen en tot spleetjes geknepen bruine ogen. Zijn donkerblonde haar was netjes naar één kant gekamd.
Terwijl ik zijn gezicht bestudeerde, besefte ik dat hij op Albert leek. Hij moet Alberts broer zijn, de alfa van de Ironclaw Pack.
„Je bent zijn broer,“ fluisterde ik, terwijl ik langzaam mijn armen ontspande.
„Alfa Vincent Magnolli,“ antwoordde hij, terwijl hij me losliet.
„Sammantha Harris, plaatsvervangend hoofd van de wacht. Het spijt me, Alfa, ik wilde alleen Albert wakker maken. Ik dacht dat u een bedreiging vormde,“ verontschuldigde ik me, terwijl ik mijn zilveren mes opborg.
„Je verdedigde je alfa. Ik was hier dertig seconden voor jou… Ik probeerde hem ook wakker te maken,“ zei hij, terwijl hij de manchet van zijn overhemd rechttrok. Zijn blik was intens, alsof hij in mijn ziel kon kijken.
Ik was uit het veld geslagen en mijn hart ging tekeer.
Dit kan toch niet echt gebeuren?
Een gekreun vanuit Alberts bed trok onze aandacht. Ik haalde diep adem en liep ernaartoe. Ik trok de dekbedden weg, waardoor Albert en twee naakte wolven die naast hem sliepen tevoorschijn kwamen. Ik greep ze allebei bij de pols.
„Opstaan, jullie,“ drong ik aan. Een van hen trok een gezicht en probeerde zich om te draaien. „Ik zei opstaan, NU!“ schreeuwde ik. Ze haastten zich de kamer uit en gristen hun kleren van de vloer. Ik zag zelfs hoe een van hen, half gehurkt en in zijn blote kont, met een boogje om Vincent heen liep.
„Nog vijf minuutjes, mam…,“ mompelde Albert terwijl hij zich omdraaide. Ik rolde met mijn ogen.
„Als ik je moeder was, was je al lang uit bed,“ beet ik hem toe. Pas toen besefte ik dat ik het ook over Vincents moeder had. „Mijn excuses,“ zei ik, terwijl ik me tot hem richtte.
„Klopt, ze had hem waarschijnlijk al uit bed getrapt,“ viel Vincent in, leunend tegen de kledingkast.
„Albert. We zijn aangevallen. Sta nu op,“ beval ik met een strenge toon. „We hebben de alfa nodig, Albert. We hebben jou nodig.“
Albert keek naar me op en ging rechtop in bed zitten. Hij was naakt, maar naaktheid was niets nieuws voor ons wolven. Hij deed me helemaal niets, maar even vroeg ik me af hoe Vincent er zonder kleren uit zou zien. Ik schudde mijn hoofd om die gedachte te verdrijven.
Ik maakte gebruik van het feit dat Albert even stilzat en duwde hem de badkamer in. Ik zette de douche aan en schoof hem eronder. Daarna liep ik naar de kledingkast. Vincent deed een stap opzij toen ik een broek, een shirt en ondergoed pakte.
Ik gooide ze de badkamer in en deed de deur dicht. Terwijl ik ertegenaan leunde, liet ik mijn hoofd zachtjes tegen het hout bonken. De dag was pas net begonnen en ik was nu al zwaar gestrest.
„Is dit de eerste keer dat je dit doet?“ vroeg Vincent, terwijl hij langzaam op me afkwam.
„Helaas niet. Sinds ik het heb overgenomen, moet ik hem naar vergaderingen en afspraken slepen,“ bekende ik, zwaar ademend.
„Zou dat niet de taak van de bèta moeten zijn? Of misschien van het hoofd van de wacht?“ vroeg Vincent, terwijl hij een wenkbrauw optrok.
„Josh is… er even niet. Zijn vrouw is ziek en hij heeft het daar erg zwaar mee,“ legde ik uit.
Onze bèta, Josh, was al meer dan een maand uit de roulatie. Dat maakte mijn werk nog moeilijker. Bovendien vond hij Albert een verwend nest, wat ook zo was.
„En Ralf… Heb je Ralf al ontmoet?“ vroeg ik grinnikend.
„Ik ontmoette hem toen hij de plaatsvervanger van Julian was. Hij deed nooit veel, maar Julian regelde alles. Hij was geweldig,“ antwoordde Vincent.
„Ralf voert nog steeds niet veel uit, ook al heeft hij nu de leiding,“ mompelde ik, bijna als een bekentenis.
„En Julian was inderdaad fantastisch. Hij is de reden dat ik bij de wacht ben gegaan. Hij was mijn mentor. Zonder hem… is alles een stuk… lastiger,“ gaf ik toe, terwijl ik me plotseling besefte dat ik aan het kletsen was met een alfa.
„Dat spijt me voor je,“ zei Vincent, met een intense blik.
Mijn adem stokte en mijn hart bonkte in mijn keel. Ik had me nog nooit zo gevoeld bij iemand. Normaal was ik zo logisch en rationeel. Maar nu werden mijn ogen naar zijn lippen getrokken en had ik moeite met ademhalen.
Maar mijn telefoon ging af en onderbrak ons.
„Oké, Josh. We zijn over vijf minuten beneden,“ nam ik op. Ik zuchtte bij de gedachte dat ik Albert in zo'n korte tijd moest aankleden.
„Is Josh beneden?“ vroeg Vincent, terwijl hij zich naar mij omdraaide.
„Ja, in de vergaderzaal.“
„Dan ga ik alvast naar beneden. Ik zal eerst met hem praten en wacht daar op jullie,“ zei hij, terwijl hij naar de deur liep.
„Al moet ik zeggen dat ik geniet van het gezelschap,“ voegde Vincent eraan toe, terwijl hij opnieuw zijn manchet rechttrok. Hij had die typische zelfverzekerde alfa-houding. Met zijn knappe uiterlijk zou je haast denken dat hij net zo'n feestbeest was als zijn broer.
Vervolgens streek hij met zijn hand over zijn buik en herinnerde ik me de klappen die ik hem had gegeven.
„Doet het pijn? Het spijt me nog daarvan,“ zei ik, terwijl ik ernaar wees.
„Het is oké,“ lachte hij.
„Je moet hier te veel ballen hooghouden. Als ik jouw alfa was, zou ik niet toestaan dat je het zo druk hebt. Een prachtige vrouw als jij zou niet zo uitgeput moeten zijn,“ zei hij, terwijl hij met zijn duim over mijn wang streek.
Een rilling liep over mijn rug toen hij zich omdraaide en de trap afdaalde.
Ik stond daar en keek hoe die Griekse god de trap afliep, met een bonzend hart. Maar ik moest hier mee stoppen. Hij had dit effect waarschijnlijk op iedereen. Ik moest mezelf weer bij elkaar rapen.
Toen hij de laatste trede bereikte, keek hij omhoog en betrapte hij me terwijl ik naar hem staarde. Vincent schonk me een glimlach. Verdomme.
Het was de mooiste glimlach die ik ooit had gezien. Verdomme, Sam.
Ik keek hoe hij zelfverzekerd naar de vergaderzaal liep. Ik moest mijn hoofd schudden om hem uit mijn gedachten te bannen.
Ik draaide me weer om naar de badkamerdeur. „We vertrekken over drie minuten, Alfa. Schiet op.“











































