
De schaduwmaanserie Boek 3
Auteur
Lezers
138K
Hoofdstukken
43
Prelude
Hallo Luke.
Zijn hart zonk in zijn schoenen toen de woorden door de kamer zweefden. Zonder op of om te kijken, stak hij snel zijn hoofd onder het kussen en drukte het stevig tegen zich aan.
De stem was vaker te horen en soms zag hij een beeld voor zich. In het begin was de stem aardig en nam de plaats in van de vrienden die hij niet had.
De roedel had zijn moeder weggestuurd omdat ze de bèta had proberen te verleiden. Ze hoopte zo macht te krijgen. In plaats daarvan werden ze zwervers en moesten ze steeds verhuizen.
„Ga weg. Ga weg. Ga weg,“ fluisterde hij zachtjes terwijl hij zijn ogen stijf dichtkneep. Hij hoopte dat het ding verveeld zou raken en hem met rust zou laten.
Laten we spelen.
„Nee!“ schreeuwde hij in de open ruimte. Het geluid kaatste tegen de muren en kwam hard bij hem terug.
Luke telde in zijn hoofd tot tien voordat hij langzaam zijn ogen opendeed en het kussen weghaalde. Het duurde even voordat zijn ogen gewend waren. Toen hij weer goed kon zien, slaakte hij een zucht van verlichting.
Het bed veerde in toen Luke opstond en naar de badkamer liep. Eenmaal binnen zette hij snel de kraan aan en plensde het koude water in zijn gezicht. Telkens als de stem kwam, werd het donker in zijn hoofd. Het duurde dan dagen voordat hij weer normaal was.
Hij pakte de handdoek naast zich met zijn ogen dicht en droogde zijn gezicht af. De wasbak voelde koud aan toen hij die stevig vastpakte. Zijn vingers werden er helemaal wit van.
De spiegel voor hem toonde zijn gezicht. Hij haatte zijn gezicht, maar dwong zichzelf toch te kijken. Zijn haar viel tot aan zijn oren en hing slap over zijn voorhoofd. De kleur deed hem denken aan modder, hoewel zijn moeder het asblond noemde.
Daarna keek hij naar zijn ogen. Ze voelden te klein voor zijn gezicht. Het bruin was dof en saai. Hij had een spitse neus die te ver uitstak. Tenminste, dat zeiden de kinderen op school altijd.
„Stop!“ schreeuwde Luke naar zichzelf in de spiegel, terwijl zijn gedachten afdwaalden naar wat hij haatte. Af en toe stelde hij zich voor dat hij helemaal onder het bloed zat. Het was alleen niet zijn eigen bloed, maar dat van de dode lichamen om hem heen. Hun gezichten veranderden steeds in de mensen die hij haatte.
Waarom wil je stoppen?
Luke draaide zich snel om, op zoek naar de stem, maar de kamer was leeg.
„Laat me met rust.“ De deur sloeg met een harde klap achter hem dicht toen hij zijn slaapkamer inliep. De kamer was klein, maar het bed lag gelukkig lekker en hij kon goed door het raam naar buiten kijken.
Zijn moeder raakte altijd de baantjes kwijt die ze wist te bemachtigen. Hierdoor moesten ze telkens weer naar een nieuwe stad verhuizen en een nieuwe identiteit aannemen.
De stoel schraapte over de vloer toen hij hem aanschoof om aan zijn bureau te gaan zitten. Als de stem hem niet met rust liet, moest hij maar iets doen om zijn gedachten te verzetten. De boeken voor hem zouden daarbij helpen. Zijn wiskundeboek lag bovenop. Hoewel hij een hekel had aan het vak, zorgde het in elk geval voor afleiding.
Je komt niet zo makkelijk van me af.
„Ik kan het proberen,“ schreeuwde Luke naar de onzichtbare stem. Hij sloeg het boek op een willekeurige bladzijde open en las de eerste zin. Keer op keer las hij de zin, maar de woorden drongen niet tot hem door. Hij slaakte een gefrustreerde zucht, smeet het boek dicht en stond weer op.
„Goed, wat wil je?“ vroeg hij in het luchtledige. Er verstreken een paar minuten voordat hij het opgaf. Terwijl hij op bed plofte, sloeg hij zichzelf mentaal voor zijn kop. Misschien verbeeldde hij het zich wel en was hij gewoon gek aan het worden.
Dat ben je niet.
Dit keer negeerde Luke de stem. Hij pakte zijn telefoon en begon wat op internet te surfen. Er was online niets boeiends te vinden om hem bezig te houden. Hij gooide de telefoon naast zich neer en staarde wezenloos naar het plafond.
Luke moest in slaap zijn gevallen, want toen hij wakker werd was de kamer gehuld in duisternis. Alleen de maan verlichtte zijn kamer.
Zijn nekspieren deden pijn toen hij bewoog om op te staan. Terwijl hij zijn nek heen en weer rekte, trok iets zijn aandacht. Vanuit zijn raam keek hij uit over een park. Overdag wemelde het daar van de gezinnen, maar zo laat op de avond was het er griezelig leeg.
Luke haalde zijn schouders op en wilde het alweer vergeten, totdat er een roze vlek in zijn ooghoeken opdook. Omdat hij zijn wolf nog niet had gekregen, waren zijn ogen net als die van een mens en moest hij zijn ogen tot spleetjes knijpen. Verscholen in het donker, tussen de bomen, lag een oude speeltuin. In het midden stonden schommels. Toen hij zich daarop focuste, doemde er plotseling een schaduw van een persoon op.
Luke deed zijn raam zachtjes open, omdat het glas zijn zicht belemmerde. De frisse lucht vulde zijn longen en dat voelde goed. Hij stak zijn hoofd naar buiten en probeerde de gestalte beter te zien.
Hij had gelijk gehad. Er zat een meisje in een roze jurk heen en weer te schommelen, terwijl de wind de stof liet wapperen. Er zwierven wel vaker daklozen rond, maar zijn onderbuikgevoel vertelde hem dat zij er niet zo een was.
Ga eens kijken.
Normaal gesproken luisterde hij nooit naar de stem, maar nu moest hij wel. Het meisje zag er jong uit en 's nachts kon het gevaarlijk zijn op straat.
Dus pakte Luke een jas en sloop zo zachtjes mogelijk de trap af. Zijn moeder was een volwaardige wolf en haar gehoor was uitstekend. Hij had echter het geluk dat ze ook een alcoholist was. Na een fles whisky lag ze volledig in katzwijm.
De treden kraakten onder zijn voeten, maar hij liep door. De voordeur was zoals gewoonlijk niet op slot, want dat kon zijn moeder niets schelen. Hij prentte zichzelf in om de deur wel op slot te draaien als hij weer thuis was.
Het pad langs het huis naar het park was leeg. Het enige licht kwam van de maan, maar hij liep hier elke dag en kende de weg op zijn duimpje. Een koud briesje kriebelde in zijn nek, waarop Luke zijn jas aantrok.
Hij was bij het hek tegen de tijd dat hij zijn rits sloot. Hij keek nog even om zich heen om er zeker van te zijn dat er niemand anders was, voordat hij verder liep. Iets in zijn achterhoofd schreeuwde dat hij weg moest wezen, dat hij moest vluchten. Maar hij kon het niet. Dit meisje was helemaal alleen en hij wilde helpen. En jawel, ze zat nog steeds vrolijk heen en weer te schommelen.
Luke kuchte zachtjes toen hij dichterbij kwam. Zo liet hij merken dat hij er was, zonder haar te laten schrikken. De wolken schoven voor de maan, waardoor het licht verdween. Hij kon haar gezicht niet zien, alleen haar postuur. Zelf was hij tien jaar oud en lang voor zijn leeftijd. Zij leek echter een stuk langer, dus hij schatte dat ze een jaar of zestien, zeventien was.
„Hallo,“ riep hij naar haar.
Haar hoofd draaide zijn kant op toen hij dichterbij kwam, maar ze bleef doorschommelen. Opnieuw vertelde iets in hem dat hij weg moest gaan, maar hij kreeg het niet voor elkaar.
Luister er niet naar.
Zijn blik gleed door het park, maar er was verder niemand te bekennen.
„Hoi.“ Haar stem klonk zacht en hij voelde zich er direct door aangetrokken.
„Wat doe je hier?“ vroeg Luke terwijl hij een stap dichterbij deed. Het meisje liet haar voeten over de grond slepen om zo vaart te minderen. Zodra ze stilstond, stapte ze van de schommel af en streek ze haar kleding glad. „Ik verveelde me thuis,“ antwoordde ze.
„Het is hier gevaarlijk buiten,“ merkte Luke op. Hij stond stil, want zij liep nu op hem af. Als aan de grond genageld keek hij hoe ze dichterbij kwam. De stralen van de maan piepten langs de wolken en vielen precies op haar gezicht.
Zijn adem stokte in zijn keel toen hij haar aankeek. Hij kon gewoon geen woorden vinden om haar schoonheid te beschrijven.
Pak haar
Woede overspoelde hem toen de stem sprak en het moment verpestte. „Kop dicht.“
„Ik zei helemaal niets,“ reageerde het meisje. Luke sloeg zichzelf mentaal voor zijn kop. Hij dacht dat hij het in zijn hoofd had gezegd, en niet hardop.
„Sorry.“
Het meisje haalde haar schouders op als reactie op zijn verontschuldiging. Luke zag hoe ze vlak voor hem bleef staan. Haar warme adem streek langs zijn wang. „Mijn naam is Veronica, en jij bent?“ Ze had een brede, aanstekelijke glimlach, waardoor hij vanzelf terug moest lachen.
„Luke.“
Veronica stak haar hand naar hem uit en Luke nam die aan. „Leuk je te ontmoeten, Luke.“ Ze schudde zijn hand en hield die langer vast dan normaal. Haar huid was zacht en warm. Er tintelden kleine vonkjes op de plek waar hun huid elkaar raakte. De schok van dat gevoel liet hem een stap achteruit doen, waardoor het contact werd verbroken.
Pak haar
Met alle wilskracht die hij in zich had, negeerde Luke de stem. Hij richtte zijn aandacht op Veronica. Haar ogen bleven strak op hem gericht en hij werd nerveus van haar blik. „Dus... eh... gaan je ouders je niet missen?“ Hij probeerde snel van onderwerp te veranderen.
„Nee. Soms vergeten ze gewoon dat ik er ben.“ Veronica’s glimlach zwakte af toen ze dat zei. Luke voelde met haar mee; ze zaten in hetzelfde schuitje. „Maar zo kan ik tenminste wel zoveel plezier maken als ik zelf wil.“
PAK HAAR
„Nee.“ De stem werd dwingender, waardoor zijn woede oplaaide.
De angst viel van Veronica’s gezicht af te lezen en ze deinsde achteruit. Luke stak zijn hand naar haar uit met de overweldigende behoefte om zijn excuses aan te bieden. „Sorry, ik weet niet wat me bezielde.“
Veronica besloot dat het tijd was om te gaan. „Sorry, ik moet ervandoor. Je had gelijk; misschien missen mijn ouders me wel.“ Haar glimlach was zwakjes terwijl ze twee stappen naar achteren deed.
Luke voelde zich vreselijk over zijn uitbarsting. Hij greep haar hand vast en dwong haar zo om te blijven. „Wacht, voordat je gaat...“
PAK HAAR
Hij was helemaal klaar met de stem. Hij draaide zich zo snel om, dat zijn arm hard tegen Veronica aan sloeg. Ze viel op de harde grond. Het gebeurde allemaal te snel. Nog voordat hij zich weer kon omdraaien, klapte haar hoofd ergens tegenaan.
„Shit, het spijt me zo...“ Hij wilde haar helpen, maar een ijzergeur drong zijn neus binnen. De geur maakte iets wakker wat diep in hem sluimerde. Terwijl hij door zijn knieën zakte, zag hij een plas bloed rond haar hoofd ontstaan.
Pak haar
Haar borstkas ging nog lichtjes op en neer, een teken dat ze nog leefde, maar met hem was er iets veranderd. Er flitsten beelden door zijn hoofd terwijl er een golf van pure kracht door hem heen stroomde. Zijn geest stelde zich open en liet de stem de controle overnemen. Langzaam boog hij zich over haar heen en drukte hij haar tegen de grond.
Veronica kreunde zachtjes terwijl haar ogen open fladderden. Boven haar hing de jongen, Luke, maar hij was niet meer dezelfde. „Alsjeblieft,“ fluisterde ze toen ze de blik in zijn ogen zag. Ze opende haar mond om te gillen, maar hij smoorde haar kreet snel door zijn hand over haar mond te leggen.
„Pak haar.“ Dit keer was het zijn eigen stem.
Haar ogen werden groot van angst. Ze probeerde te gillen, maar het geluid werd gedempt. Het had geen enkele zin.
Aan de andere kant van het veld stond hij toe te kijken. Weer een slachtoffer was bezweken onder zijn macht. Deze wezens lieten zich zo makkelijk bespelen. Als hij zo doorging, lag de overwinning waar hij zo naar verlangde binnen handbereik. Jarenlang had hij ze geobserveerd. Hij merkte op welke wezens hunkerden naar de duisternis, en pikte ze er feilloos uit.
Het tafereel speelde zich voor zijn ogen af met een gemene grijns op zijn onzichtbare gezicht. Spijt had hij allang niet meer; nu resteerde er alleen nog maar wraak. Er waren nog anderen die zijn aandacht nodig hadden. Met een laatste, goedkeurende blik verdween hij en loste hij op in een bal van wit licht.













































