
De wolvinnenserie: Jacht op Kate
Auteur
Lezers
290K
Hoofdstukken
23
Hoofdstuk 1
Spinoff: Catching Kate
KATE
Ik reed met hoge snelheid in de SUV van Sam over de weg naar het roedelhuis.
Toen ik nog in Chicago woonde, reed ik zelden. Mijn appartement lag heel dicht bij mijn kantoor. Voor al het andere nam ik altijd een taxi. Maar hier maakten de grote open ruimtes en de afgelegen omgeving autorijden noodzakelijk. Vooral omdat ik niet de gave had om zomaar in een enorme weerwolf te veranderen, zoals de meeste mensen hier.
Ik had niet beseft hoe erg ik de rust van het bos miste totdat ik hierheen verhuisde. Sam en ik brachten een groot deel van onze kindertijd buiten door.
Ons gezin hield erg van kamperen en wandelen. Papa leerde ons vissen en wilde dieren opsporen. Achteraf gezien was dat logisch, vanwege onze half-weerwolf afkomst. Nou ja, Sam was de half-weerwolf.
Het bleek dat 'half' helemaal niet bestond. Je bent een weerwolf, of je bent het niet, zoals ik.
In het begin was ik een beetje jaloers op haar. Wie zou er immers geen superkrachten willen hebben als je mocht kiezen? Maar nadat ik zag wat zij doormaakte, besloot ik dat mijn leven waarschijnlijk makkelijker was zoals het was.
Ze vond al snel haar voorbestemde partner, de weerwolvenkoning. Ze werd gedwongen om een moeilijke keuze te maken. Ze kon zijn koningin worden, of haar zielsverwant opgeven. Dat laatste zou ze doen om haar tienerzoon, Luke, te beschermen tegen de roep van de alfa.
Ik kon niet toekijken hoe mijn grote zus een leven vol geluk opofferde uit angst voor de toekomst van haar zoon. Verhuizen naar het roedelgebied om op Luke te letten, was dus een logische keuze. Ze had in haar leven al talloze keren alles voor Luke opgegeven.
Niet dat zij het zo zag, of dat ik dacht dat ze de verkeerde beslissing nam. Ik hield van Luke. Iedereen hield van hem.
Maar ik vond dat Sam de kans verdiende om haar lot te volgen. En het is maar goed dat ze dat deed. Een machtige, duistere heks probeerde nu namelijk de wereld te vernietigen. Of zoiets tenminste.
De details waren nog steeds een beetje vaag voor me. Maar dat maakte niet echt uit. De koning had iedereen in zijn vertrouwenskring verboden om er met buitenstaanders over te praten.
Ik besloot geen energie te verspillen aan zorgen over iets dat 'mij niet aanging', zoals mijn arrogante zwager het verwoordde. In plaats daarvan besteedde ik mijn tijd aan het behoeden van Luke voor problemen. Daarnaast hield ik mijn eigen blijkbaar voorbestemde partner op afstand.
Kort nadat ik besloot naar de Redclaw roedel te verhuizen, ontmoette ik Emerick Stone. Op het moment dat onze blikken elkaar kruisten, voelde hij een diepe verbinding. Ik was me daar zelf totaal niet van bewust.
Typisch mijn geluk. Blijkbaar was er voor het eerst in de geschiedenis een weerwolf voorbestemd voor een gewoon mens. Een mens dat hield van de advocatuur en het op afstand houden van mensen.
Niet elke weerwolf vond zijn voorbestemde partner. Maar als dat wel gebeurde, was de drang om de band te bezegelen enorm sterk. En natuurlijk was hij de liefste en meest attente man ooit.
Hij had ook met mijn perfecte grote zus geslapen. Daarna had hij een jaar lang naar haar verlangd. Hij had geprobeerd haar zover te krijgen dat ze haar eigen voorbestemde partner zou afwijzen. Bovendien had hij alles laten vallen om haar zoon te beschermen, puur uit toewijding aan haar.
Hoe moest ik daar ooit tegenop boksen? Sam verzekerde me dat niets sterker was dan de band die hij voor mij voelde. Toch maakte het de hele situatie ontzettend ongemakkelijk.
Daar kwam nog bij dat ik me niet wilde binden. Het hele partner-gedoe was een verplichting voor het leven. Zelfs de beste echtscheidingsadvocaat ter wereld kon ons niet scheiden.
Ik had nog nooit een kamerplant langer dan een paar maanden in leven gehouden. Dat idee maakte me daarom doodsbang. Al zou ik dat natuurlijk nooit toegeven.
Terwijl ik de parkeerplaats van het roedelhuis opreed, viel mijn oog op hem. De lange, donkere en knappe man van wie ik maar niet leek af te komen. Emerick leunde tegen zijn blauwe sportauto en hield twee koppen koffie vast.
Hij zag er onweerstaanbaar uit in zijn blauwe chino en witte overhemd. De mouwen waren opgerold en lieten zijn gespierde onderarmen zien. Zijn hoofd draaide mee. Hij volgde mijn auto door zijn zwarte pilotenbril totdat ik geparkeerd stond.
Hij liep naar het portier toen ik de motor uitzette.
„Goedemorgen, Kate.“
„Emerick,“ reageerde ik kortaf op zijn groet.
Ondanks mijn kille houding gaf hij een kleine grijns. Ik deed mijn best om hem op afstand te houden. Maar potverdorie, dat lachje raakte me elke keer weer. En hij wist het.
„Dertienmaal is scheepsrecht,“ zei hij, terwijl hij me een van de drankjes aanreikte die hij vasthield.
Het was een spelletje dat hij per se wilde spelen. Ik weigerde hem te vertellen welke koffie ik dronk. Daarom had hij op een dag stiekem aan mijn beker geroken. Sindsdien probeerde hij mijn favoriete drankje te raden, puur op basis van de geur.
Ik rolde met mijn ogen, maar nam toch een slokje.
Verdomme, hij had het goed.
„Nee. Nog steeds niet goed,“ loog ik.
„Onzin.“ Zijn glimlach werd breder.
„Het komt in de buurt. Maar het smaakt nog steeds naar stront.“ Ik draaide me om en wilde weglopen.
„Ik kan je hartslag horen, Kate,“ riep hij, terwijl hij vlak achter me aan liep. „Ik weet dat je liegt.“
Stomme weerwolvenkrachten.
„Je zintuigen zullen wel achteruitgaan door de partnerband,“ beet ik hem toe. „Ik lieg niet.“
Hij bleef stil, maar ik kon horen dat zijn voetstappen me nog steeds volgden.
Het was een gemene opmerking. Ik wist dat de onvoltooide band hem langzaam van zijn sterke zintuigen zou beroven. Dat was ook gebeurd bij mijn zus en koning Ivar, haar man.
Ze waren allebei onsterfelijk. Ze waren waarschijnlijk de machtigste weerwolven op aarde. Toch verloren ze allebei langzaam hun vermogen om te genezen. Ook hun kracht en andere vaardigheden namen af toen ze tegen hun verbinding vochten.
Hetzelfde zou met Emerick gebeuren. Hij was niet onsterfelijk en ook geen alfa. Het zou voor hem dus wel eens erger kunnen zijn. Hoewel ik volhield dat ik me niet schuldig voelde, was dat erg moeilijk om niet te doen.
Ik liep door de gangen van het roedelhuis tot ik voor het kantoor van de alfa stond. Het kantoor van Luke nu. Het was nog steeds raar om mijn zestienjarige neefje te zien als de alfa van een van de grootste weerwolvenroedels ter wereld.
Bijna net zo raar als het feit dat weerwolven echt bestonden. Ik klopte op de deur en zag dat hij verdiept was in papierwerk. Michael stond naast hem.
De bèta had veel meer verantwoordelijkheid op zich genomen sinds Sam vertrokken was. Zij moest haar plichten als koningin vervullen. Michael leerde Luke alles wat hij kon. Maar het zou nog steeds tijd kosten voordat de jonge alfa zijn draai had gevonden.
„Hé, tante Kate,“ groette Luke zonder op te kijken. „Heb je het contract voor de Dark Hills roedel al klaar?“
De jongen was de laatste tijd alleen maar met zaken bezig. Ik denk dat hij wel moest. Een alfa was eigenlijk een soort directeur van een bedrijf, dictator van een klein land en generaal van een leger, allemaal tegelijk.
Sam had gelijk over hoe zwaar dit was voor iemand die nog zo jong was.
„Ja, Luke,“ stelde ik hem gerust. „Het zou in je e-mail moeten staan.“
Ik ging op de lege stoel tegenover zijn bureau zitten. „Ik was van plan om het je vanmorgen tijdens het ontbijt te vertellen. Stel je mijn verbazing voor toen je er niet was.“
Hij keek even op en ik gaf hem een veelbetekenende blik. De dag nadat zijn moeder vertrok, begon Luke al voor zonsopgang met werken.
„Mijn excuses,“ zei hij met een strak gezicht. „Ik had hier een paar dringende zaken te regelen.“
„Maar je moet nog steeds eten,“ wierp ik tegen. „Ik heb je al een week geen fatsoenlijke maaltijd zien eten.“
De sfeer in de kamer werd plotseling gespannen. In plaats van te antwoorden, wierp mijn neefje me een boze blik toe. Hij klemde zijn kaken stijf op elkaar.
„Heren,“ zei hij tegen Michael en Emerick. „Ik heb even een moment nodig met mevrouw McClain.“
Ze stonden allebei op en liepen snel naar de uitgang. Zodra de deur achter hen gesloten was, trok ik een wenkbrauw naar hem op.
„Kate,“ begon Luke met een gespannen stem. „Ik ben de alfa. Behandel me niet als een kind in mijn eigen kantoor.“
„Ten eerste is het tante Kate voor jou,“ antwoordde ik scherp. „Ten tweede ben je nog steeds een kind, alfa of niet. Eten is niet bespreekbaar. School ook niet. Ik heb gehoord dat je al vijf dagen spijbelt.“
Hij keek weg en haalde diep adem. Ik kon zien dat hij probeerde kalm te blijven. Hij had de afgelopen drie dagen maar ongeveer zes uur geslapen. Ook leefde hij alleen maar op magnetronmaaltijden en chips. Ik was verbaasd dat zijn wolf nog niet had uitgehaald en het roedelhuis aan flarden had gescheurd.
Ik wist dat ik voorzichtig te werk moest gaan. Dat was niet bepaald mijn sterkste kant.
„Lukey,“ zei ik met een zachte stem. „Het is niet erg om pauze te nemen. Er zijn hier genoeg mensen die je kunnen helpen. Niemand verwacht dat je alles nu al perfect doet.“
Hij schudde zijn hoofd met een blik van afkeer op zijn gezicht.
„Je snapt het niet,“ protesteerde hij. „Dat is wat het betekent om een alfa te zijn, tante Kate. Een alfa hoort dit allemaal te doen.“
„Dat zal je ook,“ verzekerde ik hem. „Maar niet allemaal tegelijk. Je moeder had ook tijd nodig om haar balans te vinden.“
Hij snoof. „Nee, helemaal niet.“
„Echt waar? Ik herinner me namelijk dat ik meerdere paniekerige telefoontjes van haar kreeg. Ze moest alles al doende leren, net als jij. Bovendien had ze ook nog te maken met de problemen rondom haar voorbestemde partner. Het was voor haar ook geen pretje.“
Hij leunde achterover in zijn stoel. Ik keek toe hoe hij voor zich uit staarde. Zijn gezicht stond getekend door vermoeidheid.
„Ze liet het er gewoon zo makkelijk uitzien,“ gaf hij toe. „Ik weet niet hoe ik haar ooit moet opvolgen.“
„Jochie,“ zei ik zachtjes. „Dat hoeft ook helemaal niet. Je hoeft alleen maar je best te doen en je eigen weg te vinden.“
Hij wierp een blik op de stapel papierwerk op zijn bureau. „Er is zoveel te leren. Hoe heeft mam dit allemaal uitgevogeld?“
„Nou, ze had al ervaring met het runnen van een bedrijf.“ Ik haalde mijn schouders op. „Ze was al bekend met het meeste papierwerk. De rest...“ Ik pauzeerde even. „Dat zul je haar moeten vragen. Ze is een geboren leider. Dat zijn jullie allebei. Ik denk dat ze gewoon deed wat zij dacht dat juist was.“
Hij bleef stil en staarde naar zijn handen.
„Je kunt het haar vanavond vragen,“ stelde ik voor. „Ze komt eten. Oma maakt fajita's.“
„Geweldig,“ mompelde hij.
„Luke, ze maakt zich zorgen.“
„Ik weet het,“ gaf hij toe. „Ik wil haar gewoon niet telkens teleurstellen.“
„Doe dat dan ook niet,“ adviseerde ik, terwijl ik opstond. „Wees vanavond gewoon haar zoon, en niet de alfa.“
Sam en Luke hadden ruzie elke keer als ze in dezelfde kamer waren. Dat begon na haar bruiloft en de ruzie die daarop volgde. In eerste instantie zei ze dat ze niet zou vertrekken. Dat was nadat de kwaadaardige heks Tatianna zichzelf had onthuld en de roedel had aangevallen. Luke vond dat haar verblijf zijn status als alfa ondermijnde. De meeste leden van de roedelraad waren het daarmee eens.
Ze verhuisde met Ivar. Maar toen teleporteerde Trinity, haar nieuwe schoonzus, haar elke dag terug naar het gebied van de Redclaw roedel. Dit zorgde voor ongemakkelijke situaties als moeder en zoon het niet met elkaar eens waren. Niemand wist naar wie ze moesten luisteren. De een was immers hun alfa en de ander hun koningin.
Uiteindelijk vroeg Luke haar om haar bezoeken te beperken. Dat zou gelden totdat hij zichzelf als enige leider had bewezen. Sam was er kapot van. Maar Michael en Emerick wezen haar erop dat een zwakke alfa uitdagers zou kunnen aantrekken. Ivar waarschuwde haar dat het politiek lastig kon zijn om te voorkomen dat iemand Luke zou uitdagen. De wet van de weerwolven schreef namelijk voor dat elke alfa zijn leiderschap moest verdedigen als hij werd uitgedaagd.
De afgelopen week had Sam zich aan Luke's verzoek gehouden. Ze was in Canada gebleven. Maar dat weerhield haar er niet van om mij en haar vrienden meerdere keren per dag te bellen om te horen hoe het ging.
„En Luke?“ riep ik over mijn schouder. „School is niet bespreekbaar. Regel het maar.“
„Je zou Emerick moeten uitnodigen voor het eten,“ stelde hij voor, precies op het moment dat de deur openging.
Mijn oog viel op de man die altijd aan mijn zijde stond. Hij leunde met gekruiste armen tegen de muur. Onze blikken kruisten elkaar even. Toen draaide ik me terug naar Luke en vormde geluidloos de woorden stik erin met mijn mond.
Luke grijnsde als antwoord. Ik wist dat hij kon voelen dat Emerick voor de deur stond. Zijn suggestie was een berekende zet.
„Klinkt als een goed plan,“ zei ik luid.
Emerick liep naast me mee terwijl ik boos naar mijn eigen kantoor verderop in de gang beende.
„Je hoeft me niet uit te nodigen,“ zei hij na een moment.
„Nee, dat klopt,“ beaamde ik. „Maar Sam zou het geweldig vinden om je te zien.“
Dat was geen leugen. Sam vond Emerick nog steeds helemaal het einde. Of zo liet ze het althans aan mij overkomen. Ik wist dat ze vrienden waren en dat ze om hem gaf. Maar de dynamiek tussen ons drieën was best ongemakkelijk.
„Kate.“ Hij onderbrak mijn gedachten en legde een hand op mijn arm. „Ik weet dat dit moeilijk voor je is.“
„Dat is nog zacht uitgedrukt,“ mompelde ik.
„Ik weet het,“ herhaalde hij. „Maar begrijp alsjeblieft dat ik mijn best doe.“
Ik keek hem in de ogen en zag de wanhoop erin.
„Emerick, ik voel niet hetzelfde als jij,“ vertelde ik hem voor de zoveelste keer.
„Daar ben ik me van bewust,“ zei hij op een kille toon. „Maar dat betekent niet dat we het niet kunnen proberen.“
„Ik wil geen relatie,“ stelde ik bot. „Niet met jou en met niemand anders.“
„Kate—“
„Emerick,“ onderbrak ik hem. „Waarom wijs je me niet gewoon af?“















































