
Delilah Delen Boek 4
Auteur
Lezers
157K
Hoofdstukken
53
VOORBESTEMD
Ik vond helemaal niets in de bibliotheek, niet dat ik dat had verwacht. Natuurlijk was er veel informatie over een hoop magische dingen die ik nooit in de hoofdbibliotheek van onze kring had gevonden, maar over mijn helderziendheid stond er niet veel in.
Wel vond ik een stukje over een magische knikker, die simpelweg „The Eye“ werd genoemd en mijn gave sterker zou moeten maken.
Het probleem was dat ik er niet veel aan had aangezien ik stervende was en de laatste bekende locatie de bibliotheek van Alexandrië was, die, zoals iedereen wist, niet meer bestond.
Toch bleef ik zoeken naar de soort spreuk die deze plek had gemaakt. Als ik op zijn minst kon ontdekken hoe het was gedaan, begreep ik Ian en Rose misschien wat beter.
Ik wist bijna zeker dat deze plek letterlijk van verf en magie was gemaakt, al wist ik niet of de vale kamers gewoon oud waren of dat ze verbonden waren met de herinneringen van een van hen. Verf vervaagt, maar herinneringen ook.
Mijn belangrijkste vraag was: hadden ze deze plek allebei gemaakt?
Helaas had niemand ooit zoiets eerder gemaakt, aangezien het letterlijk een doodvonnis was. Zelfs als iemand zijn lotsverbondene vond, stelde het de dood alleen maar uit. Dat was een simpel feit.
Een hele wereld zoals deze zou de levenskracht van iemand opzuigen. De enige manier om te zien van wie, was door in hun vinger te prikken en te kijken of het bloed oploste. Of, tja... elke andere vorm van bloeden.
„Dat zou ongesteld zijn zeker een stuk makkelijker maken als het Rose is,“ mompelde ik, terwijl ik de bladzijde omsloeg van het boek dat ik las.
Als het echter van hen allebei was, betekende dit dat hun relatie met magie verbonden was, wat de dingen lastig maakte als een van hen mijn lotsverbondene was omdat het betekende dat hun levens aan elkaar vastzaten...
Dat betekende dat als ik erachter kwam wie het was, de ander misschien wel door het lint zou gaan...
Dit was zo oneerlijk...
Een van hen moest mijn lotsverbondene zijn. Om mijn eigen leven te redden, moest ik dus een huwelijk kapotmaken. Dat was wel erg veel gevraagd van een meisje van zeventien jaar, vond ik. Het lot was echt wreed.
Er klonk een klop op de deur, waardoor ik opschrok. Ian was er waarschijnlijk. Ik was zo lang in de boeken verdiept geweest dat ik niet had gemerkt dat de lucht donkerder begon te worden. Zwevende lichtjes van pure magie verlichtten de ruimte als lantaarns in de lucht.
Ik deed de deur open en kwam oog in oog te staan met Rose. Ze droeg een overall die veel te groot voor haar was en bedekt was met kleurrijke verfspetters. Het zweet parelde op haar voorhoofd.
„Ian zei dat je misschien honger had.“
Ik gaf haar een kleine glimlach. „Ik rammel van de honger,“ antwoordde ik, terwijl ik achter haar aan naar buiten liep en de deur achter me dichttrok.
„Heb je daarbinnen gevonden wat je zocht?“ vroeg ze, terwijl ze me door het doolhof van deuren en gangen leidde.
„Niet echt,“ gaf ik eerlijk toe.
„Echt waar? Er zou een grote verzameling over vloeken en vampiers moeten zijn.“ Haar manier van lopen was verfijnd en sierlijk, zoals ik me voorstelde dat een fee zou lopen; met elegantie en onschuld.
„Ik heb in de boeken over vloeken gekeken, maar ik vond de spreuk niet die over mij is uitgesproken. Bovendien weet ik al hoe ik het moet oplossen, ik mis alleen nog—“
„Een ingrediënt?“ vroeg ze, waarmee ze me onderbrak. Ze leefde helemaal op, stopte met lopen en draaide zich om om me aan te kijken. „Ik kan alles voor je maken wat je nodig hebt.“ Ze pakte een verfkwast uit haar overall.
„Ah... nee, niet precies,“ zei ik, terwijl ik probeerde niet te lachen. Iets in de manier waarop ze enthousiast werd, maakte me een beetje verlegen.
Door de glans in haar ogen begon ze helemaal te stralen, maar toen mijn woorden tot haar doordrongen, was het alsof ze weer naar de achtergrond verdween.
„O-oh...“
„Het is oké,“ zei ik, terwijl ik mijn handen ophield. „Ik weet zeker dat ik op den duur wel vind wat ik nodig heb... Vooral dankzij jullie hulp,“ eindigde ik een beetje zwakjes.
Ik kon haar niet zomaar vertellen dat ik hier was om haar huwelijk kapot te maken. Ian en Rose waren alleen maar lief voor me geweest.
Ze gaf me een kleine glimlach. „Ik zal alles doen wat in mijn macht ligt om je te helpen.“
Ik beet op mijn lip en dacht na over haar woorden. „Nou, misschien... Je bent behoorlijk krachtig. Als ik mijn lotsverbondene kon vinden—“
„Nee,“ antwoordde ze kortaf, waarna ze zich omdraaide en wegliep. Ik liep achter haar aan en fronste mijn wenkbrauwen.
„Waarom niet?“
„Omdat lotsverbondenen onzin zijn! Ze dwingen je om van iemand te houden, terwijl je al verliefd bent. Ik ben heel gelukkig met Ian en deze wereld. Je hebt geen lotsverbondene nodig om gelukkig te zijn.“
Ben je dat wel?
Iets zorgde ervoor dat ik hieraan twijfelde en ik dacht erover na terwijl we zwijgend verder liepen. Een onbekende kracht trok me naar voren en spoorde me aan om mijn hand op haar schouder te leggen.
Een deel van mij wist dat ik het beter niet kon doen, maar ik was te nieuwsgierig naar wat deze behoefte dreef. Aarzelend stak ik mijn hand uit terwijl we liepen en raakte haar schouder zachtjes aan, waardoor ze verstijfde.
Er stroomden beelden mijn geestesoog binnen, anders dan alles wat ik ooit eerder had gezien.
Rose en Ian samen op deze plek toen het alleen nog maar bloemen waren. Zij en Ian op een schommel. Ze schilderde nieuwe voorwerpen, en toen ze voor de eerste keer een koelkast erin schilderde, klapte Ian in zijn handen van vreugde.
Ruzie tussen haar en Ian. Ze ging weg en zat opeens midden in een oorlog. Kwam terug. Weer ruzie. Haar vrienden dood, haar kring verwoest.
Terugkerend naar Ian, die zijn armen voor haar openhield en wachtte. Altijd aan het wachten. Ondanks dat ze meerdere keren was weggegaan en de ruzies steeds erger werden. Rode verf spatte op de muren van de grot.
Hij wachtte op haar, en ze kwam altijd terug, precies zoals hij had gezegd.
Toen was ik ineens haar, in zijn armen, de allerlaatste keer dat ze was teruggekomen. Haar gezicht lag verborgen tegen zijn borst terwijl hij haar haar aaide. „Ik ga nooit meer weg,“ zei ik—zei Rose.
Maar vanbinnen voelden die woorden als een doodvonnis terwijl ze iets in zichzelf begroef dat ik meteen herkende. Het was hetzelfde gevoel dat ik had tegenover veel van mijn leeftijdsgenoten.
Wrok.
Ze bleef naar hem terugkeren. Niet alleen omdat ze van hem hield, maar ook uit schuldgevoel, verdriet en spijt.
Waarom?
„Raven!“ riep Rose. Haar stem galmde in mijn hoofd terwijl mijn mond de naam vormde... mijn naam.
„Raven! Word wakker!“ Paniek.
Mijn hand lag niet meer op haar schouder terwijl ik hijgde; het zweet stroomde van me af en mijn ledematen trilden, toen ik eindelijk weer bijkwam.
Wat was dat?
„Je bent er weer, waar was je? Gaat het?“ Ze zat op haar knieën over me gebogen en haar handen raakten mijn wangen en gezicht aan.
Ik lag opgerold op de vloer met mijn handen om mijn benen terwijl ik met mijn ogen knipperde en probeerde te begrijpen waar ik was. Mijn pupillen waren vast verwijd, want het felle licht in de kamer deed me ineenkrimpen.
„W-wat is er gebeurd?“ vroeg ik. Mijn stem trilde een beetje.
„Ik weet het niet. Je raakte mijn schouder aan en toen ik me omdraaide, had je een wezenloze blik in je ogen. Ik probeerde je wakker te schudden, maar je rolde je op als een bal en sloot je helemaal af,“ zei Rose angstig.
Ik schudde mijn hoofd en fronste mijn wenkbrauwen. Ik kon me niet eens herinneren dat ik dat had gedaan; het leek wel alsof mijn lichaam op de automatische piloot stond. „Heb ik iets gezegd?“ vroeg ik, terwijl ik knipperend naar haar opkeek.
„Nee. Gaat het wel?“ vroeg ze nog een keer, en ze klonk net zo bezorgd als daarnet. Zachtjes, met de bezorgdheid van haar gezicht af te lezen, streek ze een plukje haar achter mijn oor.
„Het gaat wel, alleen... Zoiets is me echt nog nooit overkomen.“ Ik had heldere visioenen gehad over mijn dood, maar dit? Het was alsof ik in haar had gezeten, haar privacy was binnengedrongen en een herinnering had gezien die niet voor mij bestemd was.
Ik ontweek haar blik door in mijn ogen te wrijven; ik vond het niet fijn dat haar blik zo strak op de mijne was gericht.
„Weet je het zeker? Heb je niet per ongeluk een spreuk gebruikt?“
„Nee, helemaal niet. Ik... zag gewoon iets.“
„Je bent helderziend, dat was ik even vergeten!“ Haar ogen werden groot voordat ze ineens naar adem hapte. „Heb je iets over mij gezien?“ vroeg ze met een enthousiaste glimlach.
„N-nee,“ zei ik. Mijn wangen werden roze van schaamte.
Ze fronste voordat haar mond in een kleine O openviel en ze hem giechelend bedekte.
„Het spijt me, dat is zo onbeleefd van me om naar je visioenen te vragen. Ik heb er eigenlijk nog nooit een ontmoet, maar elke respectabele heks weet dat een helderziende je alleen vertelt wat je moet horen. Anders kan het de boel in de war sturen.“
Ik knikte een beetje weifelend om haar woorden.
Ze ging glimlachend verder: „Ik neem aan dat dat betekent dat mijn leven in jouw handen ligt, aangezien ik erop moet vertrouwen dat je me niets laat overkomen. Toch?“ Ze wiebelde speels met haar wenkbrauwen.
Ik kon zien dat ze me probeerde op te vrolijken, en ik moest er een beetje om grinniken voordat mijn maag luid begon te rammelen. Rose keek naar beneden, haar ogen werden groot en ze grijnsde.
„Ik denk dat we het vogeltje maar wat te eten moeten geven. Weet je, ik wed dat ik Ian kan overhalen om je te houden.“ Ze lachte weer, waardoor ik ook glimlachend mijn hoofd schudde, voordat ze me een hand gaf om op te staan.

















































