
Een wilde raaf Boek 3
Auteur
Lezers
133K
Hoofdstukken
19
Hoofdstuk 1
Boek 3
DRIE MAANDEN LATER, LENTE
Ik geef Vader een zacht klopje, terwijl zijn ogen Willem, Jonas en River zenuwachtig volgen als ze in de rivier spelen. De regen is al een tijdje weggebleven, dus we besluiten naar een ondieper deel van het water te gaan. De lente is eindelijk aangebroken op Devonshire Ranch, wat een aangename warmte met zich meebrengt die af en toe wordt onderbroken door een kille bries.
Coal is druk bezig met Ken en oom Grey, om de pasgeboren kalfjes te controleren en de koeien te helpen die dat nodig hebben. Trish heeft samen met mij geluierd, totdat ze ineens opstaat en het zand van haar spijkerbroek veegt.
„Ik heb hier een vreemd gevoel over,“ vertrouwt Trish me toe, terwijl ze zich naar me omdraait. „Het is moederintuïtie. Dat snap je wel als je zelf kinderen krijgt, en al helemaal bij meisjes. De angst is er altijd.“
Ze pauzeert even en verzamelt haar gedachten. „Izabella.“
„Ze is deze week wel ongewoon stil geweest, hè?“ vraag ik.
„Ik vind het maar niks. Ik denk dat ze weer contact heeft met die drugsverslaafde.“ Trish schudt haar hoofd en de bezorgdheid staat op haar gezicht geschreven. „Ik ga uitzoeken wat er aan de hand is. Ik heb er gewoon een slecht voorgevoel over. Ik denk dat Coal er zo wel zal zijn.“
„Ik vind het niet erg,“ stel ik haar gerust, waarna ik opsta uit de klapstoel en dichter bij de oever en de jongens kom. „Ik houd ze wel in de gaten.“
„Bedankt, Raven,“ zegt Trish, waarna ze wegsjokt, precies op het moment dat River het water uit komt.
„Oma,“ roept River om haar aandacht te trekken. Ze draait zich naar hem om. „Waar ga je naartoe?“
„Oma moet plassen.“ Trish wimpelt hem af met een handgebaar.
River zucht en draait zich rillend naar mij toe, terwijl Jonas blijft drijven en Willem een race houdt met blaadjes.
„Raven, heb je je chocoladekoekje al op?“ vraagt River.
Ik steek mijn hand in mijn jaszak en haal het halve koekje tevoorschijn waar ik al de hele dag kleine hapjes van neem. Ik heb er een handje van om lekker lang te doen over lekkernijen, en dan vooral de zoete. Het was me al opgevallen dat River de hele middag naar mijn jaszak gluurde. Zijn schattige, donkere ogen zijn simpelweg onweerstaanbaar.
Ik geef hem het koekje en leg een vinger op mijn lippen. „Sst,“ waarschuw ik hem voordat Willem en Jonas ook hun deel komen opeisen.
River pakt het koekje voorzichtig aan en begint dan met een brede lach door het hoge gras te rennen. „PAPA!“
Ik draai me om en zie Coal naar beneden rijden op Galvin.
Willem en Jonas spetteren meteen het water uit, gretig om Coal ook te zien. Ik kijk hoe zijn drie jongens hem tegemoet rennen en hem bereiken, net op het moment dat Coal afstijgt en wordt bedolven onder de smeekbedes voor een ritje. Ik kan niet anders dan glimlachen om dit mooie tafereel.
Coal tilt Willem en Jonas op Galvin, en tilt River daarna op zijn schouders. Het zadel van Wy lijkt speciaal voor dit doel te zijn gemaakt: om bijna zijn hele gezin te kunnen dragen.
Galvin is gek op kinderen en stapt rustig door, volledig onverstoorbaar onder het gekwetter van de drie jongens. Vader zit naast me. Zijn loyaliteit is best verrassend, aangezien hij veel minder interactie met mij heeft in vergelijking met de jongens.
Coal kijkt even naar me, omringd door zijn drie zonen. Ik aai over mijn buik en wrijf zachtjes in cirkels over de groeiende bolling. Hij weet dat het een meisje is. Zijn glimlach wordt nog breder als hij naar me salueert en Galvin terug richting de boerderij stuurt.
De kinderen hebben de kleren waarin ze niet hebben gezwommen overal achtergelaten, maar ik verzamel ze wel om in de plunjezak te stoppen. Ik begin alles in te pakken en ga dan op een grasheuveltje zitten. Mijn handen rusten op mijn buik, terwijl ik naar mijn diamanten verlovingsring staar.
Voor de allereerste keer voel ik een diepe, intense rust. Ik vind het heerlijk om op de jongens te passen, mee te helpen op de boerderij en in te springen als Coals broers en zussen weer eens ruziën over schooldrama. Meestal is het wel vermakelijk, maar deze afgelopen week was de sfeer erg gespannen nadat Izabella erop werd betrapt dat ze om de avond met Adam aan de telefoon zat.
Annabelle had haar verklikt bij de volwassenen. Sindsdien vliegen ze elkaar in de haren, onthullen ze elkaars geheimen en lezen ze fragmenten uit elkaars dagboeken hardop voor. Het is behoorlijk heftig geweest. Maar voor de verandering is het dit keer niet mijn drama. Ik heb mijn eigen stukje hemel gevonden binnen de familie Wilde.
Ik nestel me wat beter bij de rivier. Vader ligt in het gras naast me, en zijn ogen vallen langzaam dicht. Ik geef hem een klopje en kriebel hem achter zijn oren. Het kleine hondje slaakt een zucht en valt in een diepe slaap.
Morgen is een grote dag. We verhuizen naar het nieuwe huis; de overdracht is eindelijk rond. Het staat in het dorp, op maar een paar minuutjes rijden hiervandaan. Het is ontzettend dichtbij, letterlijk op een paardrijritje afstand. Je kunt zelfs via de achterdeur zo hun land op lopen. Het is heel erg praktisch.
Ongeveer een half uur later verrast Coal me, nadat hij Galvin in de stallen heeft achtergelaten. Hij slentert naar mijn plekje en ploft achter me neer. Hij zit vol zand, is bezweet en is hoognodig toe aan een duik in het water. Hij slaat eerst zijn armen om mijn middel en trekt me in een warme knuffel.
„Ik weet dat ik onder de modder zit, lieverd, mijn excuses.“ Coals armen zijn niet alleen zongebruind, er zit ook een dikke laag aarde op. Ik geniet ervan. Hij nestelt zijn hoofd bovenop het mijne, en zijn handen omvatten de mijne over mijn bollende buik. Ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik ons kleine meisje in me voel groeien.
Coal en ik hebben al drie maanden geen ruzie meer gehad. We werken hard, bedrijven de liefde, en het voelt alsof we al ons hele leven een stel zijn. We zijn simpelweg zielsverwanten. Soms hebben we niet eens woorden nodig.
„Is er nog drama op de boerderij? Ik wed dat de jongens direct op Jeans koekjes zijn afgestormd,“ informeer ik.
„Iza en Anna vlogen elkaar al in de haren zodra ik het erf op reed. Ik hoorde ze buiten al bekvechten.“ Coal zucht even. „Ik kan niet wachten tot we ons eigen plekje hebben. Het is soms echt een chaos met iedereen onder één dak. Kijk jij uit naar morgen?“
Zijn hand glijdt naar mijn nek, krult zich onder mijn kin en tilt mijn hoofd op zodat ik niet weg kan kijken. „Kijk me aan,“ fluistert hij, terwijl hij mijn blik vangt. „Vertel me de waarheid.“
Dit wordt de eerste keer dat ik een echt thuis heb. Een thuis helemaal voor mezelf. Het staat weliswaar op zijn naam, maar aan het eind van de week gaan we trouwen, dus dan is het huis net zo goed van mij.
„Ik ben er klaar voor,“ zeg ik, en ik kijk hem recht aan. „Maar ik heb het gevoel dat... iedereen in het dorp over me oordeelt. Omdat ik pas drieëntwintig ben, en om het leeftijdsverschil.“
„Ze zijn gewoon jaloers,“ mompelt Coal, waarna hij me kust. „Ik was niet op zoek naar een jongere vrouw, of überhaupt naar een vrouw... Ik wilde gewoon wat rust.“ Hij trekt zich even terug. „En toen kwam jij aanzetten. Oeps.“
Ik kan het niet helpen dat ik glimlach. Hij kust me weer en ik leun stevig tegen hem aan, volop genietend van zijn aardse cowboygeur.
„Niet douchen,“ fluister ik tegen zijn lippen. „Neem me gewoon. Hier, op deze plek.“









































